Kraagtrap, een betere naam hadden ze niet kunnen bedenken!

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 4 26/01-02/02/2015’ weergeven

Westelijke Kraagtrap - Chlamydotis undulata fuertaventurae

Westelijke Kraagtrap – Chlamydotis undulata fuertaventurae

Vooral in het midden en het zuiden van het eiland is het niet gemakkelijk om bewegwijzerde wandelingen te vinden. Ze zijn er ooit wel geweest, getuige de totaal verbleekte infoborden, maar de laatste jaren heeft men weinig werk gemaakt van de bewegwijzering. Dus moeten we het zelf maar uitzoeken.
Nog zo’n relatief jonge vulkaan, volgens onze gegevens, de jongste van het eiland, is de Gairia. Vanuit het dorp Agua de Bueyes, wandelen we naar de Caldera de Gairia, de krater dus; eerder een zijkrater. Ook deze vulkaan bestaat uit het fijne gruis, ‘picón’ met daarover een harde korst. Op sommige plekken is het onderliggende gruis weggespoeld, zodat er gaten en holtes ontstaan zijn. Eromheen ligt een uitgestrekt gebied: het malpaís. Zoals ook op andere plaatsen staan hier lange muren van gestapelde stenen. Ze behoren bij de oude landbouwtechniek waarbij er kleine perceeltjes werden aangelegd door eerst de stenen te verwijderen en tot muren te stapelen. Op deze ommuurde velden werd dan een laag ‘picón’, samen met wat stalmest aangebracht. Het fijne lavagruis hield het vocht beter vast en beschermde de onderliggende bodem tegen te hoge temperatuur. Nu wordt het zware stapelwerk gedaan door zware graafmachines. Niet altijd succesvol en rendabel, want vele terreinen liggen er verwaarloosd bij. De opkomst van het toerisme in de jaren ’70 heeft hier natuurlijk ook veel mee te maken.
Wel verzorgd zijn de plantages met Aloë Vera . De planten doen het prima in de droge rotsachtige vulkaanbodem. Het sap van de bladeren wordt in huidverzorgingsproducten verwerkt.

Jandia wolfsmelk - Euphorbia handiensis

Jandia wolfsmelk – Euphorbia handiensis

Ook om naar het Zuiden van het eiland te gaan moeten we vroeg vertrekken. Het verste punt is 115 km. Na een goed uurtje rijden zijn wij aan ons vertrekpunt Morro Jable (±80 km). Dit is een van de jongste badplaatsen van het eiland. We starten met een korte wandeling in de buurt van de vuurtoren. Tussen de boulevard en het strand ligt een brede strook met zoutmoerassen, ingericht als natuurgebied. De toegang is verboden en dus heeft men, om tot op het strand te geraken, meerdere houten loopbruggen aangelegd. We lopen een vierkantje. Waarschijnlijk zullen tijdens vogeltrek hier wel wat vogels neerstrijken, maar nu is er, buiten wat geelpootmeeuwen, weinig te zien.

Jandia wolfsmelk - Euphorbia handiensis

Jandia wolfsmelk – Euphorbia handiensis

Daarna rijden we verder naar één van de landschappelijk mooiste gebieden: het schiereiland Jandia. Een goed berijdbare onverharde weg kronkelt door dit erg ruige landschap. Na ongeveer 8 km zien we ze al staan, een van de meest zeldzame planten die er zijn op aarde. Ze lijkt op een cactus maar het is dé Jandia wolfsmelk (Euphorbia handiensis). Enkel hier, in een tweetal zuidelijk georiënteerde droge valleien is ze aan te treffen. Niet alleen zeldzaam maar ook zeer mooi.

De col naar Cofete

De col naar Cofete

We rijden verder tot aan de vuurtoren op het uiterst zuidelijke puntje. Ondertussen is het landschap nog kaler, nog woestijnachtiger geworden. En zelfs hier groeien er weer prachtige plantjes. Helaas zijn onze determinatie werken te beperkt om de exacte naam te bepalen. Vanaf de Faro de la Punta de Jandia loopt er nog een onverharde weg naar Punta de Presebre. Vanaf dit punt hebben we een schitterend uitzicht op de noordkant van het schiereiland. We zien een donker verweerd bergmassief met een uitgestrekt gelig-wit zandstrand. In dit gebied ligt Cofete, een klein rommelig dorpje met wat geitenboerderijen en een restaurant. Daar rijden wij naartoe. Onderweg staan enorm grote exemplaren van een andere mooie wolfsmelk, nl. de Canarische wolfsmelk (Euphorbia canariensis). De weg eindigt bij de parking van het restaurant. De setting is perfect: zon, zee, bergen en een lekker gegrilde vis met een frisse pint op een terrasje. We rijden terug, maar stoppen nog even aan een klein strandje voor een korte siësta.

Westelijke Kraagtrap - Chlamydotis undulata fuertaventurae

Westelijke Kraagtrap – Chlamydotis undulata fuertaventurae

Ook nu tijdens onze laatste week op het eiland combineren we een vulkaanwandeling met een zoektocht naar steppevogels. Als we bij het opkomende zonlicht de weg richting kust na het dorp Tindaya afrijden zien we bijna onmiddellijk een baltsende trap staan. Dan komt er een tweede bij en ze houden weer enkele schijngevechten. Ze springen dan agressief tegen elkaar, soms vliegen er zelfs pluimen in het rond.
Is hij een beetje opgewonden? Of staat hij gewoon te pronken? Prachtig hoe hij zijn kraag opzet! Een betere naam dan ‘kraagtap’ hadden ze niet kunnen bedenken.
Het baltsen is een uiterst vreemde bedoening. Het mannetje gooit zijn kop achterover en blaast zijn keelzak op. De witte nekpluimen komen daardoor precies rechtop te staan, waardoor hij lijkt op een witte pompon. Daarbij gaat hij dan wild heen en weer rennen.

kleine kortteenleeuwerik  - Calandrells rufescens

kleine kortteenleeuwerik – Calandrells rufescens

Na dit schouwspel is het tijd voor onze dagelijkse wandeling. In de buurt liggen meerdere vulkanen. Op één ervan, de gruisvulkaan Hondo, heeft men een pad naar de top heeft aangelegd. Daardoor is het mogelijk om in de in de krater te kijken.

Calderón Hondo

Calderón Hondo

Het uitstekende verharde pad vertrekt in het dorp Lajares en loopt eerst door een stukje malpaís langs de voet van de Montaña Colorado, wat Spaans is voor ‘gekleurde berg’. Het gruis heeft een donker rode kleur omdat het ijzeroxide bevat. De ‘Calderón Hondo’ is nog intact, vanop het uitzichtplatform kan men in de reuze grote kuip kijken met een diameter van 100 meter en een diepte van 70 meter. Ook het panoramisch uitzicht van hierboven kan tellen. Aan de ene kant zien wij een groot deel van Fuerteventura, aan de andere kant zicht op Lanzarote.

zwartbuikzandhoenders - Pterocles orientalis

zwartbuikzandhoenders – Pterocles orientalis

Doen we nog moeite om het zwartbuikhoen te fotograferen? Ja, zoals de foto van vorige aflevering al aantoonde. Op een niet-rustdag, dus met fotomateriaal, zijn we nog maar eens gaan wandelen in de steen- en gruisvlakte westelijk van de luchthaven. Een desolaat steppegebied, dus het biotoop van deze vogels.
De kunst is om ze te zien vliegen, goed op te letten om te zien waar ze landen en dan dichterbij sluipen en hopen dat ze niet weggewandeld zijn. Het is bijna niet mogelijk om ze anders te vinden tussen de stenen. We waren erg blij met het tweetal dat we zo op de foto kregen, een koppeltje dus.

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 4 26/01-02/02/2015’ weergeven

Advertenties