Malpais

Fotoalbum ‘Malpais’ weergeven

Güímar - Malpais

Güímar – Malpais

Stonden we bij ons eerste bericht nog op de top van de Teide, dan zijn we nu in de buurt van de kust. Hoewel Tenerife bekend staat als zon en zee bestemming zijn grote stranden er een zeldzaamheid. Zowel het grote strand ten oosten van Santa Cruz, als dit aan de zeer toeristische zone van Los Christianos en Las Américas zijn kunstmatig aangelegd met woestijnzand uit de Sahara. Andere stranden zijn meestal klein met zwart lava zand. Voor de rest bestaat de kust uit ruwe rotsen. Vaak niet of moeilijk te bereiken wegens de loodrechte kliffen. Als men dan dicht bij de zee geraakt zoals bij Las Aguas en aan Punto del Hidalgo, een uitstekende punt in het noordwesten, dan moet men opletten voor een sterke branding en een ruwe zee.

Garachico

Garachico

Op enkele plaatsen, zoals o.a. in Garachico aan de noordkust of bij Los Gigantes in het westen, zorgen rotsen op de kustlijn voor een merkwaardig fenomeen, nl. de ‘piscina naturales’. Het zeewater blijft er staan tussen de rotsen in natuurlijke bassins. Men heeft er enkel trappen en ladders bijgeplaatst. Bij rustige zee kan men dan daar een frisse duik nemen. Kleinere poeltjes die onderhevig zijn aan het getijde zijn dan weer een ideale plek voor vogels. Vooral tijdens de trek kan men er heel wat soorten spotten.

Vogels die eerder op zoet water aangewezen zoeken dan weer de waterreservoirs die men aangelegd heeft ten gunste van de landbouw op. Zo zagen bij Tejina wel heel speciale vogels nl. ringsnaveleenden, een wijfje en twee mannetjes. Deze vogels komen normaal voor in Midden en Zuid Amerika. Mooie beestjes, alleen de omgeving was niet echt niet echt fotogeniek met die zwarte plastiek.

ringsnaveleend -Aythya collaris

ringsnaveleend -Aythya collaris

Op zo’n vulkanisch eiland heb je natuurlijk ook plekken die totaal ongeschikt zijn voor landbouw en waar weinig of niets groeit. Het zijn gebieden die na een ‘recente’ uitbarsting van dikwijls kleinere vulkanen onder de lava bedolven werden. Men noem dit biotoop de ‘malpaís’.
Onze voorkeur gaat uit naar de malpaís in de nabijheid van de kust. Zo heb je in het noordwesten deze bij Punta de Teno, in het zuidoosten deze bij Guïmar en in het uiterste zuiden: de malpaís de La Rasca en deze in de omgeving van de montaña Roja.

Malpaís de la Rasca

Malpaís de la Rasca

Euphorbia canariensis

Euphorbia canariensis

Op het eerste zicht lijkt het een steenwoestijn van zwarte gestolde lava, met hier en daar wat zanderige plekken met lavagruis. In deze zone kan het vaak warm en droog zijn. Ook kan het er hard waaien. De planten, zijn dan ook aangepast aan zowel de droogte als aan het hoge zoutgehalte. Ze hebben geen of zeer kleine bladeren, zijn behaard of kunnen in wortels, stengels of bladeren water opnemen. Men noemt dit succulente soorten. Er zijn meerdere plantenfamilies die succulente soorten hebben, wat resulteert in een grote verscheidenheid aan vormen. Sommige soorten zijn zelfs kenmerkend voor het landschap zoals de indrukwekkende Canarische wolfsmelk (Euphorbia canariensis), een cactusachtige struik van soms twee meter hoog met kandelaarachtige takken en kleine roodgroene bloemen. Of Euphorbia balsamifera, een kogelronde struik waarbij de bladeren schijnbloemen vormen. Euphorbia aphylla is dan weer bladloos.

ijskruid - Mesembryanthemum crystallinum

ijskruid – Mesembryanthemum crystallinum

Andere mooie waarnemingen zijn die van Mesembryanthemum crystallinum of ijskruid. De naam verwijst naar de glinsterende, doorschijnende blaasjes op de stengels en bladeren. Onder de blaasjes zitten kliertjes die natriumcarbonaat afscheiden. Men heeft in het verleden deze plant op grote schaal aangeplant om er soda uit te halen. Daarom wordt de plant ook wel ‘sodaplant’ genoemd. Ook Limonium sp of lamsoor, Plocama pendula, Astydamia latifolia, Aeonium sp en anderen zijn het bekijken waard. We gaan ze niet allemaal opnoemen, het zijn stuk voor stuk juweeltjes, en een aantal zijn te zien in het fotoalbum.

Cerpopegia fusca

Cerpopegia fusca

Ceropegia fusca

Ceropegia fusca

Een plant met een zeer rare vorm is de Ceropegia of lantaarnplant. Van ver lijken de stengels op verdorde takken. Dichtbij zijn het net een rij lange smalle worsten. De oudere stengels zijn grijs met een witachtige was, de uitlopers zijn groen met enkele smalle blaadjes en schitterende bloemetjes die inderdaad lijken op lantaarntjes. In het Zuiden van het eiland groeit de soort met de roodbruine bloempjes (fusca), in het Noorden deze met de gele (dichotoma).

canarische hagedis M. - Gallotia galloti

canarische hagedis M. – Gallotia galloti

Ook voor de reptielen is malpaís, een interessant biotoop. Tussen de stenen is er voldoende plaats om zich te verstoppen. We zagen vaak de Tenerife hagedissen, een endemische soort die verlekkerd is op picknickresten. Van slangen moesten wij (vooral Liliane) geen schrik hebben want die komen op Tenerife niet voor.

Fotoalbum ‘Malpais’ weergeven

Advertenties

Een streepje geschiedenis

Fotoalbum ‘Een streepje geschiedenis’ weergeven

Wijngaarden

Wijngaarden

In de hoger gelegen regio’s van Tenerife zijn de biotopen vrij goed afgelijnd. Lager, meer naar de kustzone toe is dat veel minder het geval. Sinds de verovering door Spanje in de 15 de eeuw heeft men in de lagere, vlakke delen van Tenerife, steeds getracht aan landbouw te doen. De geteelde producten waren vooral bestemd voor export naar het vaste land. Net onder de zone met de dennenbossen gebeurde dat op kleine schaal. Daar zijn nog altijd de kleine tuinen en akkers te zien zoals bijvoorbeeld in de buurt van Santiago del Teide. Omdat ze momenteel weinig rendabel zijn liggen ze er vaak verlaten bij. Hier wandelen is zeer aangenaam, vooral vanwege de bloeiende amandelbomen en de vele vetplanten en wolfsmelkachtigen nu op die velden staan. Ook de reuzenorchis van Tenerife kan men hier met wat geluk aantreffen.

Santiago del Teide

Santiago del Teide

Amandelbloesem

Amandelbloesem

Op de vlakkere, beter bewerkbare percelen werden op grote schaal pogingen ondernomen om achtereenvolgens suikerriet, tabak, tomaten (voor medische doelen) en schijfcactussen (voor het kweken van de cochenilleluis vanwege de rode kleurstof) te telen. Deze monoculturen zijn ondertussen allemaal verdwenen op de teelt van bananen na. Om water te sparen en als bescherming tegen de wind zijn de plantages ommuurd en vaak met plastiek afgedekt. Niet altijd een fraai beeld in het landschap. De hier aangeplante variëteiten zijn zoet en rijk aan proteïnen en vitaminen. Toch kunnen ze niet concurreren met deze uit Zuid-Amerika die groter zijn en een dikkere schil hebben en daardoor beter geschikt zijn voor transport. De productie is enkel voor de lokale markt en voor het Spaanse vasteland.

bananenplant

bananenplant

Een bananenplant krijgt na ongeveer één jaar een tweeslachtige bloem. Het vrouwelijk deel, groeit uit tot een bananentros. Een half jaar na de bloei zijn de bananen volgroeid en weegt de tros meer dan 30 kg. Na de oogst wordt de stam omgehakt. Na een tijdje verschijnt er een nieuwe scheut.
De laatste jaren poogt men de tuinbouw te moderniseren en de diversifiëren. Men probeert nieuwe rassen en stimuleert de aanplant van aardappelen, druiven voor de wijnbouw, avocado’s en papaja’s.

La Laguna

La Laguna

Een doorsnee toerist komt niet naar Tenerife voor zijn geschiedenis, zijn historische gebouwen, zijn musea en dergelijke. Weinigen weten dan ook dat de stadskern van San Cristóbal de La Laguna op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat. Deze vroegere hoofdstad ligt landinwaarts, vlakbij de huidige hoofdstad Santa Cruz. Ze ligt te midden van een vruchtbare landbouwzone. De naam van de stad verwijst naar een meer dat in een ver verleden drooggelegd werd.
Ruim 500 jaar geleden, na een lange, ongelijke uitputtingsstrijd, veroverden de Spanjaarden het eiland op de Guanchen. Omdat men daarna geen gevaar meer verwachtte, werd La Laguna de eerste Spaanse stad zonder verdedigingsmuren. De stad werd gebouwd met een strak geometrisch stratenplan. Dit model is later gekopieerd naar vele steden in Latijns-Amerika.

La Laguna, Catedral

La Laguna, Catedral

Pronkstukken zijn de kathedraal uit 1515 en het Salazar of bisschoppelijk paleis. Maar wij vonden vooral het totaalbeeld van kerken, overheidsgebouwen, paleizen en huizen, allen gebouwd in koloniale stijl verrassend mooi en kleurrijk. Het originele karakter uit de 15 de en 16 de eeuw is bijna volledig intact gebleven. De stad heeft dan ook nooit oorlogen of aardbevingen gekend. Tevens zorgen de pleintjes en parkjes voor een bepaalde charme waardoor een wandeling door de verkeersvrije straten van La Laguna bijzonder aangenaam is. Door de aanwezigheid van de universiteit is het ook een levendige stad.

Wie nog een stad wil ontdekken waar de tijd is blijven stilstaan, kan net als wij een bezoek brengen aan La Orotava. Na de Spaanse verovering vestigden 12 aristocratische families zich hier. Ze bouwden hier hun huizen, kerken, kloosters en tuinen in koloniale stijl met gotische en barokke afwerking en vaak met prachtige houten balkons. Later kwamen hier de rijke kooplieden wonen die fortuin maakten door de strategische ligging van Tenerife in de Atlantische Oceaan. Vele schepen legden hier nieuwe voorraden aan op weg naar de Nieuwe Wereld. Zelfs Christopher Columbus maakte een tussenstop in Tenerife tijdens zijn reizen naar Amerika. In de loop der tijden gingen ook meer en meer inwoners van Tenerife werken aan boord van de schepen of emigreerden ze naar ginder. Zo is de grootmoeder van Fidel Castro afkomstig uit de streek van La Orotava. In het algemeen voelen de mensen zich hier eerder verbonden met Latijns Amerika dan met Spanje. Vele Latijns-Amerikaanse gewoontes en tradities maken deel uit van dagelijkse leven hier, zo ook het carnaval.

Monarchvlinder - Danaus plexippus

Monarchvlinder – Danaus plexippus

Santa Cruz de Tenerife is nu de grootste stad van Tenerife en tevens de hoofdstad. De haven voor zowel passagiers als vrachtverkeer is erg belangrijk. Het oude centrum bestaat uit een mix van oude statige huizen, kerken, en heel wat gebouwen en monumenten uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Ze werden gebouwd tijdens het regime van Franco. Door de vele pleintjes en een mooi stadspark is een stadswandeling zeer aangenaam. Verrassend zijn de vele Monarchvlinders (Danaus plexippus) die er rondvliegen.

La Orotava, drakenboom

La Orotava, drakenboom

In vele steden aangeplant, en aan de noordkant van het eiland ook in het wild, staat een bijzondere boom: de Canarische drakenboom of drakenbloedboom (Dracaena draco).

drakenboom - Dracaena draco

drakenboom – Dracaena draco

De boom ziet er wat vreemd uit met een dikke stam en een parapluvormige kroon met dikke lijnvormige bladeren. Recent onderzoek plaatst deze in de familie van de asparagus (asperge). De meest gekende is wel de ‘1000 jarige boom’ van Icod de los Vinos, of hoe één (weliswaar oude) boom je stad kan doen uitgroeien tot een toeristische attractie. De drakenboom is een trage groeier, die er tien jaar over doet om een hoogte van 1 m te bereiken. Elke 12 tot 15 jaar gaat de boom bloeien en vertakt de kroon, waardoor de karakteristieke vorm ontstaat. Wordt de bast verwond of de bladeren gekneusd, dan komt er hars vrij. Blootgesteld aan de lucht kleurt dit rood: het drakenbloed. Dit sap werd door de Guanchen waarschijnlijk gebruikt om hun doden te balsemen. Later, na de Spaanse verovering, werd het drakenbloed erg populair, met als gevolg een afname van het aantal in het wild groeiende bomen. Het werd gebruikt voor medische en cosmetische doeleinden, en als kleurstof. Zo lakte bijvoorbeeld Stradivarius er zijn violen mee.

Fotoalbum ‘Een streepje geschiedenis’ weergeven

Barrancos en montañas

Fotoalbum ‘Barrancos en montañas’ weergeven

Op sommige plaatsen is het landschap geweldig grillig. De relatief jonge ‘oude’ gebergten Teno en Anaga, evenals de noord flank van de Teide (waar een gedeelte van de oervulkaan afschoof in de Atlantische oceaan) zijn zeer sterk geërodeerd. De bergflanken zijn er soms zeer steil en daar horen dan natuurlijk diepe ravijnen bij. Deze kloven, in het Spaans barrancos zijn echte toplocaties, rijk aan planten en dieren.

Teno gebergte

Teno gebergte


Speciaal aan de barrancos is dat de vegetatiezones er, door de erosie van de bodem, wat naar beneden verschoven zijn. Daardoor wijkt de vegetatie af van de nabije omgeving. Tevens heerst er altijd een microklimaat. Het is er meestal vochtiger dan in de omgeving (hoewel er slechts door enkele kloven permanent water stroomt). De hogere vochtigheid zorgt voor een weelderige begroeiing. In de hogere delen werkt het bladerdek net als in de laurierbossen als een soort spons op regen en nevel. Tevens zorgt al dat gebladerte ervoor dat de temperatuur constanter is. Vaak zijn de wanden in de barrancos zijn zo steil dat er zelfs geen paden doorlopen. Op die manier creëren ze hun eigen reservaat. Gelukkig voor ons zijn er barrancos waar wel door gewandeld kan worden.

Habenaria tridactylites + Greenovia aurea

Habenaria tridactylites + Greenovia aurea

De meest bekende is de Mascakloof! Helaas, deze lange moeilijke afdaling zit er voor ons niet in. Bij deze wandeling daal je door de kloof van uit het dorp Masca af naar zee, waar je je dan met een bootje kan laten oppikken. Wij willen onze reis niet hypothekeren door zo’n lange ‘knie’-belastende wandeling. Maar niet getreurd er zijn nog juweeltjes, zelfs in de buurt van Masca. Zowel de wandeling langs de geitenboerderij naar het verlaten finca de Guergues als de wandeling naar de oude dorsvloer en vervallen schuur boven Los Carrizales behoren tot de mooiste in het Teno gebergte. Beide wandelingen volgen min of meer de bergkam tussen 2 barrancos. De paden werden in vroegere tijden aangelegd om naar de kleine velden te gaan. Afwisselend loopt het pad over de rotsen, door uitgespoelde geulen of over stapstenen. Niet alleen de panorama’s zijn hier ronduit schitterend, maar ook botanisch is het puur genieten.

Orchis canariensis

Orchis canariensis

Ook de, volgens velen, mooiste orchidee van Tenerife, de Orchis canariensis, staat hier in de buurt. Vaak is ze terug te vinden op loodrechte wanden in schaduwrijke barrancos. Ze bloeit normaal vanaf februari maar daar we dit jaar een vroeg seizoen hebben staat ze al in volle bloei. Deze zeer fraaie orchidee staat op de meest onmogelijke plekken, want met een plukje humus is ze al tevreden. Door de opvallende roze bloemetjes is ze wel goed te zien, … met een verrekijker! In totaal vonden wij 6 groeiplaatsen van deze orchidee, maar slechts op 2 plaatsen konden wij bij de planten komen.

Orchis canariensis

Orchis canariensis


Canarisch bont zandoogje - Pararge xiphioides

Canarisch bont zandoogje – Pararge xiphioides

Een erg mooie wandeling loopt door de barranco del Cuevas Negras van Los Silos naar Erjos, ook in het Tenogebergte. Het pad staat aangegeven als reservaat. Er staan dan ook tal van fraaie planten, zowel soorten die aan de kust groeien als deze die in het laurierbos voorkomen. Ook fladderen en veel kleurrijke vlinders rond. We zijn blij dat we regelmatig kunnen stoppen om ze te fotograferen, zo kunnen we een rustpauze inlassen tijdens deze lange wandeling.
Tenerife-goudhaan (Regulus teneriffae) in boomheide

Tenerife-goudhaan (Regulus teneriffae) in boomheide


Voor vogels zijn barrancos erg aantrekkelijk. Er is veel voedsel aanwezig en door de rust vormen ze ideale broedplekken. Als we de laurierduiven beter willen zien, moeten we naar een kloof of naar de omgeving ervan. Centraal aan de noordkant van het eiland ligt de barranco de Ruiz. Een zijflank ervan is een bekende plek bij vogelliefhebbers omdat er vaak laurierduiven (Columba junoniae) te zien zijn. De beste plek om ze te spotten is vanaf een uitkijkpunt langs de snelweg, Mirador La Grimona. Na kort speurwerk zien we de duif met de witte staart vliegen. Ze zitten soms met meerdere te gelijk in enkele open struiken. Felix haalt het materiaal boven en kan enkele foto’s maken.
laurierduif - Columba junoniae

laurierduif – Columba junoniae

Zoals in vele kloven is het bovenste deel van de barranco de Ruiz een laurierbos. Aan de bovenkant van de barranco bij Icod El Alto hebben we mooie uitzichtpunten. We zien er de Bolles laurierduif (Columba bollii) een paar keer vliegen en de laurierduif (Columba junoniae) zet zich mooi te kijk in een paar dode bomen aan de overzijde van de ravijn. Geduld hebben, wachten … en nog wat wachten, goed rondkijken, nog wat meer geduld hebben! En natuurlijk ook de nodige dosis geluk!

Kustpad naar Taganana

Kustpad naar Taganana

Het Anaga gebergte is een aaneenschakeling van kloven, steile bergflanken en spitse bergkammen. Er zijn tal van pittige wandelingen. Ze zijn dikwijls lang, je moet een serieus hoogteverschil overwinnen en je loopt soms over ‘enge’ steile flanken.

Liliane naast drakenboom

Liliane naast drakenboom

De wandeling door de barranco de Afur is een deel van zo een lange dagtocht. Het vertrekpunt is het kleine bergdorp Afur. Het pad daalt langs een beekje waarin permanent water vloeit. Er is zelfs een kleine waterval. Onderweg zijn er prachtige steenformaties te zien, ook fladderen er heel wat vlinders en libellen rond. Na wat klauterwerk eindigt het pad op een klein strand, Playa de Tamadite. Wij volgen het kustpad naar het volgend dorpje Taganana. Dus moet eerst nog wat geklommen worden, waarna het pad min of meer op hoogte blijft. Het is een smal pad boven een bijna loodrechte afgrond. In de wandelgids omschrijft met dat met ‘luchtig’. Niet echt geschikt voor mensen met hoogtevrees, maar toch te doen want op de meest spannende plekken is het pad met touwen en kabels beveiligd. Het uitzicht is schitterend en doet wat aan Schotland denken. Net voor het dorp gaat het weer bergop want we moeten de pas van La Cumbrecilla nog op en over en zo dan terug naar Afur.

Fotoalbum ‘Barrancos en montañas’ weergeven

De laurierbossen

Fotoalbum ‘De laurierbossen’ weergeven

Laurierbos

Laurierbos

Een van de meest fascinerende biotopen is toch wel het laurierbos!
Wil er iemand weten hoe de bossen zo’n 25 miljoen jaar geleden er bij ons uitzagen? Geen probleem, dat kan je nog elke dag in Tenerife bekijken. Aan de noordzijde van het eiland vooral in het Teno- en in het Anagagebergte en dat op een hoogte tussen 500 m en 1100 m treft men deze bossen aan: nl. de laurierbossen. Hier spreekt men van ‘laurisilva’ want lauro is laurier en silva is woud. Bij ons zijn ze al lang verdwenen, als het ware platgewalst door de uitgestrekte gletsjers van de ijstijden. Enkel op de westelijke Canarische eilanden en op Madera en de Azoren komen ze nog voor. Daar zijn namelijk nog alle noodzakelijke factoren aanwezig (zoals een mild klimaat met veel neerslag) voor deze relictflora.

Laurierbos bij Erjos

Laurierbos bij Erjos

In de laurierbossen overheersen boomsoorten van de laurierfamilie. Verwacht niet dat je je potje met keukenkruiden kan aanvullen want onze ‘keukenvariëteit’ groeit enkel in Zuid-Europa. Hier staan andere soorten. Daarnaast staan er ook planten die we van bij ons als struiken kennen. Hier zijn het bomen; nl. hulst en heide.

Net als de dennen uit de Corona Forestal kunnen ook de laurierbomen zich zelf bewateren: de waterdamp uit de laaghangende bewolking (mist) condenseert op de bladeren. De zo gevormde waterdruppels vallen op de grond.
Twee jaar geleden hebben we ook kort in de laurierbossen gewandeld, maar door de passaatwolken die er toen vaak hingen, was het geen pretje. Na de kortste keren ben je totaal verkild en doorweekt, want je loopt niet alleen door de regen en de drup, maar ook in de mist van de passaatwolken. Die wolken ontnemen je dan praktisch alle zicht. In het Anagagebergte raadt men zelfs aan om dan niet te gaan wandelen. Op de glibberige modderige paden zou je wel eens een afslag kunnen missen en verdwalen, of ernstig vallen.

Geranium canariense

Geranium canariense

Canaria canariensis

Canaria canariensis

Dit jaar hebben we meer geluk: er hangen zelden passaatwolken. Bij onze eerste wandeling, deze in het Tenogebergte nabij Erjos, heeft men bij het vertrekpunt van de wandeling een stuk pad verhard voor rolstoelgebruikers. Zo kunnen ook minder-mobiele mensen kennis maken met deze unieke natuur. Fijn, dat ze aan hen denken!
We wandelen er op een brede bosweg door de ‘monte del Agua’. Het pad komt al snel langs een uitkijkpunt met een enorm vergezicht. We gaan onder het uitkijkplatform door naar de iets verder gelegen rotsen. Twee jaar geleden zijn we hier ook komen kijken. Dit is namelijk één van de bekendste spots voor het observeren van twee zeldzame (endemische) vogels: de Laurierduif en de Bolles laurierduif. De laurierduif is donkerkleurig met een paarse glans en een witte eindband op de staart. Bij de Bolles laurierduif ontbreekt die witte eindband. In 2014 zagen we geen duiven wegens de mist. Vandaag, een heldere dag, zien we enkele Bolles laurierduif uit het bladerdek opvliegen en er ook weer snel in verdwijnen. Zij zijn veraf en het gaat razendsnel. De rest van de wandeling horen we de Bolles laurierduif nog meerdere keren roekoeën. De Bolles laurierduif komt enkel in de laurierbossen voor, terwijl de laurierduif ook rotsen en kloven als leefgebied heeft. De volgende dagen zullen wij de Bolles laurierduif nog een aantal keren even over het bladerdek zien vliegen, terwijl de laurierduif in de omgeving van rotsen zich een paar keren goed laat zien.

Isoplexis canariensis

Isoplexis canariensis


Wandelen in het laurierbos kan je bijna vergelijken met wandelen in de jungle. Door het dichte bladerdek is het er vrij donker en vochtig en de onderbegroeiing bestaat uit varens, mossen en korstmossen. Gelukkig zijn er ook open plekken met af en toe wat zonlicht. Daar staan dan fraaie planten zoals het Canarisch klokje, Canarische ooievaarsbek, Canarisch vingerhoedskruid en anderen.

Habenaria tridactylites

Habenaria tridactylites

In de rand van de laurierbossen, op rotsen of plekken waar de bossen verdwenen zijn (door kapping of brand) vinden we 2 soorten orchideeën in bloei. Het zijn niet zo’n opvallende soorten als de reuzeorchis van Tenerife. De eerste is Habenaria tridactylites of de Canarische nachtorchis. Ze staat ook nog op andere Canarische eilanden en bloeit al in november. Daarmee is ze de vroegst bloeiende soort en tevens de meest algemene. De bloemetjes zijn klein en groen, en de lip bestaat uit drie slippen; de ‘vingers’. In het algemeen staan deze planten graag in grote groepen, soms van wel duizend exemplaren. Net als in 2014 doen we bij deze orchidee enig telwerk. Jean Claessens werkt aan een studie over de vruchtzetting bij deze soort. Nu hij en Marijke zelf hier zijn, hoeven wij enkel de vruchtzetting bij de populaties in het Oosten te tellen.

Gennaria diphylla (tweeharten-orchis)

Gennaria diphylla (tweeharten-orchis)

De andere orchidee is Gennaria diphylla of de twee harten-orchis (men kan ze ook in Spanje en Portugal aantreffen). De naam verwijst hier naar de twee hartvormige bladeren. Ook deze soort met kleine groenige bloemetjes staat vaak in grote groepen. Haar bloei is nu top!

We verhuizen voor de laatste twee weken naar het Oosten van het eiland. Hier ligt het Anagagebergte. Net als Teno, bestaat het uit oud vulkanisch materiaal, vooral basalt. De hoge en middelhoge delen van het massief zijn bedekt met laurierbossen.

Anaga-gebergte

Anaga-gebergte

Pas in de jaren ’60, bij de opkomst van het toerisme, zijn de kleine dorpen uit hun isolement gehaald en werden er wegen aangelegd. Hoewel; er zijn nog steeds gehuchten die niet met een auto te bereiken zijn. Het is er zeer rustig en nog vrij authentiek.
De meeste wandelingen lopen over de oude muilezelpaden die de nederzettingen onderling met elkaar verbinden. Opvallend tijdens zo’n wandeling zijn de zeer kleine landbouwpercelen die men in terrassen tegen de steile helling heeft aangelegd. Deze regio is zeer vruchtbaar, maar het bewerken van de velden is er erg moeizaam. De opbrengst is veelal voor eigen gebruik. Het zijn stuk voor stuk prachtige, maar pittige wandelingen met bij helder weer zeer mooie vergezichten.

Fotoalbum ‘De laurierbossen’ weergeven

De Corona Forestal

Fotoalbum ‘De Corona Forestal’ weergeven

De Corona Forestal en La Orotava

De Corona Forestal en La Orotava


Net buiten de grote centrale caldera, tussen 1200 m en 2200 m, ligt een ring van dennenbossen: het ‘Parque Natural de Corona Forestal’. Eén soort overheerst hier, nl. de kaarsrechte Canarische den (Pinus canariensis) goed te herkennen aan de tot 30 cm lange naalden die per drie staan. De naalden zijn belangrijk bij de condensatie van de vochtige lucht. De passaatwolken stijgen langzaam langs de bergflank en koelen daarbij af. De nevel die tussen de naalden hangt verandert in druppels. Deze dennen, familie van deze die in de Himalaya voorkomen, zijn goed bestand tegen droogte en kunnen zelfs bosbranden doorstaan. Direct na een brand groeien er uit de stam weer trosjes naalden. Vele bomen zijn zwartgeblakerd met jonge scheuten op de stam.

Aichryson punctatum

Aichryson punctatum

Onder de bomen ligt op vele plaatsen een dik pak naalden. Vroeger werden ze verzameld door de bananenboeren als grondbedekker in hun plantages en als verpakkingsmateriaal. Nu worden ze vooral door parkwachters bijeengeharkt en verkocht als strooimiddel voor in de stallen. Men probeert zo o.a. op de picknickplekken het gevaar voor bosbanden te verkleinen. Want uitgebreid picknicken in de Corona Forestal is een favoriete bezigheid van de plaatselijke bevolking.

Blauwe vink M.- Fringilla teydea

Blauwe vink M.- Fringilla teydea


Grote bonte specht M.- Dedrocopos major

Grote bonte specht M.- Dedrocopos major

Wij komen graag op die picknickplekken zoals o.a. ‘La Caldera’ boven Aguamansa. Een natuurlijke krater ingericht voor recreatie en om te picknicken en te barbecueën. Voor ons is dit een ideale plek om vogels te zien en te fotograferen. Deze zijn hier niet schuw, gewoon aan beweging en lawaai en daarbij verlekkerd op de picknickresten. Daarnaast ligt deze caldera net op de overgangszone met de laurierbossen, zodat de diversiteit hier zeer groot is.

Het is dan ook een aangenaam tijdverdrijf om er de Canarische tjiftjaf, de Tenerifepimpelmees, de Tenerife goudhaan, de Berthelots pieper, de Teneriferoodborst, de vink, de blauwe vink, de grote bonte specht, de grijze kwikstaart, enz… te observeren en proberen te fotograferen. Sommige kan je gemakkelijk met een stukje brood lokken, dat maakt het bekijken wat gemakkelijker, maar is onnatuurlijk op de foto.

Vink (ssp. canariensis)

Vink (ssp. canariensis)

Maanlandschap bij Vilaflor

Maanlandschap bij Vilaflor

De uitgestrekte bossen zijn, vooral in de warmere zomermaanden erg geliefd bij de toeristen, op zoek naar wat verkoeling. Er lopen tal van aangename wandelingen door, zoals deze naar de ‘Paisaje Lunar’ of het maanlandschap. Er zijn er zelfs twee van die landschappen: een wit en een zwart. Deze tufsteenformaties zijn door zand en wind uitgesleten tot zuilen, kegels en bizarre figuren. Deze plekken zijn enkel te voet te bereiken na een lange boswandeling. We gaan eerst naar het zwarte maanlandschap, dit ligt een beetje verborgen in een zijdal, er komt zelfs geen gemarkeerde wandeling bij. Heel vreemd en indrukwekkend. We blijven er even zitten en genieten van het uitzicht terwijl we picknicken. Daarna wandelen we verder naar de uitkijkpunten voor het meer bekende witte maandlandschap. Het erosieproces is hier nog volop aan de gang en de vormen in het landschap zullen in de toekomst nog verder veranderen. Om dit verschijnsel voor volgende generaties te vrijwaren is het niet meer toegestaan tussen de formaties te lopen. Wij vonden de zwarte formaties leuker, maar neem een kijkje in het fotoalbum en kies zelf!

Maanlandschap bij Vilaflor

Maanlandschap bij Vilaflor

Naast leuke vogeltjes en mooie rotsformaties hebben de dennenbossen nog veel fraais te bieden. Een greep uit de planten die we fotografeerden: een soort steenlook (Aichryson punctatum), een van de vele soorten margriet (Argyranthemum sp), een cistusroos (Cistus symphytifolius), een van de vele soorten huislook (Aeonium arboreum) en de Canarische boterbloem (Ranunculus cortusifolius).
Himantoglossum metlesicsianum (reuzenorchis van Tenerife)

Himantoglossum metlesicsianum (reuzenorchis van Tenerife)

Een echt orchideeënparadijs is Tenerife niet, maar in januari kan je, mits wat zoekwerk wel vier bloeiende soorten aantreffen. Eén daarvan en zeker de meest opvallende is Himantoglossum metlesicsianum of de reuzenorchis van Tenerife. We vinden ze in de omgeving van Chio in de randzone van de dennenbossen. Als ze in bloei staan kan je er bijna niet naast kijken. Sommigen worden wel 1 m, uitzonderingen zelfs 1,4 m hoog. De roze, witgroene bloemen ruiken heerlijk. Twee jaar geleden zijn we actief op zoek geweest naar deze planten, toen vonden we er enkele honderden. Nu hebben we het merendeel van die vindplaatsen gecontroleerd. Wij hebben ook heel wat nieuwe vindplaatsen gevonden. Het valt op dat de bloei verder gevorderd is. Er zijn al exemplaren die einde bloei zijn. Om ze te zien moet je naar plekken op een hoogte van ca. 1000 m met ruwe bloklava, dus aan de onderrand van de dennenbossen.
Himantoglossum metlesicsianum (reuzenorchis van Tenerife)

Himantoglossum metlesicsianum (reuzenorchis van Tenerife)

Wij vonden ook heel wat exemplaren van deze reuzenorchis aan de rand van de verlaten tuintjes onder de dennenbomen. Deze tuintjes werden aangelegd door de eerste bewoners van Tenerife, de Guanchen. Zij maakten kleine percelen, door de lavabrokken te stapelen tot muurtjes. Ze deden dat op plaatsen waar onder die ruwe stenen verder verweerde maar vruchtbare gruislava ligt. Waarschijnlijk werden er graangewassen verbouwd want hier en daar treffen we nog een dorsvloer aan. Een zaak is zeker, zeer veel werk voor een zeer kleine opbrengst.

Fotoalbum ‘De Corona Forestal’ weergeven

Wandelen in las Cañadas del Teide

Fotoalbum ‘Wandelen in las Cañadas del Teide’ weergeven

Het hart van het nationale park van ‘las Cañadas del Teide’ is natuurlijk ‘El Teide’ zelf. Deze staat in de ellipsvormige caldera of oerkrater van 16 km bij 11 km; een soort grote arena dus. Hierin wisselen bizarre rotsformaties, reuze lavastromen in allerlei kleuren en uitgestrekte vlakten elkaar af. Die vlakke stukken werden gebruikt om het vee van de ene kant van de eiland naar de andere kant te verplaatsen. Zo’n vee trekroute heet in het Spaans ‘cañada’, vandaar ‘las Cañadas’.

Las Cañadas, minas de San José

Las Cañadas, minas de San José

In het park en aan de rand heeft men een twintigtal wandelingen uitgestippeld. Een aantal hebben we twee jaar geleden gemaakt, maar er blijven er nog een flink aantal over. Enkele ‘nieuwe’ staan dit jaar op ons programma.
Roque Chinchado, de 'vinger Gods'

Roque Chinchado, de ‘vinger Gods’

Maar beginnen doen we met de wandeling bij Roques de García. Voor ons een klassieker. Wij doen hem dit jaar zelfs twee keer, één keer in elke richting. De wandeling vertrekt aan de Mirador de la Ruleta, een druk uitkijkpunt. Dagelijks voert men hier vele bussen toeristen aan die, snel – snel, komen kijken naar een aantal grillige rotsformaties die ontstaan zijn door de erosie van de gestolde lava. De meest gefotografeerde is de Roque Chinchado, of de ‘vinger Gods’. Daar de basis veel sneller erodeert dan de top, zal hij ooit eens omvallen. Iedere iets oudere Spanjaard kent deze rots, want voor het eurotijdperk stond ze afgebeeld op de bankbiljetten van 1000 peseta’s.

Zuidelijke klapekster ssp. (Lanius meridionalis koenigi)

Zuidelijke klapekster ssp. (Lanius meridionalis koenigi)

Eens voorbij het uitzichtpunt, is het rustig, want slechts weinigen maken de wandeling die in een grote boog rond de Roques loopt. Als wij linksom wandelen, komen eerst langs een grote rotsformatie de Roques Blancos en iets verderop is een uitzichtpunt over de vlakte van Llano de Ucanca, de grote lavavlakte die in de diepte ligt. Zelf dalen we ook naar die vlakte af. Felix kan hier een Zuidelijke klapekster ssp. (Lanius meridionalis koenigi) van dichtbij fotograferen. Ze is niet schuw en komt op de picknickresten van de wandelaars af. Een broodkorstje komt ze ophalen en prikt ze op een doornig struikje. Dit klapekster-gedrag heeft ze nog niet afgeleerd!

Teide slangenkruid - Echium wildpretii

Teide slangenkruid – Echium wildpretii

Teide slangenkruid - Echium wildpretii

Teide slangenkruid – Echium wildpretii

Tegen de helling zien we eerst, een bijna uitgebloeide, daarna een frisse bloeiaar van het Teide slangenkruid (Echium wildpretii). Wat een verrassing! Normaal bloeit deze plant in mei en juni. Deze endeem kan tot 3 m hoog worden en is afgebeeld op tal van boeken en brochures. Men noemt deze plant niet voor niets ‘de trots van Tenerife’. De enkele exemplaren (wij zien er alles samen een 10-tal) die nu in bloei staan zijn niet zo groot, maar toch het blijft een prachtig zicht!
Het landschap verandert voortdurend, telkens passeer je langs andere gesteenteformaties. Zo staat in het midden in de lavavlakte, een rotsformatie waar men met wat verbeelding de vorm van een kathedraal in kan herkennen.

La Fortaleza

La Fortaleza

Een ‘nieuwe’ wandeling die we enkele dagen later maken, is naar de Fortaleza of de ‘vesting’, een soort roodbruine tafelberg. Deze wandeling loopt door een glooiend landschap van lava en puimsteengruis aan de noordoostrand van las Cañadas. In de echte lentemaanden april/mei, moet het hier erg kleurrijk zijn als de Teide-brem in volle bloei staat. Nu zijn het slechts enkele goed afgeschermde planten die bloeien zoals de Teide-raket (Descurainia bourgeauana), de Teide muurbloem (Erysimum scoparium) en een van de vele margriet soorten (Argyranthemum sp.). Maar het is wel pas januari! De flank van de Fortaleza staat bekend om zijn zeer groot aantal planten van het Teide slangenkruid. We zien enkel de afgestorven bloeiaren van vorige jaren.

Teide eieren = lava bommen

Teide eieren = lava bommen

Een wandeling waar we lang naar uitkeken, is deze naar de Montaña Blanca. Deze berg ligt aan de oostkant tegen de Pico del Teide aangeplakt. Al van ver is hij te herkennen aan de bleekbeige kleur. De ondergrond is hier bedekt met vederlicht puimsteen. Vroeger werd deze puimsteen afgegraven om te gebruiken in de landbouw. De ontginningsgebieden zijn ondertussen gesloten en gerestaureerd. De weg erheen is nu een prima wandelpad. Dit brede pad wordt ook gebruikt door de wandelaars die naar de top van de Teide willen gaan. Wij hoeven maar tot halfweg, zo’n 5 km en maar tot op een hoogte van 2740 m. Het lijkt alsof we door de woestijn lopen. Veel vogels of andere dieren hoeven we niet te verwachten. Het klimaat is hier dan ook enorm extreem met temperatuurverschillen van -16°C ’s nachts in de winter tot + 54°C op de middag in de zomer. Slechts enkele planten kunnen dit aan.
Van hieruit zien we ook de Fortaleza liggen, de tafelvormige berg waar we al naartoe gewandeld waren. Ook kom je dicht bij de donkere lavastromen die over de flank van de pico del Teide gestroomd zijn.
Teide-viooltje - Viola cheiranthifolia

Teide-viooltje – Viola cheiranthifolia

Als we verder wandelen zien we in de verte de “Huevos del Teide” of de Teide eieren. Het zijn reusachtige basalten lavakogels met een doorsnede tot 5 meter. Ze zijn uit de vloeibare lavamassa losgeraakt en bij het naar beneden rollen aangedikt en tot kogels gestold. Nu liggen ze precies uitgestrooid op de wit-gele puimsteen. Alsof een reus heeft zitten de knikkeren, maar die reus is in dit geval wel een vulkaan! Om de grootte te tonen maken we enkele foto’s met de zelfontspanner. We wandelen verder naar de afgeronde top van de Montaña Blanca. Het uitzicht over las Cañadas en het zuiden is prachtig. Als we terug lopen tot aan de splitsing met het pad naar de top, zien we tot onze verbazing het Teide-viooltje (Viola cheiranthifolia). Hun normale bloeiperiode is april en mei. We fotograferen ze uitgebreid. Sommige struikjes heeft men onder een draadkooitje geplaatst om ze beschermen tegen de konijnen. Zo mooi, zo fris en dat in die steenwoestijn. Onze dag kan niet meer stuk!

Sterren kijken

We kunnen van ons zelf zeggen dat we fans zijn van Las Cañadas. Een bijzondere plek en dat niet alleen overdag maar ook ’s nachts. Deze plek is erkend is als ‘Starlight Tourist Destination’. Een van de beste plekken te wereld om naar sterren, sterrenbeelden, de Melkweg, enz… te kijken. Professioneel doet men dat in het Astrofysisch Instituut van Izaña. De condities om naar de sterren te kijken zijn hier optimaal, weinig lucht- en lichtvervuiling. Het enige dat je nodig hebt is een maanloze en wolkeloze hemel. Een nachtje sterren kijken stond dan ook hoog op ons lijstje.

Zonsondergang boven Chio

Zonsondergang boven Chio

We hebben op de kalender gekeken en een nacht gekozen rond het tijdstip van Nieuwe maan, dus dat zit snor! Ook hebben we met wat gelukt een prijzige kamer kunnen reserveren in de Parador. Het hotel dat op 2200 m hoogte pal tegenover de Roques de García ligt, blijkt de laatste weken bijna altijd uitverkocht te zijn. Als we naar onze kamer gaan krijgen wij al een vermoeden, maar later in het restaurant wordt alles overduidelijk. Het hotel zit vol met wielerploegen en andere sporters op ‘hoogte stage’. BMC, Tinkoff, een Poolse nationale damesploeg, Contador, Nibali, Wiggins en andere, voor ons minder goden.
Het zag er de ganse dag al niet echt goed uit, en als we naar de zonsondergang aan de Mirador de Chio rijden weten wij het zeker: veel te veel wolken. Toch gaan we na het avondeten buiten aan Los Roques kijken naar de sterrenhemel. Het is al bewolkt en de hemel trekt na verloop van tijd nog meer dicht. Dan gaan we maar slapen. Om 4 uur staan we nog eens op om buiten te gaan kijken. Het is nog steeds bewolkt. Daardoor is het ook niet echt donker. Jammer, echt jammer, dan maar terug naar de kamer en verder ‘hoogteslapen’. Tja de sterren… die zagen we weer wel bij het ontbijt! Alberto zei zelfs ‘Olá’ (het Spaans voor hallo) tegen Liliane!

Fotoalbum ‘Wandelen in las Cañadas del Teide’ weergeven

Naar de top van de Teide

Fotoalbum ‘Naar de top van de Teide’ weergeven

Waar je ook bent op Tenerife, zelfs al vanuit het vliegtuig bij het aanvliegen van de luchthaven, heb je zicht op de pico del Teide. Met 3 718 m is het de hoogste berg van de Canarische eilanden, ja zelfs van Spanje. De basis van deze conische vulkaankegel staat in de grote Caldera de las Cañadas, de grote oerkrater die op 2200 m ligt.

Las Cañadas met El Teide

Las Cañadas met El Teide

El Teide

El Teide

Pico Viejo

Pico Viejo

Hoog op ons verlanglijstje voor deze vakantie staat een wandeling naar de top van El Teide, met zicht in de krater. Hoewel we dit doen met behulp van de kabelbaan die ons tot op 3555 m brengt, is dat in januari niet zo evident. Er spelen heel wat factoren mee. Twee jaar geleden lukte het ons niet, wegens sneeuw en ijs op de top. Men sluit dan het pad af en je mag het bovenstation van de kabelbaan niet verlaten. Gelukkig hebben we een zacht en droog najaar gehad en is de top dit jaar sneeuw en ijs vrij. Dit zagen wij trouwens al voor onze landing van uit het vliegtuig.
Een tweede horde is de kabelbaan. Twee jaar geleden hadden we al ondervonden dat de kabelbaan zeer vaak buiten werking is; dit wegens te veel wind.
Daarnaast moet je ook vooraf voor een bepaalde dag en tijdvenster een vergunning aanvragen om naar de top te mogen wandelen. Slechts 50 personen per twee uur kunnen een vergunning krijgen. Ook mag je slechts één vergunning per week vragen met een maximum van 3. Hangen net op dat moment, de wolken laag of is er te veel wind, dan gaat de wandeling helaas niet door.

Pico Viejo

Pico Viejo

Wij hadden drie vergunningen op zak; drie kansen dus. Al bij onze eerste poging leken alle factoren te kloppen: een open lucht en weinig wind. Een werkende kabelbaan dus en daarnaast ook nog eens uitzonderlijk weinig mensen die de beklimming willen maken.
We zijn goed voorbereid. We hebben onze winterjassen aan en handschoenen bij. Ook hebben we ons ingesmeerd met een zonnecrème met hoge UV factor, want boven vriest het en de zon schijnt ongefilterd. Ook hadden we de kaartjes voor de kabelbaan vooraf via het internet gekocht, zodat we zonder wachtrij om 10 uur onmiddellijk met de kabelbaan naar boven konden. Hoewel het de tweede keer was dat we naar boven gingen, het blijft een hele belevenis. De rit naar boven duurt slechts 8 minuten. Het landschap gaat stillaan open.
Eens boven kiezen we ervoor om eerst naar het uitzichtplatform van Pico Viejo te wandelen. Eerst en vooral omdat deze berg prachtige kleurschakeringen heeft van geel over oker tot bruin in de voormiddagzon. Met de zon in de rug is het uitzicht dan schitterend. Tijdens deze gemakkelijke korte wandeling kunnen we acclimatiseren aan de hoogte. De lucht is hier dunner, en je merkt dat je sneller buiten adem bent. We doen het dus rustig aan.

Fumarolen

Fumarolen

De kraterrand, 3718 m

De kraterrand, 3718 m

Het is een vrij vlakke wandeling en al na enkel minuten kom je langs de eerste fumarolen: gaswolkjes die ontstaan bij de verdamping van water dat in de warme ondergrond sijpelt. Deze waterdamp bevat veel zwavel. Zelfs van ver is deze zone van bijna witte gruis (van een oude uitbarsting) te zien. Eens op de mirador aangekomen kan je dan in de Pico Viejo krater kijken.
We wandelen terug naar het bovenstation van de kabelbaan en picknicken in de zon. Het is wel koud, zo tegen het vriespunt. Maar het is windstil en in de zon is het zeer aangenaam. Daarna beginnen we aan de tocht naar de top van El Teide. We klimmen traag, want zo hoog zijn we nog nooit geweest. Het pad is goed onderhouden en prima beloopbaar. We zien slechts één plantje in de massa van lava en puimsteen. Onderweg passeren we enkele wandelaars die last hebben van de hoogteziekte. Ze voelen zich misselijk en hebben hoofdpijn. Ze dalen dan ook langzaam weer af.

De kraterrand, 3718 m

De kraterrand, 3718 m

Bijna boven wordt het pad wat vlakker. Aan de rand van de krater klauteren we nog over wat stenen en lopen we langs enkele fumarolen. Niet zo hevig als die van Vulcano, maar toch kriebelt de zwavelgeur in je neus. We volgen de rand van de krater naar de noordkant, het hoogste punt. Nu hebben we een rondom zicht over heel Tenerife en we zien alle 7 Canarische eilanden. Boven zijn we slechts met enkele andere wandelaars en iedereen wijst wel iets anders aan. De vallei van Oratava, de Fortaleza tafelberg, de sterrenwacht van Izaña, het Tenogebergte, het Anagagebergte, de Caldera, de Montaña Roja in het zuiden, de omliggende eilanden. Een heerlijk gevoel zo de wereld aan je voeten. Gewoon genieten is dit!
Daarna wandelen we nog naar de Fortaleza uitkijk. Deze korte, vlakke wandeling is het minste van de drie. Logisch, na die super ervaring van daarnet.

Zicht op la Fortaleza

Zicht op la Fortaleza

We zeilen terug naar beneden met de kabelbaan en gaan nagenieten in de zon op het terras aan de Parador. Zo dit kunnen we schrappen van ons lijstje.

Fotoalbum ‘Naar de top van de Teide’ weergeven