Twee kloosters en drie kloven

Fotoalbum ‘Twee kloosters en drie kloven’ weergeven

Midden in de Sierra de la Peña, ten zuidenwesten van Jaca, liggen de twee bijzondere kloosters van San Juan de la Peña. Het oude klooster ligt een beetje verscholen in het bos, op een spectaculaire locatie; namelijk onder een grote overhangende roze rode conglomeraat rots. Het nieuwe klooster ligt iets verder en hoger op het plateau, omgeven door grote weilanden.

San Juan de la Peña

Vooral het oude klooster is schitterend gelegen. Volgens de legende reed San Juan te paard door het bos terwijl hij een hert achtervolgde. Plots dook er een ravijn op en hij viel met paard en al naar beneden. Allebei kwamen ongedeerd neer, waarop hij besloot op die plek de rest van zijn leven te blijven en er een kluizenaarsgemeenschap te stichten. Vanaf de 8ste eeuw werd hier beetje bij beetje een klooster uitgehouwen in en gebouwd onder de rotsen. In de 9de eeuw namen de volgelingen van San Juan de leefregels van Benedictus aan (gehoorzaamheid, armoede en nederigheid) en in de 11de eeuw sloten ze zich aan bij de orde van Cluny, met de verplichting zich te ontfermen over armen, behoeftigen en reizigers (werken van barmhartigheid). Dit was in de periode dat de Benedictijner-abdij van Cluny de bedevaarten naar Santiago de Compostella ondersteunde door een netwerk van filiaal-abdijen te creëren langs de pelgrimsweg.

Monasterio Nuevo de San Juan de la Peña

De monniken konden rekenen op de bescherming en de financiële steun van de vorsten en edellieden van Aragón en Navarra. In ruil mochten zij in het klooster begraven worden. Mede door die gulle giften groeide de gemeenschap fors aan. In het begin van de 17de eeuw werd na een aantal branden een nieuw, groter klooster gebouwd met daaraan verbonden een hospice voor pelgrims. Dit ‘nuevo’ klooster werd in 1809 door de troepen van Napoleon verwoest en is nu gedeeltelijk gerestaureerd.

San Juan de la Peña

Het monasterio viejo is verrassende ruim. Op de benedenverdieping komt men eerst in een vergader- of conciliezaal waar de monniken ook sliepen. Daarnaast ligt de lage kerk die later als crypte werd gebruikt en waar in de apsis nog restanten van 12de-eeuwse fresco’s te zien zijn. In het bovenste deel bevinden zich de met wapenschilden versierde sarcofagen van Aragonese edelen uit de 11de tot de 14de eeuw. Vanuit de bovenkerk op de verdieping heeft men een mooi uitzicht op de omgeving. In de linker muur is het koninklijk pantheon, de plaats waar de koningen begraven werden, te zien. De inrichting ervan werd vernieuwd in de 18de eeuw en past niet echt in het voor de rest sobere geheel. Wel schitterend is de kloostergang in openlucht uit de12de eeuw, die ingeklemd ligt tussen de afgrond en de overhangende rots. De gebeeldhouwde kapitelen of kopstukken van de zuilen zijn allemaal verschillend en beelden het scheppingsverhaal uit.

San Juan de la Peña

Een Spaanse legende vertelt dat hier eeuwen lang de Heilige Graal (de kelk van het Laatste Avondmaal) verborgen werd voor de Islamitische overheersers. Op het altaar in de bovenkerk is een replica te zien van een met juwelen versierde kelk die bestaat uit twee schalen, die bij elkaar gehouden worden door een frame en handgrepen van goud. De originele kelk staat nu in de kathedraal van Valencia. Of dit ‘de graal’ was, weet men niet, maar het heeft door de eeuwen heen in ieder geval veel pelgrims en bezoekers aangetrokken.

Sierra de San Juan de La Peña

Het monasterio nuevo is recent gerestaureerd en bevat een luxehotel en een tentoonstellingsruimte. Aan de hand van levensgrote gipsen beelden toont men het dagelijkse leven van de monniken tijdens de middeleeuwen. Ook wordt er ruim aandacht geschonken aan de camino naar Compostella die hier al vanaf de 10de eeuw passeert en belangrijk is geweest voor de streek.
De allereerste pelgrim, die rond 800 het graf van Sint Jacob (in Compostella dus) bezocht, was Alfons II koning van Asturië. Daarna waren het vooral bedevaarders uit Noord Spanje die naar Compostella trokken. De oudste bedevaart over de Pyreneeën dateert van 951. Vanaf de 10de eeuw kenden de pelgrimstochten naar het graf van Sint Jacob een toenemend succes. Op de route vanuit Frankrijk werden kerken en kapellen, gasthuizen en herbergen gebouwd. Zelfs wegen en bruggen werden aangelegd. In de stad Jaca werd in de 11de eeuw een romaanse kathedraal gebouwd, dit om de positie van de stad op de Camino de Santiago te verstevigen. Ook nu, 1000 jaar later is de ‘Camino Francés’ nog steeds één van de populairste routes.

Echinospartum horridum

Vanaf de parking aan het nieuwe klooster van San Juan de la Peña vertrekken 2 wandelingen, één korte naar het uitzichtpunt Balcón de los Pirineos en een langere naar de ermita San Salvador. Deze laatste is een schitterende wandeling. Ze volgt de klifrand van het plateau en biedt prachtige verzichten over de Sierra Exteriores met de rotsen van Riglos in het zuiden en de hoge besneeuwde toppen in het noorden. Zo mooi, dat we de wandeling twee maal gedaan hebben. Een tweede keer, 10 dagen later om de stekende egelbrem of Echinospartum horridum te kunnen bewonderen die, eenmaal in bloei, de hellingen geel kleurt.
In het tweede deel van de wandeling vliegen de vale gieren, die hier hun broedplaats hebben, rakelings over je heen. Op de klifwand zien we tussen enkele geiten een jonge gems. Ook vangen wij een glimp op van de rode rotslijster. Mooi toch!

Peña Oroel

Vanuit de stad Jaca is de zuidelijk gelegen Peña Oroel goed te zien. Deze berg steekt een eind uit boven het plateau. Aan de voet van de berg is een afslag naar de Parador, neen, hier is dat geen luxe hotel maar eerder een erg bescheiden restaurant /refuge. Wel de moeite waard is de schitterende wegberm met veel orchideeën zoals bijenorchis, bleek bosvogeltje, aangebrande orchis, grote muggenorchis, vliegenorchis, sniporchis, heel veel hondskruid, welriekende nachtorchis, paarse aspergeorchis, mannetjesorchis, bosorchis en tal van andere planten zoals o.a. gladiolen, vleugeltjesbloem, ruige weegbree,….veel te veel om op te noemen.

Iris latifolia

Om de Foz de Lumbier te bezoeken moeten we een heel eind naar het westen rijden richting Pamplona. We verlaten Aragón, want de kloof is een van de topattracties van de provincie Navarra. Zo’n 30 jaar geleden was Felix hier al eens en zowel de kloof als de omgeving hadden toen een diepe indruk op hem gemaakt. Vooral de vele vogels die toen tamelijk dichtbij in de rotswanden te zien waren, zijn hem bijgebleven. We stoppen eerst even aan de overzijde van de kloof bij de opgraving van een Romeinse villa voor een mooi zicht op de zuidkant van de kloof en op de resten van de Duivelsbrug, de Puente del Diablo, die volgens de legende gemaakt werd door de duivel zelf en die in 1812 door de troepen van Napoleon werd opgeblazen.

Foz de Lumbier

De kloof is 133 m lang, met loodrechte wanden die zijn uitgesleten door de Irati rivier. Het bijzondere aan het pad is dat het aan beide uiteinden van de kloof door een tunnel loopt. Dit zijn de oude spoorwegtunnels, waardoor tussen 1911 en 1955 de eerste elektrische trein van Spanje reed; van Pamplona naar Sangüesa. Eerst enkel bedoeld om hout te vervoeren, maar later ook voor passagiers. Vóór de bouw van de spoorlijn was de kloof zo goed als volledig afgesloten van de buitenwereld. Dit resulteerde in een bijzondere vegetatie en een veilige plek voor heel wat vogels. Het is een erg mooie plek die door haar toegankelijkheid erg druk bezocht wordt door toeristen, dagjesmensen, schoolgroepen en watersporters die er komen raften, kajakken en aan canyoning doen. Het is een van de weinige reservaten waarvoor men zelfs een betaalparking heeft ingericht. Wij liepen er de lange wandeling, eerst door de kloof en daarna in een boog over het plateau terug. Misschien iets minder vogelrijk dan in het verleden, maar nog steeds zitten en vliegen er vale gieren. Ook zagen we er o.a. de blauwe rotslijster, alpengierzwaluwen , grijze gors en een dwergarend. De langere rondwandeling over het plateau is wel een aanrader met heel veel hondskruid, bokkenorchis, bijenorchis,… en vooral planten die we kennen uit de Argonne.

Foz de Arbayún

Enkele kilometers verder is er een uitkijkplatform over de Foz de Arbayún, een ontoegankelijk natuurgebied. De río Salazar heeft hier een 6 kilometer lange zig-zag lopende kloof doen ontstaan. De verticale rotswanden zijn tot 300 meter hoog en omgeven door prachtige bossen met steeneiken, esdoorn en jenerverbes. Daar de kloof niet te bezoeken is een echt paradijs voor de vele vogels en dieren die er leven met o.a. meer dan 250 paren vale gieren. Het is ook het ideale biotoop voor onder andere otters, vossen, wilde zwijnen en reeën.

Saxifraga longifolia

Anjer sp.

Dichter bij onze logies in Puenta de la Reina de Jaca ligt ook een schitterende kloof: de Foz de Biniés. Voordat de río Veral in de vlakte komt stroomt het water tussen de dorpen Berdún en Ansó door een drie kilometer lang enge kloof. De imposante rotswanden zijn tot 200 m hoog. Natuurlijk ontbreken ook hier de gieren niet boven op de rotsen. Ook zagen we een slechtvalk, rotszwaluwen, een waterspreeuw, enkele grote gele kwikken,… Onze aandacht wordt echter vooral getrokken door de Saxifraga longifolia of de langbladige steenbreek. Deze groeit tussen de rotsspleten met een indrukwekkende bloeiaar van wel 80 cm en met honderden bloempjes. Deze plant, een relict uit de ijstijden heeft een grijsgroene bladen die in een rozet staan en die, jaar na jaar spiraalvormig toenemen. Als de plant krachtig genoeg is, bloeit ze, produceert dan enorm veel zaadjes en sterft af.

Fotoalbum ‘Twee kloosters en drie kloven’ weergeven

Advertenties

Kennismaking met de Spaanse Pyreneeën en de Hechovallei

Fotoalbum ‘Spaanse Pyreneeën en de Hechovallei’ weergeven

Spanje is een groot land met enorme verschillen in landschap en klimaat. Dat zorgt voor een opmerkelijke biodiversiteit en een groot aantal schitterende natuurgebieden die erg tot onze verbeelding spreken. Denk o.a. maar aan Extremadura, Coto Doñana, de Ebro delta, Cabo de Gata,…. Deze vogelrijke gebieden zijn erg geliefd bij natuurliefhebbers. Aan dat rijtje kunnen we zonder twijfel de Spaanse Pyreneeën toevoegen.

Geulerosie in de zand-kleiafzetting

Als afsluiter van een boeiend voorjaar hebben we gekozen om hier een langere vakantie door te brengen. Gedurende de eerste drie weken van juni hebben we genoten van uitstappen en stevige wandelingen door enge valleien en kloven, door brede gletsjerdalen; of hogerop naar bergmeertjes met klaterende watervallen. Een boeiende streek met niet alleen een prachtige fauna en flora maar ook een rijke cultuur.

Om uitgebreid kennis te kunnen maken met de grote verscheidenheid aan landschappen die we hier aantreffen hebben we gekozen voor drie logeerplekken, nl. het vakantiepark Pirineos bij Puente la Reina de Jaca, de Ordesa Bungalows in Torla en het aparthotel Jacetania in Jaca. Alle drie liggen ze in de provincie Huesca, in het noorden van de autonome regio Aragón, het hart van de Spaanse Pyreneeën.

Col de la Pierre Saint-Martin

De Pyreneeën zijn ongeveer 400 km lang en asymmetrisch, zowel in de noord-zuid- als in de oost-westrichting. Ook loopt de hoogte van de bergen geleidelijk op van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee. De hoogste toppen zijn meer dan 3000 meter en vormen de natuurlijke barrière tussen het Iberisch schiereiland en het Europees continent, waarbij de hoofdkam de grens tussen Spanje en Frankrijk vormt. Beken en rivieren zijn daardoor dus altijd uitsluitend Spaans of Frans. Aan de Franse kant zijn de bergen steiler en zijn de uitlopers of het voorgebergte slechts 60 km breed. Deze kant is ook opvallend veel groener onder invloed van de vochtige lucht van de Atlantische Oceaan. Aan de Spaanse kant, die zonniger en droger is, is er een grotere verscheidenheid aan landschappen: het voorgebergte is hier 120 km breed.

Kochs gentiaan (Gentiana acaulis)

De reden hiervoor is te vinden in de ontstaansgeschiedenis van de Pyreneeën met twee gebergtevormingen: de Hercynische en de Alpiene. In een eerste fase zo’n 350 miljoen jaar geleden was dit gebied een vlakke zeebodem met afzettingen van zand, grind en klei. Tijdens de Hercynische gebergtevorming werd het een eerste keer tot gebergte opgeheven. Daarbij ontstond door het opstijgend stollend magma graniet en vormden zich door de hitte metamorfe gesteenten zoals leisteen uit klei en kwartsiet uit zandsteen. Tijdens de miljoenen jaren die volgden werden deze bergen weer afgesleten en verdwenen ze zelfs weer in zee. In die periode werd er veel kalk afgezet en, toen de zee terugtrok, klei.
Ca. 50 miljoen jaar geleden botste het Iberisch schiereiland nogmaals tegen het Europees continent. Daarbij werden de Pyreneeën een tweede keer opgeplooid en dubbelgevouwen. Door de grote druk schoven gesteentelagen over elkaar heen en kitte los materiaal samen tot conglomeraten met zandsteenbrokken, grind en keien.

Sierra de San Juan de La Peña / puddinggesteente

Recent, in de laatste ijstijd, boetseerden gletsjers het landschap. Door de schurende werking van wind, water en de gletsjers zelf is er een grillig reliëf ontstaan. U-vormige dalen die eindigen in verzamelbekkens of cirques en talrijke canyons en kloven die vlak achter de hoogste bergtoppen liggen. Dit verklaart de enorm grote variatie in zowel de landschappen als de plantengroei.

Cirque de Ordesa

In de streek die wij bezoeken, de Aragonese Pyreneeën, onderscheid men van noord naar zuid meerdere gebieden. De Alto Pirineo of hoge Pyreneeën met de hoogste pieken en de Sierras interiores. Gevolgd door de Depresión Intrapirenaica, een brede depressie waarin o.a. de Rio Aragón stroomt en zuidelijk daarvan de Sierras Exteriores of buitenste bergen.
Vanuit onze eerst verblijfplaats in Puente la Reina de Jaca kunnen we vele kanten uit: Je hebt niet enkel de vlakbij gelegen schitterende Hechovallei maar ook de kloosters van San Juan de la Penã en de westelijke valleien van de Roncal en de Ansó. Ook is de ligging ideaal voor een bezoek aan de Foz de Lubier die nog westelijker ligt en die, net als de vallei van de Roncal, buiten de provincie Aragón ligt.

Mallos de Riglos

Tijdens onze heenreis, komende vanuit het zuiden, zagen we al hoe mooi de Sierras Exteriores wel zijn. De ‘Mallos’ de Riglos bestaat uit een reeks cilindervormige roze-rode rotsen. De verticale wanden steken tot bijna 300 meter boven de omgeving uit. Het gesteente bestaat uit ronde keien in alle maten die samen gekit zijn: een conglomeraatgesteenten of puddinggesteente. Hier in de buurt ligt boven op een rotsheuvel het middeleeuwse kasteel van Loarre. Een wandeling rond het kasteel was een aangename rustpauze tijdens onze reis.

Castillo de Loarre

Een daguitstap die steevast op het programma van elke vogelreiziger staat en dus ook bij ons niet kon ontbreken, is een bezoek aan de erg mooie Hechovallei. Hoezo daguitstap? Wij trokken 5 dagen uit om deze vallei, waar je zo’n 40 km kan inrijden, en enkele zijdalen te verkennen. In het begin, vanaf Puente la Reina de Jaca is deze vallei erg vlak en de Aragón Subordán rivier nog breed. De rivier heeft hier een brede vallei uitgesleten. Op de zijwanden is de geulerosie in de zand-kleiafzetting goed te zien. Het is een landbouwzone en er vliegen vaak rode en zwarte wouwen, buizerds en dwergarenden over de velden. Hoog in de lucht hangen bijna altijd vale gieren. Ook zie je hier regelmatig aasgieren.

aasgier (Neophron percnopterus)

Verder stroomopwaarts en zeker na de dorpjes Hecho en Siresa, waar een middeleeuws klooster staat, wordt de vallei smaller en verandert de rivier in een kolkende bergstroom. Bij Boca del Infierno, (mond van de hel), een schitterende plek met hoge rotswanden en een diepe kloof met stroomversnellingen, is het uitkijken naar de rotskruiper. Telkens we er kwamen stonden groepjes vogelaars met telescopen de rotswanden af te speuren. Het is een gekende plek waar men in het verleden vaker dit zeldzame vogeltje heeft gezien. De rotskruiper komt uitsluitend voor bij steile berghellingen met daarin spleten en holen en rotsige stukken met korte vegetaties. Ook moeten de rotswanden zowel zonnige kanten als beschaduwde gedeelten hebben en er moet stromend water in de buurt zijn. Het is hier dus wel zijn ideaal biotoop. Alhoewel, om te broeden verkiest hij meestal toch hoger gelegen gebieden, maar ’s winters daalt hij af naar lagere regionen. Ook al zijn we hier enkele keren gepasseerd, en hebben we grondig rondgekeken, we kregen hem helaas niet te zien.

rotskruiper wand

Nog zo’n plek die aan alle voorwaarden voor de rotskruiper voldoet ligt in het zijdal bij de refuge Gabardito. De 6 km lange weg erheen loopt voornamelijk door bosgebied en eens boven is het uitzicht op het berglandschap overweldigend. Als je dan vanaf de parking nog een dik half uur stapt kom je bij een hoge rotswand uit. Ook hier ‘lag’ een groep vogelaars de rotsen af te speuren. Dat liggen is echt wel letterlijk bedoeld, want omdat je vlak bij een erg rechte rotswand omhoog moet kijken, doet na korte tijd je nek al pijn. Door te gaan liggen kan je het langer volhouden. Maar helaas, ook hier twee keer geweest en geen succes. Wel zagen en hoorden we onder andere alpengierzwaluwen, alpenkraaien, … Iets verder na de rots is er een schitterende plek met duizenden vlierorchissen, zowel de gele als de rode.

Op heel wat rotsen kan je vale gieren zien zitten. Meestal in de buurt van hun nesten. Het zijn sociale vogels want ze broeden in kolonies en ze zoeken hun voedsel (kadavers) in groep waarbij ze al zwevend honderden kilometers per dag kunnen afleggen.

Gewoon vetblad (Pinguicula vulgaris)

Na Boca del Infierno, loopt de weg enkele kilometers door een enge kloof, waarna het dal terug breder wordt. Hier starten de wandelingen door de uitgestrekte bossen van Selva de Oza. Ze zijn in de warme zomermaanden erg populair bij wandelaars die op de wandelpaden onder het dichte bladerdek van beuken en sparren verkoeling zoeken.
Hoger in de vallei verdwijnen stillaan de bomen en sommige weilanden staan er vol met orchideeën en mooie alpiene vegetatie met o.a. heel veel Dactylorhiza sambucina (zowel geel als rood), Orchis mascula, Gentiana sp., Primula sp., Ranunculus sp….

Valle de Aragón Subordán

Met de auto kan je nog een eind verder door de U-vormige wijde vallei rijden tot aan een slagboom. We zagen er een steenarend vliegen. Hier wordt aangeraden om goed uit te kijken naar de lammergier die hier vaak over de weilanden zweeft. Niet op zoek naar een lammetje zoals zijn naam laat vermoeden maar naar beenderen. Zijn Spaanse naam is quebrantahuesos en dat betekent ‘bottenbreker’. De lammergier voedt zich in hoofdzaak met knoken. Hij laat de beenderen herhaaldelijk vanuit de lucht op rotsen laat vallen tot de stukjes net zo groot zijn dat hij ze kan inslikken. Botten tot 20 cm kan hij in één keer inslikken. Wij zagen wel regelmatig lammergieren, maar niet hier.

Primula sp.

Te voet kan je verder de vallei inwandelen en na een korte zigzag klim raken we op het 200 m hoger gelegen plateau in de Valle de las Aguas Tuertas. Het water meandert hier breed uit over de valleibodem met in de achtergrond de hoge besneeuwde toppen. Vanaf midden juni tot oktober zullen hier runderen komen grazen. De traditionele transhumance is hier in de streek uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Om het de dieren iets te vergemakkelijken worden ze per vrachtwagen uit het Spaanse binnenland aangevoerd en lopen dan slechts vanaf de Boca del Infierno tot hier.
Een schitterend landschap, maar net als in de andere valleien in de buurt is er geen doorgang naar het noorden.

Typische schouw

Een manier om wel in Frankrijk te geraken, in de zomer althans, is via de vallei van de Ansó, en dan verder via Zuriza en Isaba. De weg volgt daarna de Arroyo de Belagua en slingert verder tot aan de Franse grens op de Col de la Pierre St. Martin. Deze valleien zijn lang van de buitenwereld afgesloten gebleven waardoor ze per vallei een ander dialect spreken. Ook houden ze hier oude tradities en gebruiken in ere. In de dorpen zijn de stenen huizen dicht tegen elkaar aan gebouwd. Typisch zijn de schouwen die hoog boven het dak uitsteken en die afgesloten zijn met een gebeeldhouwde steen. Deze espantabrujas of heksen verschikkers moeten ervoor zorgen dat heksen en boze geesten het huis niet kunnen binnendringen. En sinterklaas dan … zou je denken? Zijn taak is in Spanje overgenomen door de Drie Koningen die in de nacht van 5 januari de cadeaus brengen … en via de deur komen.

Col de la Pierre Saint-Martin

De omgeving van de Col de la Pierre St. Martin is een schitterende omgeving waar we graag een rondwandeling wilde maken. Er ligt hier nog veel sneeuw op de paden, want natuurlijk een mooi beeld is maar waardoor we er niet in slagen de volledige wandeling te doen. Want net na halfweg, daar waar meerdere paden samenkomen, zijn de markeringen ondergesneeuwd. Verloren lopen is geen optie, dus keren dan maar om, en genieten van de schitterende flora.

Primula intrigifolia

Van oktober tot nu zijn de bloemrijke weilanden bedekt geweest met een flink pak sneeuw. Waar de sneeuw gesmolten is duiken onmiddellijk de frêle bloemetjes op van o.a kwastjesbloemen, anemonen, primula’s en verschillende gentiaansoorten. Ruwweg de soortnaam geven lukt ons, maar het specifiek determineren is niet zo simpel, in België kent men 1300 hogere planten, in Spanje zijn er dat 8000.

Omgeving Refugio de Lizara

Nog een mooie bergwandeling die we tijdens de eerste week deden, vertrekt uit een ander zijdal, lager in het Hechodal. Na een autorit van ca. 10 km door het bosrijke zijdal stopt de weg bij de Refugio de Lizara. Hier vertrekken meerdere wandelingen zoals o.a. een variant op de Gr 11 die wij deden. Vooral het uitzicht is schitterend met een open zicht op de rotsformaties. We lopen dan ook aan de rand van de Valles Occidentales, een natuurpark dat gekend is als een van de laatste toevluchtsoorden van bruine beren en auerhoenen.
Helaas hebben we af te rekenen met druilerig en erg koud weer. Het is té koud om stil te staan bij de mooie alpenflora. We moeten veel vroeger dan dat we gepland hadden omkeren en teruglopen. Als we hier nog eens in de omgeving zijn komen wij zeker terug naar hier om deze schitterde wandeling over te doen.

Fotoalbum ‘Spaanse Pyreneeën en de Hechovallei’ weergeven

Toledo 2019

Fotoalbum ‘Toledo 2019’ weergeven

Net als vorig jaar zijn we eind april – begin mei, gedurende drie weken, gaan genieten van de ontluikende natuur in de omgeving van Plasencia in Extremadura. Het was ondertussen al de vijfde keer dat we in die regio vertoefden, maar nog steeds zijn we niet uitgekeken op de prachtige natuur en in het bijzonder op de vele vogels die hier voorkomen. Natuurlijk hebben we de klassieke vogelspotplekken bezocht, maar daarnaast hebben onze vrienden Michel en Jenny; en Jesús en MariCarmen ons ook dit jaar weer erg mooie, voor ons nieuwe plekjes laten zien. Foto’s en wat uitleg zullen we tonen in een later bericht.

Toledo – Mirador del Valle

Als afsluiter van deze reis hebben we er een bezoek aan Toledo aangeplakt. Eén van de oudste steden van Spanje, ca. 75 kilometer ten zuidoosten van Madrid gelegen, en vroeger de hoofdstad van Spanje. Al van ver is de schilderachtige stad bovenop de heuvel te zien die aan drie kanten omgeven is door de Taag, die hier in een diepe ravijn stroomt.

Wanneer Toledo exact ontstaan is, is niet bekend. Het moet in een periode zijn geweest dat er nog Keltische stammen op het Iberisch schiereiland leefden. In de tweede eeuw vóór Christus veroverden de Romeinen de nederzetting op de rotsheuvel. De combinatie van de rivier, de heuvel en de door de Romeinen aangebrachte fortificaties zorgden ervoor dat het een moeilijk te veroveren stad werd. In de loop van de zesde eeuw kwam Toledo in handen van de Visigoten; een volk uit Midden-Europa. Zo werd Toledo de hoofdstad van het Visigotische rijk, dat zich uitstrekte over grote delen van Frankrijk en het grondgebied van het huidige Spanje. Dit koninkrijk bleef intact totdat in 711 de Moren vanuit Noord-Afrika het Iberisch Schiereiland begonnen te veroveren en zich zo ook in Toledo vestigden.

Sinagoga de Santa María La Blanca

Net op dat zelfde moment kwamen er ook vele Joden aan. In de daaropvolgende eeuwen, onder het bewind van enkel tolerante katholieke koningen, ontwikkelde Toledo zich tot dé stad waar de islamitische, christelijke en joodse gemeenschappen in harmonie samenleefden en samenwerkten. Samen maakten ze hun stad groot door het uitwisselen van kennis, kunst en vaardigheden. Er werd veel geld verdiend in de zijde- en wolindustrie, maar echt rijk werden ze door de fabricage en de handel in prachtig versierde lange zwaarden, messen en harnassen. Toen kwamen er ridders uit heel Europa om in Toledo een zwaard te kopen, nu zijn dat de ‘Games of Trones’-fans van overal ter wereld.

Mezquita del Cristo de La Luz

Sinagoga de Santa María La Blanca

Het was voor de stad een tijd van economische voorspoed en bloei. Dit is te zien in de prachtige gebouwen uit die tijd. De vermenging van de drie culturen kunnen we zelf vaststellen zoals in de twaalfde-eeuwse Santa María la Blanca kerk in de Joodse wijk. Het gebouw werd onder katholieke koningen door Moorse architecten ontworpen als joodse synagoge. De witte muren en geometrische versieringen zijn kenmerken van de bouwstijl die Arabische architecten en bouwvakkers gebruikten, nl. mudéjar-stijl. Daardoor lijkt het een moskee. Later werd deze synagoge als katholieke kerk gebruikt.

Op het einde van de 16de eeuw kwam aan de bloei van Toledo een abrupt einde. Filips II, de zoon van keizer Karel maakte van Madrid zijn hoofdstad en er vond een etnisch-religieuze zuivering plaats. Toledo raakte hierdoor erg in verval. Pas na de burgeroorlog in 1936, waarbij in het centrum van de stad zwaar werd gevochten tussen nationalisten en republikeinen tijdens ‘het beleg van het Alcázar van Toledo’, werd besloten om volop in te zetten op de restauratie en renovatie.

Dakterras Hotel Carlos V

We beginnen ons stadsbezoek net buiten de stad bij de ‘miradors’ op de rondweg aan de zuidkant van de Taag. Vanaf deze plekken heb je een prachtig zicht op de stad waarbij vooral de ranke toren van de Kathedraal en het hoekige Alcázar opvallen tussen de dicht op elkaar gebouwde huizen. Het was dit beeld dat de schilder El Greco inspireerde voor zijn werk ‘Uitzicht op Toledo’.
Ons hotel voor de volgende dagen ligt in de buurt van het Alcázar, midden in het historisch centrum. Zo kunnen we zowel ’s morgens als ’s avonds in alle rust door de straten wandelen, en in het midden van de dag een siësta inlassen. En de dag afsluiten doen wij met een prachtig zicht op de stad aan de bar op het dakterras van ons hotel.

Hoewel de stad slechts 1,5 km² groot is, lijkt ze groter als je door de straten wandelt. Het heeft iets van een doolhof met heel veel bochtige straatjes en nauwe, soms doodlopende steegjes met hier en daar een trap. Dat komt omdat men steeds is blijven verder bouwen op de restanten uit het verleden. Op vele plekken kan je onder straten, huizen en kerken gaan kijken naar o.a Romeinse cisternen of Joodse badruimten. Die wirwar van straten was vroeger handig om binnenvallende vreemde troepen op een dwaalspoor te zetten, nu zorgt het voor verdwaalde toeristen.

Puerta del Sol

Voor de beveiliging van Toledo werd de natuurlijke bescherming die de Taag bood aangevuld met stadswallen. Deze bevinden zich dus vooral aan de noordkant. Een aantal van de stadspoorten, alsook de 2 historische bruggen over de Taag behoren tot de toeristische bezienswaardigheden van Toledo.
Zo zagen wij de indrukwekkende Puerta de Bisagra, uit de 10de eeuw, de Puerta de Alfonso VI, en iets verderop de verfijnde Puerta del Sol in mudéjarstijl. Al van in de Romeinse tijd was er een Puente de Alcántara. Later, in de 14 de eeuw werd er ook aan de westelijke kant een toegang voorzien door het bouwen van de Puente de San Martín.
De meeste toeristen combineren een bezoek aan Toledo met een verblijf in Madrid. We hoeven dus niet echt vroeg te zijn om de grote stroom voor te blijven. Ook al niet omdat we een rode ‘toeristen-armband’ gekocht hebben, waardoor we verschillende kerken en musea vrij kunnen binnenlopen en niet achter de lange rij, vooral Aziatische toeristen moeten aanschuiven voor een ticket.

Museo Sefardí

Toledo telt vele kerken en kloosters, volgens de toeristische gidsen zijn het er 66. Schitterend is het prachtige Monasterio de San Juan de los Reyes, uit het eind van de 15de eeuw. Dit gebouw is opgetrokken in Isabellastijl waarbij vormen en motieven uit de gotiek samen gaan met elementen uit de Mudejarstijl.
Het Museo Taller Del Moro vonden wij erg boeiend. Het is gevestigd in een oud Mudéjar-paleis uit de 14e eeuw en herbergt voorbeelden van Mudéjar-kunst en -handwerk uit de 14de en 15de eeuw.
Ook het gebouw van het Museo Sefardí heeft een schitterend interieur. Men toont hier historische, religieuze aspecten en gebruiken van het Joodse verleden in Spanje, evenals van de Sefardiem, de afstammelingen van de Joden die tot 1492 op het Iberisch schiereiland woonden.

Catedral Primada

Catedral Primada

Aan de indrukwekkend grote Catedral Primada (Catedral de Santa María de Toledo) heeft men gedurende drie eeuwen gewerkt, van 1226 tot 1493; vandaar de verschillende bouwstijlen. Met een lengte van 120 meter en een maximale breedte van 59 meter is het één van de grootste van Spanje. De kathedraal heeft twee torens waarvan enkel die aan de noordzijde afgewerkt is. Hierin hangt de Campana Gorda een achttiende-eeuwse klok met een gewicht van 17 515 kilogram. Ook binnen is het geheel groots en een lust voor het oog. Het koor wordt beschouwd als een van de grootste kunstwerken in het christendom. Vooral vanwege het gouden altaar in Vlaams-Gothische stijl dat het leven van Christus en de maagd Maria voorstelt. Daarnaast hanger er, zowel in de kerk als in de sacristie, schilderijen van onder meer El Greco, Rubens, Titiaan, van Dyck, Raphael, Velázquez en Zurbarán. Maar het meest opmerkelijk is misschien wel de 16de-eeuwse monstrans van verguld zilver. Ze is 3 meter hoog en weegt 180 kilo. Het tabernakel in het midden werd gemaakt van goud dat Columbus meebracht uit Amerika. Op Sacramentsdag wordt het rondgedragen in de straten van Toledo.

El Greco – Entierro-del-Senor-de-Orgaz

Toledo wordt ook wel de stad van El Greco genoemd, of eigenlijk van Domenikos Theotokopoulos. Deze Griekse schilder werd op Kreta geboren in 1541 en aanvankelijk opgeleid als iconenschilder. Als twintiger trok hij naar Italië en leerde er de knepen van de renaissance-schilderkunst. Grote opdrachten bleven echter uit zodat hij maar naar Spanje verhuisde. Als hofschilder werd hij geweigerd, maar in Toledo was er volop werk. Zeker nadat Filips II in 1561 zijn hele hofhouding verhuisde naar Madrid, en Toledo enkel nog de religieuze hoofdstad bleef. Dus wilde de stad zich bewijzen en mocht El Greco de vele kerken, kloosters en paleizen voorzien van kunstwerken. De meeste daarvan hangen nu in musea over de hele wereld. Slechts enkele zijn nog in Toledo te zien zoals in de Iglesia de Santo Tomé. Hiervoor schilderde hij het beroemde werk: ‘Entierro del Señor de Orgaz’. De graaf was zo een vrome en milde weldoener dat op zijn begrafenis zijn twee favoriete heiligen uit de hemel neerdaalden om hem persoonlijk naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Onderaan het werk is de graflegging te zien. In het midden staan de vrienden van de overledene waartussen El Greco zichzelf en zijn zoon heeft afgebeeld. En bovenaan is de transparante hemel te zien. Nog meer werken zijn te zien in het Museo del Greco. In enkele huizen, die de sfeer van de 16de eeuw uitstralen, heeft men een aantal werken bijeengebracht van El Greco en van zijn tijdgenoten.

Toledo – Mirador del Valle

Alcázar – Patio Carlos V

Op het hoogste punt van de stad ligt het imposante Alcázar. De Romeinen waren in de derde eeuw gestart met de bouw van een vierkante fort rond een centrale binnenkoer met vier hoektorens. Alle daaropvolgende heersers hebben het steeds verder verbouwd en uitgebreid. Dat is te zien aan de verschillende gevels die elk in een andere periode en stijl zijn opgetrokken. De laatste grote verbouwing en verfraaiing werd uitgevoerd rond 1520 in opdracht van Keizer Karel, de in Gent geboren laatste Rooms-Duitse keizer. Hij had de bedoeling van het Alcázar zijn officiële residentie maken. Het huidige gebouw is een reconstructie uit die tijd. Maar toen zijn zoon Filips II, besliste om de hofhouding naar Madrid te verhuizen raakte het in onbruik. Daarna is het Alcázar meermaals zwaar beschadigd door branden, door de troepen van Napoleon en tijdens de burgeroorlog. Er zijn dan ook geen koninklijke gedecoreerde zalen te zien, enkel het standbeeld van Keizer Karel op de binnenkoer. Sinds 2010 heeft het gebouw een nieuwe functie gekregen, nl. als bibliotheek en als legermuseum: het Museo del Ejército.
Toledo, heel veel moois in een kleine stad!

Fotoalbum ‘Toledo 2019’ weergeven

Sint-Petersburg dag 4

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 4’ weergeven

We zijn alweer aan de laatste dag toe. Net als gisteren rijden we via één van de brede lanen het centrum uit om zo het Catharinapaleis, een voormalige residentie van de Russische tsarendynastie te gaan bezoeken. We passeren langs heel wat grijze flatgebouwen uit de Sovjetperiode, alsook het Overwinningsplein met daarop een monument ter nagedachtenis, niet alleen van de slachtoffers, maar ook van de overlevenden van het beleg van Leningrad tijdens WO II. Heroïsche beelden van soldaten, zeelieden en rouwende moeders omringen dit monument van de Overwinning.

Catharinapaleis

Het Catharinapaleis; de zomerresidentie van tsarina Catharina de Grote ligt op een landgoed in de stad Poesjkin, die tot 1917 Tsarskoje Selo of ‘Tsarendorp’ heette. In 1937 kreeg deze stad naam Poesjkin, naar de Russische schrijver en dichter die hier naar school ging. Het Catharina paleis werd in opdracht van tsarina Elisabeth in 1752 door architect Rastrelli ontworpen. Een van de grootste aanpassingen gebeurde in opdracht van Catharina de Grote door architect Charles Cameron.

Catharinapaleis

Catharinapaleis

Ook vandaag mogen wij weer via een aparte ingang binnen en ontsnappen zo aan de lange wachtrij. Het paleis is bekend om zijn grote balzaal, met de mooie plafondschildering ‘De triomf van Rusland’, verguld houtsnijwerk en heel veel spiegels. In de schitterend gedecoreerde kleinere kamers vallen de grote kachels met Delfts blauwe tegels op.

Maar hét hoogtepunt van het paleis is de Barnsteen- of Amberzaal. Een absolute lust voor het oog. De wandverlichting met (elektrische) kandelaars, beschijnt de gele en honingkleurige en rode barnsteen. De panelen uit fossiele hars waren een geschenk van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm I aan de Russische tsaar Peter de Grote in het jaar 1716. Architect Charles Cameron gebruikte ze tijdens zijn verbouwingen, in combinatie Venetiaanse spiegels en andere ornamenten om een kamer mee te bekleden.

Bijna 200 jaar later, in 1941, veroverden de legers van Adolf Hitler het Catharina Paleis. Slechts een deel van de waardevolle inboedel kon in veiligheid gebracht worden door Russische archivarissen, maar niet de barnsteenkamer. Toen de nazi’s zich terugtrokken na het mislukte beleg van Leningrad in 1945 verwoestten ze alle gebouwen.
De panelen waren al eerder door de nazi’s gedemonteerd en naar Kaliningrad gebracht. Vanaf daar loopt het spoor echter dood, en zijn de panelen verdwenen. Dit zorgde voor het ontstaan van tal van speculaties en legendes; zoals onlangs nog: dat de panelen in een treinwagon in een tunnel in Polen zouden liggen.

Catharinapaleis

Al direct na de oorlog is men begonnen met de restauratie van het paleis. In 1979 werd besloten om ook de barnsteenkamer te herbouwen. Met de financiële steun van de Duitse firma Ruhrgas AG (die Russisch gas verhandelt) werden eerst de vakmensen opgeleid om daarna aan de hand van oude plannen en foto’s alles minutieus na te bouwen. In 2003, net op tijd voor de viering van het 300-jarige bestaan van de stad Sint-Petersburg was men klaar.

We gaan wandelen door een klein deel van de parken en tuinen. Rond de grote vijver werd een landschapspark aangelegd met tal van paviljoenen. Het uitzicht is steeds wisselend. De tuinen van het Alexanderpark zijn geometrisch aangelegd; met bloemperken, hagen en siervijvers. Door het park lopen uitgestrekte lanen met klassieke beelden. Het valt op dat in tegenstelling tot het Peterhof hier nauwelijks fonteinen te zien zijn. Volgens Ludmila hielden zowel Elisabeth als Catherina niet van fonteinen.

Catharinapaleis

Op een rots uitziend over een vijver staat het beeld ‘Meisje met de kruik’ uit 1816. De kruik is gebroken. Het meisje zit daarom tijdloos droef bij een tijdloze stroom. Het beeld inspireerde Poesjkin tot het schrijven van het gedicht ‘Fontein van Sarskoje Selo’.

Hermitage collectie General Staff Building

Wij rijden terug naar Sint-Petersburg. De rest van de namiddag zijn we vrij, ideaal dus, want er staat nog een museum op onze to do lijst. Daarvoor moeten we terug naar het Paleisplein. Aan de overkant van het Winterpaleis staat het grote geel-witte gebouw van de Generale Staf. In het verleden was dit het hoofdkwartier van het Russische leger.
In 2014, net 250 jaar na de opening van de Hermitage, werd na een grondige verbouwing een deel van de collectie van het Hermitage museum naar hier gebracht. Sindsdien is de collectie impressionistische en post-impressionistische werken hier in moderne en ruime zalen te bewonderen.

Hermitage collectie General Staff Building

De werken die hier te zien zijn waren hoofdzakelijk eigendom van vooruitziende particuliere verzamelaars. Na de revolutie van 1917 werden hun collecties genationaliseerd en ondergebracht in de Hermitage. De getoonde werken van onder andere Matisse, Picasso, Monet, Renoir, Cézanne, Degas, Gauguin, Pissarro en Van Gogh zijn buitengewoon. Alles opsommen heeft geen zin want het is veel te veel. Een mooie afsluiter van ons bezoek aan Sint-Petersburg.

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 4’ weergeven

Sint-Petersburg dag 3

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 3’ weergeven

Sint-Petersburg heeft een mild zeeklimaat. Ons doet het wat denken aan het weer in IJsland, want ook hier wisselen wolkenvelden, regen, hagel en stralende zonneschijn elkaar in snel tempo af. In de zomermaanden kan het zeer warm worden en kent men ook ‘Witte Nachten’ of ‘Beliye Nochi’. Gedurende een drietal weken wordt het dan ’s nachts niet echt donker; een kenmerk van gebieden die op meer dan 60° van de evenaar liggen. In de winter, daarentegen, zijn de dagen erg kort. Doordat het erg koud is blijft de sneeuw maandenlang liggen.

Peterhof

Peterhof

Dit en nog zoveel meer vertelt Ludmila ons terwijl we onderweg zijn naar het ‘Peterhof’ of het zomerpaleis, dat zo’n 25 km verderop aan de oever van de Finse Golf ligt. Tijdens zijn reizen door West-Europa raakte Peter de Grote gecharmeerd door de elegante paleizen van de westerse vorsten. Ook, om de toegang tot de Oostzee veilig te stellen, besloot hij hier op een klif aan het water een residentie te bouwen die passend was bij zijn ambt. Het voorbeeld dat hij voor ogen had was het Kasteel van Versailles. Voor het ontwerp koos hij Jean Baptiste Le Blond, een architect van Lodewijk XIV. Het project lag hem zo nauw aan het hart dat hij mee hielp bij het ontwerpen.

Het Peterhof

In 1714 werd begonnen met de bouw van twee paleizen: het kleine paleis, Monplaisir vlak aan het water en het centraal gelegen grote landhuis in wit en geel: de kleuren van Sint-Petersburg. Met man en macht werd er gewerkt, ook aan het park met zowel Franse als Engelse tuinen en waterpartijen. Na zijn dood in 1725, liet zijn dochter Elisabeth alles onder handen nemen door haar favoriete architect Rastelli. Hij bouwde twee vleugels bij en liet het interieur opnieuw inrichten.

Het Peterhof

Het Peterhof

Onze rondleiding start binnen in het Grote Paleis. Net na de toegang moeten we overschoenen aantrekken om de kostbare vloeren niet te beschadigen. Ludmila loodst ons vlot voorbij aan de luidruchtige Aziatische groepen; door de verschillende staatsievertrekken, balzalen, privé-suites, troonzaal etc, etc… … Alle kamers zijn weelderig gedecoreerd met de meest kostbare materialen. Prachtig meubilair, heel veel kroonluchters, beelden, vazen, ornamenten. Kortom heel veel om te bewonderen! Op foto’s is te zien hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog, zowel het paleis als de tuinen, zwaar beschadigd of zelfs geheel verwoest werden door de Duitse troepen. Bij het begin van de oorlog hadden de museummedewerkers nochtans getracht meubels, schilderijen, standbeelden en andere kunstobjecten te verstoppen of zelfs te begraven in de tuinen. Maar helaas vlak voor hun aftocht hebben de Nazi’s grote delen van het paleis opgeblazen. Onmiddellijk na de oorlog is men begonnen met de restauratie. Aan de hand van tekeningen en foto’s heeft men alles tot in het kleinste detail gereconstrueerd.

Peterhof

Peterhof

Terug buiten merken we dat het wisselvalige karakter van het weer wel klopt, want het druilige weer van vanmorgen heeft plaats gemaakt voor uitbundige zonneschijn. Vanop het terras hebben we een schitterend zicht op de onderliggende tuinen met kleurrijke bloemperken. Een prachtig symmetrisch geheel, beginnend bij de grote barokke cascade. De trapvormige waterpartij eindigt bij een grote vijver met daarin een erg krachtige fontein. Die vijver is verbonden met een 400 meter lang kanaal dat naar de Finse Golf loopt Het is een van ’s werelds meest spectaculaire waterpartijen, die oorspronkelijk mee door Peter de Grote werd ontworpen. Alle water, voor de meer dan 100 fonteinen en waterspuwers (die pas vanaf 11 uur in werking treden), komt via leidingen met een natuurlijke druk vanuit de heuvels 22 km verderop. Tussen de vele fonteinen in het park zitten er ook ‘bedriegertjes’, die plots in werking schieten als men dichtbij komt. Volgens Ludmila was Peter de Grote er dol op om hiermee zijn gasten de stuipen op het lijf te jagen.

Aan de Finse golf

Vlak aan de Finse golf staat het kleine paleis Monplaisir. Ook na de bouw van het grote paleis bleef Peter de Grote in dit vrij kleine sobere paleisje wonen. Vaag lijkt het op een Nederlands landhuis, met zijn hoge puntdak en smalle rechthoekige ramen. Hier ontving hij ook zijn beste vrienden die verplicht werden om al vanaf het ontbijt grote hoeveelheden cognac en wodka te drinken. Het is namelijk Russische traditie om een aangeboden glas niet te weigeren wegens onfatsoenlijk en als een fles eenmaal geopend is, moet deze leeggedronken worden.
Terug in Sint-Petersburg hebben we vrij. Ludmila stuurt ons nog wel naar Kuznetsjini, de overdekte markt. Het is blijkbaar de meest centraal gelegen boerenmarkt in de stad. Maar wij zijn snel uit uitgekeken, want zoals zo wat overal in Europa verliezen dit soort markten aan populariteit door de opkomst van supermarkten.

Tijd om even een pauze in te lassen en uit te rusten, want vanavond gaan we uit!
In de buurt van het Kunstenplein wonen we in het Academisch Theater een voorstelling bij van ‘Het Zwanenmeer’. Het is nog altijd het meest gedanste en voor velen ook het mooiste ballet ter wereld. In 1876 schreef Tsjaikovski, dan al een beroemde componist, de muziek voor zijn eerste ballet op verzoek van het Ballet van Moskou. Het is een sprookje over liefde en de eeuwige strijd tussen licht en duisternis, gesymboliseerd door de zwarte en witte zwanen. Het plot is vrij simpel en gebaseerd op de oude Duitse legende van de mooie prinses Odette die verandert in een zwaan, dit door de vloek van de kwaadaardige tovenaar Rothbart.

Het Zwanenmeer

We zijn geen echte balletkenners, maar we waren erg gecharmeerd door de mooie decors, de muziek en de prachtige uitvoering. Voor we terug naar het hotel gaan, genieten we nog na bij een fris getapte pint in een van de vele Belgium Beer Cafés.

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 3’ weergeven

Sint-Petersburg dag 2

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 2’ weergeven

De timing van Ludmila is perfect! Net als we aankomen bij de Izaäkkathedraal zwaait de poort open en kunnen we als eerste binnen. Absoluut indrukwekkend, we zijn zo goed al alleen in één van de grootste kathedralen ter wereld. Het interieur bestaat uit prachtige iconen, ongelooflijk gedetailleerde mozaïeken, schilderijen, muurschilderingen, zuilen van malachiet en vloeren gemaakt met de mooiste materialen en door de beste kunstenaars van hun tijd.

Izaäkkathedraal

In 1818 is men begonnen met de bouw naar een ontwerp van Auguste de Montferrand. Een werk dat veertig jaar zou duren. Voor de fundering alleen al, waaraan men met 125 000 man gedurende vijf jaar gewerkt heeft, heeft men 11 000 in teer gedrenkte boomstammen in de drassige ondergrond geheid. Ze waren nodig om het gewicht van 300 000 ton te kunnen dragen.

Izaäkkathedraal

Alles is groot en zwaar! De binnen oppervlakte is 4 000 m² en er is plaats voor 14 000 mensen. De bakstenen buitenmuren zijn tussen 2,5 en 5 meter dik en zowel langs binnen als buiten bekleed met marmer. In de kathedraal zijn in totaal 112 zuilen uit één stuk verwerkt.
De pilaren aan de buitenzijde zijn uit massieve stukken rood graniet. Ze werden op platbodems vervoerd over de Finse Golf tot aan de kade vlakbij en daar bewerkt en gepolijst tot zuilen. Iedere zuil heeft een diameter van 1,8 meter, is 17 meter hoog en weegt 114 ton. Binnen rust de metalen koepel, die een diameter van bijna 26 meter heeft, op 24 zuilen. De koepel bestaat uit drie, onderling verbonden structuren en is zowel binnen als buiten rijkelijk versierd of verguld.

In de kerk, nu een museum, wordt met foto’s, tekeningen en maquettes uitgelegd wat voor grote technische prestatie de bouw wel was. Ludmila wijst ons erop dat de arbeidsomstandigheden bij de bouw ronduit triest moeten zijn geweest. De arbeiders sliepen in vochtige houten barakken met aarden vloeren. Ze waren ondervoed, slecht gekleed en door gebrek aan hygiëne leden ze aan allerlei ziektes. Velen stierven doordat ze van de hoge stellingen vielen. Maar het gevaarlijkste werk was het vergulden van de koepels en de kruisen. Hiervoor werd een vloeibaar mengsel van kwikzilver en goud op de koperen platen aangebracht. Door verhitting liet men het kwikzilver verdampen zodat er een mooie goudlaag achter bleef. De arbeiders werden echter langzaam vergiftigd door het inademen van de uiterst giftige dampen.

Generale Staf gebouw – De Alexanderzuil

We rijden met ons busje tot aan het Paleisplein. Midden op het plein staat een rode granieten pilaar, met bovenop een engel met een kruis: de Alexanderzuil. Deze zuil, 47 m hoog, is opgedragen aan tsaar Alexander I voor zijn rol bij de overwinning op Napoleon. Het is het grootste vrijstaand monument ter wereld. Ook dit is een ontwerp van Auguste de Montferrand, 2400 arbeiders hebben er twee jaar aan gewerkt. In het verleden vonden op dit plein belangrijke historische gebeurtenissen plaats. Zo was er in 1905 de ‘Bloedige zondag’ die een einde maakte aan het tsaristisch Rusland en ook de Oktoberrevolutie van 7 november 1917, toen Bolsjewieken onder leiding van Lenin het Winterpaleis bestormden.

Het Winterpaleis

Na de dood van Tsaar Peter de Grote ging zijn dochter, tsarina Elizabeth, door met het uitbouwen van de stad. Zij gaf aan haar favoriete architect Bartolomeo Rastrelli de opdracht langs de Neva het Winterpaleis te bouwen. Het werd een groot rechthoekige paleis, waarvan elke zijde 250 m lang is en dat zo’n 1 500 vertrekken telt.

De Hermitage

Peter de Grote was al begonnen met het verzamelen van Westerse schilderijen en beeldhouwwerken. Zijn dochter Elizabeth breidde de verzameling uit, maar pas onder Catharina II werd de basis gelegd voor de schitterende collectie die nu in de Hermitage te zien is. In 1764 kreeg ze, omdat hij zijn schulden niet kon voldoen, van de Berlijnse koopman Gotzkowsky ruim 300 schilderijen. Daarbij waren er onder andere Vlaamse en Hollandse meesters. Ook zelf schafte ze veel kunstwerken en grote hoeveelheden zilver en porselein aan om haar paleizen te versieren. De verschillende opvolgers vergrootten de verzameling en breidden het paleis uit met nieuwe gebouwen. In 1852 werd het complex voor het eerst opengesteld voor het publiek. Na de Russische Revolutie werden privécollecties van verzamelaars geconfisqueerd en verhuisden vele stukken naar hier.
Tegenwoordig is de Hermitage collectie in het Winterpaleis de grootste en veelzijdigste ter wereld. In iets meer dan 2,5 eeuw heeft men meer dan 3 miljoen objecten verzameld. Daarvan kan slechts een minuscuul deel, rond de 65 000 stuks, aan het publiek getoond worden.

De Hermitage

Ludmila loodst ons via de aparte ingang voor groepen naar binnen. Ze start de rondleiding bij de staatsievertrekken van de tsaren. Niet alleen de collectie is bijzonder, maar ook de gebouwen en de interieurs. Ze tonen aan in wat voor weelde de Russische tsaren leefden. Overvloedig gedecoreerde muren en plafonds waarbij de duurste materialen gebruikt werden. Het zijn stuk voor stuk meesterwerken van de rijke Russische barok.

De Hermitage

Met een indrukwekkende trap komen we via de kleine troonzaal uit in de grote troonzaal, met zijn prachtige parketvloer uit 16 verschillende houtsoorten. We gaan verder via de Malachietzaal, met zuilen en vazen van malachiet, naar de Paviljoenzaal. In deze met goud en wit marmer bekleedde zaal staat de beroemde Pauwenklok. Het reusachtig uurwerk is hét voorbeeld van robotica uit de 17e eeuw. In galerij 1812 hangen 400 portretten van Russische helden die streden in de oorlog tegen Napoleon.

De Hermitage

Ludmila laat ons de mooiste kamers en de meest interessante kunstwerken te zien. Daarbij horen natuurlijk de schilderijen van Leonardo da Vinci en het beeld Gehurkte Knaap van Michelangelo. Ook de schilders uit de Lage Landen zijn zeer goed vertegenwoordigd met werken van onder andere Antoon van Dyck en Peter Paul Rubens (40 werken). Maar ook van Frans Hals, Jan Steen en natuurlijk Rembrandt. Danaë, Flora, De terugkeer van de verloren zoon, er hangen in totaal 20 werken van zijn hand en meer dan 100 van zijn leerlingen. Werken van Caravaggio, Rafaël, El Greco, Titiaan, Bosch, Bruegel … noem maar op, … ze hangen er. Daarnaast zijn er nog mozaïeken, sieraden, een enorm assortiment kunstvoorwerpen uit het oude Griekenland, Rome, Egypte en Perzië; voorwerpen uit het stenen tijdperk, etc…

De Hermitage

Tussendoor krijgen wij nog een geleide rondleiding in de diamantenkamer. In enkele zwaar beveiligde ruimtes worden de meest verfijnde juwelen, sieraden, snuifdoosjes, tafeldecoraties en objects d’art van de tsaren-dynastie getoond. Deze stukken werden, of aangekocht bij topjuweliers, of werden aangeboden als diplomatiek geschenk. De uitleg bij deze unieke meesterwerken mag enkel gegeven worden door een curator van de Hermitage.

De Hermitage

Het officiële gedeelte zit erop! Tijd, om even te pauzeren in het museumcafé. Ook na de pauze blijven we nog rondkijken, maar nu in een andere vleugel. Op de benedenverdieping is er een tijdelijke tentoonstelling met werken van tijdgenoten van Rembrandt.
Ook wandelen we rond in de woonvertrekken van de laatste tsarenfamilie. We komen uit bij de afdelingen met meubilair, met Brusselse wandtapijten, werken van kunstenaars uit Italië en Spanje. Veel te veel om op te noemen! Voor wie zelf wil u ook eens wil rondkijken bestaat er de virtuele tour: https://www.hermitagemuseum.org

Beloselsky-Belozersky paleis

Net voor sluitingstijd verlaten we het museum. Na zo’n hele dag binnen slenteren gaan we wat doorstappen. Vlakbij ligt de Nevski Prospekt. Met zijn vele aantrekkelijke gebouwen is het sinds de 18e eeuw de winkel- en uitgangsstraat van Sint-Petersburg. Tsaar Peter de Grote gaf in 1709 opdracht deze straat aan te leggen. Er staan tussen de opvallende burgerhuizen, paleizen en handelspanden, ook kerken van verschillende geloofsovertuigingen. Enkele opvallende gebouwen zijn: het barokke Stroganov paleis waarin een gedeelte van de collectie van het Russisch Museum wordt getoond, de Barrikada Cinema die nu weer terug een bioscoop is. Het, in Art Deco stijl gebouwde Singerhuis, is nu een boekenwinkel, maar werd destijds gebouwd in opdracht van de naaimachinefabrikant. Aan de overkant van de straat staat het gebouw van bonthandelaar Mertens, zoals op de gevel te lezen is. Het glas accentueert de neoclassicistische bogen. Het literair café op de hoek werd bezocht door beroemde schrijvers en dichters als Dostojevski en Poesjkin.

Jelsejev-gebouw, delicatessenzaak

In het Jelsejev-gebouw, één van de mooiste Art deco-huizen in de stad, ziet de delicatesse zaak er weer net zo uit als in 1900. Ook liggen er drie grote winkelpassages aan Nevski Prospekt: de Zilveren rijen, Gostiny Dvor en Passazj. Gostiny Dvor, ook een creatie van de architect Rastelli, was een van de eerste overdekte winkelcentra ter wereld. In de jaren 90 kreeg het witgele gebouw met de arcades een facelift en kwamen er luxe winkels in. Dit is echt het bruisende deel van de stad met vele cafés en restaurants. Dat komt goed uit want het is net tijd om iets te gaan eten na alweer een onvergetelijke dag.

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 2’ weergeven

Sint-Petersburg dag 1

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 1’ weergeven

Het was een verstandige keuze om gisterenavond met de hogesnelheidstrein Sapsam, naar hier te reizen. We hebben goed geslapen en zijn er klaar voor om Sint-Petersburg te verkennen. Ons reisgezelschap is aangegroeid tot 17: wij met ons tweetjes, de acht mensen die met de nachttrein uit Moskou zijn gekomen en zeven vers ingevlogen deelnemers. Voor de volgende dagen hebben we een nieuwe plaatselijke gids: Ludmila.

Het winterpaleis

Bij het begin van onze stadsrondrit legt ze uit dat Sint-Petersburg niet genoemd is naar Tsaar Peter de Grote, maar wel naar diens naamheilige: Petrus. Oorspronkelijk was de naam ‘Sankt-Piter-Boerch’; een imitatie van het Nederlandse “Sint-Pietersburg”. Het is een relatief jonge stad die vanaf 1703 onder leiding van Peter de Grote gebouwd werd. Inspiratie daarvoor deed hij op tijdens zijn reizen door Europa. Vooral Holland, en in het bijzonder Amsterdam met zijn grachten en statige herenhuizen, diende als voorbeeld. Hij besloot om een havenstad te stichten, die gemakkelijk toegang had tot de Oostzee, bij de Finse Golf. Het werd een hele klus om in een vrijwel onbewoond moerasgebied, rond enkele eilandjes in de Neva delta, een moderne hoofdstad voor Rusland te creëren. Toch koos hij deze plek omdat de Neva en enkele zijrivieren toegang gaven tot het binnenland. Aan de andere kant was, door de nabijheid van de Oostzee, Europa vrij dicht bij. Hij noemde de stad zelf ‘een venster naar Europa’. Ondanks vele technische moeilijkheden waren 10 jaar later de belangrijkste regeringsgebouwen en paleizen klaar.

Kunstenplein – Russisch Museum – Alexander Poesjkin

Achter alle pracht en praal schuilde wel een harde realiteit. Meer dan 100 000 dwangarbeiders, onder wie veel Zweedse krijgsgevangenen kwamen door uitputting en ziekte om het leven tijdens de stadsaanleg. Daarnaast werden mensen uit andere delen van Rusland gedwongen om naar de nieuwe stad te verhuizen.

We rijden eerst door de Nevski Prospekt; deze ruim 4 kilometer lange straat is de oudste en belangrijkste winkelstraat van Sint-Petersburg. Prospekt is een verbastering van perspectief. Al vrij snel, na het ontstaan van de stad, vestigden zich hier buitenlandse handelaren en zakenlieden. Vanuit ons busje is de bijzondere architectuur van de vele gebouwen moeilijk te zien. Tijdens onze vrije momenten de volgende dagen zullen wij hier nog meerdere keren langskomen.

Kerk van de Verlosser op het Bloed

Onze eerste stop is bij de Kerk van de Verlosser op het Bloed, gebouwd op de plek waar in 1881 tsaar Alexander II werd vermoord. Ze lijkt sterk op de Basiliuskathedraal in Moskou, maar is nog kleurrijker (alhoewel dat met dit sombere weer niet zo lijkt). Op de gevels zijn mozaïeken aangebracht met taferelen uit het Nieuwe Testament en wapenschilden van de verschillende regio’s van Rusland. Dit laatste als symbool voor de rouw van alle Russen na de dood van hun tsaar. Na de revolutie werd de kerk volledig geplunderd en diende als opslagplaats. Inmiddels is ze gerestaureerd en doet ze dienst als museum.

Achter de kerk ligt het Kunstenplein. Midden in het lommerrijk parkje staat het standbeeld van Alexander Poesjkin, Ruslands grootste schrijver. In de onmiddellijke omgeving bevindt zich niet alleen het Russisch museum, maar ook de Filharmonie en enkele theaters.

Kathedraal van de Heilige Nicolaas

We rijden naar de Nicolaaskathedraal. In de tijd van Peter de Grote woonden in deze buurt zeelieden en stond hier voor hen een houten kerk. Later liet zijn dochter tsarina Elisabeth, er deze prachtige barokke kerk en losstaande klokkentoren in babyblauw, wit en goud bouwen. In de Russisch-Orthodoxe kerk staat de term kathedraal niet voor een soort hiërarchie, maar is gewoon een gebouw met meerdere kerken of kapellen. Verbazing alom, want wij zien maar 1 kerk. Ludmila vertelt ons dat wij ons in de benedenkerk bevinden, welke bedoeld is voor dagelijks gebruik. Boven ons bevindt zich de bovenkerk welke op zondagen en bij speciale gelegenheden zoals bruiloften gebruikt wordt.
De kathedraal is één van de acht kerken in Sint-Petersburg die gedurende de Sovjetperiode niet gesloten of gesloopt werden, al werden wel de klokken in beslag genomen.

Rostrazuil

De volgende stop is bij de oostpunt van Vasiljevki-eiland aan de oever van de Neva. Hier was oorspronkelijk het handelscentrum en de haven van de stad. Nu zijn er o.a. de Academie van Wetenschappen, de universiteit en verschillende musea. In de Kunstkammer zijn anatomische preparaten en biologische curiositeiten op sterk water te zien, die door Peter de Grote werden verzameld. Opvallend van vorm en kleur zijn de twee Rostazuilen. Oorspronkelijk waren dat vuurtorens, die de schepen door de drukke haven moesten leiden. Op de brede Neva zijn, buiten de rondvaartboten, nauwelijks schepen te zien. Daar is, zo vertelt Ludmila, een verklaring voor. De bruggen zijn te laag om grote (zee)schepen door te laten. Om er voor te zorgen dat het drukke verkeer niet vastloopt gedurende de dag, gaan de bruggen enkel ’s nachts een tijdje open. De schepen passeren dan in konvooi. Automobilisten moeten er dan wel rekening mee houden dat ze niet aan de overkant geraken.

Petrus-en-Paulusvesting

Op een klein eiland in de Neva rivier, vroeger gekend onder de naam ‘hazeneiland’, werd de Petrus en Paulusvesting opgetrokken uit hout. Het was het eerste bouwwerk van de nieuwe stad en het moest het gebied beschermen tegen mogelijke aanvallen van de Zweden. De Zweden werden echter al verslagen voordat het fort voltooid was. Vrij snel liet Peter de Grote het oorspronkelijke ontwerp van Domenico Trezzini herbouwen in steen. Het fort heeft de vorm van een onregelmatige zeshoek, met op elke hoek een bastion. Daarin werden (politieke) gevangenen opgesloten en gemarteld. Een van de eerste gevangene hier was Peter de Grote’s eigen zoon, Alexei, die in 1718 ter dood werd gebracht wegens verraad. Later werden hier ook Fjodor Dostojevski, Leon Trotski en Maxim Gorki opgesloten.

Petrus-en-Pauluskathedraal / graf Peter de Grote

Binnenin staan een aantal gebouwen met in het midden de barokke kathedraal. Het is een opvallend gebouw, want de typische uivormige koepels ontbreken. De klokkentoren, die als eerste af was, was een uitstekend uitkijkpunt van waaruit Peter de Grote de bouwwerkzaamheden in zijn nieuwe stad kon overzien. Boven op de toren staat een vergulde spits met daarop een engel die een kruis boven haar hoofd houdt. In de toren stond oorspronkelijk een beiaard die in 1720 geschonken was door de beiaardschool van Mechelen. Helaas raakte in 1756 de toren en de klokken bij een brand zwaar beschadigd. De toren in oude glorie herstellen was geen probleem. Maar hoewel men meerdere pogingen ondernomen heeft, was de restauratie van de beiaard geen succes. In 2001 besloot Vlaanderen, als bijdrage aan de restauratie van de kerk, een gloednieuwe beiaard te schenken. Het orgel wordt echter niet gebruikt tijdens de vieringen. In de Russisch-Orthodoxe kerk gebruikt men geen muziekinstrumenten, enkel koorzang. Een kort voorbeeld van de sterke vocale traditie krijgen we in een zijkapel waar een vijfkoppig mannenkoor a capella een prachtig lied vertolkt.

Petrus-en-Pauluskathedraal

In de kathedraal liggen de overblijfselen van bijna alle Russische tsaren vanaf Peter de Grote tot Nicolaas II. De laatste werd er pas in juli 1998 met zijn familie herbegraven, nadat hun overblijfselen eerst waren opgegraven in de buurt van Jekaterinenburg en meerdere malen waren onderzocht op echtheid.

Paleiskade van uit Petrus-en-Paulusvesting

We wandelen naar de Nevapoort die uitgeeft op de pier, vanwaar gevangenen werden weggevoerd voor hun executie of verbanning. Onder de poort geven bordjes de record waterstanden aan. Bij aanhoudende westenwind wordt het water richting de stad gestuwd, dikwijls met overstromingen tot gevolg. Sinds de bouw van een grote dam, die de Finse golf afsluit, zou dit niet meer mogen gebeuren. We mogen even niet treuzelen van Ludmilla, want we moeten naar het Naryshkin bastion wandelen. Sinds de achttiende eeuw wordt hier elke middag, stipt om 12 uur, een kanonschot afgevuurd. Dit om de inwoners de tijd te melden of ze te waarschuwen dat het waterpeil van de Neva steeg en er gevaar voor overstromingen bestond.

Alexander Nevsky klooster

Na de middagpauze rijden we naar het Alexander-Nevsky klooster, gesticht in 1710 door Peter de Grote. De naam verwijst naar de vorst die in 1240 de Zweden versloeg. De tsaar wilde hier zijn relikwieën bewaren en riep Alexander-Nevsky uit tot beschermheilige van de stad. Het kloostercomplex draagt de titel “Lavra”, hetgeen de hoogste rangorde in het Russisch-orthodoxe geloof aanduidt. Er zijn slechts vier kloosters die deze titel dragen. Het interieur van de barokke hoofdkerk is prachtig gedecoreerd met fresco’s, en bezit een unieke iconostase van rood agaat en wit marmer en met werken van van Dyck en Rubens.
Links en rechts bij de hoofdingang van het klooster liggen kerkhoven, links het Lazarus kerkhof, rechts het Tikhvin kerkhof. Op dat laatste liggen de stoffelijke overschotten van belangrijke Russische architecten, geleerden, schilders, dichters en componisten: onder wie Dostojevski, Tjaikovsky en Rimski-Korsakov. Ook in de tuin van het complex is nog een begraafplaats met opvallende communistische en atheïstische grafmonumenten..

Fabergé Museum

Het programma van het reisbureau zit erop voor vandaag. Zij die vannacht met de trein gereisd hebben zijn blij om te kunnen gaan rusten; wij daarentegen gaan terug naar het centrum voor een bezoek aan het Fabergé museum.
In 2013 opende men dit museum in een van de mooiste paleizen, het Shuvalov-paleis, aan het Fontanka kanaal. De collectie van het museum bestaat uit decoratieve en toegepaste werken, object d’art, van Russische juweliers en in het bijzonder van de hand van Carl Fabergé. Vanaf de jaren 80 van de 19e eeuw werden in zijn atelier, naast juwelen ook uitzonderlijke kunstobjecten van kostbare materialen zoals goud, zilver, diamanten, parels en edelstenen gemaakt. De beroemdste zijn de tweeënvijftig fantasievolle paaseieren die hij maakte in opdracht van de tsaren.
Centraal in het museum worden de 9 eieren en andere objecten tentoongesteld, die de oligarch Viktor Vekselberg in 2004 voor 100 miljoen dollar van de familie Forbes kocht.

Fabergé Museum

Vanaf 1885 gaf tsaar Alexander III juwelier Fabergé de opdracht om jaarlijks een paasei te maken voor zijn vrouw de tsarina Maria Fjodorovna. Daarbij moest elk ei uniek zijn en een bepaald thema hebben. Verder kreeg Fabergé de vrije hand en wist zelfs de tsaar niet hoe het volgende ei er uit zou zien. Ook onder Nicolaas II werd de traditie voorgezet, maar werden er twee eieren besteld: één voor zijn vrouw en één voor zijn moeder. Nog een kleine tip: als u aan het ticket office vraagt “Waar is dat feestje???” zullen ze zeker antwoorden “Hier is dat feestje!!! Dat hebben wij deze Russische supporters van de Red Devils op hun vraag, aangeleerd.

Boottocht kanalen en Neva

Het is een warme, zonnige zomeravond, dus ideaal voor een boottocht. Aan het museum kan je aan boord gaan voor een ontspannende, 2 uur durende, rondvaart door een aantal kanalen en over de rivier de Neva. Vanmorgen zagen we vele gebouwen in het centrum vanuit ons busje, en nu dus nog eens. Maar het is totaal anders; rustig in de avondschemering. In het hoogseizoen, dus tot vorige week, werden hier ook nachtelijke boottochten georganiseerd. Het moet bijzonder mooi zijn langs de verlichte paleizen, kerken en (openstaande) bruggen te varen. Wij zijn echter best tevreden en genieten in de avondschemering van het mooie uitzicht.

Fotoalbum ‘Sint-Petersburg dag 1’ weergeven