Fuerteventura, hoezo! Niets te zien?

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 3 18-25/01/2015’ weergeven

Canarische roodborsttapuit M - Saxicola dacotiae

Canarische roodborsttapuit M – Saxicola dacotiae

Interessante gebieden voor het spotten van de niet-steppevogels zijn de Barranco’ of kloven. Hier is er meer water en dus ook meer begroeiing. Over het hele eiland liggen er tientallen, dicht bij huis hebben we er twee. Naar het noorden, net voorbij de luchthaven, de Barranco del Rio Cabras; en iets meer naar het zuiden de Barranco del Torre. Deze kloven, met minstens aan één zijde een steile rotswand, zijn het biotoop voor een aantal interessante vogelsoorten. Bijzonder zijn ze allemaal. Logisch, want alle niet-trekvogels die hier voorkomen zijn endemisch of plaatselijke ondersoorten. Sommige (fanatieke) vogelaars ondernemen zelfs speciaal een reis (van één dag) naar dit eiland om de Canarische roodborsttapuit (Saxicola dacotiae) te kunnen spotten. Fuerteventura is dan ook de enige plek waar deze soort voorkomt. Van dit kleine leuke vogeltje zouden er minder dan 1 000 koppeltjes zijn. De Tenerifepimpelmees (Cyanistes teneriffae) hebben we ook gezien, alsook de kleine korteenleeuwerik (Calandrells rufescens). Deze laatste is vrij algemeen in de steenwoestijn. Maar zien is één, fotograferen is iets anders.

Soorten die wij zeer regelmatig zien zijn: de woestijnvink, de brilgrasmus, de Berthelots pieper, de klapekster en de hop, ….

Spaanse mus - Passer hispaniolensis

Spaanse mus – Passer hispaniolensis

Andere interessante soorten zijn bijvoorbeeld de raven (Corvus corax tingitanus). We zien ze vaak en bijna steeds vliegen ze per twee. Ze zijn zwart met een bruine schijn. Ook zijn ze duidelijk kleiner dan hun soortgenoten uit de Alpen bijvoorbeeld. De Iberische Klapekster (Lanius meridionalis koenigi), is nog zo’n een mooie fotogenieke vogel. Hij is helemaal niet zeldzaam. En mussen zijn er bijna overal. Het zijn Spaanse mussen. Het mannetje is te herkennen aan zijn kastanjebruine kop en zijn zwart gestreepte.
Zowel in de kloven als op de stuwmeertjes zien we regelmatig Casarca’s, ook zij vliegen en zwemmen in koppeltjes. Het mannetje heeft een mooie zwarte borstband.

Ondertussen hebben we de griel ook al waargenomen. Dus ontbreekt er nog één steppevogel op ons waarnemingenlijst, nl. het zwartbuikzandhoen (Pterocles orientalis). Een nieuwe poging om deze vogel, maar ook de andere steppevogels te spotten, ondernemen we in het midden van het eiland, in de buurt van het dorp Triquivijate. We rijden rechts achter het dorp om en daarna links de uitgestrekte steppegebieden in. Hier zien we renvogels, een groepje van wel 15 stuks. Ze ‘rennen’ goed zichtbaar maar net iets te ver voor de foto. Dit is de streek van de geitenboerderijen, elk met een eigen kaasmakerij. Hier maken we een flinke wandeling. Ook de dag erna gaan we, wel iets verderop, weer wandelen. We lopen er door een wijds steen- en gruis terrein. Na enige tijd zien we 4 zwartbuikzandhoenders opvliegen. Oef, we zien ook waar twee van hen zijn ze gaan zitten. We sluipen in de richting waar ze geland zijn.

Een paar dagen later lukte het ons wel!     zwartbuikzandhoen V - Pterocles orientalis

Een paar dagen later lukte het ons wel! zwartbuikzandhoen V – Pterocles orientalis

Nadat we ze vorig jaar in Extremadura voor het eerst gezien hebben kunnen we ze nu eens goed bekijken. Deze vogel is duidelijk groter dan een duif en heeft, zoals zijn naam al laat vermoeden, een zwarte buikvlek. Deze is zeer goed te zien als de vogel vliegt. We zien ook de witte onderkant van de vleugels en de zwarte pennen. Het is vermoedelijk een koppeltje. Het mannetje heeft een grijze borst en een oranje-rode keel. Zijn vleugels en rugveren zijn beige tot roestkleurig. Het wijfje is iets minder kleurrijk. Mooie waarneming, maar helaas geen foto’s, dit wegens ‘rustdag’!. Nadien komt er nog een groepje van 6 aanvliegen. Het is 10 uur. Allicht zijn ze gaan ergens drinken. Ze verraden zich van ver met hun typische vlucht-roep.

Parque Natural de Corralejo

Parque Natural de Corralejo

In het Noorden net onder de badplaats Corralejo ligt het ‘Parque Natural de Corralejo’. Een immens duingebied. Op sommige plaatsen enkel reusachtige zandzandbergen; op andere plekken met een lichte begroeiing. Het zand is deels overgewaaid uit de Sahara, maar bevat ook sterk verweerde kalkafzettingen van in de oceaan levende organismen. We lezen dat de laatste ijstijden hierin meegespeeld hebben.
Door de sterke passaatwind, die hier het hele jaar door waait, willen deze duinen zich wel eens verplaatsen; wandelen dus. Ook wij zouden maar al te graag in dit gebied willen gaan wandelen. Overal staan bordjes dat je er niet in mag, behalve in de smalle strook langs de zee. De toeristische dienst zal dan wel hulp kunnen bieden, denk je, maar neen hoor. Volgens hun kan je enkel tussen de weg en de zee vrij lopen. Dan zullen we het zelf wel uitzoeken, want het is niet de eerste keer dat, wat betreft natuur, de toeristische dienst het laat afweten. Terwijl we traag langs de hoofdbaan rijden zien we om de 50 m bordjes staan: verboden toegang en verboden de paden te verlaten. Conclusie; als je de paden niet mag verlaten, dan … zijn er paden. Op de hand-GPS met de stafkaarten staan er verschillende paden, nu alleen nog zoeken welke in gebruik zijn. Zo zien we blauwe paaltjes in de duinen staan, die overeenstemmen met een pad op de stafkaart. De info borden die er ooit gestaan hebben zijn verdwenen. Hier trekken wij er in.

Oost-Canarische zandkrokus - Androcymbium psammophilum

Oost-Canarische zandkrokus – Androcymbium psammophilum


Fossiele bijenesten

Fossiele bijenesten

Dat we zo graag willen wandelen in deze duinen is omdat we op zoek zijn naar een wel heel mooi plantje: de Oost-Canarische zandkrokus of Androcymbium psammophilum. Uiterst zeldzaam, daar ze enkel in dit soort biotoop voorkomt op de eilanden Fuerteventura en Lanzarote. Bovendien, ze moet op dit moment in bloei staan. De eerste planten die we vinden zijn einde bloei. Daardoor vermoeden we dat we te laat zijn. Wanneer we echter verder het gebied in wandelen staan er eerst geen planten meer, maar daarna vinden we een mooie populatie van bloeiende planten. Wat mooi!!! Nu we rond aan het kijken zijn op de grond vinden we kleine kokertjes met een of meerdere openingen. Het zijn of de half-versteende nesten van de solitaire (alleen levende) Anthophora bijen of het zijn de half-versteende poppenkamers van kevers. De wetenschappers zijn er nog niet uit. Wat wel vaststaat is dat deze kokertjes zo ongeveer 70 miljoen jaar oud zijn.

Westelijke Kraagtrap - Chlamydotis undulata fuertaventurae

Westelijke Kraagtrap – Chlamydotis undulata fuertaventurae

De kraagtrappen zijn onze favoriete steppevogels, dus gaan we weer naar de vlakte bij het dorp Tindaya. Jammer van de moeite om zo vroeg op te staan, maar het eerste uur zien we niets bewegen. Dan vliegt en landt er links van de weg, één trap. Dat is al iets! Daarna, op enkel minuten tijd, komen er een tweede en een derde aangelopen van links en er steek nog een de weg over komende van rechts. Ze gaan samen staan pronken en kibbelen. Ze houden een soort schijngevecht. Prachtig! Na een kwartiertje show, wandelen en vliegen ze uit elkaar. Zó het was toch de moeite om zo vroeg op pad te gaan.

We rijden terug naar La Oliva, dit dorp ligt midden tussen de vulkanische bergen. Niet echt een bijzonder dorp, maar er staat een fraaie kerk en een mooi groot huis, Casa de Coroneles. Dit is het vroegere woonhuis van de kolonels van La Oliva, uit begin van de 18 de eeuw. Vandaar verder richting Villaverde, we willen gaan wandelen in de buurt van de vulkaan Arena.
Want ‘vulkaan = vulkaan’? Neen hoor. Er zijn duizenden vulkanen op deze aarde, maar geen twee zijn hetzelfde. Wel deelt men ze in, volgens types, en er zijn er die sterk op elkaar lijken, maar dan nog verschillen ze, of in de samenstelling van het gesteente en/of de grootte van de stenen en het gruis. Naast de afgeronde toppen van de oudste vulkanen zijn er op het eiland nog een aantal relatief jonge vulkanen. Een van de jongste is Arena. Zelf op de vulkaan klimmen lukt niet omdat deze bestaat fijn gruis, rood van kleur door het aanwezige ijzeroxide. Eerst volgen we de GR 131. Deze loopt in NZ-richting over het hele eiland. In tegenstelling tot de andere paden is de GR uitstekend gemarkeerd. Na een tijdje verlaten we de GR en volgen we een weinig gebruikt pad rond de vulkaan. Het is moeilijk lopen over de stenen, maar wel de moeite.

Arena krater

Arena krater

De stenen, zijn rijkelijk bedekt met korstmossen. Voor de uitvinding van de synthetische kleurstoffen, zorgden de natuurlijke kleurstoffen voor een inkomen van de plaatselijke arme bevolking. Zo werden op cactusvelden de grijze cactusbladluis ‘cochenille’ verzameld voor de rode kleurstof. Maar ook de korstmossen werden van de stenen gehaald. Na een ingewikkelde behandeling met ammoniak, kon men er een paars-rode kleurstof uit te winnen: ‘orseille’.
Ook genieten we van de mooie vergezichten op Corralejo en de witte duinenrij. In de verte ligt het kleine onbewoonde eilandje Lobos en Lanzarote. Als wij verder rond de vulkaan lopen komen we uit bij een verlaten groeve. Hier heeft men ‘picón’ gewonnen. Dit is het fijne gruis dat gebruikt werd om de velden te nivelleren. Nu gebruikt men het voor de aanleg van paden in tuinen en parken.

Atlantische hagedis  -  Gallotia atlantica

Atlantische hagedis – Gallotia atlantica

Ook bij het dorpje Vega de Río Palma aan de westzijde van het eiland kan je wandelen door een mooie en geologisch interessante barranco. Om er te geraken moeten we naar het westen van het eiland. Op het einde van het dorp vertrekt de wandeling. In deze enge kloof heeft men een stuwmeertje gebouwd om akkers in de omgeving te voorzien van water. Het eerste deel van de wandeling loopt door brede groene vallei. Hier hebben wij een zeer mooie waarneming van de Tenerifepimpelmees (Cyanistes teneriffae). Ook vlinders zoals de Monarch fladderen graag in deze weelderige omgeving. Eens voorbij het reservoir wordt de kloof smaller en is ze vooral geologisch interessant. Zeer goed zichtbaar zijn hier de zgn. ‘dykes’. Dit is jonger stollingsgesteente dat zich tussen spleten en breuken van het gestolde magma heeft kunnen wringen. We wandelen tot aan een kleine kapelletje en keren via hetzelfde pad terug.

Ajuy,Puerto de la Peña

Ajuy,Puerto de la Peña

Ook geologisch boeiend is de omgeving van het wat verder gelegen dorpje Ajuy. De omgeving van het strand behoort tot het geologisch oudste deel van het eiland. Langs de kust is er een wandelpad dat loopt over fossiele duinen. Op de oude lavalagen is in het krijttijdperk een kalkafzetting gebeurd. Dit gesteente werd ooit ontgonnen, getuige daarvan de twee kalkovens. De zee beukt hier zwaar in op de kust, waardoor er enkele natuurlijke grotten ontstaan zijn.

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 3 18-25/01/2015’ weergeven

Advertenties

Fuerteventura, op zoek naar steppevogels

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 2 10-17/01/2015’ weergeven

Westelijke Kraagtrap - Chlamydotis undulata fuertaventurae

Westelijke Kraagtrap – Chlamydotis undulata fuertaventurae

Na de eerste week, waarin we het eiland verkenden, ligt ons tempo nu duidelijk lager. We lassen regelmatig een rustdag in om uit te slapen, van de zon te genieten en om aan de blog te werken. Vooral het determineren van planten is tijdrovend. Het zijn vaak endemische ondersoorten, en sommige ervan komen enkel als voetnoot in de determinatiewerken voor. Dat uitslapen is vooral een gevolg van het spotten van de steppevogels. Want Fuerteventura is niet alleen in trek bij surfers en echte zonnekloppers (op dit moment is het zo’n 20°C overdag en 14°C ’s nachts), maar ook om uitzonderlijke vogels te spotten is het een uitgelezen plek. Wij steken hier heel wat tijd in.
Een van dé toppers zijn de steppevogels: zoals de renvogel (Cursorius cursor), de Westelijke kraagtrap (Chlamydotis undulata fuertaventurae), de griel (Burhinus oedicnemus insularum) en de zwartbuikzandhoenen (Pterocles orientalis).
Om deze schuwe, goed gecamoufleerde vogels te spotten moet je geluk hebben en …vroeg uit bed. Je moet al bij zonsopgang in het terrein zijn. Want net na zonsopgang zijn ze relatief actief. De dagen dat we naar de steppe trekken zijn we dan ook al voor 7 uur ’s morgens onderweg.

Renvogel - Cursorius cursor

Renvogel – Cursorius cursor

Onze eerste poging ondernemen we in het Noorden. Ten westen van het dorpje Tindaya, begint een open woestijn – steppegebied dat tot aan de zee rijkt. We gebruiken de auto als schuilhut, want de vogels zijn het gewoon dat er auto’s over de onverharde wegen rijden. We speuren zorgvuldig de omgeving af, want enkel als ze opvliegen of bewegen kan je ze zien. Ze zijn namelijk zo goed gecamoufleerd dat als ze stilzitten ze volledig opgaan in de omgeving. Na een tijdje zien we een renvogel. Deze slanke vogel heet in het engels ‘Craem-colored Courser’ of roomkleurige renner. Beter beschrijven kan je het niet. De vogel, ca 25 cm groot, rent achter insecten aan, blijft plots staan en rent weer door. Ze zijn met 2.

Westelijke Kraagtrap - Chlamydotis undulata fuertaventurae

Westelijke Kraagtrap – Chlamydotis undulata fuertaventurae

Tijdens het fotograferen van de renvogels merken wij opeens in de berm voor ons een kraagtrap op. Even later steekt hij de weg over. Zoals je op de foto’s kan zien heeft hij ons scherp in het oog. Wij hem ook!! Even snel als hij opdook is hij ook weer verdwenen.

Renvogel

Renvogel

Als we een eindje verder rijden zien we nog 2 renvogels. Wat een mooie elegante vogel. We zien nu ook, bekomen van het eerste ‘wauw’-gevoel, duidelijk de zwarte oogstreep en daarboven een witte wenkbrauwstreep. Op de achterkant van zijn kop komen deze strepen netjes samen. De vogels zijn nu dichtbij en dat levert natuurlijk mooiere foto’s op. Van uit de auto zagen wij nog een 2de trap. We geven nog niet op en rijden een andere veldweg in om zo wat dichterbij te komen. Door zijn camouflage en de afstand is deze vogel moeilijk te zien. Hij is donker zandkleurig, met bruine vlekken in de rugveren. Deze trap staat voor een struikje en is aan het baltsen. Om indruk te maken op de vrouwtjes zet hij zijn veren op. Van op afstand kunnen wij goed zijn witte nekveren met zwarte kraag zien. Hij staat eigenlijk te ver van ons af en na een tijdje zien wij hem niet meer.
Trappen zijn perfect aangepast aan het leven in woestijngebied. Ze eten zaden, jonge twijgjes of insecten. Ze hoeven zelfs nooit te drinken. Ze kunnen vliegen, maar doen dat liever niet. Ze rekenen vooral op hun uitstekende camouflage. Bij gevaar drukken ze zich tegen de grond en blijven roerloos zitten.

Windmolen te Lajares

Windmolen te Lajares

Na zo mooie waarnemingen blijft er nog royaal veel tijd over om de omgeving te verkennen. De flora is duidelijk minder uitbundig dan op Tenerife, maar de landschappen en vergezichten zijn ronduit fenomenaal. De oostkust bestaat uit kliffen met daartussen kleine zandstrandjes. Het is fijn voor de surfers dat hier zoveel wind staat, maar niet voor ons, wij willen genieten van de zon. Na korte tijd moeten we gewoon weer inpakken want we worden gezandstraald.
Over het hele eiland staan mooi gerestaureerde windmolens. Vroeger werden ze gebruikt om te malen of om het water uit reservoirs naar het land te pompen.

Nadat we het geluk hadden om in het noorden van het eiland al de renvogel en de westelijke kraagtrap te zien, willen we ze ook wel eens zien in het Zuiden. De omgeving hebben we al uitgebreid verkend, want het is niet evident om in het duister de goede uitkijkpunten te vinden. Echt steunen op de ornithologische verslagen die we her en der vinden, kunnen we niet. Ze zijn vaak gedateerd en zijn allemaal van andere periodes in het jaar. Vaak van maart – april of van oktober, periodes waarin ook trekvogels en zeevogels kunnen gespot worden.

El Jable

El Jable

Net voor zonsopgang zijn we al bij de afslag ‘Pueblo del Mar’ in de buurt van La Pared een eindje links ingereden. Helaas krijgen we geen steppevogels te zien. Een beetje ontgoocheld rijden we nog wat verder. We zien nu wel renvogels, in totaal drie. We rijden dan maar tot aan de barranco aan de Bahia La Pared, hier staan het hele jaar door kleine waterplassen. Hier ziet men soms zwartbuikzandhoenen. In de regel komen ze rond de klok van 10 uur hier drinken. Maar helaas we zien geen zandhoenders. Door het feit dat het in dit seizoen regelmatig regent en er overal water in de reservoirs staat, vinden ze allicht op andere plekken water.

2015-01-14=12-00-25=FBD_4562=NIKON D7100

Canarisch zonneroosje - Helianthemum canariense

Canarisch zonneroosje – Helianthemum canariense

We rijden tot en door Costa Calma, een moderne badplaats. Buiten de stad verlaten we de hoofdbaan en rijden er parallel mee naar het zuiden. Het witte strand is hier enorm breed en wel 20 km lang. Vlak na de hotels, ligt er een kleine lagune, die helaas droog staat. We wandelen een eindje over het strand en zien drieteenstrandlopers, strandplevieren, bondbekplevieren en de kleine zilverreiger. Verder naar het zuiden waan je je midden in de woestijn. We zijn hier in het nationale park van ‘El Jable’. Het oostelijk deel bestaat uit enorme zandvlaktes, verder naar het westen gaat deze over in het nationale park van La Jandía (een bergketen). De route uit de Crossbill verlaat de hoofdbaan en rijdt een vallei in. De weg eindigt hoog in de heuvels. Wij rijden tot boven en genieten van de fenomenale zichten op de kust van Cofete. Bij het terugrijden stoppen we nog elke keren om de typische planten te fotograferen. Maar nu even tijd nemen voor een siësta op het strand.

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 2 10-17/01/2015’ weergeven

Fuerteventura, de eerste dagen

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 1 05-09/01/2015’ weergeven

steenwoestijn omgeving Tindaya

steenwoestijn omgeving Tindaya

Onze januari reis vorig jaar, naar Tenerife, was ons prima bevallen. Ook dit jaar willen we weer de donkere, koude en/of regenachtige januaridagen ontlopen. Ons bestemming dit jaar is Fuerteventura. Na Tenerife, het tweede grootste Canarische eiland. Dit eiland dat van alle Canarische eilanden het dichtst bij Afrika ligt is langgerekt, ca. 120 km lang, terwijl de breedte varieert van 5 tot 30 km.
De volledige Canarische Archipel bestaat uit vulkanen. Die van Fuerteventura zijn zeer oud (zo’n 100 miljoen jaar); veel ouder dan die van Tenerife bijvoorbeeld, die ‘slechts’ 30 miljoen jaar oud zijn. Tevens zijn ze hier allemaal uitgedoofd. Dit is in het landschap goed te zien, door de erosie is alles veel vlakker en afgerond.
De passaatwind, die het hele jaar door waait, wordt niet tegengehouden door hoge bergtoppen en heeft daardoor vrij spel. Velen denken ook dat de naam ‘fuerte ventura’ staat voor ‘sterke wind’, terwijl het ‘grote of sterke voorspoed’ is. De naam werd gegeven in een tijd dat het eiland er totaal anders moet hebben uitgezien. Het is nauwelijks voor te stellen, maar in een ver verleden waren grote delen van Fuerteventura begroeid met bossen en sprak men over de ‘graanschuur’ van de Canarische eilanden. Door het kappen van de bomen en door overbegrazing met geiten zijn de bossen helemaal verdwenen. Deze overbegrazing gaat nog steeds verder, we kunnen het dagelijks vaststellen.

'Malpais' bij La Oliva

‘Malpais’ bij La Oliva

De lage bergen houden ook de vochtige wolken niet tegen, zoals op sommige andere Canarische eilanden. Daardoor valt er weinig regen en kan men slechts op weinig plaatsen aan landbouw doen. Grote delen van het eiland zijn dan ook nagenoeg onbewoond.
Vele toeristen vinden Fuerteventura dan ook gewoon ‘niks’. Te weinig ‘groen’; saai wegens te veel stenen, rotsen en zand. Ze bedoelen dan de woestijnachtige steppegebieden en de vulkaanlandschappen. Wij vinden dit juist wel boeiende biotopen. Enkel dieren, vooral vogels dan, alsook planten die zich hebben kunnen aanpassen aan de extreme droogte komen hier voor. Het zijn dan ook vaak endemische soorten (komen enkel hier voor), dikwijls van een uitzonderlijke schoonheid.
Verblijven doen we hier, centraal aan de oostkust, net onder de badplaats Caleta de Fuste. Het wegennet op het eiland is uitstekend zodat we relatief snel alle kanten op kunnen. We huren een ruim, zeer proper appartement in de villa ‘Bouganvilles Golf’. Prima uitgerust met Wi-Fi, een vaatwasser, wasmachine en een zwembad. Dicht bij het golfterrein dus -niet dadelijk ons ding-, maar op enkele honderden meters ligt een commercieel center met een Spar supermarkt. Super handig!

vliegenbloem - Caralluma burchardii

vliegenbloem – Caralluma burchardii

We zijn ondertussen al enkele dagen hier en we hebben al uitstappen gemaakt in de verschillende richtingen. Hiervoor baseren we ons op de routes die beschreven staan in ‘Finding Birds in The Canaries’ van Dave Gosney en de Crossbill Guide, Canary Islands – I.
In het noordwesten is het landschap erg ruw, het bestaat uit steenwoestijn, stenige plateaus en droog landbouwgebied, en ook lavavelden of ‘Malpais’. Dit laatste biotoop is voor niets geschikt, er komen zelfs geen geiten grazen. Op de jongere lavavelden zijn enkel korstmossen terug te vinden. Ze geven de stenen een geel, grijsgroen laagje. Tussen de stenen van oudere velden zijn we onder andere op zoek gegaan naar een uiterst zeldzame en zeer merkwaardige plant Caralluma burchardii of vliegenbloem. De plant bestaat uit een grijsgroene vierkante stam van ongeveer 20 cm hoog. De bloeitijd is nu, januari, maar lang niet alle planten komen tot bloei. Slechts weinig planten hebben op de top die kleine prachtige bloemetjes. Iets verderop vonden we nog een ander aantrekkelijk plantje: de bruine hyacint (Dipcadi serotinum). Aan de kant van de weg zaten ook enkele Barbarijse grondeekhoorns. Niet inheems want ooit gewild of ongewild ingevoerd uit Noord-Afrika. De dagen daarna zagen we ze vaak op plekken waar veel toeristen komen. Duidelijk gespecialiseerd in het uit de hand eten van noten en koekjes.

Barbarijse grondeekhoorn

Barbarijse grondeekhoorn

De klif kust bestaat grotendeels uit donkere lava, regelmatig onderbroken door kleine strandjes. Deze zijn zeer in trek zijn bij surfers. Surfen is dé meest favoriete sport op Fuerteventura. Het eiland is dan ook een van de beste plekken te wereld om deze sport te beoefenen.
In het middendeel van het eiland liggen enkele kleine mooie dorpen. Ze zijn het doel van de talrijke toeristenbussen. Het landschap errond bestaat uit grote kale lavavelden. Tussen de heuvels zijn er soms diepe kloven: barrancos. Langs daar stroomt het water na een zeldzame regenbui richting zee. Sommige van deze kloven zien ze eruit als echte oases met palmbomen, struiken en veel groen.

Salinas de El Carmen

Salinas de El Carmen

Erg dicht bij ‘huis’ ligt het vissersdorp, met zoutpannen, Salinas del Carmen. Hier wordt op traditionele wijze zout gewonnen, door het zeewater te laten verdampen in steeds kleiner wordende bekkens of zoutpannen. Tot begin vorige eeuw was dit een winstgevende bezigheid. Vooral de plaatselijke vissers gebruikten het zout voor het bewaren van de vis. Nu zijn de zoutpannen enkel nog in werking omdat ze deel uitmaken van het zoutmuseum. Bij een wandeling in de omgeving valt vooral het skelet van een walvis op dat bij de opslagplaats staat.

woestijnvink

woestijnvink

Even verderop ligt een brede kloof, de Barranco de la Torre. Vanaf de vervallen toren kan men de kloof in wandelen. In het begin lijkt het sterk op een kleine oase met veel groen en grote palmbomen. Verderop zijn er aan één kant kleine akkers en langs de andere kant een steile rotswand. Hier zien we twee, voor ons nieuwe vogelsoorten, zijnde de woestijnvink, en de Canarische roodborsttapuit. Verder vliegen er veel Spaanse mussen, zien we een buizerd, brilgrasmussen, Bertholots piepers, 2 aasgieren, een hop, de Canarische ondersoort van de klapekster en vliegen er veel rotsduiven.

brilgrasmus

brilgrasmus

Ook hier viel een plant op met gele bloemen en grote gele ronde vruchten met een diameter van ca. 5 cm, lijkend op gele tennisballen. Binnenin zit sponzig vruchtvlees waartussen in rijen in de zaden liggen. Na enig zoekwerk is dit Citrullus colocynthis. Een plant die ook voorkomt in het zuiden van het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten.

Zandwoestijn El Jable

Ook het zuiden is schitterend met een landschap bestaande uit afgeronde vulkanen met ertussen grote zandbergen (zandwoestijn) en duinen, gevormd met zand aangewaaid uit de Sahara. Hier staan enkele botanische pareltjes zoals de medusawinde (Convolvulus caput-medusae), een stekelig struikje met grijsgroene bladen en kleine wit-roze bloemetjes; alsook struik doornsla (Launaea arborescens), ook weer een doornig struikje met kleine gele bloemetjes. Het bloeit het hele jaar door, maar steeds met slechts enkele bloemetjes. Tussen het opgehoopte zand vonden we ook de gele cistanche (Cistanche phelypaea). Een gelijkaardige plant kenden we al van op de stranden in het Middellandse zeegebied.

Fotoalbum ‘Fuerteventura 2015 Blog 1 05-09/01/2015’ weergeven