De Estuaria van Taag en Sado

Fotoalbum ‘De Estuaria van Taag en Sado’ weergeven

Riviermondingen zijn altijd zeer interessante vogelspotgebieden. De vorige jaren bezochten we er al enkele, maar dan wel van een ander type nl. de delta’s van de Ebro, de Po en de Rhône. Bij een deltamonding stroomt de rivier trager, waardoor het water op sommige punten vastloopt door afzettingen van klei en zand. Het water moet dan een nieuwe loop vinden. Als dat vaak gebeurt is er hele waaier aan vertakkingen in de vorm van een grote driehoek of delta.

Mourisca (estuário do Sado)

Mourisca (estuário do Sado)

Het schiereiland van Setúbal wordt gevormd door de oceaan aan de westkant en twee riviermondingen; de rivier de Taag aan de noordkant en de Sado aan de zuidkant. Beide zijn een estuarium: een brede trechtervorm. Bij een estuarium stroomt de rivier, met een hogere snelheid, recht door naar zee. Het meegevoerde zand en klei krijgen weinig kans om onderweg bezinken. Door de werking van eb en vloed wordt het sediment verder voor de kust afgezet. De oevers van een estuarium vormen vaak een vrij smalle maar wel tientallen kilometers lange oeverstrook, die bestaat uit slikken en schorren met daar tussen kreken en stroomgeulen. Bij laag water ontstaan er grote moddervlaktes, terwijl bij hoogwater alles weer meters hoog onder loopt. De niet zwemvogels, zoals onder andere de steltlopers, moeten dan een elders een vluchtplaats zoeken.

Kluten (Recurvirostra avosetta)

Kluten (Recurvirostra avosetta)

Het Taag estuarium is één van Europa’s meest belangrijke wetlands en is gekend voor de grote aantallen kluten die er overwinteren (20% van de West-Europese populatie). Ook is het een belangrijke rustplek voor allerhande vogels tijdens hun voor- en najaarstrek. Aan de oostkant vooral zijn er oude zoutpannen, die verlaten nu zijn of gebruikt worden als viskweekvijver. De noordkant wordt gekenmerkt door uitgestrekte rijstvelden en rietmoerassen. Wat verder van de rivier vindt je uitgestrekte bossen van voornamelijk kurkeik.

Flamingo (Phoenicopterus roseus)

Flamingo (Phoenicopterus roseus)

Een bijzonder leuke plek is ‘Salinas do Samouco’. Een reservaat (zoals steeds afgesloten en mits betaling toegankelijk) dat naast en onder de Vasco da Gama brug aan linkeroever van de Taag ligt. Dit is de enigste plek in de hele regio waar er nog zoutpannen in werking zijn. De zoutwinning gebeurt hier op zeer bescheiden schaal; eerder als educatief project voor schoolkinderen. Het zijn de laatste restanten van wat ooit een zeer bloeiende industrie was in dit gebied. De andere zoutpannen liggen er verlaten bij en zijn een prima rustplek voor de vogels tijdens het hoogwater op de rivier. De vogels trekken zich blijkbaar weinig aan van het drukke verkeer op de brug. Wij zagen er verschillende visarenden, grote groepen kluten en andere steltlopers, flamingo’s en lepelaars en meerdere vrolijke bendes Sint-Helenafazantjes.

Grutto's (Limosa limosa)

Grutto’s (Limosa limosa)


Grutto's (Limosa limosa)

Grutto’s (Limosa limosa)

In het noordelijk gedeelte van het Taag-estuarium, ten zuiden van Vila Franca da Xira ligt een zéér uitgestrekt landbouwgebied. Hier heeft men in het verleden een dijk aangelegd langs de Taag. Daardoor is er een zeer uitgestrekte polder ontstaan: de vlakte van Ponta da Erva. Er zijn akkers en graslanden, maar ook zeer veel rijstvelden met de nodige aan- en afvoerkanalen voor het water. Niet alleen gebruikt men grote en logge machines voor het bewerken van het land; er worden zelfs vliegtuigjes ingezet. Het gebied is niet vrij toegankelijk en de wegen zijn afgesloten met grote elektrisch bediende hekken. Maar na telefonisch contact mag je wel binnen. Wat een vogelparadijs! Niet alleen vinden de vogels hier relatief veel rust en uitwijkmogelijkheden bij hoogtij, er is ook een grote variatie aan biotopen en dus ook aan voedsel.

Kleine trap (Tetrax tetrax)

Kleine trap (Tetrax tetrax)

Met de auto als rijdende schuilhut zie je elk moment wel weer een nieuwe soort. Gewoon kilometers lang speuren en genieten. Wij zagen er o.a. kleine trappen, goudplevieren, watersnippen, kievieten, steltlopers, … Maar vooral de grote aantallen overwinterende grutto’s zijn spectaculair. Bepaalde rijstvelden zaten barstensvol. 10.000den vogels, dicht bij elkaar. Hier en daar is er eentje bij met al wat lentekriebels. Wat een luchtshow als ze opgeschrikt worden door een voorbijrazende 4×4 en allemaal tegelijk de lucht in gaan.

Watersnip (Gallinago gallinago)

Watersnip (Gallinago gallinago)

Na 12 km door de rijstvelden rijden kom je in het puntje van de polder aan bij het afgesloten deel met het bezoekerscentrum EVOA (Espaço de visitação e observação de aves). Voor € 12,00 per persoon mag je mee met de gegidste wandeling langs de drie kijkhutten in de buurt van enkele plassen. Aangezien wij de enige bezoekers waren die dag hadden we een gids voor ons alleen.

Grijze wouw Juv.(Elanus caeruleus)

Grijze wouw Juv.(Elanus caeruleus)

Bij alle twee onze bezoeken aan Ponta da Erva zagen we regelmatig de grijze wouw. Deze lijkt totaal niet op zijn grotere naamgenoten: de rode en zwarte wouw (is ook geen familie). Deze is dus blauwgrijs van boven met zwarte schouders (armdekveren) en handpennen, en wit aan de buikzijde. De volwassen vogels hebben opvallend rode ogen. Vaak zitten ze hier, bij gebrek aan bomen, op uitkijk in de top van een pyloon of op een paal. Ze hangen ook vaak stil in de lucht, te bidden, net als een torenvalk.

Een tweede estuarium, dat van de rivier de Sado, ligt zuidelijk van de havenstad Setúbal. Aan de andere kant wordt de Atlantische oceaan afgesloten door een smalle, 17 km lange zandbank met duinen en op de bredere plekken wat naaldbossen, Península de Tróia.
Op de noordpunt van Tróia is er wat hoogbouw en een golfresort. Vanaf Setúbal kan je er met de veerboot naar toe. Vaak ziet men tijdens de overzet dolfijnen. Er zou hier een groep van zo’n 25 tuimelaars of flippers rondzwemmen. Helaas, wij zagen er geen. Wel zagen we vanaf de boot de restanten van Romeinse nederzetting Cetóbriga, destijds bekend van wege zijn vispekelindustrie.

Vissershaven

Vissershaven Carrasqueira

Het grote, brede estuarium is bijzonder vogelrijk, want bij eb ontstaat er een zeer uitgestrekte moddervlakte. Helaas is het niet gemakkelijk om aan de oever te geraken. Op vele plaatsen zijn er zoutmoerassen en rietvelden. Deze laatste bieden een goede bescherming voor de vogels tijdens het broedseizoen, maar belemmeren ons nu wel het zicht. Waar we wel zicht hebben, zien we tureluren, groenpootruiters, zilver- en strandplevieren, steltkluten enz….. Ze zijn allen op zoek naar voedsel in het slik. Verder van de oever zijn er uitgestrekte rijstvelden aangelegd.

Koereiger (Bubulcus ibis)

Koereiger (Bubulcus ibis)

Een van de weinige plekken waar men wel bij het water kan komen is in het vissersdorpje Carrasqueira. Erg fotogeniek zijn de kleurrijke bootjes die aan een wirwar van houten stijgers liggen. Het ritme van de getijden bepaald hier de dagindeling van de lokale bevolking.
Bij Mouriscas, enkel kilometers voor Setúbal heeft men een getijdenmolen waarmee graan gemalen werd, gerestaureerd en ingericht als natuurcentrum.

Aan de westkant loopt de weg wat verder van de Sadorivier en vang je de eerste beelden op van het typische landschap van de Alentejo: een combinatie van kurkeik, steeneik en olijfbomen. Overal zien wij nesten van ooievaars; op schoorstenen, telefoonpalen en in elektriciteitsmasten. De ooievaars zijn er al, nu nog even wachten op de lente en het nestelen kan beginnen.

Fotoalbum ‘De Estuaria van Taag en Sado’ weergeven

Advertenties

Wandelen in de Serra da Arrábida

Fotoalbum ‘Wandelen in de Serra da Arrábida’ weergeven

Nadat we ons twee weken lang voornamelijk ondergedompeld hebben in het culturele verleden van Lissabon en omgeving, gaat vanaf nu onze aandacht meer naar de natuur. We zijn ondertussen ook weer verhuisd. We wonen nu, erg aangenaam, in een ruim appartement midden in een rustige woonwijk, in de buurt van Palmela. Dit stadje ligt ten zuiden van Lissabon op het schiereiland van Setúbal en grenzend aan de Serra da Arrábida. Tot op heden is deze regio vooral geliefd bij de bewoners van Lissabon en omgeving; grote hotelcomplexen en resorts zijn er nauwelijks.

Serra da Arrábida en het Sado estuarium

Serra da Arrábida en het Sado estuarium

Buiten de restanten van drie Moorse kastelen, een mooi gelegen franciscanenklooster, enkele fraaie kerkjes, en her en der een aangenaam dorpje, zijn er in deze omgeving weinig historische gebouwen; mede te wijten aan de aardbeving van 1755. Voor ons is dat geen probleem, want in de buurt zijn er een aantal natuurgebieden waar wij maar al te graag eens willen gaan wandelen.

Het schiereiland van Setúbal wordt gevormd door de oceaan aan de westkant en twee estuaria; dat van de Taag aan de noordkant en dat van de rivier de Sado aan de aan de zuidkant. Dit zijn ware vogelparadijzen. Maar daarover meer in onze volgende blog.

Pegadas de Dinossaurios

Pegadas de Dinossaurios

Op nauwelijks een kilometer van ons tijdelijke thuis is er de Serra da Arrábida: een bergketen tot 500 m hoog, die ongeveer 35 km lang en 6 km breed is, en parallel loopt met de kustlijn tussen Setúbal en Sesimbra. Dit is geologisch gezien nog een jong gebergte, hoewel de kalksteen waaruit het bestaat veel ouder is. Tussen 200 en 60 miljoen jaar geleden lagen grote delen van Europa onder water. Ook het gebied van de Arrábida lag in die periode afwisselend, wel dan weer net niet onder de zeespiegel. In de zachte modder van zo’n lagune bestaande uit een laag afgestorven schelpdiertjes huppelden dan vrolijk dinosauriërs rond. Hoe we dat weten? Wel de pootafdrukken en de looplijnen zijn te zien op de kalksteenlagen. Veel later, zo’n 18 miljoen jaar geleden, begon het gebied langzaam te stijgen. Het was de tijd van de Alpine gebergtevorming waarbij Afrika steeds dichter naar Europa opschoof en de gesteentelagen geplooid werden. Door de enorme druk ontstonden meerdere bergketens: de Pyreneeën, de Alpen en ook dus ook de Serra da Arrábida.

Pegadas de Dinossaurios

Pegadas de Dinossaurios

Zowel aan de Praia dos Lagosteiros, vlak bij Cabo Espichel, als enkele kilometers terug richting Sesimbra, zijn wij naar die pootafdrukken van de dinosauriërs gaan kijken. Op de kaap bij het zuidelijkste punt van de Serra da Arrábida heeft de wind vaak vrij spel. Een vuurtoren waarschuwt er de zeelieden voor de verraderlijke rotsen, die recht in zee verdwijnen. Op de schuine kalksteenlagen zijn de loopsporen goed te zien.

Santuário de Nossa Senhora do Cabo

Santuário de Nossa Senhora do Cabo

Jazida da Pedra da Lagosteiros

Jazida da Pedra da Lagosteiros

Hier staat ook het Santuário de Nossa Senhora do Cabo, een laat 17e-eeuwse kerk met een fraai barok interieur. Ze is met de rug naar de zee gebouwd. Twee lange rijen verlaten pelgrimsverblijven aan weerskanten van de kerk vormen een groot open binnenplein. Sinds de 13e eeuw is dit een bedevaartsoord. Een dorpsbewoners had toen in een visioen gezien dat Maria, gezeten op een muilezel, uit de zee kwam. En … in de rotsen waren de sporen van het dier duidelijk te zien!

Grote delen van het ‘Parque Natural da Arrábida’ zijn begroeid met struiken en kleine bomen, met daartussen stroken met parasoldennen. De kalkbodem, afgewisseld met ijzerhoudende zandsteen, zorgt voor een fraaie, gevarieerde flora met o.a. de eerste vroegbloeiende orchideeën. Wij zagen de reuzenorchis (Himantoglossum robertianum) en de tweeharten-orchis (Gennaria diphylla). De reuzenorchis heeft haar naam niet zomaar, het zijn forse planten die gemakkelijk 80 cm of meer kunnen worden met een roze-violette (welriekende) bloeiaar van zo’n 20 cm. Terwijl de tweeharten-orchis haar naam dankt aan de vorm van de bladeren. Verder zorgen de eerste hoepelrokjes e.a. frêle narcissen voor een echt lentegevoel en dat al in januari.

Hoepelroknarcis (Narcissus bulbocodium)

Hoepelroknarcis (Narcissus bulbocodium)

Het is hier heerlijk wandelen, tenminste als je de paden kan vinden. Ze staan wel aangeduid op het toeristisch kaartje dat men overal uitdeelt, maar zonder vertrekpunt of wat dan ook. Als je op de toeristische diensten meer details vraagt slaan ze lichtjes in paniek, ze willen dolgraag helpen maar…, ze hebben de kaartjes niet, de wandelingen bestaan niet meer. Niet doen! Jullie zouden kunnen verdwalen; of het is verboden te wandelen wegens de ‘gevaarlijke’ dieren. Gelukkig kunnen we met ‘google maps’ en met de ‘Osmand’-app met bijhorende kaarten van Openstreetmap een aantal wandelingen reconstrueren. Het zijn echte pareltjes. De enige reden die wij kunnen bedenken voor hun terughoudendheid is gevaar voor bosbranden in de zomer.

Moinhos

Moinhos

Aan de zuidkust gaat de Serra da Arrábida steil naar beneden. Er liggen enkele mooie stranden met wit zand, zeer geliefd bij de bewoners uit de omgeving. De oceaan is hier ook rustiger; minder hoge golven. Doordat de kuststrook deel uitmaakt van het Parque Natural da Arrábida zijn de voorzieningen kleinschalig gebleven. Dat wil echter niet zeggen dat er geen industriële activiteiten zijn. Er zijn steengroeven en vlak bij Setúbal staat zelfs een grote cementfabriek. Ook de wijngaarden doen het goed, het gebied is gekend voor zijn zoete dessertwijn: Moscatel. En niet te vergeten de Queijo de Azeitão gemaakt van rauwe schapenmelk, die zo zacht is dat je hem met een lepeltje moet scheppen.

Serra da Arrábida

Portinho da Arrábida

Een aangename plek is zeker Portinho da Arrábida. Een mooi strand en enkele restaurants zorgen daarvoor. Iedereen die ons hier aanpreekt vraagt of we er al geweest zijn! Er is zelfs een klein Museu Oceanográfico gevestigd in het Fortaleza de Santa Maria. Niet echt wauw, want de vissen en lokale zeedieren op formol en de gedroogd exemplaren zijn erg verbleekt door de ouderdom. Ook de aquaria hebben hun beste tijd gehad.

Aan de haven

Setúbal, aan de haven

In het zuidwesten, helemaal onderaan de zuidhelling van de Serra da Arrábida, in een beschutte baai ligt de kleine vissershaven van Sesimbra. Pal in het centrum aan het stand ligt het oude fort met errond een wirwar van straatjes. Hier moeten ze geen moeite doen om de straten verkeersvrij te krijgen, want de steile steegjes vaak met trappen zijn sowieso enkel te voet te bewandelen. Een deel van de flair van het dorp is weg door enkele onafgewerkte vastgoedprojecten die de strandboulevard ontsieren.

Setúbal in het zuidoosten is een belangrijke industriestad. In het centrum zijn er zelfs drie havens; een veerhaven, een vissers- en een jachthaven. Ze zijn gescheiden van het oude centrum door een brede groene boulevard. In dat oude centrum waren we erg gecharmeerd door de Igresia de Jesus, een gotische kerk uit de 15e eeuw. Merkwaardig zijn de uit drie strengen gedraaide zuilen van roze Arrábida marmer. Ook hier zien wij weer mooie tegeldecors.

Slobeend (Anas clypeata)

Slobeend (Anas clypeata)

Een eerste vogelgebied dat we bezoeken is de kustlagune van Albufeira. Er zijn drie grote waterpartijen: vlak achter de kust is er een groot open meer, de Lagoa Grande (grote) dat enkel van de zee gescheiden wordt door een zand barrière die in de lente een tijdje opengemaakt wordt, zodat vers zeewater kan binnenstromen. Meer naar het binnenland en gescheiden door een duinengebied liggen twee vijvers de Lagoa Pequena (kleine) en de Lagoa da Estacada (dijk). Het water voor die meertjes wordt aangevoerd door een kleine beek. De omgeving van de lagune en de vijvers is vrij bosrijk met grote parasoldennen, eucalyptus en steen- en kurkeiken.
Sinds 2012 is de omgeving een reservaat. Men heeft een groot deel omheind en er is een info-center dat enkele dagen per week bemand is. Via de paden rond de twee vijvers geraakt men gemakkelijk bij de drie kijkhutten. Wij zagen er o.a. slobeenden, krakeenden, doodaars en grote sternen. Helaas konden we de puperkoeten enkel horen.

Fotoalbum ‘Wandelen in de Serra da Arrábida’ weergeven