27 sept – 1 okt Op weg naar huis

Het wordt tijd om terug naar huis te gaan. Dit gaan we niet snel, snel afhaspelen, ook hiervoor gaan we onze tijd nemen.
Op zondag (29/9) brengen wij een bezoek aan Zagreb. Een stad die niet of nauwelijks voorkomt in de lijst van citytrips van de grote touroperators. Zagreb heeft geen echt toeristische highlights. Geen probleem, we gaan dan maar op zoek naar de kleine pareltjes!
Sinds 1991 is Zagreb de hoofdstad van Kroatië. Een grote stad met meer dan 1 miljoen inwoners en volgens de toeristische gidsen, met enorme parkeerproblemen. Niet voor ons, want steden bezoeken, dat doen we het liefst op zondag. We kunnen parkeren aan de rand van het historisch centrum, zelfs gratis. Helaas hebben we pech met het weer, de hele dag zal het regenen.

Zagreb; St-Marcuskerk

Zagreb; St-Marcuskerk


Het historisch centrum van Zagreb bestaat uit 3 delen: twee heuvels vormen de bovenstad (distict Kaptol = het godsdienstige centrum en Gradec = het bestuurlijk en politiek centrum), daarnaast is er de benedenstad.
We starten onze wandeling in de benedenstad. Hier vallen vooral de vele grote, kleurrijke gebouwen op. Ze zijn allemaal gebouwd na 1880, het jaar dat Zagreb werd getroffen door een zware aardbeving die bijna de volledige stad in puin legde. Bij de wederopbouw, onder Habsburgs bewind, koos men voor een nieuw strak stratenplan met veel aandacht voor symmetrie en nieuwe gebouwen. Dat oogt erg modern zeker met de brede lanen en de vele open ruimten en parken.
In die gebouwen bevinden zich verschillende musea, wetenschappelijke instellingen en het nationaal theater. Ze hebben een neoklassieke stijl, een mengeling van neobarok, rococo, neogotiek of neo-romaans. Terwijl Split, Trogir of Zadar Italiaans aandoen, is hier duidelijk de Weense invloed te merken.

"de Bron van het leven" van Mestrovic

“de Bron van het leven” van Mestrovic


Overal in Zagreb staan standbeelden! Zowel de klassieke beelden van plaatselijke helden al dan niet gezeten op een paard, maar ook vele andere werken. Bij het begin van onze wandeling bij het nationaal theater zien we een meesterwerk van de beeldhouwer Mestrović “De bron van het leven”, verder zullen we nog werken van hem ontdekken. Kunstkenners beschouwen hem als een van de belangrijkste beeldhouwers van de 20 ste eeuw. Zijn werk is een mengeling van krachtige, robuuste figuren met subtiele zachte vormen. Werk van hem zagen we ook al in Nin en Split. Mestrović, een tijdgenoot en vriend van Rodin, was een zeer veel gevraagd kunstenaar. Daar hij heel veel tijd stak in de voorbereiding van zijn werken, vervaardigde hij soms kopieën van zijn eigen werk. Daarbij veranderde hij of het materiaal van brons naar marmer of hout, of het formaat van het werk.
Het centrale Jelačić plein vormt de verbinding tussen de benedenstad en de bovenstad. Het is hier vrij druk want hier passeren meerdere tramlijnen en is het winkelcentrum van Zagreb. Je kan hier de trappen nemen naar de bovenstad, of kiezen om een straat om te lopen en de kortste kabelbaan van Europa nemen. Kies je voor de trappen, dan passeer je via de Dolac, een kleurrijke drukke markt die elke voormiddag hier gehouden wordt. Op een hoek van het plein staat een standbeeld van de marktvrouw.
Het is zondag en in de Stefanuskathedraal is er een viering aan de gang, dus kunnen we enkel een blik werpen van aan de ingang. Ook de kathedraal is heropgebouwd na 1880. Helaas heeft men voor de torenspitsen het verkeerde materiaal gekozen. Een van de 2 torens is dan ook voor restauratie ingepakt. We wandelen verder en zien tussen de kerken en paleizen ook regelmatig nostalgisch aandoende winkeltjes waar vulpennen verkocht worden, een uitvinding van een ingenieur uit Zagreb.
Mochten we nog een mooi souvenir hebben willen kopen dan was het zeker een stropdas geworden. Want die komt ook van hier. Tijdens de 30-jarige oorlog in de 17 de eeuw, droegen de Kroatische cavaleristen kleurrijke sjaaltjes, die ze op een bepaalde manier knoopten, om zich van de andere soldaten te onderscheiden: “à la cravate” of op z”n Kroatisch.
Op het einde van de kabelbaan, kom je aan op een promenade die een mooi uitzicht geeft op de benedenstad. Hier staat een van de laatste overblijfsels uit de middeleeuwen, de Lotrščak-toren. We wandelen verder en komen uit op het St. Marcusplein met de St. Marcuskerk, het parlementsgebouw: de Sabor en nog een aantal regeringsgebouwen en paleizen. Zeer opvallend is het dak van de St. Marcuskerk, gekleurde dakpannen met het stadwapen van Zagreb en de wapenschilden van Kroatië, Dalmatië en Slavonië.
Wanneer we verder slenteren komen we op de verbindingsstraat tussen Kapitol en Gradec. Deze straat Potok, wat beek betekent, ligt er op deze regenachtige zondagnamiddag een beetje verlaten bij, maar is dé uitgangsbuurt van Zagreb. Voor 1900 was dit de bedding van een riviertje. Men heeft hier kleurrijke, vaak houten huizen met tuinen gebouwd waarin nu cafés, kleine theaters, restaurants en kunstgalerijen gevestigd zijn. Het heeft iets van een dorpsstraat uit een bergdorpje! Er zijn ook leuke plantsoentjes met bronzen beelden, zoals dat van de eerste journaliste van Zagreb; ze houdt haar paraplu stevig vast.
Terug in de benedenstad wandelen wij het traject van het “groene hoefijzer”. Hiermee bedoelt men de aaneengeschakelde U-vormige groene open ruimte van parken en plantsoenen met daartussen de musea, en andere prestigieuze gebouwen. We passeren o.a. het station, het hotel Esplanade (een exclusief hotel, gebouwd voor van de reizigers van de Oriënt-Express) en wandelen door de botanische tuin. Dit is naast de vele parken ook nog een plek waar de inwoners graag komen wandelen.
In een van de parken staat een erg fraai weerstation. Sinds 1884 meten en noteren de toestellen de temperatuur en de luchtdruk. Bij de aanleg van de groene plekken in de stad, deed men een beroep op de plaatselijke notabelen om “parkvulsel te schenken” zoals kiosken, klokken, beelden, enz. Om het schenken aantrekkelijk te maken werden ze dan plechtig ingehuldigd. Voor het weerstation was dat Frans Joseph I, de echtgenoot van Sisi.
Ons besluit, Zagreb is een leuke stad en zeker een halte waard.

Eind september, begin oktober is het niet meer evident om een camping te vinden. Vele sluiten al tussen midden tot eind september. Ook de camping in Obernberg aan de Inn (die met de papegaai) sluit op 30 september. Wij hadden bij onze heenreis reeds afgesproken en zijn uiteraard welkom.
Vanaf de camping kan je meerdere lussen fietsen. Bij de heenreis volgden wij de Inn in richting Zuid-West. Nu rijden wij richting Noord-Oost. Twee jaar geleden reden we al in tegenwijzerzin naar het barokstadje Schärding. Ter afwisseling vertrekken we nu aan de Duitse kant.

Schärding; Klooster Neuhaus

Schärding; Klooster Neuhaus


Schärding; onderste gemeenteplein

Schärding; onderste gemeenteplein


In de toeristische folders prijst men dit stadje aan als een van de mooiste Baroksteden van Oostenrijk. We blijven, na Zagreb, dus nog even in de sfeer van het Oostenrijkse keizerlijke verleden. De kleurrijke huizen hebben nog de kleuren van de gilden uit de middeleeuwen, zoals blauw voor de bakkers, rood voor de beenhouwers en groen voor de cafés. Net als in Obernberg is ook hier het marktplein afgesloten met poortgebouwen. Tegenover het stadhuis heeft een misnoegde inwoner een fresco laten aanbrengen ter attentie van het stadsbestuur met de tekst: “De splinter in een ander zijn oog wel zien, maar niet de balk bij zichzelf”.

Reichersberg am Inn; het klooster

Reichersberg am Inn; het klooster

Wat opvalt zijn de verwoestingen en de schade die het hoogwater van afgelopen winter heeft aangericht. Zelfs nu, een half jaar later, zijn delen van de fietsroute nog steeds niet te gebruiken. Ook is men in Schärding gestart met de bouw van een muur langs de oever om de lager gelegen delen in de toekomst beter te beschermen.
Als laatste bezienswaardigheid op onze route houden we nog even halt aan het klooster Reichersberg, een barokgebouw van de paters Clarissen.

Album Kroatië 27/09-01/10/2013 weergeven

Advertenties

20 sept – 26 sept Vijfde week in Sv Filip i Jakov

We zijn geen BV’s, maar wel BK’ers dit wil zeggen ‘bekende kampeerders’. Hoewel dat ook weer relatief is, want het zullen voornamelijk kleuters en hun voorlezers zijn die ons kennen. We figureren namelijk in het leuke informatieve prentenboek voor + 5 jarigen “Naar de camping” dat geschreven is door Reina Ollivier, een super attentvolle vroegere collega van Felix. Daarbij zijn Felix en Lily de kampeerders met de caravan. (Willewete “Naar De Camping” Reina Ollivier & Madeleine van der Raad, http://www.clavisbooks.com)

Lily en Felix

Lily en Felix

Het zal ondertussen wel duidelijk zijn, dat we erg graag kamperen. We houden van het buitenleven en de vrijheid om je dag zelf in te delen. Zo vinden we het fijn om zelf te kokerellen. Dit is niet alleen een prettig tijdverdrijf, maar het komt ook goed van pas bij de voedselallergieën van Liliane. Slechts zelden wagen we het om op restaurant te gaan, en dan nog houden we het veelal bij pizza of bij gerechten waarbij we bijna zeker zijn van de ingrediënten. Soms willen we ook wel eens een lokaal gerecht of recept proeven, zoals de mosselen. Ze zwommen letterlijk is een looksaus, prima om geproefd te hebben, maar niet echt ons ding. En zout dat hier alles is!!
De boodschappen doen we veelal per fiets. Op de markt en in de diverse warenhuizen hebben ze een enorme keuze aan verse producten van uitstekende kwaliteit. Felix heeft de afgelopen weken bijna dagelijks gegrild. Van sardines over goudbrasem, forel en zeebaars tot entrecôte. Super lekker!!!

Wanneer je zoals wij nu, een aantal weken op dezelfde camping staan met nog een aantal langblijvers, dan wordt het precies een klein dorp. Je leeft niet geïsoleerd, maar kan rekenen op fijne sociale contacten. Op andere campings zagen we dan vaste kaartclubs, of jeu des boules ploegen e.d.. Op onze camping is er ook een gezamenlijk activiteit van de anciens, namelijk het roken van vis. Ze hebben een rookinstallatie gebricoleerd naast de caravan van een van hen. Het organiseren van zo’n ‘rooksessie’ en het roken zelf is een langdurige bezigheid. Op dit moment hebben ze het roken van forel en makreel perfect onder de knie. Dat hebben we mogen proeven, want ook wij zijn langblijvers!

Zaterdag (21-09) waren we getuige van een heus geslaagde recordpoging voor het Guinness Book of Records. In Biograd, de aanpalende stad, werd er het record van de langste “strudla” gebroken. Strudla is een traditioneel regionaal gebak bestaande uit filodeeg gevuld met Maraschino kersen en bestrooid met poedersuiker. Deze zure kersen, die vaak in alcohol worden opgelegd, zijn de specialiteit van de streek. De naam “strudla” verwijst natuurlijk naar de strudel, heeft dezelfde vorm en is een erfenis van Habsburgse overheersing.
Langs de haven waren over een lengte van 600 m tafels geplaatst met daarop achter elkaar in een dubbele rij de strudla’s. 1200m strudla dus! Om 7 uur ’s avonds was de klus geklaard en werd het gebak uitgedeeld aan de toeschouwers. Daar het toeristisch seizoen zowat op zijn einde loopt waren er voor iedereen en dus ook voor ons royale porties.

We hebben niet zo veel contact met de plaatselijke bevolking. De taal vormt daarbij de grootste barrière. Het Kroatisch lijkt helemaal niet op iets wat we kennen. Er zijn wel hier en daar mensen die wat Duits of Engels spreken, maar je moet ze ook nog tegenkomen. Zondag (22-09) was dat het geval. Tijdens een fietstocht in de omgeving van het Vrana meer zaten vier mannen te barbecueën bij de belvedère. Het waren drie broers en een vriend. Een van de broers woont in Australië en komt jaarlijks een maand op familiebezoek. Vandaag werd hier het afscheid gevierd, want de terugreis naar Australië zat er aan te komen.

Kroatische vrienden; lekker en gezellig

Kroatische vrienden; lekker en gezellig

Onmiddellijk werd ons een beker wijn aangeboden. Met de Australische broer in het Engels en met een andere, die voor Intersoc gewerkt had, in het Frans, konden we prima babbelen. Het nakende voetbalduel tussen beide landen werd natuurlijk ook besproken. Volgens hen mogen onze Duivels rechtstreeks naar Brazilië, zij zullen zich wel kwalificeren via testmatchen. Ondertussen werd het vlees gebakken en werden we uitgenodigd om de lokale specialiteiten te proeven. Niet dat we ze door onze proeverij ontriefden, want ze hadden voldoende bij om een half dorp te bevoorraden.

De mensen zijn hier wel vriendelijk, maar vooral de ouderen stellen zich toch wat gereserveerd op. Dit zou nog een gevolg zijn van de oorlog die in dit deel van Kroatië erg hevig moet geweest zijn. Vele oorlogstrauma’s zijn nog niet verwerkt en men wordt blijkbaar niet graag aangesproken over die pijnlijke periode, nu zo’n 20 jaar geleden. In steden zoals Zadar zijn de sporen van de belegering en het artillerievuur verdwenen. In het binnenland daarentegen zijn de sporen van de oorlog nog niet uitgewist. Vele woningen liggen er als ruïnes bij of zijn zwaar beschadigd door de inslag van kogels en granaten.

Vransko jezero; het verbindingskanaal  met de zee

Vransko jezero; het verbindingskanaal met de zee

Niet alleen vertoeven we graag in de buurt van het Vrana meer. We fietsen ook regelmatig door het iets verderop gelegen landbouwgebied van Vrana. Vroeger, tot de 17 de eeuw was dit gebied een groot moeras. Men heeft toen een verbindingskanaal aangelegd tussen het Vrana meer en de zee. Daardoor zakte het waterpeil in het meer met 3 meter en werden de moerassen drooggelegd. Tussen de velden en de akkers liggen overal bloemrijke afwateringsgrachten, met hier en daar er een stukje braakland. Je kan er aangenaam fietsen op de vlakke en brede lanen met cipressen. In het vroegere Joegoslavië was dit hele gebied een kolchoze; dit wil zeggen een staatsboerderij. Nu is het een grote coöperatieve die zich niet heeft toegelegd op één teelt maar diverse producten cultiveert. Er zijn zowel stallingen met runderen als groente- en fruitserres, maar ook akkers met diverse gewassen.

Aardbeiboom

Aardbeiboom

Bij die fietstochten zowel door de velden als in de buurt van het meer, komen we nog zeer vele mooie wilde planten tegen. Erg mooi, wij hadden dat eigenlijk niet meer verwacht zo laat op het seizoen. Het is allemaal nieuw voor ons en wij hebben bovendien niet de geschikte flora’s bij. Gelukkig kunnen we rekenen op enkele van ‘onze volgers’, in binnen- en buitenland, die zo attentvol zijn ons bij de determinatie te helpen.

Ephedra fragilis (Zeedruif) M. bloem

Ephedra fragilis (Zeedruif) M. bloem

Een van de planten die ons opviel was een parasiet. Zijn takken waren groen, erg dun en buigzaam; en in de knopen groeiden er gele bloempjes. Iets verderop stond een exemplaar vol met rode vruchtjes. Thuisgekomen leerde opzoekwerk ons dat het de Zeedruif of efedrine-plant is. Een tweehuizige struik (de vrouwelijke en de mannelijke bloempjes staan op aparte struiken) waarvan de groene stammen gebruikt worden om het geneesmiddel – stimulerend middel efedrine te bereiden.

Album Kroatië 20/09-26/09/2013 weergeven