Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur’ weergeven

Naast een indrukwekkende natuur is er in Extremadura op cultureel vlak ook heel wat te beleven. Zo telt Extremadura op dit moment zelfs drie plaatsen die door de UNESCO zijn uitgeroepen tot werelderfgoed: Mérida, Cáceres en Guadalupe.

Romeinse ruïnes van Cáparra

Zowel in de steden als daarbuiten kom je bouwwerken tegen zoals bruggen, aquaducten, kastelen, forten en kloosters die gebouwd zijn door volkeren en culturen die in deze streek ooit hebben geheerst. In de verschillende musea zijn er voorwerpen te zien die men hier opgegraven heeft. De oudste zijn uit de prehistorie en uit de bronstijd (ca.3 000 tot 800 v.Chr.). Al van voor de jaartelling waren de Romeinen actief in deze streek. In 155 v. Chr. stichtte de Romeins keizer Augustus de stad Mérida. Dit werd de hoofdplaats van de romeinse provincie Lusitania, die bestond uit het centrale deel van Portugal en Extremadura. Gedurende de vijf daaropvolgende eeuwen kende de streek veel voorspoed. Er werden wegen, bruggen en aquaducten aangelegd en de steden Cáceres en Trujillo werden gebouwd. Hiervoor was natuurlijk veel hout nodig waardoor de “dehesas” en bossen rondom deze steden gekapt werden. De gevolgen daarvan zijn nu nog steeds zichtbaar: de uitgestrekte steppegebieden.

Romeinse ruïnes van Cáparra

Ook legden de Romeinen een netwerk van wegen aan. De ‘Vía de la Plata’; hun hoofdbaan door het Iberisch schiereiland, loopt van zuid naar noord midden door Extremadura. “Plata” zou niet verwijzen naar zilver, maar een afleiding zijn van het woord “balata” wat Arabische is voor “geplaveide weg”. Ten noorden van Plasencia in de gemeente Oliva de Plasencia is nog een stukje van de oorspronkelijke heirweg te zien. Ze passeert hier bij de restanten van de nederzetting Cáparra, een vakantieoord van de Romeinen. Een unieke vierzijdige triomfboog is daar zeer goed bewaard gebleven. Na de Romeinen kwamen de Visigoten en de Moren. Gedurende meer dan 700 jaar waren er periodes van relatieve rust, waarbij de moslims, joden en christenen broederlijk naast elkaar leefden en periodes met fikse oorlogen en veldslagen.

Bij de “reconquista” of de herovering door de Spaanse koningen vanaf de 11e eeuw werden er heel wat vestingsteden gebouwd zoals o.a. Plasencia.

Plasencia

Plasencia is een aangename stad en een leuke uitvalsbasis om de streek te ontdekken. In het oude omwalde stadsdeel neemt het kathedraalcomplex een centrale plaats in. Hier staan twee aaneen gebouwde kerken die sterk van elkaar verschillen. Het oudste deel (La Catedral Vieja) is uit de 13e eeuw en is in sobere romaans gotische stijl opgetrokken.

Plasencia Cathedral

Vanaf de 15e eeuw heeft men een deel van de oude kerk afgebroken en begon men met het bouwen van een nieuwe kerk. Door verschillende problemen werden de werken gestopt in 1760, waardoor er nu 2 (korte) aan aaneen gebouwde kerken staan. De nieuwe (La Catedral Nueva) is gebouwd in een decoratieve renaissance stijl met barok elementen. Alles mocht veel rijkelijker zijn want er was geld genoeg. Nadat Columbus Amerika had ontdekt, stuurde Spanje ‘conquistadores’ naar Centraal- en Zuid-Amerika om de Nieuwe wereld te veroveren en te bekeren. Velen van hen kwamen uit Extremadura, elke stad had wel minstens één conquistador. Zo kwam Hernán Cortés, de veroveraar van Mexico uit Medellín. Francisco Pizarro, de veroveraar van de Inca’s en Francisco de Orellana die het Amazonegebied ontdekte waren van Trujillo. Na hun rooftocht bekeerden ze de plaatselijke bevolking, introduceerden ze de Spaans taal en gaven ze aan de steden of landen de namen van hun thuisland.

Parador – Convento San Vicente Ferrer

Rond de kathedraal van Plasencia zijn er paleizen en herenhuizen te zien. Zo zie je er het 18e-eeuwse bisschoppelijk paleis en het casa del Deán, het huis van de deken. Het klooster van Santo Domingo uit de 15e eeuw is omgebouwd tot parador. Sommige huizen worden nog steeds door particulieren bewoond, zoals het oorspronkelijk uit de 13e eeuw stammende paleis van Monroy, of ‘het huis met de twee torens’ en het renaissancistische paleis van de markies van Mirabel.
Op de Plaza Mayor is het Casa Consistorial, het gemeentehuis, de blikvanger. Het huidige gebouw is een reconstructie van een gebouw uit 1523. Wat vooral de aandacht trekt is de kleurrijke pop op de klokkentoren die de uren slaat.

Cáceres – Ermita de la Paz en Torre de Bujaco

Cáceres – Iglesia de San Mateo

Een absolute topper is Cáceres. Binnen de Moorse vestingmuren staan statige huizen met grote patio’s. Vanaf de 13e eeuw was Cáceres een bloeiende handelsplaats .De kooplieden lieten er prachtige huizen bouwen vaak met wachttorens. Daarbij wedijverden ze met de plaatselijke adel en later met de teruggekeerde conquistadores. Op bevel van het koningspaar Isabella en Ferdinand moesten wachttorens afgebroken worden en de huizen herbouwd. Het gevolg daarvan is dat de stad nu een harmonisch geheel vormt.

De oude stad is een wirwar van straatjes en pleinen. Aan de plaza de Santa María bevindt zich de gelijknamige kathedraalkerk (Concatedral). Er tegenover staat het Bisschoppelijk paleis met op de gevel enkele medaillons die verwijzen naar de ontdekkingsreizen in Amerika. Vele huizen hebben ramen met traliewerk en balkons en bijna allemaal tonen ze ergens een wapenschild. Mooie voorbeelden daarvan zijn het Huis met de Zon (Casa del Sol), het huis van de Arend (Casa del Águila) of de toren van de Ooievaars.

Museum of Cáceres

In het paleis met de Windwijzers (Palace de las Veletas) is het Provinciaal museum gevestigd. Voorheen stond hier een Moors alcázar. We zijn er net voor sluitingstijd en hebben slechts enkele minuten de tijd om in de kelder de ‘cisterne’ uit de 11e eeuw (die de bevolking van water voorzag) te gaan bekijken.

Moorse cisterne

Jarramplas Felix

In Extremadura heeft men ook oude tradities weten te behouden. Een folkloristische traditie zagen we in Piornal, een dorpje in de vallei van de Jerte. In het dorpshuis is er een klein museum dat uitleg geeft bij het feest dat elk jaar op 19 en 20 januari gevierd wordt: de Jarramplas. Het is ook de naam van een duivelsachtig personage dat volgens de legende moest gestraft worden om dat hij het vee roofde en doodde.
De figuur, elk jaar iemand anders, loopt 24 uur lang rond in het dorp in kleurrijke kleding en met een zwaar conisch masker met twee lange hoorns en een grote neus. Onder de kleding draagt hij een dikke beschermlaag want de dorpsbewoners en bezoekers bekogelen hem met aardappelen en rapen. Het is de bedoeling dat de Jarramplas zo lang mogelijk door de straten loopt en op zijn trommel speelt.

Voor een filmpje hiervan: https://www.youtube.com/watch?v=EhE0-4_kZbQ
Zelf mochten we ook zo’n masker opzetten om te voelen hoe zwaar het wel niet is. Gelukkig werd op ons niet met rapen gegooid.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Ook een schepje cultuur’ weergeven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.