Moskou dag 3

Fotoalbum ‘Moskou dag 3’ weergeven

Irina heeft besloten om een uur vroeger met ons op stap te gaan. Moskovieten slapen graag uit op zondag en wij hebben dan meer tijd en ruimte om enkele van de mooiste metrostations in het centrum te gaan bekijken.

Metrostation Komsomolskaja

Want, raar maar waar, de metro van Moskou is een toeristische attractie. De perrons en stationshallen lijken op miniatuurpaleizen met kroonluchters, levensgrote bronzen beelden en kleurrijke mozaïeken. Daarnaast is het ook een van de meest efficiënte metrostelsels in de wereld. Dagelijks rijden er ca 10 000 treinen op de 12 lijnen en worden er zo’n negen miljoen passagiers vervoerd.

Metrostation Belorusskaya

Als belangrijk onderdeel van Stalins eerste vijfjarenplan, werd vanaf de jaren dertig enorm veel geld en mankracht gestoken in de bouw van dit grootschalig ondergronds project. De metro moest niet alleen functioneel zijn, maar moest ook dienen als belangrijk communistische propagandamiddel. De beste kunstenaars werden gevraagd de metrostations aan te kleden, zodat de gebruikers in de ‘paleizen voor gewone mensen’ konden ervaren hoe de perfecte communistische samenleving er in de toekomst zou uitzien.

Om dit te bereiken werd overvloedig gebruik gemaakt van dure materialen om beelden, ornamenten, fresco’s en mozaïeken in classicistische stijl te vervaardigen. Hierbij werden de klassieke mythologische figuren vervangen door communistische helden met voorop natuurlijk Stalin zelf, maar ook soldaten, arbeiders, zeelieden, sportmannen etc…

Metrostation Belorusskaya

Bij de bouw was enorm veel mankracht nodig, de bouwgereedschappen waren primitief en de omstandigheden waarin de arbeiders moesten werken ronduit slecht. Men kan stellen dat de eerste stations en lijnen gewoon met de hand zijn uitgegraven. Het waren vaak gevangenen of gastarbeiders uit de randrepublieken zoals Kazachstan.
Heel wat metrostations liggen ook erg diep. Zo zouden ze als schuilkelder gebruikt kunnen worden bij een eventuele nucleaire aanval. Met lange steile roltrappen ga je aan een hoge snelheid naar beneden (of naar boven). De bedoeling is dat je aan de rechterkant van de lange roltrap gaat staan, zodat de haastigen links kunnen voorbijsteken. Onderaan bij elke roltrap staat een klein glazen hokje, met daarin de toezichter. Die zit de ganse dag naar twee monitorschermen te kijken, zodat mocht er iets fout lopen, met één druk op de knop het hele gevaarte wordt stilgelegd.

Metrostation Kiyevskaya

Op onze tocht bezoeken wij o.a. de metrostations Paveletskaja, Komsomolskaja, Novoslobodskaja, Belorusskaya, Kiyevskaya, en Plostsjad Revoljoetsi. Het ene is nog mooier en indrukwekkender dan het andere. Nergens valt er graffiti te bespeuren, ook niet op de treinstellen. Vele van deze treinstellen zijn trouwens mooi thematisch beschilderd.

GOeM

We stappen dus uit in het station Plostsjad Revoljoetsi in de buurt van de Nikolskaya straat. Deze komt uit bij het Rode plein. Aan deze straat liggen onder andere het hoofdpostkantoor en de Kazankathedraal. Na een korte wandeling over het Rode plein nemen we tijd voor een pauze in het warenhuis GOeM. Daar lopen we binnen in ‘Gastronom No 1’, een delicatessezaak die er nu weer net zo uitziet als in 1901. Net als toen -voor de Oktoberrevolutie – is alles in overvloed te koop. Niet alleen de afdelingen patisserie, kaviaar en wodka, maar ook deze met Belgische speciaal bieren is indrukwekkend!
Het is tijd om verder te wandelen in de richting van het Kremlin. We lopen door het Alexanderpark. Bij het begin komen we langs het Graf van de Onbekende soldaat. De eeuwige vlam brandt er voor alle Sovjet soldaten gesneuveld tijdens de Grote Patriottische Oorlog (1941-1945). Midden in het park staat een obelisk opgericht ter ere van 300 jaar Romanov-dynastie. Na de revolutie werd de tsaristische arend vervangen door de namen van vooraanstaande revolutionairen.

Kremlin, Drievuldigheidstoren

Het Kremlin is volledig omringd door een twee kilometer lange muur die regelmatig onderbroken wordt door één van de 20 torens. Wij gaan binnen via de Drievuldigheidstoren, met zeven verdiepingen de hoogste.

Staats-Kremlinpaleis / Congrespaleis

Binnen het Kremlin, oorspronkelijk de residentie van de tsaren, staan er heel wat gebouwen en kerken. Rechts onmiddellijk na de ingang staat het vroegere woonverblijf van Stalin, het Potesjni-paleis. Recht doorlopend is links het Arsenaal, dat na de verwoesting door Napoleon is heropgebouwd. Langs de sobere gevel staan kanonnen uit verschillende oorlogen op Russisch grondgebied. Rechts is de glazen gevel van het Congrespaleis, dat in 1960 werd gebouwd voor de massale partijcongressen. Nu wordt het gebruikt voor concerten en balletvoorstellingen. Verderop aan de overzijde staat het grote witgele Kremlinpaleis, de officiële residentie van de Russische president. Dit deel is nog steeds in functie en dus niet toegankelijk voor het publiek.

De mooiste bouwwerken staan rond het Sobornaja Plosjtsjad of Kerkplein. In de Maria-Hemelvaartkathedraal of Oespjenski sobor met zijn gouden koepels en het fresco van de maagd Maria, werden de tsaren gekroond. De iconostase bevat iconen uit de late middeleeuwen. Het Franse leger van Napoleon ontheiligde en beschadigde de kerk door hem als stal te gebruiken.

Verkondigingskathedraal

Kathedraal van de Aartsengel Michaël

Even verderop ligt de Blagovesjtsjenski sobor of Verkondigingskathedraal. Ze deed dienst als huiskerk van de tsaren. Oorspronkelijk had de kerk drie koepels en een open zuilengang rondom. Ivan de Verschrikkelijke liet de kerk uitbreiden met zes koepels en kapellen op elke hoek. De zuidelijke gang liet hij ombouwen in een eigen kapel, waar vandaan hij de dienst in de kerk kon volgen. De regels van de Russisch-orthodoxe kerk ontzegden hem namelijk de toegang tot de eigenlijke kerk vanwege zijn vierde huwelijk.
Irina neemt ons nog mee naar een volgende kerk: de kathedraal van de aartsengel Michael. Dit is de jongste van de kathedralen op dit plein. In deze kerk bevinden zich de graven van alle tsaren van voor Peter de Grote.

Tsarenklok

We steken het plein over en komen bij de enorme Tsarenklok. Dit is de grootste klok die ooit is gegoten. Helaas heeft ze nooit geklonken, doordat ze brak voordat ze in gebruik werd genomen. Het afgebroken deel ligt naast de klok. Ook het bronzen Tsarenkanon heeft nooit een schot heeft gelost. De kogels ervoor liggen er dan ook voor de sier. Ze passen niet eens in de loop.
We verlaten het Kremlin en nemen de metro voor één halte, naar Arbat. Deze wijk was lang het woongebied voor de dichters, schrijvers en kunstenaars. Dit veranderde in de loop van de 18e eeuw, toen de adel en rijke burgers hier kwamen wonen. Na de revolutie kwamen veel gebouwen in handen van hun communistische leiders en van de partij. Op het einde van de straat staat het reusachtige gebouw van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een van de Zeven Zusters. Recent is deze straat met een aaneenschakeling van cafés, souvenirwinkels en hamburgertenten verkeersvrij gemaakt.

Sapsan Moscow – St. Petersburg

Voor ons is het tijd om naar het hotel terug te keren. Om 17 uur worden we opgehaald en naar het station gebracht. De anderen van ons reisgezelschap zullen later vanavond de nachttrein nemen om de 700 km naar Sint-Petersburg af te leggen. Wij verkiezen de Sapsan (Slechtvalk), de comfortabele hoge snelheidstrein. Tijdens het eerste deel van de rit is het nog licht en kunnen wij nu en dan een glimp van het landschap opvangen. Het lijkt nogal bosrijk met grote moerassige stukken. De houten huizen die we zien hebben vaak daken van golfplaten. Het ziet er armmoedig uit.
Na een comfortabele rit, worden we 4 uur later opgehaald aan te station en voor de deur van ons hotel afgezet. Prima service, nog een verfrissende pint in de bar en dan lekker slapen in een echt bed.

Fotoalbum ‘Moskou dag 3’ weergeven

Advertenties

Moskou dag 2

Fotoalbum ‘Moskou dag 2’ weergeven

Naar aanleiding de ‘City Days’ besluit Irina het programma om te gooien. Daar nu nog niet alle wegen afgesloten zijn starten we met de stadsrondrit. Voor ons een kleine meevaller want het is helemaal niet druk op de weg. De Moskovieten hebben goed geluisterd naar de oproepen om niet met de auto naar het centrum te komen, maar om het openbaar vervoer te gebruiken.

Kremlin vanaf Moskva rivier

Vanuit het minibusje zien we tal van bezienswaardigheden die alom bekend zijn. Zoals het Kremlin met zijn imposante muren en torens met daarachter de goudkleurige kerktorens en het groot Kremlinpaleis. Dit laatste wordt door president Poetin gebruikt voor staatsbezoeken en recepties.
Verder volgen wij de Moskwa rivier. We zien aan de andere oever het grote Gorkipark. Ook hier zijn zullen er later vandaag meerdere grote festiviteiten plaatsvinden. Zeker in het openluchttheater waar plaats is voor 10 000 toeschouwers. Het wordt voor iedereen stilaan duidelijk: ‘groot en veel’ zijn van een andere orde dan we gewoon zijn. Ook passeren we enkele van de indrukwekkende Stalinistische wolkenkrabbers die verspreid in de stad staan: de zeven zusters of de suikertaarten. Stalin liet ze na de tweede wereldoorlog bouwen als machtssymbool. Het zijn voorbeelden van de stalinistische architectuur: grote betonnen gebouwen met smalle vensters en rijkelijk gedecoreerd met ornamenten.

Hoofdgebouw van de Moskouse Staatsuniversiteit

Loezjniki stadion

Onze eerste fotostop is bij het uitzicht platform Vorobjovy Gory of Mussenheuvel, ten zuidwesten van het centrum. Pas getrouwde paren laten zich hier graag fotograferen met de skyline van Moskou op de achtergrond. Hoewel het een beetje mistig is zijn het centrum met het Kremlin, de nieuwe handelswijken en de Moskva rivier goed te zien. Op de voorgrond ligt het Loezjniki stadion waar recentelijk nog de finale van de wereldbeker voetbal werd gespeeld en waar in 1980 de belangrijkste ceremonies van de Olympische Spelen plaats vonden. Ook het Novodevitsjiklooster en begraafplaats zijn vlakbij. Ze zijn op dit moment echter gesloten omwille van renovatiewerken. Aan de andere kant van het plein staat één van de Stalinistische wolkenkrabbers: het hoofdgebouw van de universiteit van Moskou. Lange tijd was dit het hoogste gebouw van Europa.

Victory Monument, Victory Park

De volgende stop is bij Poklonnaya Gora of het Victory Park. Het werd in 1958 aangelegd ter herdenking van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog. Het grote plein wordt gedomineerd door een obelisk met een symbolische hoogte van 141,8 meter. Elke 10 cm staat voor één dag oorlog. Helaas wordt ook hier het uitzicht gehinderd door podia en afsluitingen. Men laat duidelijk niets aan het toeval over want overal staan militairen en politie. We wandelen in de richting van de triomfboog ter ere van de overwinning op Napoleon in 1812.

Novospasski-klooster

Vervolgens staat een bezoek aan het Russisch-orthodoxe Novospassky klooster op het programma. Het klooster maakte ooit deel uit van de ring van kloosters rondom Moskou die de stad tegen vijandelijke invallen moesten beschermen. Het is het oudste klooster van Moskou en in de kelder liggen heel wat leden van de Romanov dynastie begraven.

In de Stalinistische periode was het klooster een politiebureau en waren er in de tuin massagraven van tegenstanders die tijdens de zuiveringen werden geëxecuteerd. Pas sinds de jaren negentig is het klooster terug in functie. Er wordt verwacht dat hoofd, schouders en knieën bedekt zijn bij het betreden van de kerk, vandaar dat Liliane een hoofddoek draagt.

Novospasski-klooster

Novospasski-klooster

De kathedraal is gedecoreerd met fresco’s van de beste 17e eeuwse schilders. In een Orthodoxe kerk heeft de iconostase, een wand die samengesteld is uit iconen een belangrijke rol. Ze schermt de altaarruimte, het ‘Allerheiligste’ af voor het oog van de gewone gelovigen. Deze ruimte mag dan ook enkel door de priester of diaken betreden worden. Van boven naar onder bestaat een klassieke iconostase uit vier of vijf (of soms zes) rijen. Op de bovenste rij(en) staan de patriarchen en profeten uit het oude testament met in het midden een kruis of een afbeelding van de Drievuldigheid. Daaronder volgt de rij met de apostelen en de aartsengelen. Op de onderste rij is in het midden de koningsdeur, de toegang tot het Allerheiligste, geflankeerd door de iconen die de naamgever van de kerk afbeelden.

We krijgen van Irina ook uitleg over de kerkdiensten, die in duur en ritueel verschillen naargelang de dag in de week of het gevierde feest. Ook wijst ze erop dat er tijdens de diensten geen muziekinstrumenten gebruikt worden maar dat er wel veel koorgezang is. Tijdens de hele dienst die soms meerdere uren duurt blijven de gelovigen rechtstaan om zo hun eerbied te tonen.

Het is lunchtijd. We houden pauze in de rustige buurt van de Tretjakovgalerij die deze namiddag op het programma staat. In de wijk staan mooie neoklassieke herenhuizen.

Tretjakovgalerij

Tretjakovgalerij

In een ervan is de collectie van Pavel Tretjakov, een steenrijke Russische textielfabrikant ondergebracht. In 1892 schonk hij zijn huis en de uitgebreide kunstverzameling aan de stad. Tijdens het Sovjetregime groeide de collectie aan doordat privéverzamelingen genationaliseerd werden. Op dit moment telt de collectie ca. 160 000 Russische kunstwerken met onder andere een unieke verzameling iconen. Daarvan is natuurlijk maar een fractie tentoongesteld. Tot de 17e eeuw bestond de Russische kunst voornamelijk uit iconen, allen gemaakt in opdracht van de orthodoxe kerk. Iconen zijn steeds geschilderd op een houten paneel en er moet rekening gehouden worden met bepaalde regels die zorgen voor uniformiteit en zuiverheid. Het vele goud dat gebruikt wordt, verwijst naar de hemel, de eeuwigheid en het licht. Iconen worden ook nooit gesigneerd, omdat men ervan uitgaat dat het Gods hand was die het schilderen begeleidde. Toch weet men van enkele bijzondere iconen wie de makers waren. Zo is Andrej Rjoeblov gekend als de maker van het icoon ‘de Drievuldigheid’.

Andrej Roebljov – de Drievuldigheid

Onder Tsaar Peter de Grote, omstreeks 1700, werden kunstenaars naar het buitenland gestuurd voor hun opleiding. In het begin kopieerden ze vooral voorbeelden uit de klassieke oudheid en Italiaanse renaissancemeesters. Ook bekwaamden ze zich in het schilderen van portretten. Tot 1860 was de vorming van kunstenaars in Rusland volledig in handen van de keizerlijke kunstacademie. De onderwerpen die aan bod kwamen waren vooral Bijbelse en mythologische voorstellingen.
Ook bezit het museum een uitgebreide collectie van de 19e eeuwse groep ‘Peredvizhniki’ of de zwervers. Deze kunstenaars maakten vooral realistische doch sociaal-kritische werken. Hierdoor kunnen we ons min of meer een beeld vormen van hoe de mensen in die tijd in Rusland leefden.
Vakkundig loodst Irina ons door de verschillende zalen en houdt halt bij de meest bijzondere werken. In het fotoalbum zijn enkele ervan te zien.

Christus Verlosserkathedraal

De laatste halte op het programma is de Christus Verlosserkathedraal. Het is de grootste en hoogste Russisch-orthodoxe kerk in de wereld en in feite gloednieuw want tussen 1994 en 1997 gebouwd. Het is een reconstructie van de oude, 19e-eeuws neo-Byzantijnse kerk die in 1931 door Stalin werd opgeblazen om plaats te maken voor het Paleis van de Sovjets. Dit ambitieus project, een 315 meter hoge toren met daarop een honderd meter hoog beeld van Lenin, werd echter nooit gerealiseerd omdat de ondergrond te onstabiel was. In plaats daarvan werd het vervangen door een van de grootste buitenzwembaden ter wereld. Irina heeft hier ooit nog gezwommen!
Langs buiten valt deze spierwitte kathedraal vooral op wegens zijn afmetingen en de grote gouden koepels. Ook binnen is er heel veel bladgoud gebruikt. De iconostase is enorme groot en weelderig versierd. Ze heeft drie gouden deuren naar de koorruimte. Doordat er veel licht binnenvalt glimt en glinstert alles. Tijdens ons bezoek vindt er net een viering plaats. Wij genieten, dank zij een uitzonderlijke akoestiek, van zowel de gezangen van de priesters met hun zware baritonstemmen, als van het koor achteraan in de kerk.

Galerie voor 19e- en 20e-eeuwse Europese en Amerikaanse kunst

Het officiële programma voor vandaag zit erop, maar wij gaan nog naar de Galerie voor 19e- en 20e-eeuwse Europese en Amerikaanse kunst die hier vlak bij ligt. Dit museum bevat een van de grootste en meest indrukwekkende collecties van zowel impressionistische als post-impressionistische schilders. In 1996 zagen we 60 topwerken uit deze collectie in het Gemeentemuseum in Den Haag. Nu we zo dicht in de buurt zijn willen we bijzonder graag nog eens gaan kijken naar deze absolute meesterwerken. Deze collectie bestaat vooral uit schilderijen van twee excentrieke verzamelaars: Sergei Shchukin en Ivan Morozov.

Na de Oktoberrevolutie in 1917 werden hun collecties door het regime geconfisqueerd en verdeeld over verschillende musea. Sinds enkele jaren hangen de meeste weer samen in dit museum. Er zijn werken te zien van o.a. Vincent van Gogh met vb. de ‘Rode wijngaard in Arles’ en de ‘Gevangenis binnenplaats’. Van Renoir ‘Naakt’ en ‘Baden in de Seine’. Van Paul Cezanne de ‘Mont Ste Victoire’. Diverse doeken van Paul Gauguin uit zijn Polynesische periode. Werken van Monet, Pissarro, Toulouse-Lautrec, Matisse, Degas, Picasso en nog vele anderen …zo mooi en zo veel …

Moscow City Day 871

Als de avond valt gaan we terug naar de uitgangsbuurt in de omgeving van Tverskaya Oelitsa. Eerst iets eten en daarna vermaken we ons nog op enkele van de vele attracties van de ‘City days’.

Fotoalbum ‘Moskou dag 2’ weergeven

Op citytrip naar Moskou en Sint-Petersburg!

Fotoalbum ‘Moskou dag 1’ weergeven

Geen natuurreis dit keer! Maar wel een dubbele citytrip naar twee wereldsteden die tot de verbeelding spreken: Moskou en Sint-Petersburg. Begin september is daar het ideale moment voor: de grote zomerdrukte is net voorbij, het weer is nog volop zomers en de dagen zijn nog voldoende lang.

Basiliuskathedraal – Rode Plein

De informatie die we vonden op het internet deed ons al snel besluiten dat we in tegenstijd met onze gewoonte om alles zelf uit te zoeken, beter konden intekenen op een georganiseerde reis. Men schrikt de doe-het-zelf toeristen af door te schrijven dat bijna niemand Engels spreekt en dat er geen handwijzers en uitleg in het Engels zijn; dat je onmogelijk iets kan lezen, dat het moeilijk en tijdrovend is om toegangskaartjes te kopen en dat het bijna niet te doen is om zelf uw visum te regelen.

Het moderne Russische alfabet

Na wat oefenen lukt het lezen een klein beetje; wat letters leren van het Russische alfabet en de namen van de metrostations zijn min of meer ontcijferbaar. Russisch verstaan is nog een paar ander mouwen!
Natuurlijk was het bij de topattracties handig dat de kaartjes al gereserveerd waren, zodat we met ons groepje langs de lange wachtrijen konden doorlopen. Maar het grootste voordeel van een groepsreis is dat je op korte tijd enorm veel te zien krijgt en in ons geval, dat we zowel in Moskou, als in Sint-Petersburg uiterst vakkundige uitleg in het Nederlands kregen van de plaatselijke gidsen Irina en Ludmila.
Al van bij onze transfer van de luchthaven naar het hotel op vrijdagnamiddag valt op dat Moskou een grote, moderne en propere stad is. Erg brede straten en overal hoge flatgebouwen; zowel de typische grijze Sovjetgebouwen en woontorens alsook nieuwe gebouwen, shoppingcenters en sporthallen. In de goed onderhouden parken en plantsoenen staan nog vaak de typische monumenten uit de Sovjettijd.

Moscow City Day 871

Moskou is een grote stad met officieel 12,5 miljoen inwoners. Volgens onze gids moet men daar nog 5 miljoen bijtellen; mensen die in Moskou komen werken, toeristen, illegalen,…
Net dit weekend zijn er de ‘Moscow city days’: waarbij men viert dat Moskou 867 jaar bestaat! Verspreid in de hele stad zijn er meer dan 1 000 evenementen: parades, optochten, sportwedstrijden, concerten, straatanimatie, lasershows en heel veel vuurwerk. O ja, we zijn in Rusland en dan bestaat toeval niet. Samen met de feesten zijn er zondag burgemeester verkiezingen. Dat de huidige burgemeester Sergej Sobjanin, gesteund door Poetin, herkozen wordt is zo goed als zeker. Irina hoopt enkel maar dat ons programma niet te fel in de war gestuurd zal worden, want vele straten en pleinen zullen verkeersvrij gemaakt tijdens de volgende twee dagen.

Loezjniki stadion

Om het uitzicht en de bezienswaardigheden in de stad te begrijpen moeten we even terug in de tijd kijken. De stad Moskou werd voor het eerst vermeld in 1147. Het was toen nog een piepkleine nederzetting met een houten omwalling (‘kreml’) in een afgelegen bosrijke provincie op de samenloop van de Moskva en de Neglinnaja, op de plek waar het huidige Kremlin staat. In de twee daarop volgende eeuwen heersten de Mongolen over de stad. Pas in de 14e eeuw kon men ze verdrijven dank zij de hulp van soldaten uit verschillende naburige vorstendommen.
De eerste grootvorst of tsaar was Ivan de Grote. Hij was echter paranoïde en liet hele dorpen afslachten. Ook daarna werd het voor de bevolking niet beter want er volgden nog enkele wrede tsaren. In 1712 komt met tsaar Peter de Grote iemand aan de macht die het land wil hervormen. Hij wil van Rusland een moderne Europese staat maken en kiest daarbij de door hem nieuw gebouwde stad Sint-Petersburg tot hoofdstad.

Triomfboog, Victory Park

Op 14 september 1812 valt Napoleon met groot machtsvertoon Moskou binnen. De dagen daarna wordt drie kwart van stad (die uit houten gebouwen bestaat) platgebrand. Waarschijnlijk gebeurde dat door Russische saboteurs. Alles wat nuttig had kunnen zijn voor de troepen van Napoleon zoals de woningen en de pakhuizen (met voedsel, maar ook graan en hooi voor de paarden) gaan in de vlammen op.
Een maand later al moet Napoleon zich noodgedwongen terugtrekken. Van zijn 600 000 soldaten keerden er slechts 30 000 terug. Ook de Russen verloren ongeveer hetzelfde aantal manschappen. Maar het aantal slachtoffers onder de burgerbevolking lag nog veel hoger. Toch zorgde deze overwinning voor een nieuw elan in Moskou. De stad werd heropgebouwd volgens een nieuw stedenbouwkundig plan in Europese stijl.
In de tweede helft van de 18e eeuw werd grote vooruitgang geboekt in de industrialisatie. Maar rond de eeuwwisseling braken er in het hele land stakingen uit, de bevolking wilde hervormingen en de laatste tsaar Nicolas II werd gedwongen af te treden. Dit leidde tijdens de eerste wereldoorlog tot een burgeroorlog tussen het bolsjewistische Rode leger en het Witte leger. Langs beide kanten werd er op grote schaal gemarteld en gemoord: priesters, monniken, mensen van adel, joden en gewone burgers…

Lenin-mausoleum

Uiteindelijk grepen de bolsjewieken onder leiding van Lenin de macht. Hij maakte Moskou weer tot hoofdstad. Na de dood van Lenin, startte Stalin met zijn zuiveringen waarbij naar verluid een miljoen mensen werden geëxecuteerden omdat men vermoedde dat ze anti-stalinistische ideeën hadden. Daarnaast werden vijftien miljoen mensen naar strafkampen in Siberië gezonden. Godsdienstvrijheid werd afgeschaft en sommige kerken en kloosters werden opgeblazen of platgebrand. Ook moesten de boeren alles afstaan aan collectieve boerderijen. In de jaren daarna zijn, mede door een hongersnood, tien miljoen mensen gestorven. Ook tijdens de tweede wereldoorlog ging, ondanks het feit dat Hitler Moskou nooit heeft kunnen bereiken, de ellende verder. In deze periode verloren twintig miljoen mensen het leven.
Ook onder Chroesjtsjov en Brezjnev bleef Rusland communistisch maar de starre planeconomie werkte steeds slechter en inefficiënter. Toch wilde de partijleiding hieraan niets doen. Pas vanaf 1985 toen Gorbatsjov aan de macht kwam werden er herstructureringen doorgevoerd. Mede door het uiteenvallen van het Warschaupact lukte het in 1991 Boris Jeltsin een eind aan de Sovjet-Unie te maken.
Sindsdien wordt Moskou volop verfraaid en wordt er in snel tempo heel veel nieuw gebouwd. Ook kerken, want godsdienst is weer toegelaten. Na een periode van enorme inflatie rond de eeuwwisseling is de levenskwaliteit de laatste 10 jaar enorm gestegen, dit dan vooral in de grote steden zoals Moskou en Sint-Petersburg.

Metrostation Novokuznetskaya

Daar we al vrij vroeg in de namiddag bij ons hotel zijn hebben we nog tijd om naar het centrum te gaan. Irina toont ons de weg naar het dichtstbij gelegen metrostation en helpt ons bij de aankoop van kaartjes. 2 Haltes verder stappen wij uit; wij zijn vlak bij het Rode Plein.
Om op het Rode plein te komen lopen we door de Opstandingspoort: twee rode torens met groene tentakels. De naam verwijst naar de verrijzenis van Christus. De oorspronkelijke poort uit de 16e eeuw werd in opdracht van Stalin gesloopt om ruimte te maken voor grootschalige Sovjetparades op het plein. De huidige poort, een exacte kopie van de oude, staat er sinds 1995.

Opstandingspoort – Rode Plein

Met de toeristenstroom mee komen we uit op het reusachtige plein met daaraan enkele van de meest bekende gebouwen van de stad. Het rood in de naam ‘rode plein’ heeft niets te maken met de favoriete kleur van het communisme, maar komt het woord krasnyj, dat zowel ‘mooi’ als ‘rood’ betekend. Het plein is 550 meter lang en 100 meter breed. Helaas gaat de grootsheid een beetje verloren want men is druk bezig met in het midden van het plein een enorme tribune en podium te plaatsen. Daardoor kunnen we het mausoleum van Lenin tegen de muur van het Kremlin slechts van ver zien. Het was vanop dit monument dat in de Sovjettijd de partijbonzen de parades en optochten volgden.

Basiliuskathedraal

Op het einde van het plein in de richting van de Moskva rivier staat de kleurrijke Basiliuskathedraal (officieel: de Kathedraal van de Voorbede van de Moeder Gods op de Greppel). Deze kerk werd in de 16e eeuw door Ivan de Verschrikkelijke gebouwd. Eén van de verhalen die de ronde doen is dat Ivan de architect van het bouwwerk blind liet maken, zodat hij nooit meer zoiets moois zou kunnen ontwerpen. De kathedraal werd gebouwd volgens de traditionele Russische houtarchitectuur. Oorspronkelijk was de kerk wit en de koepels goudkleurig. Pas later werden de torens geribbeld en alles gekleurd. Nu de zon al wat lager staat, blinken de koepels intens. Het geheel doet wat sprookjesachtig aan.

GOeM

Aan de vierde zijde van het Rode plein ligt het beroemde warenhuis: GOeM. Tijdens het bewind van Stalin was het een van de weinige staatswinkels met ellenlange toonbanken. Aan de buitenzijde doet het denken aan een groot paleis, maar binnen zijn er drie rijen of gangen van drie verdiepingen met wel 150 grote en kleine winkels waarin nu vooral westerse luxemerken verkocht worden. De daken zijn glazen overkappingen en tussen de verschillende gangen staan er fonteinen. Achter het warenhuis ligt Oelitsa Ilinka, een brede straat die het commerciële hart van de stad is. De rijk versierde gevels van banken, kantoren en hotels waren bedoeld om indruk te maken. En … dat doen ze nog steeds!

Bolsjojtheater

Als we de brede, nu verkeersvrij straat, oversteken komen we bij het Bolsjojtheater. Het prachtige gebouw is recent nog volledig gerenoveerd. Het is de thuisbasis van het oudste en ook wel beroemdste balletgezelschap ter wereld.
We lopen nog even verder tot aan Tverskaya Oelitsa. Deze geliefde winkelstraat ligt centraal in de hippe uitgangsbuurt van Moskou. Op een terrasje genieten wij van deze mooie Russische zomeravond en na een lekker etentje nemen wij de metro terug richting hotel. Onze eerste indruk van Moskou is alvast geslaagd. Benieuwd wat we morgen gaan zien.

Fotoalbum ‘Moskou dag 1’ weergeven

Extremadura 2018 – Sierra de Gredos

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Sierra de Gredos’ weergeven

In 1910 besloot de Spaanse overheid om iets te doen aan de toeristische infrastructuur die op dat moment ondermaats was. Men wilde een luxehotelketen uitbouwen vooral op plaatsen waar er weinig particuliere initiatieven waren. Op die manier zou men kapitaalkrachtige toeristen kunnen lokken naar gebieden met een prachtige natuur of naar historische en cultureel interessante plekken. Zo ontstonden de parador-hotels. De hotels zijn meestal gevestigd in kastelen, paleizen en kloosters die op die manier gered werden van het verval.

Circo de Gredos, Laguna Grande

De locatie voor de eerste parador koos de toenmalige koning persoonlijk. Het was het jachtpaviljoen, net buiten Navarredonda in de Sierra de Gredos, van een van zijn voorgangers. Na een zware verbouwing werd deze parador net 90 jaar geleden geopend. De volgende dagen is dit hotel onze uitvalsbasis voor enkele wandelingen in de Sierra de Gredos.

Iberische steenbok (Capra pyrenaica)

De Sierra de Gredos ligt net buiten Extremadura in het verlengde van de vallei van de Jerte, ingesloten tussen de Rio Tormes in het Noorden en de Rio Tiétar in het zuiden. Het is een langgerekte bergketen die soms wat aan Zwitserland doet denken. Prachtige dennenbossen en uitgestrekte weilanden met loslopende koeien met klingelende bellen.

Wandeling naar Laguna Grande

Een groot deel is een beschermd natuurpark, waarin veel wild leeft met onder andere steenbokken. De totale lengte is circa 100 kilometer en er zijn tien toppen boven de 2400 m. Van november tot mei-juni zijn deze bedekt met sneeuw. De hoogste top is de Pico Almanzor (2592 m). Samen met enkele andere bergtoppen vormt deze het keteldal ‘Circo de Gredos’ met daarin een meertje: ‘La Laguna Grande’. Een ‘cirque’ is een door gletsjers uitgeslepen half cirkelvormige vallei. Ze komen enkel voor op hellingen met weinig zonneschijn. Sneeuw en ijs kunnen daar ophopen en door de schurende werking van het gletsjerpuin erodeert een deel van de helling.
De wandeling naar de Laguna Grande is dan ook dé wandeling die op het programma staat. Felix heeft in een ver verleden, wel 30 jaar terug in de tijd, deze wandeling gelopen. Hij is benieuwd of ze nog steeds dezelfde diepe indruk op hem maakt.

Zicht van uit hotelkamer

We rijden dan ook rechtstreeks van Plasencia naar het vertrekpunt van de wandeling. Vanaf ‘Hoyos del Espino’ nemen we de afslag in de richting van ‘Plataforma de Gredos’. Onderweg passeer je een checkpoint waar je € 3,00 betaalt om verder te rijden naar de parkeerplaats van de Plataforma. Vanaf hier zijn alle bomen verdwenen en zijn er enkel nog rotsen, bremachtige struiken en kruidenvegetatie te zien. De parkeerplaats ligt tussen de rotswanden die aan beide kanten flink omhoog lopen. We hopen om hier steenbokken te zien. Het is niet de bedoeling om de wandeling naar de Laguna helemaal te toen, dat sparen we op voor morgen, maar wel om de omgeving bij het begin van de wandeling te verkennen. Want het weer is slecht. Er staat een koude wind, er hangen lage wolken met mist en er valt zo nu en dan wat motregen.

Ortolaan (Emberiza hortulana)

Vlak bij het vertrekpunt van de wandeling laat een eerste ortolaan zich al gewillig fotograferen. Dit mooie vogeltje met een grijsgroene kop; een gele oogring, keel en baardstreep, en een roze bruine onderzijde, was tot halverwege de 20e eeuw bij ons in Limburg een broedvogel. De schaalvergroting in de landbouw waarbij de houtwallen verdwenen en de omschakeling van granen naar mais maakten daar een einde aan. Ook zien we de eerste voorjaarsbloeiers. Ze op naam brengen is niet simpel. We hebben wel wat boeken bij over de mediterrane flora, maar hier zijn wij duidelijk in de bergen. En de online versie van de 21 boekdelen omvattende ‘Flora Iberica’ is voor ons, met onze beperkte kennis Spaans, veel te ingewikkeld.

Iberische steenbok (Capra pyrenaica)

We zien in de verte een groep steenbokken op de kale rotsen rondlopen. Het is een ondersoort van de Iberische steenbok: de Gredossteenbok (Capra pyrenaica victoriae), die enkel hier voorkomt.
Steenbokken zijn echte groepsdieren. Ze leven in kuddes tot 50 dieren van uitsluitend bokken of geiten. Enkel tijdens de bronstijd in november en december komen gemengde groepen voor. Tijdens de dag grazen ze op grote hoogte, maar aan het eind van de middag dalen ze af naar de lagere zonnige hellingen om daar te grazen en te luieren in de zon.
Helaas ontbreekt de zon vandaag, maar de voorspellingen voor morgen zijn veel belovend. In de namiddag doen we dan maar de rondwandeling door de dennenbossen in de omgeving van de parador.

Goed uitgerust beginnen we de dag daarna aan de wandeling. Het weer is gewoon schitterend: geen wolkje aan de lucht, wel fris want vannacht was de temperatuur gedaald tot net boven het vriespunt.

Crocus sp.

Vanaf het parkeerterrein loopt een breed pad met grote ongelijkmatige platte stenen de berg op. (In de zomermaanden kan het hier verschrikkelijk druk zijn, en door de aanleg van deze paden blijven de mensen beter op het pad.) Het eerste deel stijgt snel waarna we in een vlakker deel uitkomen. Wat een mooie omgeving met prachtige vergezichten, kleine meertjes, watervallen, grote sneeuwplekken en snel stomende beekjes. Ook de voorjaarsflora is gewoon schitterend met krokussen en narcissen. Het geheel doet ons aan alpenweides denken. Ook de ortolaan is weer van de partij maar ook de gele kwikstaart en de tapuit zitten in de omgeving.

Wandeling naar Laguna Grande

Een betonnen bruggetje gaat over de rivier Pozas waarna we in een steiler stuk komen. Vanaf nu moeten we ook regelmatig door de sneeuw lopen. Door de krachtige zon smelt de bovenlaag en moet je bij elke stap door een ijslaagje heen.

Blauwborst (Luscinia svecica)

Bij het uitzichtspunt van Los Barrerones zien we regelmatig heggemussen en blauwborsten in de struiken zitten. Het is niet de variant van de blauwborst die wij van in België kennen met een witte ster op de borst. De witte ster ontbreekt, maar of zijn borstje geheel blauw is?
Eens boven op de rand hebben we een mooi zicht op de cirque en kunnen we zien waar de Laguna Grande zich bevindt.

Iberische smaragdhagedis (Lacerta schreiberi)

We dalen nog een eind verder af maar moeten dan omkeren. Er ligt te veel sneeuw en daar zijn wij niet voor uitgerust. Het voordeel is wel dat we nu veel tijd hebben voor de terugweg. De heerlijke lente zon heeft ook de hagedissen van onder de stenen gelokt. De Cyren’s berghagedis (Iberolacerta cyreni) is vrij talrijk en de Iberische smaragdhagedis (Lacerta schreiberi) blijft schitterend poseren. We moeten ook opletten want de rode rotslijster komt hier voor. De volwassen mannetjes zijn erg kleurrijk met een lichtblauwe kop en opvallend roestrode borst en buik en wit op de rug.

Iberische steenbok (Capra pyrenaica)

Het duurt wel even voor we er een zien, op een rots aan de overkant van de beek. Wat mooi! Terwijl we het huppen en de rondvliegen van de rode rotslijster observeren komt ook een kudde van wel 50 steenbokken van de helling naar beneden. Een mannetje met lange hoorns is duidelijk de leider want als hij gaat liggen op een dikke steen volgen de andere zijn voorbeeld.

We kunnen alleen maar besluiten dat de aangename herinnering die Felix had overgehouden aan zijn wandeling hier in 1988 volkomen terecht is.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Sierra de Gredos’ weergeven

Extremadura 2018 – De Vera en Jerte-vallei

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – De Vera en Jerte-vallei’ weergeven

Ten noordoosten van Plasencia liggen drie groene valleien die uitgesleten zijn in een graniet massief: de vallei van de Ambroz, de vallei de Jerte en het meest zuidelijk: de Vera (de vallei van de Tiétar). Samen vormen ze de groene noordoosthoek van Extremadura.

Parelzaad sp. (Lithodora diffusa)

Onderling zijn de valleien gemakkelijk te bereiken door bergpassen. De Honduraspas verbindt de Ambroz met de Jerte en via de Piornal pas kan men van de Jerte-vallei naar La Vera. Nog verder naar het noorden toe liggen de hoge bergen van de Sierra de Béjar en de Sierra de Gredos. De regio van de 3 valleien heeft een zachter bijna mediterraan klimaat dan de omgeving, vooral de zomers zijn er minder heet.

De vallei van de Jerte

Plasencia zelf ligt stroomafwaarts in een bocht van de vallei van de Jerte. Net voor de Jerte door de stad stroomt is er een groot stuwmeer. Zoals op vele plaatsen in Spanje zijn op grote en kleine rivieren dammen gebouwd die het water zoveel mogelijk tegenhouden. Heel veel van die dammen zijn aangelegd na de tweede wereldoorlog tijdens het bewind van de Spaanse dictator Franco. Hij had een duidelijk voorliefde voor stuwdammen en stuwmeren die volgens hem ‘een gevoel van technische kracht en menselijke macht’ uitstralen en moeten gezien worden als een overwinning op de natuur. Terwijl de bevolking in armoede leefde werd er zeer veel geld besteed aan de bouw van de dammen. Bij de aanleg van de stuwmeren werd niets ontzien waardoor dorpen, kerken en paleizen in het water verdwenen. Spanje telt zo’n 1300 stuwmeren.

boshyacint (Hyacinthoides non-scripta)

De naam “Jerte” doet bij elke Spanjaard een belletje rinkelen, want iedereen weet dat de beste Spaanse kersen de ‘cereza picota’ hier vandaan komen. In de laatste twee weken van maart en de eerste week van april, staan hier meer dan een miljoen kersenbomen in bloei, die de hele vallei met een witte sluier bedekken. Helaas waren we net te laat voor de prachtige panorama’s van de bloeiende bomen. Vanaf eind mei volgt dan de pluk. Heel veel kersen worden ter plaatse verwerkt in producten zoals confituur, likeur, koekjes, thee en zelfs wijn. Helaas hebben we de grote dozen met verse kersen net gemist omdat we toen al weer weg waren.
Het is heerlijk wandelen in de vallei van de Jerte. Begin mei kan je hier op enkele kilometers de hele lente aan je voorbij zien komen. Beneden in de vallei (op zo’n 600 m hoogte) staan de Portugese eiken en de tamme kastanjes al volop in blad terwijl boven op de Piornalpas, die op ongeveer 1200 m ligt, de bomen nog in knop staan. De onderbegroeiing is erg boeiend en rijk met meerdere orchideeënsoorten zoals mannetjesorchis en wit bosvogeltje. Niet alleen moeten de laatste perceelrestjes en boorden wijken voor nieuwe kersenbomen; helaas worden er voor de kersenteelt ook veel sproeimiddelen (zowel insecticiden als herbiciden) gebruikt. Dit is natuurlijk zeer nefast voor de insecten en de rijke onderbegroeiing.

Piornal – Peña negra

Eens boven op de pas van Piornal komt men op een bijna boomloos plateau. Je kan daar over een veerooster het gebied in rijden en parkeren aan een stuwmeertje. Iets verder ligt een grote rotsformatie ‘Peña Negra’. Vandaar heb je een schitterend vergezicht op de Jerte-vallei. Het landschap kleurt er roze van de Spaanse heide. Daarnaast groeit hier ook boomheide (deze is wit) en tal van voorjaarsbloeiers als krokussen en meerdere soorten narcissen. De lage begroeiing is een thuis voor vele vogeltjes. De grijze gors, maar vooral de ortolaan is hier de vedette.

grijze gors (Emberiza cia)

Een topper is ook de wandeling in het ‘Reserva Natural de la Garganta de los Infiernos’. Er zijn meerdere routes door de kastanje bossen die leiden naar een kloof met hele mooie witte geërodeerde rotsen genaamd ‘los Pilones’. Net als in andere stortbeken in de buurt komt het koude en kristalheldere water met grote kracht naar beneden. Het stroomt van het ene bassin naar het andere. In de hete zomer moet dit absoluut een publiekstrekker zijn voor de diegene die verkoeling zoeken in deze natuurlijke jacuzzi’s.

Garganta de los Infiernos

Wij vertrokken van uit het dorp Jerte en kozen voor een 15 km lange rondwandeling. Door de vele neerslag van de voorbije periode kunnen we op ongeveer het verste punt de rivier niet oversteken op de voorziene plek. We kiezen ervoor om een eind verder achterom te lopen. Daarbij komen we uit op het authentieke bergpad dat keizer Karel vijf eeuwen geleden heeft afgelegd toen hij op weg was naar Juste.

Keizer Karel (Karel de vijfde, ofwel ‘Charles Quint’ voor de Spanjaarden) werd in Gent geboren in 1500. Eerst was hij landheer van de Nederlandse gewesten, later koning van Spanje en uiteindelijk de laatste Rooms-Duitse keizer. Zijn rijk was gigantisch groot, zelfs groter dan het vroegere Romeinse Rijk. Dit doordat hij niet enkel regeerde over grote delen van Europa maar ook over de verre overzeese bezittingen onder meer in de Cariben, Centraal-Amerika en Afrika.

Klooster van Yuste

Moe, ziek en gedesillusioneerd doet hij in het najaar van 1555 troonsafstand om zich terug te trekken in een klooster in Yuste, in de vallei van de Vera. Hij had deze plek gekozen vanwege de sfeer en de rust om na een liederlijk leven het hier op een vrome manier af te sluiten.

Vertrekken keizer Karel

Het hiëronymieten-klooster van Yuste bestaat uit twee delen. Je hebt het klooster met een sobere kerk en een mooie kloostergang en daaraan vast gebouwd: het woongedeelte van de keizer. De keizerlijke villa is een eenvoudig bakstenen gebouw met weinig decoratie. Het bestaat uit een centrale hal met aan elke kant twee kamers. In de linkervleugel de eetkamer en de slaapkamer. Deze laatste heeft uitzicht op het altaar van de kloosterkerk. In de slaapkamer hangt een heel sobere sfeer doordat de muren volhangen met zwarte gordijnen ten teken van rouw voor zijn overleden echtgenote Isabella van Portugal. Aan de rechterkant zijn nog twee kamers om bezoekers te ontvangen, elk met een balkon met uitzicht op de tuin en met een mooi zicht over de Sierra de Guadalupe.

Klooster van Yuste

Opvallend is dat de woonvertrekken ook te bereiken zijn langs een hellend vlak. Dat was nodig omdat hij veel last had van jicht en zich meestal liet dragen. In een van de kamers is de speciale stoel te zien die de pijn in zijn benen moest verlichten. Ook staat er zijn draagstoel/draagkoffer waarin hij de laatste jaren voor zijn dood door Europa werd rondgedragen. Op 58 jarige leeftijd is hij in zijn slaapkamer gestorven aan de gevolgen van malaria. Zelf had hij zijn graf voorzien onder het altaar van de kloosterkerk zodat de priester tijdens de mis over hem zou lopen als een vorm van boetedoening.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – De Vera en Jerte-vallei’ weergeven

Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur’ weergeven

Naast een indrukwekkende natuur is er in Extremadura op cultureel vlak ook heel wat te beleven. Zo telt Extremadura op dit moment zelfs drie plaatsen die door de UNESCO zijn uitgeroepen tot werelderfgoed: Mérida, Cáceres en Guadalupe.

Romeinse ruïnes van Cáparra

Zowel in de steden als daarbuiten kom je bouwwerken tegen zoals bruggen, aquaducten, kastelen, forten en kloosters die gebouwd zijn door volkeren en culturen die in deze streek ooit hebben geheerst. In de verschillende musea zijn er voorwerpen te zien die men hier opgegraven heeft. De oudste zijn uit de prehistorie en uit de bronstijd (ca.3 000 tot 800 v.Chr.). Al van voor de jaartelling waren de Romeinen actief in deze streek. In 155 v. Chr. stichtte de Romeins keizer Augustus de stad Mérida. Dit werd de hoofdplaats van de romeinse provincie Lusitania, die bestond uit het centrale deel van Portugal en Extremadura. Gedurende de vijf daaropvolgende eeuwen kende de streek veel voorspoed. Er werden wegen, bruggen en aquaducten aangelegd en de steden Cáceres en Trujillo werden gebouwd. Hiervoor was natuurlijk veel hout nodig waardoor de “dehesas” en bossen rondom deze steden gekapt werden. De gevolgen daarvan zijn nu nog steeds zichtbaar: de uitgestrekte steppegebieden.

Romeinse ruïnes van Cáparra

Ook legden de Romeinen een netwerk van wegen aan. De ‘Vía de la Plata’; hun hoofdbaan door het Iberisch schiereiland, loopt van zuid naar noord midden door Extremadura. “Plata” zou niet verwijzen naar zilver, maar een afleiding zijn van het woord “balata” wat Arabische is voor “geplaveide weg”. Ten noorden van Plasencia in de gemeente Oliva de Plasencia is nog een stukje van de oorspronkelijke heirweg te zien. Ze passeert hier bij de restanten van de nederzetting Cáparra, een vakantieoord van de Romeinen. Een unieke vierzijdige triomfboog is daar zeer goed bewaard gebleven. Na de Romeinen kwamen de Visigoten en de Moren. Gedurende meer dan 700 jaar waren er periodes van relatieve rust, waarbij de moslims, joden en christenen broederlijk naast elkaar leefden en periodes met fikse oorlogen en veldslagen.

Bij de “reconquista” of de herovering door de Spaanse koningen vanaf de 11e eeuw werden er heel wat vestingsteden gebouwd zoals o.a. Plasencia.

Plasencia

Plasencia is een aangename stad en een leuke uitvalsbasis om de streek te ontdekken. In het oude omwalde stadsdeel neemt het kathedraalcomplex een centrale plaats in. Hier staan twee aaneen gebouwde kerken die sterk van elkaar verschillen. Het oudste deel (La Catedral Vieja) is uit de 13e eeuw en is in sobere romaans gotische stijl opgetrokken.

Plasencia Cathedral

Vanaf de 15e eeuw heeft men een deel van de oude kerk afgebroken en begon men met het bouwen van een nieuwe kerk. Door verschillende problemen werden de werken gestopt in 1760, waardoor er nu 2 (korte) aan aaneen gebouwde kerken staan. De nieuwe (La Catedral Nueva) is gebouwd in een decoratieve renaissance stijl met barok elementen. Alles mocht veel rijkelijker zijn want er was geld genoeg. Nadat Columbus Amerika had ontdekt, stuurde Spanje ‘conquistadores’ naar Centraal- en Zuid-Amerika om de Nieuwe wereld te veroveren en te bekeren. Velen van hen kwamen uit Extremadura, elke stad had wel minstens één conquistador. Zo kwam Hernán Cortés, de veroveraar van Mexico uit Medellín. Francisco Pizarro, de veroveraar van de Inca’s en Francisco de Orellana die het Amazonegebied ontdekte waren van Trujillo. Na hun rooftocht bekeerden ze de plaatselijke bevolking, introduceerden ze de Spaans taal en gaven ze aan de steden of landen de namen van hun thuisland.

Parador – Convento San Vicente Ferrer

Rond de kathedraal van Plasencia zijn er paleizen en herenhuizen te zien. Zo zie je er het 18e-eeuwse bisschoppelijk paleis en het casa del Deán, het huis van de deken. Het klooster van Santo Domingo uit de 15e eeuw is omgebouwd tot parador. Sommige huizen worden nog steeds door particulieren bewoond, zoals het oorspronkelijk uit de 13e eeuw stammende paleis van Monroy, of ‘het huis met de twee torens’ en het renaissancistische paleis van de markies van Mirabel.
Op de Plaza Mayor is het Casa Consistorial, het gemeentehuis, de blikvanger. Het huidige gebouw is een reconstructie van een gebouw uit 1523. Wat vooral de aandacht trekt is de kleurrijke pop op de klokkentoren die de uren slaat.

Cáceres – Ermita de la Paz en Torre de Bujaco

Cáceres – Iglesia de San Mateo

Een absolute topper is Cáceres. Binnen de Moorse vestingmuren staan statige huizen met grote patio’s. Vanaf de 13e eeuw was Cáceres een bloeiende handelsplaats .De kooplieden lieten er prachtige huizen bouwen vaak met wachttorens. Daarbij wedijverden ze met de plaatselijke adel en later met de teruggekeerde conquistadores. Op bevel van het koningspaar Isabella en Ferdinand moesten wachttorens afgebroken worden en de huizen herbouwd. Het gevolg daarvan is dat de stad nu een harmonisch geheel vormt.

De oude stad is een wirwar van straatjes en pleinen. Aan de plaza de Santa María bevindt zich de gelijknamige kathedraalkerk (Concatedral). Er tegenover staat het Bisschoppelijk paleis met op de gevel enkele medaillons die verwijzen naar de ontdekkingsreizen in Amerika. Vele huizen hebben ramen met traliewerk en balkons en bijna allemaal tonen ze ergens een wapenschild. Mooie voorbeelden daarvan zijn het Huis met de Zon (Casa del Sol), het huis van de Arend (Casa del Águila) of de toren van de Ooievaars.

Museum of Cáceres

In het paleis met de Windwijzers (Palace de las Veletas) is het Provinciaal museum gevestigd. Voorheen stond hier een Moors alcázar. We zijn er net voor sluitingstijd en hebben slechts enkele minuten de tijd om in de kelder de ‘cisterne’ uit de 11e eeuw (die de bevolking van water voorzag) te gaan bekijken.

Moorse cisterne

Jarramplas Felix

In Extremadura heeft men ook oude tradities weten te behouden. Een folkloristische traditie zagen we in Piornal, een dorpje in de vallei van de Jerte. In het dorpshuis is er een klein museum dat uitleg geeft bij het feest dat elk jaar op 19 en 20 januari gevierd wordt: de Jarramplas. Het is ook de naam van een duivelsachtig personage dat volgens de legende moest gestraft worden om dat hij het vee roofde en doodde.
De figuur, elk jaar iemand anders, loopt 24 uur lang rond in het dorp in kleurrijke kleding en met een zwaar conisch masker met twee lange hoorns en een grote neus. Onder de kleding draagt hij een dikke beschermlaag want de dorpsbewoners en bezoekers bekogelen hem met aardappelen en rapen. Het is de bedoeling dat de Jarramplas zo lang mogelijk door de straten loopt en op zijn trommel speelt.

Voor een filmpje hiervan: https://www.youtube.com/watch?v=EhE0-4_kZbQ
Zelf mochten we ook zo’n masker opzetten om te voelen hoe zwaar het wel niet is. Gelukkig werd op ons niet met rapen gegooid.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur’ weergeven

Extremadura 2018 – Vogels spotten in de steppes

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Vogels spotten in de steppes’ weergeven

In het zuidelijke deel van Extremadura, ruim rond de steden Cáceres en Trujillo, liggen de licht glooiende, uitgestrekte steppegebieden. Het is een surrealistisch kaal landschap.

Steppe omgeving Santa Marta de Magasca

Steppe omgeving Santiago del Campo

De Mediterrane bossen die er ooit waren zijn totaal verdwenen door houtkap. Tussen de afgeschuurde granieten rotsplaten steken hier en daar puntige stenen uit: ‘dientes de perro’ of hondentanden zoals ze hier genoemd worden. Meestal groeit er enkel wat gras tussen de stenen en in het voorjaar is er een opstoot van akkerkruiden. Op plekken, waar de bodem iets minder rotsig is, wordt er in sommige jaren graan of koolzaad geteeld. Daarna moet men de bodem weer enkele jaren onbewerkt laten rusten om te herstellen. Het schaarse gras dat er dan groeit dient in het voorjaar voor de grazende schapen of geiten. In de zomermaanden droogt alles uit door de intense zon met temperaturen die kunnen oplopen tot 45°C. Het vee werd vroeger via ‘vías pecurias’ of runderpaden naar de zomerweiden in de noordelijker gelegen bergen gedreven. Nu gebeurt de transhumance nog steeds, maar wel met vrachtwagens.

grauwe kiekendief (Circus pygargus)

Je zou verwachten dat in zo’n gebied weinig te beleven valt als natuurliefhebber. Maar het tegendeel is waar. In het voorjaar (april-mei) is het land nog niet opgedroogd, is de temperatuur nog aangenaam en zijn de velden nog kleurrijk en bovenal er zitten overal vogels. Dit is het favoriete leefgebied van de steppevogels. Naast de graslandsoorten zoals: de grote en de kleine trap, de griel en de wit- en zwartbuikzandhoenders kan je hier o.a. ook scharrelaars, de hop, de kuifkoekoek, grauwe kiekendieven, kalander-, thekla- en korttteenleeuweriken, de zuidelijke klapekster, de blonde tapuit, enz… waarnemen.

Steppe omgeving Santiago del Campo

Doordat het gras dit jaar, dankzij de overvloedige neerslag in de vroege lente, al behoorlijk hoog stond zijn ze nog moeilijker te spotten dan andere jaren. Steppevogels gaan kijken is steeds weer een hele belevenis. Je moet vroeg uit de veren, want het beste moment om de vogels te zien is de vroege voormiddag of de late namiddag. Eigenlijk moet je al minstens een half uur voor zonsopgang in het gebied te zijn. Het is dan nog koud; dus de dikke kleren moeten aan. Tevens zit je in een erg dun bevolkt gebied, dus de picknick mogen we zeker niet vergeten. Het zijn ook lange dagen want eens het middag wordt gaan de vogels in het gras liggen en zijn ze niet meer te zien. In de late namiddag worden ze weer actief en krijg je een tweede kans om ze te spotten. Maar het is zo’n boeiende belevenis dat we graag enkele keren deze moeite deden en naar de buurt van Hinojal, Torreorgaz of Santa Marta de Magasca reden.

scharrelaar (Coracias garrulus)

Als we vanuit Cáceres (zo’n 80 km ten zuiden van Plasencia) het gebied inrijden zien we in de buurt van Santa Marta de Magasca een hele rij elektriciteitspalen met allemaal nestkasten. Ze hangen hier om de scharrelaars (prachtige felblauwe vogels met bijna turkoois blauwe vleugels), de kans te geven te broeden. Omdat het een stenig gebied is, zijn de weiden afgesloten door muurtjes van gestapelde stenen. Daarop en op de draden zagen we o.a. kleine torenvalken, kauwtjes, zwarte spreeuwen, diverse leeuweriken en een kuifkoekoek. Het wijfje van de kuifkoekoek legt haar eieren meestal in het nest van eksters. Zij mogen dan het ei uitbroeden en het kuifkoekoeksjong grootbrengen.

Baltsende grote trap (Otis tarda)

Links en rechts van de weg en langs de verbindingsweg naar Talavan/Hinojal is het uitkijken voor trappen en hoenders. Grote trappen zijn grote zware vogels, waarvan de mannetjes wel 10 kg kunnen wegen. Ze kunnen behoorlijk vliegen en doen dat dan zoals een arend, met zware diepe vleugelslagen. Ze zijn vooral gekend voor hun typisch baltsgedrag. Het mannetje keert zijn verenkleed binnenstebuiten tot een wit ‘schuimbad’ om vrouwtjes te verleiden. Een schitterend zicht. Ze draaien dan rond waardoor het moeilijk is om te zien waar hun voor- of achterkant is. Op zo’n momenten zijn ze even niet op de omgeving gefocust want normaal zijn ze erg schuw. Zelfs op een afstand van een paar honderd meter lopen ze al weg en verlies je ze tussen het hoge gras snel uit het oog.

kleine trap (Tetrax tetrax)

Van de kleine trap hadden wij een paar mooie waarnemingen, maar we hadden de indruk dat er minder zaten als vroeger. Wij dachten: onzichtbaar door het hoge gras? Maar naar verluid doen de kleine trappen het al een paar jaar niet zo goed in Extremadura.
Als wij bij onze eerste stop door de telescoop keken zagen wij reeds een koppeltje witbuikzandhoenders in het gras zitten. Daarna hoorden en zagen wij nog meerdere keren een groepje vliegen. Ze landden echter niet daar waar wij het graag gehad zouden hebben. En als je ze niet hoort of ziet landen zijn ze bijna niet te vinden. Merken ze iets verdachts in de omgeving, dan drukken ze zich tegen de grond en gaan ze gewoon op in de omgeving.
Zwartbuikzandhoenders kregen we dit jaar niet te zien. Normaal zitten ze goed gecamoufleerd op de geploegde akkers. Maar dit jaar waren er geen geploegde akkers kort bij de baan.

slangenarend (Circaetus gallicus)

Met de verrekijkerkijker en de telescoop hadden we erg mooie waarnemingen. Maar je moet niet alleen de velden in het oog houden maar ook de lucht afspeuren. Regelmatig vliegt er wel iets rond: grauwe kiekendieven, zwarte wouwen, gieren en arenden. Ze zoeken al vliegend het gebied af naar prooien. Daarbij hadden we schitterende waarnemingen van een jagende slangenarend en een jonge steenarend.

Ermita de la Virgen del Río

Tijdens de middaguren kan je natuurlijk net als de vogels een siësta houden, liefst onder een schaduwrijke boom die hier of daar bij een boerderij staat, de stad Cáceres bezoeken of een wandeling maken. Zo vonden we na even zoeken een weg die vanuit het dorp Talaván naar de Taag loopt. Wandelen door een prachtig landschap op de grens tussen steppe en dehesa: gewoon schitterend. Op het einde van de weg staat een kerkje, de Ermita de la Virgen del Río. Het staat vlak aan het water. Enkel het café ontbreekt! Jammer, want dan zou de wereld echt ideaal zijn.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Vogels spotten in de steppes’ weergeven