Extremadura 2018 – Orchideeën biotopen

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Orchideeën biotopen’ weergeven

In vergelijking met andere zuiderse landen, zoals Italië en Griekenland, komen in Spanje minder orchideeën voor. Dit zowel in aantallen als in soorten. Zeker in het centrale deel van het land zijn er slechts hier en daar plekken waar de bodemsamenstelling, de zuurgraad of het kalkgehalte optimaal zijn. Ook in Extremadura is dat het geval. Een betere plek is een kalkhelling in het dorp Almaraz, in de buurt van het Arrocampo stuwmeer en zijn kerncentrale.

Biotoop ‘El Sierro’

koereiger (Bubulcus ibis)

kleine torenvalk (Falco naumanni)

Het Arrocampo stuwmeer is ook een hotspot voor vogelliefhebbers. Het waterpeil in het meer is vrijwel constant omdat het moet dienen als koelwater voor de kerncentrale. Door die koelfunctie is de temperatuur van het water ook hoger dan normaal. Deze twee factoren zorgen voor een weelderige oeverbegroeiing waarin veel moeras- en watervogels voorkomen. Er zijn twee vogelkijkroutes met verhoogde observatiehutten waardoor men over het riet kan kijken. Wij zagen er o.a. purperkoet, woudaapje, purperreiger, lepelaar , grote en kleine zilverreiger, de overal in Extremadura aanwezige ooievaar, bijeneters, de kleine en grote karekiet, meerdere soorten sternen,… Ook hoorden we de snor en het baardmannetje. Daarnaast vliegen er nog heel wat andere vogels in de buurt zoals de bruine kiekendief, de rode en de zwarte wouw, de slangenarend en de dwergarend. De grijze wouw die hier ook vertoeft zagen we dit jaar niet. Voor de kleine torenvalk moet je even verder in het centrum van het dorp Saucedilla zijn, waar in de muren van de kerk een kolonie kleine torenvalken woont.

Kerk Saucedilla met kolonie kleine torenvalken

Sedert enkele jaren heeft het gemeentebestuur van Almaraz in een stijlvol nieuw gebouw een infocenter, een ‘Orchydarium’, ingericht dat vooral bedoeld is om schoolgroepen en een breed publiek te laten kennis te maken met de schoonheid van deze aantrekkelijke doch mysterieuze planten. Hier is ook het startpunt van de “La Senda de las Orquídeas” of de orchideeënwandeling met onderweg verschillende infoborden over de 18 soorten die er te ontdekken zijn.

Bij onze vorige reis in 2014 waren we hier ook. Niet alleen was er toen nog geen ‘Orchydarium’, ook was de kalkhelling van Almaraz fel overwoekerd. Nu worden we er rondgeleid door Jesús, auteur en fotograaf van het gidsje over het gebied. Eerst toont hij ons een weiland met gewone tongorchissen (Serapias lingua), de meest voorkomende soort in Extremadura. Voordat wij naar de kalkhelling gaan wijst hij ons op de vele uitgebloeide wolzwever ophryssen (Ophrys tenthredinifera) en stoppen wij aan een schitterend hooiland met honderden exemplaren van de ijle moerasorchis (Anacamptis laxiflora).

Ophrys apifera var. almaracensis

Ophrys incubacea

Op de helling ‘El Sierro’, zoals de kalkhelling van Almaraz heet, hebben we geluk, want door het koudere en vochtige weer van de afgelopen maanden is het orchideeën seizoen iets later dan andere jaren en staan vele soorten nog in volle bloei. Enkele erg vroege soorten zoals Neotinea conica, Himantoglossum robertianum (reuzenorchis), en Anacamptis champagneuxii (blesharlekijn) hebben hun beste tijd gehad. Andere soorten zoals Orchis italica (Italiaanse orchis), Ophrys speculum (spiegelorchis), Ophrys incubacea (zwarte spinnenorchis), Ophrys scolopax (snip orchis), Ophrys dyris, een grote populatie Ophrys lutea (gele orchis) en Neotinea maculata (nonnetjes orchis) staan in volle bloei; terwijl de Anacamptis papilionacea (vlinderorchis) nog in begin bloei staat. Als we twee weken later nog eens terug gaan vinden we ook Ophrys apifera (bijenorchis) en de variëteit Ophrys apifera var. almaracensis in volle bloei. Deze variëteit van de bijenorchis heeft een éénkleurige donkerrode lip. Omdat Ophrys apifera een zelfbestuiver is, kan zo een afwijking (eigenlijk een mutatie) over generaties heen blijven bestaan.

hop (Upupa epops)

Van oudsher komen in het Middellandse zeegebied kastanjebossen voor. De Romeinen verbouwden ze al als gezonde en lekkere aanvulling in hun dagelijks menu. Vooral vanaf de middeleeuwen werden ze op grote schaal aangeplant wegens het duurzame hout. Om de 20 tot 30 jaar worden de bomen gekapt en de stammen worden vaak gebruikt als palen en hekwerk.

wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia)

Spaanse pijpbloemvlinder (Zerynthia rumina)

In Extremadura treffen we de kastanjebomen vooral aan in de Vera en in de vallei van de Jerte. Het is niet enkel aangenaam wandelen is in deze bossen; in het voorjaar zijn ze ook super mooi. Naast hyacinten en narcissen, salomonszegels en pioenrozen tref je er ook veel orchideeën aan: wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia), Dactylorhiza insularis en zeer veel mannetjesorchis (Orchis mascula). Zo mooi, we konden er amper genoeg van krijgen; zodat we meerdere wandelingen in dit schitterend biotoop hebben gemaakt.
Tijdens een andere uitstap nam Jesús ons mee op stap naar een heuvel even ten zuiden van Plasencia. Ook hier troffen we in de wegberm een mooie populatie van de Dactylorhiza insularis aan. Super zo’n uitstap met een lokale orchideeën liefhebber. We hebben nu al afspraak voor volgend jaar. Zo kan hij dan ook onmiddellijk testen of onze kennis van de Spaanse taal, die nu nog een zwaar onvoldoende scoort, al verbeterd is.

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Orchideeën biotopen’ weergeven

Advertenties

Extremadura 2018 – Nationaal park Monfragüe

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Nationaal park Monfragüe’ weergeven

In dit en de volgende berichten brengen we verslag uit van onze voorjaarsreis naar Extremadura. Spanje, is in het algemeen een land met een prachtige natuur en een prima vogelkijkland. Maar de beste en mooiste plek is volgens ons toch de regio Extremadura. Deze streek is gelegen in het zuidwesten van Spanje: grosso modo halverwege Madrid en de grens met Portugal en net ten zuiden van Salamanca. Ze bestaat uit de provincies Badajoz en Cáceres. Het is een groot gebied, een kwart groter dan België, maar wel dunbevolkt met slechts 1,2 miljoen inwoners.

vale gieren (Gyps fulvus)

In het verleden, toen we nog rondreisden met de caravan waren we hier ook al. Toen verplaatsten we ons steeds na enkele dagen naar een andere camping, om een zo groot mogelijk deel van de streek te verkennen en o.a. alle ‘vogel’-hotspots te bezoeken. Dit jaar wilden we het anders aanpakken en hebben we van de laatste week van april tot midden mei een appartement gehuurd in Plasencia. Dit met de bedoeling om een relatief klein gebied grondig te verkennen en ook om het wat rustiger aan te doen en nu en dan gewoon eens te gaan wandelen. Met de charmante hulp van onze vrienden Michel en Jenny en hun Spaanse vrienden Jesús en Carmen is ons dat fantastisch goed gelukt. Dank zij hen hebben we tal van nieuwe interessante plekken ontdekt en een andere, ruimere kijk gekregen op Extremadura.

zwarte wouw (Milvus migrans)

Voor de meeste natuur- en vogelliefhebbers, en natuurlijk ook voor ons, is Extremadura in de eerste plaats een vogelparadijs. Er zijn maar weinig plaatsen in Europa waar je zo’n grote verscheidenheid van vogels aantreft als hier. Vooral de grote aantallen roofvogels en gieren zijn indrukwekkend. Zo kan je er vijf soorten arenden observeren (dwerg-, havik-, slangen-, steenarend en Spaanse keizerarend) en drie soorten gieren (aas-, vale- en monniksgier) met daarnaast grote aantallen zwarte en rode wouwen, slechtvalken, kleine torenvalken en grauwe kiekendieven,…..

bijeneter (Merops apiaster)

Niet alleen prooivogels, maar ook andere, eerder zeldzame soorten zijn hier regelmatig waar te nemen zoals: de grote- en kleine trap, het witbuik- en zwartbuikzandhoen, de griel, de kuifkoekoek, de vorkstaartplevier, de blauwe rotslijster, de ortolaan, de rosse waaierstaart en zoveel meer. Vogelaars uit heel Europa zakken naar hier af om op korte tijd wel 150 soorten en meer te spotten.

Dat hier zoveel vogels voorkomen heeft meerdere redenen. Vooreerst de lage bevolkingsdichtheid met veel open ruimte en nauwelijks industrie. De ligging: op de trekroute van de vogels van en naar Afrika. De grote variatie in landschappen en biotopen: heuvelachtige vlakten, bergruggen die soms bebost zijn maar ook slechts kale rotsen zijn, rivier- en beekdalen en grote stuwmeren. Daarnaast zijn er uitgestrekte grassteppen, afgewisseld met onbewerkt braakland en graanakkers. En niet te vergeten de schitterende dehesa’s of boomweilanden met steen- of kurkeiken. Kortom; allemaal prachtige biotopen met een ruim aanbod aan voedsel.

Salto del Gitano-Peña Falcón

Natuurlijk staat de misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende plek in Extremadura, nl. het nationale park van Monfragüe, net ten zuiden van Plasencia meermaals op ons programma. Het gebied ligt aan de Taag, op de plaats waar de Tiétar er in uitmondt. Beide rivieren hebben diepe kloven uitgesleten in het rotsachtig landschap. De vrij hoge waterstand is te wijten aan de stuwmeren die men hier net als op vele andere rivieren in Extremadura aangelegd heeft. Na de tweede wereldoorlog heeft men dammen gebouwd om het water op te sparen voor de lange droge periodes. Niet alleen van cruciaal belang voor de drinkwatervoorziening maar ook voor de landbouw en industrie. Het grootste deel van het park is niet vrij toegankelijk maar daar tegenover staat wel dat men de vogels goed kan observeren vanaf verschillende uitzichtpunten langs de kant van de weg. Het bekendste observatiepunt is de Salto del Gitano. Van hier uit kijk je op de Peña Falcón, een hoge indrukwekkende rotsklif aan de overkant van de Taag.

vale gier met jong (Gyps fulvus)

Hier leeft er een kolonie van wel 100 vale gieren op de uitstekende rotsen en in de kieren. Vale gieren zijn sociale vogels die zowel in groep leven als foerageren (naar voedsel zoeken). Het zijn zeer grote vogels, met brede vleugels en met een spanwijdte tot 2,70 m. Vooral in de voormiddag, als de zon de rotswand oplicht is het een schitterend schouwspel. De gieren cirkelen dan voor de rots om de thermiek op te zoeken die ze nodig hebben om hoogte te winnen en zo op zoek te gaan naar voedsel. Dat doen ze door in groep, zwevend, grote gebieden af te speuren op zoek naar kadavers. Van zodra een gier een kadaver gevonden heeft en er bij is gaan zitten, volgen de anderen zeer snel. De vale gieren eten vooral het spierweefsel en de organen. Bij deze speurtochten sluiten zich zowel monniksgieren als aasgieren, alsook raven aan. Daarbij eten de monniksgieren de huid en zelfs de beenderen op, terwijl de aasgier, die kleiner is en de raven zich tevreden moet stellen met de resten.

zwarte ooievaar (Ciconia nigra)

Op de rots broeden ook enkele koppeltjes zwarte ooievaar. Eén koppel heeft zijn nest net boven het wateroppervlak en is dus prima te observeren. Daarnaast zijn hier vaak tal van andere soorten gieren en roofvogels te zien. Ook huppelen er onder andere de blauwe rotslijster en de grijze gors rond en er vliegen heel wat soorten zwaluwen, waaronder de rotszwaluw en roodstuitzwaluw. Kortom een boeiende plek waar we met verrekijker, telescoop en fototoestel ons goed amuseren

Ruïne castillo de Monfragüe

Iets verderop, vanaf het Castillo de Monfragüe (een klein Arabisch fort uit 811), heb je een prachtig uitzicht, zowel op de gierenrots als op de omgeving en dat met de zwevende gieren boven en onder je. Indrukwekkend! Vroeger moest je daarvoor te voet naar boven, maar recent kan het veel gemakkelijker en brengt een (gratis) pendelbusje je naar boven. Zowel langs de Taag, als langs de Tiétar zijn er enkele parkeerplaatsen en uitkijkpunten aangelegd om van het landschap en de natuur te genieten. Even met kijker de omgeving afspeuren en je ziet het nest van een aasgier, goed te herkennen aan zijn opvallend smalle snavel en de geel tot oranje kop. Of je ziet een slangenarend of de zeldzame Spaanse Keizerarend overvliegen.

gevlekt zonneroosje (Tuberaria guttata)

Het nationale park van Monfragüe is niet vrij toegankelijk. De enige manier om in het park te gaan wandelen zijn de 3 uitgezette wandelingen die vertrekken van aan het bezoekerscentrum in Villarreal de San Carlos. Doordat we langere tijd in de buurt zijn kunnen we ze alle drie maken. Het is natuurlijk erg gemakkelijk dat je het park met de auto kan bekijken, maar door de wandelingen ervaar je pas echt hoe mooi dit gebied is.
De rode wandeling is de langste en loopt vooral door het Mediterrane bos. Ze leidt je langs de Taag en de Salto del Gitano naar het Castillo en daalt dan terug naar de Taag af om zo terug bij het beginpunt uit te komen.
De gele route zouden we zelf de zonneroosjes route noemen omdat ze tussen de struiken Cistus ladanifer (kleverig zonneroosje) doorloopt.
De groene is vooral botanisch erg interessant, zoals te zien is op de foto’s in het album.

Wit vergeet-mij-nietje (Omphalodes linifolia)

De laatste dag van ons verblijf in Extremadura zijn we, samen met Jenny en Michel, eens gaan kijken in het gloednieuwe “Centro de Recepción de Visitantes de Parque Nacional de Monfragüe” in Malpartida de Plasencia (naast de camping). In dit ruim opgezet gebouw komen de bezoekers op een hedendaagse aantrekkelijke manier alles te weten over het nationale park en de omgeving. Een absolute aanrader!

Fotoalbum ‘Extremadura 2018 – Nationaal park Monfragüe’ weergeven