Sintra en Serra da Sintra

Fotoalbum ‘Sintra en Serra da Sintra’ weergeven

Na ons 5-daags bezoek aan het centrum van Lissabon verhuizen we naar Colares, 40 km ten noordwesten van Lissabon. Dit stadje ligt aan de rand van de Serra da Sintra, een langgerekte beboste heuvelrug van vulkanische oorsprong die tot 530 m hoog is. Voor de wolken, die van over de oceaan komen, vormt dit een barrière. Ze regenen er uit, waardoor er een microklimaat heerst: koeler dan elders en veel vochtiger. Vooral de vochtigheid, in combinatie met de rotsachtige bodem die het water langer vasthoudt, zorgen er voor een weelderige gevarieerde plantengroei.

Palácio Nacional

Palácio Nacional

Palácio Nacional

Palácio Nacional

Het gebied, de Serra da Sintra, is nu een natuurpark. Zo wil men het gebied in zijn huidige staat bewaren. Deze regio is namelijk immens populair bij de inwoners van Lissabon en bij de internationale jetset. Dat is geen recent gegeven, want reeds vanaf 1256 (toen Lissabon de hoofdstad van Portugal werd in plaats van Coimbra), bouwden koningen en edellieden hier zomerpaleizen en sprookjesachtige villa’s. Vooral in de 19 e eeuw werden landhuizen met schitterende parken aangelegd door aristocraten en rijke kooplieden. Het mooie stadje Sintra is het centrum van dit alles. Van uit Colares is het op zijn Portugees slechts 3 minuten met de wagen, in werkelijkheid is het een kwartiertje.

Sintra is een zeer aangenaam stadje. Er zijn tal van parken en overal vindt men fonteinen. Deze worden door de lokale bevolking nog steeds gebruikt voor vers drinkwater. Sommige hiervan zijn erg mooi betegeld.

Palácio Nacional

Palácio Nacional

Centraal in het stadje staat het Palácio Nacional de Sintra. Van oorsprong is het een Middeleeuws paleis, gebouwd op de ruïnes van een oud Moors kasteel. Sinds de 14e eeuw is het tig keren verbouwd, zodat het nu een mengelmoes aan stijlen heeft. Van verre is het te herkennen aan de twee witte, conische schoorstenen boven de keuken. Het interieur is rijk gedecoreerd. Vooral mooi zijn de zalen met azulejos uit de 16e en 17e eeuw.
In de 17e-eeuwse leeszaal is het plafond gedecoreerd met eksters die een roos in hun snavel houden met eronder telkens de woorden ‘por bem’ of ‘om goed te doen’. Deze woorden zouden zijn uitgesproken door koning João I, nadat zijn echtgenote hem betrapt had bij het kussen van een hofdame. Om een eind te maken aan al de roddels, liet hij op het plafond net zoveel eksters schilderen als er hofdames waren. Ook de wapenzaal is prachtig. Op het plafond zie je 72 wapenschilden van invloedrijke Portugese families.

Moorse burcht

Moorse burcht

Wil je net als wij het Palácio da Pena en het Castelo dos Mouros van uit Sintra bezoeken dan heb je een hele klim voor de boeg, want ze liggen beide op de hoogste toppen van de Serra da Sintra. We hebben een zee van tijd en hoeven dus geen tuktuk of bus te nemen. Het pad naar boven loopt eerst door het mooi aangelegde park dat behoort bij Vila Sasseti, een zomerresidentie gebouwd rond 1900. Daarna loopt het pad verder over een steile beboste helling, onder de eerste en bekendste klimwand van Portugal door. Van het Arabische Castelo dos Mouros uit de 10e eeuw is de omwalling nog zowat het enige dat ervan overblijft. Vanaf die muren en de vierkanten torens is het uitzicht op de omgeving adembenemend. Zeker op een wolkeloze dag zoals vandaag.

Palácio da Pena

Palácio da Pena

Iets verder ligt dan dé toeristische attractie van Sintra, het Palácio da Pena. Een beetje een Disney-achtig paleis met fel gekleurde muren. Het doet ook wat denken aan de kastelen van Ludwig II van Beieren, hoewel die later gebouwd zijn. Zowat alle stijlen zijn in het bouwwerk terug te vinden: Manuelstijl, Moorse stijl, barok, gotiek, renaissance, art deco, noem het op. Het is er, een eclectische mix dus. Het paleis werd pas in de 19e eeuw gebouwd op de restanten van een oud klooster. De kloosterdelen zoals de kapel, de sacristie, de eetkamer en de kloostergang zijn vrij authentiek geïntegreerd in het geheel. Wat daarna is bijgebouwd, is overvloedig gedecoreerd en staat vol met vaak kostbare curiosa, helemaal in overeenstemming met de toen gangbare smaak.

Palácio da Pena

Palácio da Pena

De opdrachtgever was Ferdinand van Saksen-Coburg-Gotha, een neef van Leopold I, de eerste koning van België. Hij stond in Portugal bekend als kunstenaar-koning. Niet alleen was hij zelf aquarellist, ook tal van elementen in dit kasteel zijn door hem ontworpen. Vanop het terras -in het zonnetje- hebben we een mooi uitzicht op het paleis en zijn omgeving. Fotogeniek is het in ieder geval; de Aziatische toeristen kunnen er niet genoeg van krijgen.

Rond het kasteel ligt een uitgestrekt mooi aangelegd en goed onderhouden park, met zeldzame planten en bomen uit alle continenten. Er zijn grote waterpartijen en fonteinen; een manege én een nep houten (schilderwerk) Zwitserse chalet. Na een brand is deze recent helemaal herbouwd. Ze ziet er weer uit als toen Ferdinand ze liet bouwen voor zijn tweede echtgenote. Moet het nog gezegd worden dat vanaf Cruz Alta, een kruis op het hoogste punt van het park en tevens van de ganse Serra da Sintra, het uitzicht schitterend is?

Monserrate Paleis

Monserrate Paleis

Nog zo’n zomerpaleis is Monserrate, gelegen even buiten Sintra. Om vanaf de ingang bij het paleis te geraken moet je ook hier eerst een flinke wandeling maken door het schitterende landschapspark. Het werd in de 18 de eeuw aangelegd met exotische bomen en struiken uit alle continenten. Ze zijn vaak geografisch gegroepeerd rond watervallen en vijvers. Midden januari, putje winter, is het al erg aangenaam en staan er her en der al planten en struiken in bloei. In de lente en zomer moet dit een ware bloemenpracht opleveren. Op het hoogste punt van het park liet in 1856 Sir Francis Cook, een Engelse textielmiljonair, een paleis bouwen in voornamelijk Moorse stijl. De Engelse invloed is onder andere te zien bij het grasveld voor het huis. Het was het eerste aangelegd ‘gazon’ in Portugal. Nadat in 1920 de achterkleinzoon de inboedel openbaar liet verkopen verloederde het paleis snel. Vooral de vele ornamenten in gips hadden in deze vochtige omgeving erg te lijden. In 1949 werd het door de staat aangekocht. Eerst heeft men de tuin onder handen genomen en sinds enkel jaren tracht men ook het paleis in zijn oude glorie te herstellen. Met de benedenverdieping is men ongeveer klaar.

Cabo da Roca

Cabo da Roca

Van Sintra naar de Westkust loopt de weg door dichte bossen met zo nu en dan een schitterend zicht op de oceaan. Vooral waar de bergen bij zee komen is de kust spectaculair. Bij Cabo da Roca (Kaap van de rots) staat de vuurtoren op een 140 m hoge klif. Dit is het meeste westelijke punt van het Europese vasteland. Je kan er zelfs een certificaat kopen dat bevestigt dat je hier gestaan hebt. We hebben er een mooie rondwandeling gemaakt. Vanaf de vuurtoren in noordelijke richting over de kliffen tot aan Praia da Adraga, een klein strand met een populair restaurant en via de GR-route terug. Ook in de verdere omgeving zijn er verschillende populaire badplaatsen. Sommige hebben natuurlijke zwembaden, uitsparingen in de rotsen die zich bij vloed vullen met zeewater.

Praia do Guincho

Praia do Guincho

Zuidelijk van Cabo da Roca ligt het prachtige grote zandstrand van Guincho. De westenwind heeft hier vrij spel en is dus is deze plek erg geliefd bij surfers en kitesurfers. Doordat de golven hier soms even hoog zijn als op vb. Hawaï, worden er regelmatig wedstrijden en kampioenschappen georganiseerd.

Aan de zuidrand van Serra da Sintra liggen de bekende badplaatsen Cascais en Estoril. Ze zijn van traditionele vissershaven uitgegroeid tot trefpunt van miljonairs en verbannen koningen. Door de vele villa’s uit de 19e eeuw hebben ze een zekere grandeur die op andere plaatsen ontbreekt. Om het plaatje compleet te maken zijn er meerdere grote hotels, golfbanen en een racecircuit; kortom een plek met een hoog m’as-tu-vu-gehalte. Heel wat mensen genieten samen met ons van een wandeling is het zonnetje op de mooie zee promenade die de stranden van beide badplaatsen met elkaar verbindt.

Colares wijn proeven!

Colares wijn proeven!

In Colares, waar wij tijdelijk wonen, wordt nog steeds, zij het in kleine hoeveelheden, de Colareswijn gemaakt. Bij wijnkenners, moet bij de naam Colares een belletje gaan rinkelen. Toen eind 19e eeuw de fylloxera-epidemie (wijnluis) bijna alle wijnstokken in Europa vernietigde, bleven deze van Colares gespaard .Het insect slaagde er niet in om in de dichte zandgrond van de Atlantische kust door te dringen tot bij de wortels (soms wel tot 8m diep).
Op het internet lazen wij: “Het terroir is uniek. De zeer oude wijngaarden, die in veel gevallen ouder dan 100 jaar zijn, brengen een minerale, zilte wijn voort die lang moet rijpen. De smaak van de rode wijnen is vol, tanninerijk, bitter en krachtig, iets voor kenners”. Dat moeten ze ons geen 2 keer zeggen; kopen en proeven dus!

Fotoalbum ‘Sintra en Serra da Sintra’ weergeven

Advertenties

Lissabon, buiten het oude centrum

Fotoalbum ‘Lissabon, buiten het oude centrum’ weergeven

Eigenlijk bestaat een citytrip naar Lissabon uit drie delen: het centrum, dit is het bruisende middelpunt van de stad; ten westen daarvan de monumentale wijk Belém en in het noordoosten het moderne Parque das Nações.

Mosteiro dos Jerónimos

Mosteiro dos Jerónimos

Na het centrum bezoeken we nu, op zondag, de wijk Bélem (Portugees voor Bethlehem). Hier liggen enkele historische gebouwen, alsook de Jardim Botânico de Ajuda, het presidentieel paleis en enkele musea.
We moeten vanaf ons hotel eerst enkele haltes met de metro en daarna nog een kwartiertje met de trein. Het is dan ook nog vroeg en erg rustig als we in Bélem aankomen. Het is van hieruit, stroomafwaarts langs de Taag, dat de Portugese ontdekkingsreizigers naar onbekende oorden vertrokken.

De Torre de Belém en het Mosteiro dos Jerónimos, beide op de UNESCO Werelderfgoedlijst, vormen samen het symbool van de macht en de rijkdom van het Portugese wereldrijk tijdens de 14e en 15e eeuw. Ze zijn beide gebouwd in opdracht van de Portugese Koning Manuel I, die door de ontdekkingen van India en Brazilië de rijkste monarch van Europa werd. De unieke stijl ook wel gekend als de Manuelstijl, is een combinatie van uitbundige architecturale versieringen met decoraties die verwijzen naar de zee, de scheepvaart en de ontdekkingsreizen. Daarbij worden ze ook nog eens op een geraffineerde wijze gecombineerd met oosterse en Moorse motieven.

Mosteiro dos Jerónimos

Mosteiro dos Jerónimos

Het klooster Mosteiro dos Jerónimos werd gebouwd op de plek waar voorheen een kapel stond. Hier brachten Vasco da Gama en zijn manschappen in 1497 de nacht biddend door voordat zij vertrokken naar Indië. In 1502, net nadat hij was teruggekeerd, werd uit dank voor de geslaagde ontdekkingsreis, begonnen met de bouw van het klooster. Het klooster werd toevertrouwd aan de Orde van de monniken van Sint Hiëronymus. De bouwwerken werd grotendeels gefinancierd met de winst uit de handel in specerijen, het zogenaamde ‘pepergeld’. In die context is het goed te begrijpen de bouwmeesters geen beperkingen hadden bij het maken van hun ontwerpen. Het werd een imposant gebouw: 180 m lang. Het is een hele kunst om het op één foto te krijgen.
De witgele kalksteen die zich goed liet bewerken, heeft een mooie gloed in de ochtendzon. Vooral het zuidportaal van de ‘Igresia de Santa Maria’ is uitbundig versierd. Binnenin valt vooral de grote koepel op die steunt op ranke versierde pilaren. Een wonder dat deze constructie bestand was tegen de zware aardbeving.
In de kerk zijn er meerdere graven van de leden van de koninklijke familie, maar ook van dat van Vasco da Gama.

Mosteiro dos Jerónimos

Mosteiro dos Jerónimos

De kloostergang is vierkant, 55 op 55 m en heeft twee verdiepingen. Helaas kunnen we enkel rondwandelen op de minder weelderig versierde bovenverdieping, maar toch het blijft een lust voor het oog.
Op de benedenverdieping en op het middenplein wordt alles in gereedheid gebracht voor de afscheidsviering van de zonet overleden Mário Soares. Hij was niet alleen de vroegere premier en eerste burgerpresident na de dictatuur, maar zorgde er ook voor dat Portugal kon toetreden tot de Europese Unie. Het klooster Mosteiro dos Jerónimos is dan ook één van de meest prominente gebouwen in de stad.
Verbazingwekkend genoeg kwam ook het klooster bijna ongeschonden uit de aardbeving van 1755, maar verloederde het nadat in 1834 veel religieuze ordes in Portugal werden afgeschaft; zo ook die van de Hiëronymieten. In 2007 werd, in het intussen gerestaureerd klooster, het Verdrag van Lissabon ondertekend.

Torre de Belém

Torre de Belém

Op naar de Torre de Belém. Het is een korte aangename wandeling door de tuinen en het park die voor het klooster liggen. Deze grote wachttoren, bedoeld om de stad te beschermen tegen piraten, lag oorspronkelijk op een zandbank midden in de Taag. In de 19e eeuw heeft men de noordoever drooggelegd, waardoor de toren nu aan de oever staat. We moeten enkel over een houten ophaalbrug om binnen te geraken.
Ook de toren is opgetrokken in de typische Manuel stijl. Hij werd bijna gelijktijdig met het klooster gebouwd en bestaat uit twee delen: een min of meer zeshoekig bastion met daarop een toren van vijf verdiepingen. Onderin zijn de schietgaten met kanonnen en magazijnen. Op het hoeken van platform staan er mooie wachttorentjes. In het midden staat het beeld van Onze Lieve vrouw van de Behouden thuiskomst, symbool van bescherming voor de zeelieden.
Vooral de toren is mooi met een verfijnde loggia. Net daaronder zijn er waterspuwers aangebracht in de vorm van dierenkoppen; onder andere van een neushoorn. Volgens een paneel op de muur zou dit de eerste afbeelding van een neushoorn in de West-Europese kunst zijn. Ook de andere verdiepingen zijn elegant versierd en bieden een mooi uitzicht op de omgeving.

Monument der ontdekkingen

Monument der ontdekkingen

Verderop vlak langs de Taag staat nog een vrij indrukwekkend monument, nl. het ‘Padrão dos Descobrimento’ of het Monument der ontdekkingen. Het betonnen bouwwerk heeft de vorm van een schip. Voorop staat Hendrik de Zeevaarder met achter hem de beroemde Portugese ontdekkingsreizigers. Het werd gebouwd in de jaren zestig van vorige eeuw ten tijde van het totalitair/dictatoriaal regime van Salazar; een periode met veel armoede, werkloosheid en een grote emigratiegolf. Deze donkere periode werd op 25 april 1974 afgesloten met een geweldloze revolutie.

Pastéis de Belém

Pastéis de Belém

We wandelen terug in de richting klooster. Het is er ondertussen al aardig druk. Daarbij passeren we de Confeitaria de Bélem. Hier staat men in dubbele lange rijen aan te schuiven voor de beroemde Pastéis de Belém; een rond bladerdeeggebakje dat gevuld is met een soort pudding. Elke bakker in Lissabon en omgeving verkoopt ze, maar dan wel onder de naam ‘Pastéis de Nata’. We kunnen ze dagelijks proeven, want in ons hotel staan ze samen met andere lokale gebakjes bij het uitgebreide ontbijtbuffet.
Nog één museum willen we bezoeken vandaag, nl het koetsen en rijtuigenmuseum. Helaas lost dit onze verwachtingen niet in, een groot aantal koetsen ontbreken en ook de tentoonstelling op de eerste etage is gesloten. De nevencollectie ‘brandweer’ was wel erg boeiend. Enkel dagen later lazen we dat men de collectie aan het verhuizen is naar een nieuw groter museum iets verderop.

Parque das Nações

Parque das Nações

Ook het Parque das Nações (Park der Natiën) ligt langs de Taag, maar stroomopwaarts, aan de andere kant van het oude centrum. De hele wijk met schitterende futuristische bouwwerken werd ter gelegenheid van Expo ’98 gebouwd. In tegenstelling tot Sevilla (Expo ’92), waar vele paviljoenen nog steeds op een herbestemming wachten, is het hier een aangename levendige buurt. Men heeft zich vooral gericht op de ontspanning voor gezinnen met o.a. een winkelcentrum, restaurants, hotels, bars, een casino, sportzalen, en enkele musea; en dit alles afgewisseld met veel grote groenstroken.

Estação do Oriente

Estação do Oriente

Om er te geraken moeten we eerst de metro nemen tot aan station Oriente. Dit station is een kunstwerk op zich. De glazen overkapping van de perrons symboliseert een rij palmbomen. Door de wisselende lichtinval verandert het uitzicht voortdurend.
We wandelen eerst door het grote winkelcentrum tot aan de Taag. Dan volgen we de promenade en passeren we de Torre Vasco da Gama (het hoogste gebouw van Lissabon), en wandelen we onder de Vasco da Gama brug door. Deze 18 km lange brug verbindt Lissabon met de zuidelijke oever van de Taag.
We wandelen terug en bezoeken het Oceanário; het grootste aquarium in Europa en dé topattractie van Expo ’98. In het grote centrale bassin zwemmen onnoemelijk veel grote en kleine vissen door elkaar; van haaien en meervallen tot roggen en manta’s. Het parcours loopt 2 maal rond het aquarium en op de benedenverdieping sta je als het ware oog in oog met de vissen. In de hoekbassins worden de ecosystemen van de Noordelijke ijszee, de Indische oceaan, de stille Oceaan en de Atlantische oceaan nagebootst. Niet alleen vissen zijn er te zien maar ook pinguïns en zeeotters. Absoluut een aanrader!

Oceanário de Lisboa

Oceanário de Lisboa

Eén museum mochten wij niet missen, nl. het Gulbenkian museum. Vlak naast ons hotel liggen in een ruim park enkele moderne gebouwen die behoren tot de stichting van Calouste Gulbenkian. Deze Britse zakenman van Turkse afkomst liet zijn volledige vermogen na, om er een kunst- en cultureel centrum mee te financieren. Een van gebouwen is er speciaal gebouwd voor het tonen van de unieke collectie die hij in de loop van zijn leven verzamelde.

Museu Calouste Gulbenkian - Lalique

Museu Calouste Gulbenkian – Lalique

De stukken gaan van 4000 jaar oude Egyptische beeldjes over Romeinse munten, Islamisch- en oosterse kunst tot art deco broches van Lalique. Ook kunstwerken uit het verre oosten en topwerken van de Europese kunst zijn er te zien met o.a. schitterende wandtapijten, werken van o.a. Rogier van de Weyden, Rubens en Rembrandt. Er zijn boeken en manuscripten, meubels en gebruiksvoorwerpen, het museum is niet erg groot, maar elk voorwerp is een topper en is het bekijken waard. Ook hier weer een kleine tegenvaller, want het deel van de collectie met de 18e- en 19e-eeuwse stukken is tijdelijk gesloten voor renovatie.
We zijn de afgelopen dagen meerdere malen voor gesloten deuren komen te staan van afdelingen, zelfs ganse musea en tuinen. Blijkbaar is het nu een goed moment om ze tijdelijk te sluiten voor renovatie. Een rede te meer om nog eens terug te komen naar Lissabon.

Fotoalbum ‘Lissabon, buiten het oude centrum’ weergeven

Lissabon, het oude centrum

Fotoalbum ‘Lissabon, het oude centrum’ weergeven

Als bestemming voor onze winterreis 2017 hebben we gekozen voor Lissabon en omgeving. We gaan eerst 5 dagen het historisch centrum verkennen, daarna een weekje naar de Serra da Sintra, zo’n 30 km naar het noordwesten. Om af te sluiten trekken we nog een drietal weken naar de Serra da Arrábida, zo’n 50 km ten zuiden van Lissabon. Met een beetje geluk ontsnappen we aan de donkere, koude winterdagen in België. Goed mogelijk, want de gemiddelde temperatuur voor januari is hier 12°C.

Praça do Comércio

Praça do Comércio

Lissabon is de oudste stad van West-Europa, al gekend in de 12e eeuw voor Christus. Sinds het tijdperk van de ontdekkingsreizen (vanaf midden 14e eeuw) is het een belangrijke havenstad en handelscentrum. Eerst door de handel in slaven uit Noord Afrika. Later, nadat Vasco da Gama in 1498 erin geslaagd was via Kaap de Goede Hoop naar India te varen, en de ontdekking van Brazilië door Pedro Cabral twee jaar later, werd Lissabon dé metropool van het Portugese koloniale imperium.

Tram 28

Tram 28

Helaas zijn er van uit die tijd slechts weinig authentieke gebouwen over. Op 1 november 1755 om half 10 in de voormiddag, werd de stad getroffen door een zeer zware aardbeving; waarschijnlijk met sterkte 9 op de schaal van Richter. Hoewel het epicentrum verder naar het zuiden en in de oceaan lag, werd de stad zeer zwaar verwoest. Meer dan twintig kerken stortten in, waarbij de mensen, die er samen gekomen waren voor de Allerheiligenviering, bedolven werden onder het puin.
Bij de daaropvolgende schokken ontstonden zware branden die zich snel uitbreiden over de stad. Even later werden de lager gelegen delen overspoeld door een hoge vloedgolf.

Azulejos

Azulejos

Samen met de huizen, kerken en paleizen gingen ook kunstwerken, archieven, boeken, meubels, goud en juwelen verloren. In totaal kwamen er meer dan 50.000 mensen om (een kwart van de bevolking) en de volledige benedenstad werd met de grond gelijk gemaakt.
Bij de wederopbouw van de benedenstad ging men uit van een strak dambordpatroon. Nu staan er voornamelijk veel 18e-eeuws barokke gebouwen. Bij de 19e-eeuwse gebouwen vallen de gevels in pasteltinten die bekleed zijn met azulejos op. Vaak zijn er ook mooie Art deco versieringen aangebracht. In de omliggende wijken heeft men wel een aantal gebouwen uit vorige eeuwen weten te restaureren.

Baixa gezien van uit Castelo de São Jorge

Baixa gezien van uit Castelo de São Jorge

Rond Baixa, de heropgebouwde wijk in de benedenstad, liggen op de omliggende heuvels zowel in oostelijke als westelijke richting de andere oude wijken. Elk met zijn eigen karakter: van volks tot trendy; van een bont allegaartje tot chique. Deze wijken lopen in elkaar over en worden verbonden door smalle steile straten, soms kronkelend, dan weer overgaand in trappen; heel veel trappen. We zullen maar zeggen dat ze prima zijn voor de conditie! Daar tussen liggen kleine pleintjes, vaak met een terrasjes van café of restaurant. Het zijn heerlijke plekken om even uit te blazen en te genieten van de zon, een koffie met een gebakje, of bijvoorbeeld gegrilde sardines. Gewoon heerlijk, zo begin januari!
Om de grote hoogteverschillen gemakkelijker te overbruggen zijn er gelukkig publieke liften (binnen in gebouwen) en antieke kabeltrams (elevador). Deze elevadores, die gelijkenis vertonen met de ‘cable cars’ in San Francisco, komen vaak uit bij parkjes met schitterende uitzichten (miradouros). Een rit met zo’n een steile tram is voor ons toeristen een attractie, naar voor de lokale bewoners een belangrijke vorm van transport.

Elevador da Bica

Elevador da Bica

De stad op een leuke manier verkennen kan je volgens ons op twee manieren: te voet, best aangenaam, of op een minder vermoeiende manier: per tram (eléctrico). De lijnen, maar ook de rijtuigen, die de steile hellingen (tot 14 %) overbruggen zijn meer dan 100 jaar oud. Een ritje in de krakende tramstellen van lijn 28, die van oost naar west door de oude stad loopt, is daardoor al een attractie op zich.

Bij onze verkenningstochten door de verschillende wijken zijn we gestart in de buurt van de Taag; in het herbouwde deel Baixa, nu het ‘modernste’ gedeelte in het centrum. Het Praça do Comércio is een enorm plein dat aan drie kanten omgeven wordt door een paleis met in het midden een triomfboog. Vooral in de avonduren komen de inwoners graag naar dit plein om te flaneren, om naar straatartiesten te kijken en te luisteren, en om mee te dansen of om gewoon te genieten van een mooie zonsondergang. Het uitzicht is verassend doordat in de achtergrond twee monumenten te zien zijn die we ook van elders kennen: de ‘Ponte 25 de Abril’ en ‘Cristo Rei’. De brug ‘Ponte 25 de Abril’ vertoont sterke gelijkenis met de Golden Gate Bridge in San Francisco. Dit is logisch want ze is door de zelfde firma gebouwd. Ze is ook rood geverfd en heeft een autodek met eronder een spoorlijn. Het 110 meter hoge standbeeld van Christus aan de overzijde van de Taag is min of meer een kopie van het Christusbeeld in Rio de Janeiro.

Elevador de Santa Justa

Elevador de Santa Justa

Lopen wij onder de triomfpoort door, dan komen wij in de Rua Augusta, een winkelwandelstraat. In het midden van een van de zijstraten staat een bijzondere constructie: nl de Elevador de Santa Justa. Deze lift uit het begin van de 20ste eeuw werd ontworpen door een vroegere medewerker van ingenieur Eiffel. Het is er aan te zien. In de twee houten liftkooien kunnen telkens 24 personen mee om de 45 m hoogteverschil naar de hoger gelegen wijk Chiado te overbruggen. Vanop het uitzichtpunt bovenop de lift heb je een geweldig zicht over de stad.

Castelo de São Jorge

Castelo de São Jorge

Ten oosten van Baixa ligt de wijk Alfama: de meest volkse buurt van de stad met een echte wirwar aan straatjes, steegjes en natuurlijk: veel trappen. Boven op de top van de heuvel ligt het Castelo de São Jorge. Nadat Lissabon in 1147 was heroverd op de Moren, werd dit fort omgebouwd tot de residentie van de koning. In de loop der tijden heeft het nogal wat andere functies gehad: van wapendepot tot theater en gevangenis. Vooral de wandeling over de dikke vestingmuren, welke pas midden vorige eeuw gerestaureerd zijn, biedt een spectaculair uitzicht over de stad in alle richtingen. In deze wijk ligt ook de kathedraal, Sé, vaak herbouwd en met een sober en streng interieur. Daar hadden we meer van verwacht. Vlakbij ligt nog een andere, relatief nieuwe kerk, nl. Igreja Santo António. Via een smalle lange gang en een soort winkeltje kan men afdalen naar de kelder. De gang eindigt op de plek waar Sint Antonius geboren zou zijn.

Igreja de São Roque

Igreja de São Roque

Ten westen van Baixa liggen de wijken Chiado en Bairro Alto. Deze zijn wat statiger en hebben meer allure dan Alfama. Er zijn nog veel authentieke winkels en ouderwetse beroemde cafés, maar ook theaters en regeringsgebouwen.
Hier konden we nog een echt pareltje bezoeken: de Igreja São Roque. Een van de weinige kerken die niet verwoest werden door de aardbeving. De buitenkant is vrij sober, maar het interieur daarentegen is zeer indrukwekkend. Vooral de kapel van Johannes de Doper valt op. Ze is overvloedig gedecoreerd met goud en edelstenen en behoort tot de meest bijzondere van Portugal.
In welke wijk je ook gaat overal zijn er kleine winkeltjes waar de buurtbewoners en toeristen samen komen om een glaasje ‘ginjinha’ een wat zure wilde kersenlikeur te drinken. De genieters!

Fotoalbum ‘Lissabon, het oude centrum’ weergeven