Wandelen in de Sierra de Cazorla en de Sierra de Mágina

Fotoalbum ‘Sierra de Cazorla en Sierra de Mágina’ weergeven

Nadat we een maand aan de Costa Blanca verbleven hebben, gaan we de volgende twee à drie weken een klein deeltje van het uitgestrekte Spaanse binnenland verkennen. Hiervoor gaan wij eerst naar het Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas, en daarna nog enkele dagen naar het Parque Natural de Sierra de Mágina. Beide gebieden liggen in de provincie Jaén, in het noordoosten van Andalusië.

Campos de Hérnan Perea

De kleine provincie Jaén is vooral bekend vanwege zijn vele olijfbomen. Van ver ziet het landschap er uit als een lappendeken; dit door de verschillende patronen in de ontelbaar vele plantages die zich uitstrekken van in de valleien tot hoog op de heuvels. Er staan hier tientallen miljoenen bomen, die 20 % van de wereldproductie aan olijfolie produceren. Veel groen maar weinig natuur, want de monocultuur van de olijfbomen laat nauwelijks onderbegroeiing toe. Het regenwater moet absoluut bij de wortels van de olijfbomen geraken, zodat alle concurrentie van andere planten moet uitgesloten worden. Men laat ze verdwijnen door rondom de olijfbomen te ploegen of door alles kapot te sproeien.

Gierenrots bij El Chorro

Centraal in de provincie ligt er wel een flinke brok natuur: het Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas. Een reusachtig kalkmassief net ten noorden van de Sierra Nevada. Het is met zijn 2143 km² het grootste natuurpark van Spanje. Nog nooit van gehoord? Heel goed mogelijk, wat het natuurpark ligt geïsoleerd en een eindje weg van de grote doorgangsroutes. Om er te geraken moeten wij eerst richting Granada afzakken en dan terug naar het Noorden rijden. Daarentegen kent ongeveer iedere Spanjaard de Sierra de Cazorla. Als men er al niet geweest is dan toch zeker van naam. In de jaren zeventig werd hier de reeks natuurdocumentaires ‘El hombre y la Tierra’ door Felix Rodríguez de la Fuente opgenomen. De toen immens populaire reportages hebben het natuurbewustzijn in Spanje een enorme boost gegeven. Plots leerde het grote publiek de mooie natuurgebieden en -fenomenen kennen en zag men in dat het belangrijk is om de natuur te beschermen.

Parelhagedis (Timon lepidus)

Het Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas bestaat uit drie heel verschillende berggebieden: – De Sierra de Cazorla, die ongeveer 20 km breed en 70 km lang is, en bestaat uit steile, met grote pijnbomen begroeide hellingen en prachtige rotspartijen; – de Sierra de Segura is een open hoogvlakte op ongeveer 2 000 meter met karstgesteente; – Las Villas, ten slotte, ligt het meest westelijk en is erg ruig. Daartussen liggen de valleien van twee rivieren die hier ontspringen: de Guadalquivir en de Segura. De Guadalquivir is de langste en belangrijkste rivier van Andalusië. De bron, liefdevol geboorteplek genoemd, vertoont zelfs enige gelijkenis met een bedevaartsoord. Het is een geliefd doel voor schooluitstappen en groepsreizen, van vooral senioren. De Guadalquivir stroomt zuidwaarts door de steden Cordoba en Sevilla om daarna uit te waaieren tussen de Marismas del Guadalquivir en de Côto Doñana (ons welbekend van onze reis in 2014). De Segura daarentegen loopt eerst noordwaarts en buigt daarna naar het Westen; stroomt door de provincie Murcia, en mondt in Guardamar del Segura aan de Costa Blanca uit in de Middellandse zee. Beide rivieren zijn erg belangrijk voor de landbouw, zonder het water dat ze aanvoeren is intensieve landbouw in de kustvlakten niet mogelijk.

Cazorla viooltje (Viola cazorlensis)

Wij logeren in Arroyo Frio, een piepklein toeristisch dorpje midden in het natuur park. De ligging is ideaal omdat we zo zonder al te lange verplaatsingen het park kunnen verkennen. Door de ruwheid van het gebied lopen er slechts enkele kronkelende wegen. De gemiddelde snelheid zakt daardoor gemakkelijk tot onder de 35 km/uur. Daarbij moet je ook nog voortdurend opletten voor overstekend wild: wilde zwijnen, damherten, edelherten, moeflons, de Iberische steenbok, konijnen en hazen …. ; en niet te vergeten: sluwe vossen, die een einde van de weg blijven staan. Daarbij gaan ze ervanuit dat ze, in ruil voor een foto, recht hebben op de picknickrestjes of iets anders lekkers. Tot 1960 was deze streek dan ook een gekend jachtgebied. Nu is de jacht er gelimiteerd en is het wildbestand erg uitgebreid.
Heel de streek is een uitstekend wandelgebied. De rode draad daarbij is de GR 247 die in 21 dag etappes het hele gebied doorkruist. De routes zijn niet echt moeilijk maar wel zeer mooi. De paden lopen langs ruige kalkstenen rotsformaties, door uitgestrekte pijnboombossen, door diepe kloven en ravijnen, langs kleine en grotere watervallen. Het zijn vaak oude verbindingspaden tussen de woonkernen of ze volgen de oude cañadas (vee trekroutes).

Rio Barossa

Een erg populaire wandeling is deze door de kloof van de Río Borosa, een zijrivier van de Guadalquivir. In het eerste deel loopt het pad door het bos, daarna wordt enkele keren van oever gewisseld en komt men in het middenstuk. Het pad loopt langs de wand van de smalle canyon over houten planken. Hier staan enkele schitterende planten zoals het echt venushaar en het Sierra vetblad (Pinguicula vallisneriifolia), een vleesetende plant die zich thuis voelt op de vochtige steile rotsen. Dit Sierra vetblad is slechts één van de vele endemische planten van dit gebied. Verder naar boven wordt de vallei terug breder. Dit deel van de wandeling stopt bij een kleine elektriciteitscentrale. Men kan nog verder doorlopen naar de bron, maar dat moet men door een stuk onverlichte tunnel. Wij keren hier terug en kiezen ervoor om enkele dagen later naar de bron te wandelen vanaf het plateau. Hierbij volgen wij dan een kleine beek die zorgt dat de vallei iets vochtiger is dan de omgeving. Er staan dan ook sleutelbloemen en narcissen in bloei. Deze beek eindigt, net voor de bron van de Río Borosa, bij twee lagunes.

Campos de Hérnan Perea

Wij waren erg gecharmeerd door het plateau ‘Campos de Hérnan Perea’. Eens boven de boomgrens kom je in een desolaat karstlandschap. Het contrast met de lager gelegen beboste gebieden is enorm. Glooiende boomloze hellingen wisselen af met uitgeloogde stenenvelden. Onbeschrijflijk mooi en helaas door de grootsheid en de leegte, bijna niet fotografeerbaar.

Sierravetblad (Pinguicula vallisneriifolia)

Erinacea anthyllis


Slechts weinig planten kunnen overleven door de barre klimatologische omstandigheden die hier heersen. Erg lange koude winters, waarbij een sneeuw- en ijslaag alles bedekt, wisselen af met bloedhete en extreem droge zomers. Het zijn vooral soorten zoals tijm, brem, meidoorn en jeneverbes die hier voorkomen. Door de massale aanwezigheid van blauwe egelbrem (Erinacea anthyllis) kleuren sommige stukken intens blauw. Hier en daar heeft men kleine percelen ingezaaid. Deze kleine graslanden zorgen voor extra voedsel voor de rondtrekkende kuddes runderen, geiten en schapen. Deze hoogvlakte wordt namelijk gebruikt als alm om het vee in de lente en de herfst te laten grazen. Zowel hier als in de beekvalleien viel ons de aangekondigde bloemenpracht wat tegen. Zo hebben erg lang moeten zoeken naar het Cazorla-viooltje en hebben we de Orchis cazorlensis, niet eens gevonden. Was het seizoen al te ver gevorderd, was het voorjaar of de winter te koud, of te droog? Of zijn de auteurs van de boeken en folders te enthousiast? We gaan zeker nog een keertje moeten terugkomen om dat te controleren.

Blauwe rotslijster (Monticola solitarius)

In zo’n uitgestrekt gebied is er natuurlijk veel plaats voor vogels, zowel de kleine zangvogels zoals blauwe rotslijster, zwarte mees, roodkopklauwier, rotsmus, zwarte tapuit, grijze gors, en vele anderen, als voor de grote jongens zoals havikarend, steenarend, slangenarend, …. en gieren. Het uitzichtpunt boven de rots van El Chorro is de ideale plek om de vale gieren te observeren. Van achter een lange stenen muur heeft men zicht op het spektakel. Wanneer ze van hun nest opvliegen komen ze op ooghoogte voorbij. Zo dichtbij zagen we ze nog nooit. Doordat deze rotswand een U-vorm heeft kan je vanaf de andere kant ze ook zien zitten. Ook de raven en alpenkraaien gaven hier een fantastische show.
Vale gieren leven in groep. Ook om te foerageren gaan ze in groep op pad. Ze gaan daarbij op zoek naar dode dieren, want ze eten vooral spieren en ingewanden. Als een van hen iets vindt gaan ze allemaal op het kadaver af.

Vale gier (Gyps fulvus)

Maar de chouchou bij uitstek van het gebied is de lammergier. Deze grote gier, met een spanwijdte tot 2,80 m, is de enige vogel die beenderen eet. Botten bevatten naast kalk veel eiwit, ook het merg is erg voedzaam. De naam Nederlandstalige naam is duidelijk fout gekozen, want deze gier jaagt niet op lammeren. Zijn Spaanse naam Quebrantahuesos = bottenbreker is veel toepasselijker. Grotere botten laat hij vanaf grote hoogte op rotsen vallen tot ze versplinteren en hij ze kan opeten. Door zijn grote snavelopening kan hij zelfs botten met een lengte tot 20 cm in één keer inslikken. Enkel jaren geleden waren lammergieren echter uitgestorven in Andalusië en erg zeldzaam in de rest van Spanje. Daarom is men hier op de sierra de Carzola gestart met een groot project om de dieren te herintroduceren. Sinds 2006 worden de gieren in gevangenschap gekweekt, en daarna uitgezet. Ondertussen heeft men hier al 44 vogels vrijgelaten. Hun doen en laten wordt, met GPS tracking, minutieus gevolgd door een ‘gierenteam’. Daardoor weet men dat er een enkele geslaagde broedgevallen zijn, maar ook dat verschillende dieren zijn omgekomen door vergiftiging. De gieren blijven ook niet in de regio, enkele zijn uitgezwermd en vertoeven nu in de Pyreneeën en in Zuid Frankrijk.

Sierra Mágina; Pinus halepensis


Onze tweede halte is het kleinere park, de Sierra de Mágina. Dit Parque Natural ligt nog meer geïsoleerd en is eveneens omgeven door een zee van olijfbomen. Het ligt zuidelijk van het Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas. Door het barre klimaat, met koude vochtige winters en warme droge zomers wonen er in dit gebied maar weinig mensen. Vanop de top van de Pico Mágina (2 167 m) kan men bij helder weer over de ganse provincie Jaén uitkijken. Hoewel het gebied klein is, is het landschap erg divers: prachtige pijnboombossen, gemengde bossen met steeneiken, oude aanplantingen van Aleppo dennen (Pinus halepensis)en terpentijnbomen (Pistacia terebinthus). Daartussen liggen steile grillige kalkstenen rotsformaties, uitgesleten tijdens miljoenen jaren erosie. In de valleien komt het ingesijpeld water terug aan de oppervlakte in kleine beekjes. Hier treffen we wel veel meer fraai bloeiende planten aan en vonden we meerdere orchideeënsoorten.

Fotoalbum ‘Sierra de Cazorla en Sierra de Mágina’ weergeven

Advertenties