Mar Menor, El Fondo en Santa Pola

Fotoalbum ‘Mar Menor, El Fondo en Santa Pola 09/04 – 22/04/2015’ weergeven

Net voor we in Cabo de Gata vertrokken, hadden we nog een prettig weerzien met Marja en Gerard, onze sympathieke buren van de camping in El Rocío, verleden jaar. Zij gaan weer die kant op, wij reizen langzaam aan weer noordwaarts. Want tijd voor iets nieuws!

La Manga

La Manga

De kust volgend, ligt net boven Andalusië, de kleine provincie Murcia. Hier willen we een tijdje gaan rondkijken aan de kust, meer bepaald aan ‘El Mar Menor’, Europa’s grootste zoutwater binnenzee. Eigenlijk is het een grote baai die van de zee gescheiden wordt door een 20 km lange zandwal: “La manga” of de mouw. Deze strook meet tussen 100 meter op het smalste punt tot 2 km op de breedste plek, en is……hélemaal volgebouwd met appartementcomplexen en resorts. Ook aan de noordkant van ‘El Mar Menor’ is er een zandwal, maar deze is veel korter en wordt volledig ingenomen door een actieve zoutwinning. Tussenin is er nog een kleine ondiepe verbinding met de zee. Wij willen vooral gaan kijken in de natuurgebieden, die in de buurt liggen. We beginnen in het zuiden bij de plaats La Manga del Mar Menor, in de buurt van Cabo de Palos. Hier liggen de oude salinas en het ‘Parque Natural de Calblanque’.

Auduins meeuw

Auduins meeuw

Helaas stellen deze oude salinas teleur. Ok! er zitten enkele flamingo’s en we zien er de dunbekmeeuw enz., maar voor de rest is er nu (midden april) weinig te bleven. Wel mooi was de wandeling die we maakten vanaf Calla Reona door het massief van Calblanque. Onmiddellijk loopt het pad langs de klif. De verschillende gesteenteformaties wisselen elkaar ook hier weer af. In het verleden werden hier ertsen ontgonnen, voornamelijk lood en zink. Het pad loopt langs meerdere zeer diepe putten. Na een tijdje komt men uit bij de Salinas del Rasall, het lager en natte gedeelte van het natuurgebied. Hier staan enkele kijkhutten, maar helaas zijn er weinig vogels te zien. Wat ook opvalt is dat de begroeiing in tegenstelling tot Cabo de Gata erg dor is.

In La Manga is er één grote camping, waarop ook wij verblijven. Met al zijn voorzieningen lijkt het wel een klein dorp. Supermarkt, sportvelden, zwembad e.d. zijn gebruikelijk op campings, maar hier is er ook een medisch centrum, een kapel, en zelfs een hondenwassalon. Er zijn dan ook zeer veel kampeerders die hier het hele jaar door verblijven. Sommigen zijn de hele dag in de weer om hun vaak luxueus ingericht terreintje te poetsen. Liever dan op de camping rond te hangen bezoeken we een stad in de buurt.
De havenstad, Catagena, op zo’n 30 km, is sinds de oudheid bewoond door verschillende beschavingen. Allen hebben bijgedragen aan het rijk culturele erfgoed dat nu nog steeds te zien is. Vooral veel Romeinse bouwwerken zijn nog te bezoeken. De haven, met zowel commerciële als militaire activiteit, is nog steeds van groot belang. Immens grote cruiseschepen kunnen hier dicht bij de stad aanmeren. Voor we aan de stadwandeling beginnen, bezoeken we het nieuwe museum van de onderwaterarcheologie. Je verwacht dan volop vitrinekasten met vazen, scherven, verroeste munten, e.d. Die zijn er wel, maar ook wordt op een leuke, vaak interactieve manier getoond, hoe men te werk gaat, welke de problemen er zijn, en welke technieken men gebruikt bij het zoeken en dateren van zeeschatten.

Cartagena; Duikboot - Isaac Peral

Cartagena; Duikboot – Isaac Peral

Tijdens de stadswandeling vallen een aantal mooie, vrij recente gebouwen in art deco en eclectische stijl op. De laatste 200 jaar heeft de stad duidelijk genoten van de opbrengsten van de mijnbouw in de streek. Je kan er niet naast kijken; in Cartagena is de belangrijkste basis van de Spaanse marine gevestigd. Ook worden er nog steeds schepen gebouwd voor de Spaanse Marine. In het oude arsenaal is het scheepvaartmuseum gevestigd. De attractie is de eerste elektrisch aangedreven duikboot met de mogelijkheid om torpedo’s onder water af te vuren. De uitvinder, Isaac Peral, was een inwoner van Cartagena.
Na ons bezoek aan Cartagena hadden nog de tijd voor een korte wandeling. Na de ‘La Manga Golf resort’ daalt de weg door een verlaten mijngebied tot aan het strand van Portmán. Het grote strand is onbruikbaar doordat het vervuild werd met zware metalen. Aan de kant van Calblanque loopt een pad naar de Bateria de Cenizas (een hooggelegen verdedigingsfort). De weg loopt door de pijnboombossen tot aan de klifkust met prachtige vergezichten over Calblanque en de Middellandse Zee.

Mar Menor - vissers

Mar Menor – vissers

Het voordeel van het reizen met de ‘sleurhut’ is, dat je regelmatig kan verhuizen naar een nieuw gebied. Daar we ook de noordkant van Mar Menor willen bezoeken, schuiven we gewoon 70 km op. In Torre de la Horadada ligt een vrij nieuwe en uiterst verzorgde camping met uiteraard ook vele lang verblijvers. Ze is de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan de salinas van San Pedro del Pinatar. Hier loopt een schitterend fietspad tussen het strand van Mar Menor en de zoutpannen. In het ondiepe water van de zoutpannen heeft men een stuk afgebakend voor modderbaden waarvan de medicinale werking (gewrichten, stijfheid, reuma, eczeem, luchtwegen) al in de oudheid gewaardeerd werd.
Het is een prachtig zeer vogelrijk gebied.

Kleine stern

Kleine stern

Op bezoek bij Reina en Karel

Op bezoek bij Reina en Karel

De camping ligt aan de rand van een urbanisatie. Op dinsdag hadden wij afspraak met Reina Ollivier (oud collega van Felix) en Karel Claes.
Wij mochten als eerste op bezoek in hun schitterend appartement dat zij hier pas gekocht hadden. Na het aperitief ten huize hadden wij een uiterst gezellige Paella-namiddag in een van de restaurantjes in de buurt. Het was een heerlijke babbel!

Murcia, ligt in het binnenland, aan weerskanten de rivier Segura. Wij vonden het erg aangenaam om te wandelen op de mooie promenades, langs de smalle straatjes en de talrijke pleintjes. Ook hier zijn er weer enkele gebouwen die een bezoek waard zijn. Zoals het Monasterio de Santa Clara la Real. Een klooster dat in de 14 de eeuw gebouwd werd op de restanten van een Moors paleis. Vooral de kloostergang is schitterend en gebouwd rond een overgebleven bassin. In de perkjes staan nog steeds de oorspronkelijke plantensoorten. Ook het bezoeken waard is de kathedraal, tevens uit de 14 de eeuw, met later toegevoegde barokke elementen.

El Fondo

El Fondo

Onze derde stopplaats en kampeerplek ligt in de buurt van het schitterend natuurgebied El Hondo of El Fondo. Het water van meerdere beken en van de Segura rivier, laat men hier in twee grote aangelegde stuwmeren lopen: Oriente en Levante. Het water wordt gebruikt voor de irrigatie van de velden en plantages. Er zijn meerdere kijkhutten van waaruit men zicht heeft op deze plassen. Een fietsroute verbindt ze. Zeer aangenaam nu er weinig wind is en zo’n 22°C.

Marmereenden

Marmereenden


In de buurt van het bezoekerscentrum zijn twee ondiepe lagunes uitgegraven. Hier konden we schitterende waarnemingen doen van o.a. marmereend, witkopeend, purperkoet, bosruiter… De show wordt echter verzorgd door een 100-tal vorkstaartplevieren. Deze sierlijke vogel broedt in vochtig open landschap langs rivieren of op de oevers van lagunes. Op de onbegroeide oevers van deze pas ingerichte nieuwe lagunes voelt hij zich echt thuis. Opvallend is de beige keel en borst die met een dunne zwarte lijn omgeven zijn.

Vorkstaartplevier

Vorkstaartplevier

We zijn hier ook vlak bij Elche. Rond de stad staan overal palmbomen. Ze werden voor het eerst door de Feniciërs (5 de eeuw v. Chr.) geplant. Door het zachte klimaat en een uitgebreid irrigatiesysteem groeien ze hier uitstekend. Sommige exemplaren zijn meer dan 200 jaar oud en meer dan 40 m hoog.
Wij bezoeken er de ‘Jardín Huerto del Cura’; een botanische tuin met vele soorten palmen, maar ook andere planten. Pronkstuk van de tuin is de Keizerspalm die werd vernoemd naar Keizerin Sissi. Het is een circa 150 jaar oude palm wiens stam vertakt is in 7 gelijk groeiende armen. Naast de keizerlijke palmboom zijn er nog meer palmbomen met namen, uit eerbetoon vernoemd naar lokale en nationale helden. Verder zorgen fonteinen, beekjes en vijvers, voor een aangename wandeling.
Rond de stad loopt een lange wandeling langs de huerto’s of palmentuinen die sinds 2000 tot het UNESCO werelderfgoed behoren. Deze ommuurde plantages hebben allemaal irrigatiekanalen om de bomen van het nodige water te voorzien. Tja, het is eens iets anders, maar echt wild daarvan werden we niet. Het stadcentrum van Elche is wel fraai en zeker de Basílica de Santa Maria uit de 17de eeuw.

Santa Pola

Santa Pola

Verder hebben we nog enkele ornithologisch interessante plekken bezocht in de omgeving. Zoals overal langs de Spaanse Middellandse zee zijn het ofwel salinas of meren die hun nut hebben bij het bevloeien van de velden. Vlak onder Alicante ligt te midden tussen de urbanisaties het natuurgebied: ‘Clot de Galvany’ Een kleine aangelegde lagune. We wandelen hier kort rond en zien vanuit de kijkhutten, witkopeend, purperkoet,… Veel groter zijn de nog steeds in de werking zijnde salinas van Santa Pola. In het uiterste zuiden van deze zoutwinning, in de buurt van Playa de El Pinet, gaan we wandelen aan de rand van de zoutpannes en in de duinen. Hier heeft men voor de sternen, eilandjes aangelegd, en met wat een succes! Duizenden vogels zitten er bijeen. Een laatste plek die we bezoeken is bij La Mata. Het stelt ons echter teleur. Tja het kan niet altijd bingo zijn!

Grote sterns ....

Grote sterns ….

Fotoalbum ‘Mar Menor, El Fondo en Santa Pola 09/04 – 22/04/2015’ weergeven

Advertenties

Cabo de Gata deel 2

Fotoalbum ‘Cabo de Gata 30/03 – 08/04/2015’ weergeven

Zo’n 50 km noordelijk van Cabo de Gata ligt een ander uniek natuurgebied, nl. het woestijngebied van Tabernas. Door de ligging tussen twee bergketens valt hier bijzonder weinig regen. Als die al valt, is dat bijna steeds gepaard met wolkbreuken.

Desierto de Tabernas

Desierto de Tabernas

Zonder de verkoelende werking van de zee, lopen de temperaturen hier hoog op. Zelfs nu, eind maart, is het op de middag al zo’n 33°C. De heuvels en de diepe canyon-achtige valleien, uitgesleten bij die hevige regenval, doen aan het wilde westen denken. Ook in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw moet men zo gedacht hebben en werden hier tal van ‘spaghettiwesterns’ opgenomen; meer dan 500 zelfs. De naam ‘spaghettiwestern’ verwijst naar de vaak uit Italië afkomstige regisseurs. Enkele voorbeelden: “For a Few Dollars More”, “A Fistful of Dollars”, “The Good, the Bad and the Ugly”; of uit een ander genre, scènes voor “Lawrence of Arabia”. De filmdecors heeft men niet afgebroken, maar zijn nu omgevormd tot themaparken. Er zijn er drie, het ene authentiek, het andere verzorgd en het derde een beetje verwaarloosd.

Desierto de Tabernas

Desierto de Tabernas

Vlak naast het verzorgde park ‘Mini-Hollywood’ vinden wij na enig zoekwerk een uitgestippelde mooie rondwandeling (8km) door de Rambla del Verdelecho en de Rambla de Tabernas. De omgeving is inderdaad indrukwekkend. Beneden in de vallei lijkt het wel een maanlandschap. De plantengroei is hier eerder beperkt. Op de vochtige plekken staat wat riet. Verder zien wij o.a Anthyllis cytisoidesen en Limonium insigne. Het is wel grappig als je in de verte, een indianendorp of enkel de voorkant van een watertoren uit een typisch wildweststadje ziet liggen.

Ook een oude vulkaankrater beklimmen staat op ons programma. De ‘Caldera de Majada Redonda’. Niet zo indrukwekkend als de vulkaanwandelingen die we in januari in Fuerteventura maakten, maar toch boeiend. De ‘Sierre de Gata’ is namelijk het enige vulkanisch massief op het Iberische vasteland.

Rodalquilar - de goudmijn

Rodalquilar – de goudmijn

Het vulkanisch gesteente in deze streek is uiterst rijk aan mineralen en ertsen. Dit wist men al in de oudheid. In het begin van de 19de eeuw werden ijzererts, zilver en later goud op industriële wijze ontgonnen. In het landschap zijn er op verschillende plekken restanten van het rijke mijnverleden te zien.

Lavatera maritima - zee kaasjeskruid

In het dorp Rodalquilar is er een (ook botanisch schitterende) 7 km lange wandeling die loopt langs de drie ontmantelde mijnbouwinstallaties. In het begin van de 20ste eeuw heerste hier een ware goudkoorts. Vanaf 1925 tot 1967, werd hier op grote schaal goud gewonnen. Niet door het rapen van goudklompjes of het uitwassen van gruis; maar volgens een ingewikkeld en zeer ongezond procedé. Het gesteente werd in mijngangen tot ontploffing gebracht en afgegraven. Later werkte men met open groeven. De brokstukken werden per kar of spoor naar een breek- en verpulveringsinstallatie gebracht. Door toevoeging van zeer giftige chemicaliën, o.a. kwik en cyanide werd het goud dan geëxtraheerd. Het rendement was vrij laag: 5 of 6 gr zuiver goud per ton gesteente. Na de sluiting van de mijnen vertrokken vele mijnwerkers. De verlaten woningen bij de ingang van het dorp staan er nog steeds. In de oude goudsmelterij is er een interessante permanente tentoonstelling over het rijke mijnverleden en over de geologie van de streek.

Lavandula stoechans - Franse lavendel

Lavandula stoechans – Franse lavendel

Rodalquilar heeft ook een zeer verzorgde botanische tuin. Wel handig, zo konden wij controleren of onze determinaties van een aantal planten klopten.

Het natuurpark waar we nu al een maand verblijven heet officieel: ‘Parque Natural de Cabo de Gata – Níjar’. Het laatste verwijst naar het uitgestrekte grondgebied van de gemeente waar het reservaat gelegen is. Níjar zelf ligt een eindje van de kust tegen een heuvel. Als we het bezoeken op Goede Vrijdag liggen de straten er verlaten bij. Zelfs de souvenirwinkels zijn gesloten. Waarschijnlijk slapen de bewoners nog op deze vrije dag. Geen wonder want de afgelopen avonden en nachten zijn hier vele processies geweest (Semana Sancta). Soms verlaten ze pas de kerk na middernacht, lopen door het dorp om pas vele uren later terug aan de kerk aan te komen. Ook vandaag en morgen zijn er nog processies. In de kerk is men nog volop bezig met het oppoetsen en het versieren van meerdere draagaltaren. Meestal worden er twee per ‘procesión’ meegedragen, één met een Christus aan het kruis en een tweede met een rijk versierd Mariabeeld.
Wij wandelen door de steile straatjes van het dorp tot bij de restanten van een wachtoren op de top van de heuvel. Van daar kijken we uit over het dorp, de vlakte van Níjar en de ‘Sierra de Gata’.

Lucainena 8 hoogovens

Lucainena 8 hoogovens

Linaria nigricans - Almeria leeuwenbekje

Linaria nigricans – Almeria leeuwenbekje

Spergularia sp. - zandspurrie sp.

Spergularia sp. – zandspurrie sp.

Onze volgende halte op de rondrit die we vandaag maken is nog een mijndorp, nl. ‘Lucainena de las Torres’. Het ligt in de halfwoestijn aan de rand de Sierra de la Alhamilla. Tot op het moment dat de goudkoorts uitbrak en de mijnwerkers massaal naar Rodalquilar vertrokken werd hier ijzererts gewonnen. Op het vroegere mijnterrein staan nog acht hoogovens, waarvan er één gerestaureerd is. Het erts werd hier eerst voor-behandeld en aangerijkt, waarna het met treintjes vervoerd werd naar de badplaats Aqua Amarga om daar verscheept te worden.

Ook nog in de buurt ligt het natuurreservaat ‘Karst en Yesos de Sorbas’. Het gesteente is hier kalk en gips, afgezet door de zee. Regenwater heeft een gedeelte van het gesteente opgelost en een uitgebreid stelsel van ondergrondse gangen gevormd.

Almeria, Alcazaba

Almeria, Alcazaba

En Almería zelf? Het culturele erfgoed is er eerder beperkt. Op een heuvel ligt het ‘Alcazaba’. Deze citadel werd in de 10 de eeuw gebouwd om de stad te verdedigen. Later werd er een Moors paleis in gebouwd en nog later werd ze omgevormd tot koninklijk paleis. Een zware aardbeving in 1522 heeft grote delen verwoest. De nog overgebleven gebouwen hebben niet de verfijning die wij elders zagen. De kathedraal is wel mooi. Aan de buitenkant lijkt hij een beetje op een burcht. De toegang is verrassend via de sobere kloostergang. Vooral het koor is erg mooi.

Fotoalbum ‘Cabo de Gata 30/03 – 08/04/2015’ weergeven

Cabo de Gata deel 1

Fotoalbum ‘Cabo de Gata 15/03 – 29/03/2015’ weergeven

Oef, na 10 dagen kwakkelweer, is het nu stukken beter! Veel zon, weinig wind (want het kan hier zéér hard waaien) en geen regen, zo hebben we het graag, ideaal om te wandelen en te fietsen. Zeker in de buurt van de camping is het goed fietsen, wegens een vrij vlak landschap.

Steppe met ononis natrix

Steppe met ononis natrix

Net buiten de camping, westwaarts, staan we zo bij een ‘rambla’. Neen hoor, niet zo’n uitgangswijk zoals in Barcelona, maar een tijdelijke rivierbedding, die enkel water bevat na hevige regenval. Nu het hier al een tijdje geregend heeft, staat er vrij veel water in. Hier en daar is zelfs een deel van het wandelpad ondergelopen. Helaas zijn door het hoge waterpeil in de lagune op het einde van de Rambla, een aantal vogelsoorten niet of in mindere aantallen aanwezig. Toch zijn we heel blij met de bijna dagelijkse waarneming van de witkopeend (te herkennen aan de blauwe snavel). Ook zien we hier regelmatig zomertalingen, slobeenden, Audouins meeuwen, steltkluten, kuifkoekoek, reuze stern …

Witkopeenden

Witkopeenden

De Rambla de Morales loopt door een uitgestrekte duinengordel met een zandstrand aan de zeekant en een uitgestrekt steppegebied aan de andere kant. In de steppe staan hier en daar oude, verwilderde aanplantingen van agaven. Deze werden in de jaren ’50 van vorige eeuw aangeplant. Hun vezels werden gebruikt voor het maken van touwen. Westwaarts loopt dit gebied door tot aan de urbanisatie van Retamar, zo’n 10 km verderop. Het gebied is bijna ongerept. Er is geen strandaccommodatie aanwezig, enkel een wandel- en fietspad loopt erdoor. Kort bij de hoofdbaan ligt het infocenter, ‘las Amoladeras’. Daar is ook het vertrekpunt van een 7 km lange rondwandeling door de hoger gelegen delen van het gebied.

Periploca laevigata

Periploca laevigata

De afgelopen weken hebben wij regelmatig door het gebied gestruind. Op een betrekkelijk kleine oppervlakte liggen heel wat biotopen bij elkaar: strand, zoutpannen, lagunes, duinen en steppe. Vele planten staan op dit moment in bloei. Het is een prachtig zicht. Sommige soorten kenden we al, zoals Ophrys speculum (spiegel ophrys) en Arisarum vulgare (gekapperde kalfsvoet). Maar er staan ook een groot aantal nieuwe, vaak endemische soorten of ondersoorten, zoals o.a. het witte Almeria zonneroosje en de Ononis natrix hispanica. Spectaculair vinden wij vooral de Periploca laevigata, de Ziziphus lotus en de Withania frutescens.

Ook enkele parasieten zoals de Cynomorium coccineum en de bremrapen zijn leuk om te fotograferen.

Cynomorium coccineum

Cynomorium coccineum

Ook zien en horen we regelmatig grielen. Dat horen is vooral bij valavond en ’s nachts het geval. Ook zwartbuikzandhoenders kunnen wij regelmatig waarnemen. Sinds onze succesvolle pogingen om ze te fotograferen op Fuerteventura in januari laatstleden, kennen we het geluid dat deze vogels maken tijdens het vliegen. Vele ornithologen komen naar dit gebied om de Dupontleeuwerik te zien. Er zitten wel 5 soorten leeuweriken, maar deze konden wij er niet uithalen. Tot vandaag hadden we in de strandzone nog geen roofvogels gezien. Net vandaag zagen we een jagende slechtvalk. Wat later zagen wij hem vliegen met een steltkluut in zijn poten. Ook vloog er een mannetje bruine kiekendief, de eerste van deze reis.

Audouins meeuwen

Audouins meeuwen

Aan de andere kant van de camping, in oostelijke richting, gaan de duinen-en de strandgordel verder voorbij het dorpje San Miguel de Cabo de Gata, kortweg Cabo de Gata genoemd, tot aan de heuvels van de kaap. In het dorp en de daarnaast liggende gehuchten wordt nog gevist met kleine bootjes die met een katrollensysteem aan land getrokken worden. Tussen het dorp Cabo de Gata, (zo’n 15 minuten binnendoor fietsen vanaf de camping) en de kaap liggen er uitgestrekte salinas. Sommigen zijn nog in gebruik. Hier staan ook 5 kijkhutten, maar de vogels zitten meestal veraf; enkel goed te zien door de telescoop.

Verder loopt de weg naar de vuurtoren. Het uitzicht op de kaap en de rotsen, die voor de kust liggen is gewoon schitterend. Sommige rotsen hebben zelfs namen zoals ‘las sirenas’ (de zeemeerminnen) of ‘el dedo’ (de vinger). Vlak onder de waterspiegel zie je in het heldere water grote koraalriffen met een rijk onderwaterleven. Tot het natuurpark behoort ook een 2 km brede kuststrook, die erg in trek is bij duikers en snorkelaars.

Cabo de Gata

Cabo de Gata

In de buurt van de vuurtoren vertrekt een pad over een afstand van 60 km noordwaarts. Ooit was het de bedoeling om een toeristische weg aan te leggen. Gelukkig heeft men op tijd besloten om het onafgewerkte pad enkel te laten gebruiken door wandelaars en fietsers. Wij hebben hier al enkele schitterende wandelingen kunnen maken. Afwisselend loopt het pad over de steile kliffen, soms tot wel 100 m hoog, om dan weer af te dalen tot kleine afgelegen inhammen met witte zandstrandjes. Op een van deze wandelingen zagen we dolfijnen springen in het heldere water.

Regelmatig passeer je ook langs de overblijfselen van verdedigingstorens of burchten. Het zijn de restanten van een uitgebreide verdedigingslijn om het land te beschermen tegen plunderende Noord-Afrikaanse zeerovers.

Antirrhinum charidemi

Antirrhinum charidemi

Niet enkel het uitzicht is fenomenaal, ook de rosten zelf zijn verbluffend mooi. Verrassende structuren en schitterende kleuren van glanzend zwart over donker paars tot rood. Soms geel en groen door het aanwezige zwavelzuur. Het grootste deel van de bergen en heuvels van de ‘sierra de Gata’ zijn van vulkanische oorsprong. De naam Gata is een verwijzing naar de aard van een gesteente dat men hier tussen de anderen aantreft, nl. agaat. Daarnaast bevatten de rotsen ook veel soorten mineralen, waaronder goud, zilver, lood en edelstenen zoals kwarts en amethist. Van in de oudheid al heeft men de mineralen ontgonnen, eerst vooral ijzererts. In de 19de en begin 20ste eeuw werd hier op industriële wijze niet alleen ijzererts, maar ook zilver en goud gewonnen. Liefhebbers en verzamelaars van mooie stenen en mineralen, komen hier aan hun trekken. Zij, die moeilijk kunnen kiezen kunnen best een vrachtwagen of aanhangwagen bij hebben om al dat moois te transporteren.
Langs de kust staan enkele pareltjes van endemische planten, zoals o.a. Antirrhinum charidemi met zacht roze bloemetjes. Dit is ook het gebied van de zwarte tapuit.

Ja, dit is een waterput!

Samen aan de waterput in de Rambla!

In de vlakte rond Almería, (hier in de buurt iets minder wegens het ‘parque Natural’) staan duizenden hectaren vol met plastic serres, ‘invernaderos’. Ze vormen nu niet bepaald een mooi zicht in het landschap. Het zou al helpen als ze de niet meer in gebruik zijnde boel zouden opruimen. Men noemt dit gebied soms ook smalend ‘costa plastiek’. Maar ja door de warmte, de vele zonne-uren en intensieve bewatering, is men als het ware in staat om bijna continu o.a. tomaten, courgetten, paprika, meloenen en aardbeien te oogsten. Deze regio is dan ook de grootste producent van groenten en fruit van Europa.

Onze eerste uitstap, naar Cañada de las Norias ten westen van Almería, ligt midden in zo’n gebied vol plastic serres. Volgens onze gegevens zouden de plassen midden in het dorp een super vogelrijke plek zijn met o.a. honderden witkopeenden en kwakken. Helaas op één geoorde fuut en enkele krooneenden na niets te zien. Daar ook de omgeving niet bepaald enige vrolijkheid uitstraalt, zijn we snel verder naar de kust gereden. Naast de drukke badplaats Roquettes de Marliggen uitgestrekte oude zoutpannes. In de buurt van de vuurtoren zien we wel heel wat vogels waaronder o.a. flamingo’s, witkopeenden en de Iberische gele kwikstaart.

Hydroprogne caspia - reuzenstern

Hydroprogne caspia – reuzenstern

Fotoalbum ‘Cabo de Gata 15/03 – 29/03/2015’ weergeven