De Vercors

Fotoalbum ‘De Vercors 2/06 – 13/06/2015’ weergeven

Voor de laatste twee weken van onze voorjaarstrip schuiven we nog even naar het oosten, naar het departement Isère.

grootbloemige gentiaan - Gentiana clusii

grootbloemige gentiaan – Gentiana clusii

We blijven in de Vercors maar waar we de vorige weken westelijk van ‘Les Hauts Plateaux’, verbleven gaan we nu naar de oostelijke kant ervan. Eens wij de Col de Menée gepasseerd zijn, verandert het uitzicht en krijgt alles een meer alpijns karakter. We zijn dan ook naar hier gekomen om een aantal pittige wandelingen te maken en daarbij te genieten van de botanische rijkdom die hier in dit seizoen fenomenaal is. Meerdere factoren hebben een gunstige invloed op de soortenrijkdom. Zo is er niet alleen het verschil in hoogteligging tussen de valleien en de hoogplateaus en de daarbij behorende klimaattypes die daarvoor zorgen, maar vooral de diverse bodemtypes.

Verblijven doen we hier op de camping van Saint-Martin-de-Clelles. Yolande had ons deze camping aanbevolen. Deze gemeentelijke camping is inderdaad zeer goed gelegen, tamelijk verzorgd en helemaal niet duur.

Mont Aiguille en Ruthières

Mont Aiguille en Ruthières

Op dag één van ons verblijf gaan we op stap met Walter Van Looken. Wie kan ons beter meenemen voor een kennismaking met deze streek dan deze eminente Vercors-kenner. We verkennen eerst de omgeving aan de voet van de Mont Aiguille (2068 m). Deze kolos maakt geen deel uit van de aaneengesloten rij van kalkwanden die de Vercors in het oosten kenmerken. Hij bestaat rondom uit enorme verticale kalkwanden. De top is een grazig plateau wat enkel te bereiken is door zeer ervaren klimmers. Wij blijven beneden aan de voet, in de bosrijke omgeving van Richardières.

vrouwenschoentje - Cypripedium calceolus

vrouwenschoentje – Cypripedium calceolus

Vrij snel vinden we enkele mooie groepjes vrouwenschoentjes of venusschoentjes in volle bloei. Deze erg opvallende soort is de orchidee met de grootste bloemen in Europa. De naam van de plant verwijst naar de vorm van de lip die enigszins doet denken aan een damesschoen.

gouden vrouwenschoentje - Cypripedium calceolus

gouden vrouwenschoentje – Cypripedium calceolus

Hoe liefelijk deze bloem er ook uitziet, voor de insecten, die gelokt worden door de geurstoffen vormt de lip een echte val. Als ze willen landen op het gladde staminodium (een tot landingsplatvorm vergroeide onvruchtbare meeldraad) vinden ze geen houvast en vallen ze in de ketelvormige lip. Door de vorm ervan en de gladde wand aan de binnenzijde kunnen ze niet ontsnappen via dezelfde weg. Enkel grote en sterke insecten, zoals zandbijen, kunnen zich naar buiten wringen via een smalle doorgang waarbij hun lijfje vol gekleefd wordt met pollen. Deze laten ze dan achter bij een volgende bloem en op die manier zorgen ze voor de bestuiving. Kleine of minder krachtige insecten vinden de uitgang helaas niet. Daardoor ontstond het foute idee dat ook het vrouwenschoentje tot de groep van vleesetende planten zou behoren. Wij zien de volgende dagen zeer veel planten waarvan de schoen een plasje water (van de onweersbuien) bevat met daarin verdronken insecten.
Nog meer vrouwenschoentjes vinden we tijdens de namiddag in het gehucht Trézanne. Hier vonden we zelfs een exemplaar met bijna gele bloembladen: een gouden schoen!

Orchis spitzelii

Orchis spitzelii


Hier staat nog een vrij zeldzame soort: Ochis spitzelli, genoemd naar plantenverzamelaar Anton von Spitzel welke deze plant in 1835 als eerste zou gevonden hebben. Ochis spitzelli is, in orchideeën termen, een oude soort met een zeer uitgestrekt en erg verbrokkeld verspreidingsgebied. Men vindt ze zowel in Europa (zelfs in het zuiden van Zweden), Noord-Afrika als in het Midden-Oosten. Er zijn zowel vindplaatsen in de nabijheid van de kust als tot op een hoogte van 2000 m. Maar steeds zijn het kleine aantallen en soms liggen de vindplaatsen honderden kilometers van elkaar. Dit zou te wijten zijn aan de hoge eisen die deze soort stelt aan haar groeiplaats. Een basische ondergrond, die in het voorjaar vochtig moet zijn en koude, sneeuwrijke winters. Waarschijnlijk was deze soort vroeger op meerdere plekken terug te vinden.
Waar we ook gaan wandelen, zowel in de weilanden, als langs de paden die door het open bos lopen; er staan zeer veel orchideeën.

Dactylorhiza sambucina x Dactylorhiza viridis

Dactylorhiza sambucina x Dactylorhiza viridis

De voor ons mooiste wandeling was toch wel deze in de Vallon de Combau (Les Nonnières). Een weg loopt langs de gelijknamige rivier, die hier een diepe, smalle vallei heeft uitgesneden. Ons vertrekpunt ligt op 1320 m waardoor we al onmiddellijk tussen de prachtige alpen flora wandelen. We lopen door een zee van bloemen. Gentianen, Europese trollius, vlasjes, … en orchideeën zoals de bosorchis, de grote muggenorchis, de vlierorchis, de groene nachtorchis, vanille orchissen in knop en de kogelorchis in begin bloei. Johan Dierckx vond hier in juli 2013 de hybride Dactylorhiza sambucina x Dactylorhiza viridis. Deze plant willen wij natuurlijk ook zien. Met behulp van de GPS gegevens van Johan lopen wij recht op deze wel erg mooie hybride. Wij hebben goed gegokt: wij zijn bijna een maand vroeger dan Johan in 2013, maar toch staat deze plant reeds volledig in bloei.
Het pad dat we volgen is de zuidelijke toegang tot de ‘Les Hauts Plateaux’. Zo ver geraken we niet, daar er in de verte al weer een onweer op komst is.

Kogelorchis - Traunsteinera globosa

Kogelorchis – Traunsteinera globosa

De dagelijkse onweders met veel regen, gelukkig steeds in de vooravond, laten ons besluiten niet meer te verhuizen naar Gresse-en-Vercors, het hoogst dorp in de regio. Wel rijden we er een paar keer naar toe, want dit is toch wel het Mekka van de Vercors. We weten dat Jean en Marijke Claessens hier op de camping staan, en natuurlijk spreken wij dan af om er samen een dagje op uit te trekken. Jean toont ons een paar ontzettend mooie en rijke plekken. Samen proberen wij ook de bestuiver van de kogelorchis te betrappen en te fotograferen.

Gresse-en-Vercors

Gresse-en-Vercors

Een prachtige (weg) wandeling loopt vanuit Gresse in oostelijk richting naar de Pas de Serpaton (1520 m). Het panoramisch zicht naar het westen toe is spectaculair. Een vijftig kilometer lange en honderden meters hoge rotsmuur met daartussen de toppen van de Mont Aiguille en de Grand Veymont (2341 m). De wegbermen en de weilanden zijn zeer bloemenrijk. Door afwisselend een stukje te wandelen en dan weer een eindje te rijden, passeren vele soorten die we de laatste twee weken gezien hebben nogmaals de revue. Op een beschaduwde plek in de berm vinden wij nog een prachtexemplaar van de hybride Orchis mascula x Orchis pallens.
Orchis mascula x Orchis pallens

Orchis mascula x Orchis pallens


Na al dit fraais gezien te hebben kunnen we de Vercors fans voor de volle 100% begrijpen.

Fotoalbum ‘De Vercors 2/06 – 13/06/2015’ weergeven

Advertenties