Cahuita

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Cahuita

Gisterenavond was het al donker toen we aankwamen bij de ‘El Encanto Inn’ in Cahuita, ons hotel voor de laatste dagen. De weg van Siquirres, in het binnenland, naar Limón aan de kust is slechts een eenbaansweg en zit overvol met zwaar vrachtverkeer op weg naar de haven Puerto Limón. Stapvoets rijden is eerder normaal dan uitzondering. Om een idee te geven: we reden 3,5 uur over de 150 km. Het is dan ook begrijpelijk dat slechts een fractie van de vele toeristen die Costa Rica bezoeken naar hier afzakt.

PN Cahuita

De Caraïbische kustlijn is zo’n 200 km lang, halverwege ligt de havenstad Puerto Limón. Noordelijk daarvan strekken zich de moerassige regenwouden en zoetwaterlagunes van het Parque Nacional Tortuguero uit. In dit gebied zijn er nauwelijks wegen, enkel kanalen. Ten zuiden ervan ligt de steeds smaller wordende vlakte van Talamanca met fraaie stranden en verschillende stukken koraalrif. Het was hier, bij één van de stranden net ten zuiden van Limón dat in 1502 Christoffel Columbus tijdens zijn vierde reis voor anker ging. ‘Que costa tan rica’: zou hij uitgeroepen hebben, ‘Wat een rijke kust!’, toe hij merkte dat sommige indianen gouden voorwerpen droegen. Helaas bleek dit later zwaar tegen te vallen. Noch aan de kust, noch in het binnenland waren goud of andere rijkdommen te vinden. Nu, 500 jaar na datum, blijkt die rijkdom er toch te zijn, maar dan in de vorm van een rijke natuur.

roodstaartboomeekhoorn (Sciurus granatensis)

Waar de rest van Costa Rica sterk beïnvloed is door de Spaanse cultuur, is dat hier in het zuidoosten helemaal anders. De meerderheid van de mensen heeft een donkere huidskleur en hun ‘roots’ liggen voornamelijk in Jamaica en Nicaragua. Zo’n honderd jaar geleden kwamen ze naar hier om als gastarbeiders te werken aan de spoorlijn tussen San José en Puerto Limón, en daarna op de bananen- en cacaoplantages. Na verloop van tijd creëerden ze aan de Costa de Talamanca hun eigen kleine gemeenschappen met hun eigen cultuur, gebruiken, muziek en taal. Tot twee decennia geleden was de streek praktisch afgesloten was van de rest van het land, dit omwille van een gebrekkige infrastructuur. Pas sinds de jaren 2000 is de weg van Limón tot de grens met Panama geasfalteerd en zijn de dorpen aangesloten op het elektriciteitsnet.

Cahuita / Manzanillo

In de twee dorpen, Cahuita en het zuidelijker gelegen Puerto Viejo, beide erg geliefd bij backpackers en surfers, is die Afro-Caribische cultuur nog duidelijk aanwezig: fel gekleurde houten huisjes, reggae muziek in de cafés en bars, overal afbeeldingen van Bob Marley en marihuana bladen, rondhangende rastafari’s, mannen met dreadlocks en nog wat verdwaalde hippies.
Het centrum van Cahuita, niet meer dan een hoofdstraat en enkele zijstraten, ligt tussen twee stranden. Ten noorden, Playa Negra, een langgerekt strand met zwart zand. Hieraan liggen de verschillende kleinschalige hotels, waaronder het onze. Playa Blanca, met wit zand, ligt in het nationale park. We hoeven dus maar even door het dorp te lopen om bij de ingang te komen.

Hoffmannluiaard (Choloepus hoffmanni)

Na het avondmaal lopen wij door het dorp, op zoek naar de ingang het Nationaal Park om zo morgenvroeg zonder al te veel tijdverlies aan onze wandeling te kunnen beginnen. Groot is onze verbazing als een tweetenige luiaard over de grond kruipt en dan vlak voor onze neus in een boom klimt. Het kruipen was niet elegant en vlot, maar hij geraakte toch goed vooruit. Het is een boom voor een huis, midden in het dorp. De volgende dagen kunnen wij hem steeds terugvinden tussen het gebladerte.
Het Parque Nacional Cahuita werd opgericht om de voor de kust liggende koraalriffen te beschermen en de 12 km lange kustlijn. Deze is een belangrijk broedgebied voor de karetschildpad, de lederschildpad en de soepschildpad.
In tegenstelling tot de andere nationale parken wordt hier geen vast entreegeld gevraagd, maar een vrije gift. Een bewuste keuze in samenspraak met de lokale gemeenschap. Die vreesden dat door een hoge toegangsprijs te vragen de toeristen weg zouden blijven.

PN Cahuita

Het is heerlijk wandelen op het enige pad dat door het gebied loopt. Het regenwoud komt hier tot vlak bij de zee en je blijft heel de tijd in de schaduw onder de bomen maar steeds met zicht op het water, het strand en de branding. Het lijkt wel de ideale locatie voor een reclamefilm: mooi wit strand, palmbomen en een helder blauwe zee.

Hoffmannluiaard (Choloepus hoffmanni)

In het eerste deel, vlak na de ingang, lopen meerdere groepjes met gids. Hier zijn dan ook heel wat dieren te zien: meerdere luiaards, een groep brulapen, kapucijnaapjes en neusberen. De dieren zijn totaal niet schuw. Zo liep een Noord-Amerikaanse wasbeer gewoon voor ons door van het strand naar de bosjes. Ze lijken ook minder brutaal dan in Manuel Antonio waar ze de broodjes en koeken uit de rugzak halen, maar toch rekenen ze ook hier op een deel van de meegebrachte picknick.
Nadat we door een ondiepe lagune gewaad zijn, wordt het erg rustig. De groepen draaien net voordat ze door het water zouden moeten terug. Enkel zij die het 6,5 km lange pad langs het water verder volgen komen hier. Langs het strand zien we verschillende soorten reigers en strandvogels. Op palen in de oceaan zitten fregatvogels, koningssternen en enkele bruine pelikanen.
Het Parque Nacional beschermt niet alleen het landgedeelte maar ook het grootste koraalrif van Costa Rica, dat hier, bij Punta Cahuita, vlak voor de kust ligt.

PN Cahuita

Een koraalrif is een grote verzameling van allerlei soorten koraaldiertjes. Dat zijn weekdiertjes met tentakeltjes die zichzelf inkapselen in een kalkomhulsel. Koraaldiertjes leven in symbiose met microalgen. De algen zoeken bescherming in de structuur van het koraal en zetten licht om in voedingsstoffen die de koraaldiertjes vangen met hun tentakeltjes, of ze maken een soort lijm aan waarmee ze het losliggende koraal bijeen houden. Ook andere zeeorganismen zoals vissen, anemonen, zeesterren, sponzen, kreeften, schelpdieren, wormen en weekdieren zijn dankbare medebewoners van de koraalriffen. Zo zorgen bijvoorbeeld grazende vissen en zee-egels dat de algen het rif niet overwoekeren. De biodiversiteit in koraalriffen is ontzettend hoog, maar tevens ook erg kwetsbaar. Een groot gevaar vormt het gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden op de bananenplantages. Het slib van de velden komt na stevige regenbuien via de rivieren in de zee terecht, doet het water vertroebelen en verstoort het fragiele evenwicht tussen de organismen.
Rond het middaguur pauzeren we, natuurlijk, met een plons in het heerlijk warme water. We blijven wel opletten, want de branding is sterk en de stukjes afgebroken koraal die in het water drijven, lijken wel scheermesjes. Verder wandelend hoorden en zagen we ook weer onder andere een groep brulapen, een neusbeer die naast het pad zat en een gestreepte basilisk. Ook vliegen er overal grote vlinders en kruipen er heremietkreeftjes en allerhande soorten krabbetjes rond.

Bij Punta Vargas, de tweede toegang tot het park, kunnen we via een uitstekend onderhouden knuppelpad door en over moerasgebied terug naar de hoofdweg. Daar namen wij de lijnbus die ons in het busstation van het dorp afzette.

kraagplevier (Charadrius collaris)

steenloper (Arenaria interpres)

Dag twee in Cahuita is een zondag en het is opvallend druk op de weg. Zou het een feestdag zijn? We rijden via de kustweg, de enige die er is, van Cahuita verder naar het zuiden. Onderweg stoppen we aan verschillende lagunes en aan een strand bij Puerto Viejo, waar meerdere zwarte gieren rondwandelen.
Puerto Viejo de Talamanca is, tussen december en maart, erg populair bij surfers vanwege de vrij hoge golven die hier zelfs een eigen naam hebben: Salsa Brava.
Het is helemaal geen feestdag, maar een gewone zondag, en dan komen ganse families massaal afgezakt naar de stranden ten zuiden van het dorp. Ongeveer elk plekje op het strand is ingenomen door families die aan het barbecueën of aan het picknicken zijn. Iets eten, wat zwemmen en luieren op het strand, of in de hangmat. Overal klinkt luide muziek uit de, in hun auto’s gemonteerde boxen. Zo brengen ze hier dus hun zondag door! De kans, dat je in die drukte een vogel hoort of dier te zien krijgt is bijna nihil.

Refugio Nacional de Vida Silvestre Gandoca – Manzanillo

Ook verder naar het Manzanillo National Wildlife Refuge en in het park zelf is het ontzettend druk. Sportieve picknickers wandelen blijkbaar graag even door de natuur. Dit grote gebied omvat niet alleen het reservaat maar ook enkele afgelegen dorpjes. Net als in Cahuita strekt het NP zich ook in zee uit en beschermt het een koraalrif en een schildpaddenstrand. Enkel een stuk pad in het begin is goed toegankelijk. Wij lopen langs de kust tot aan een mooi uitkijkpunt. Zodra het pad landinwaarts gaat wordt het moeilijk. Er zijn geen markeringen en het pad ligt er erg modderig bij. Enkel te doen met gids? We rijden dan maar terug richting Cahuita om nog enkele keren een kort stukje langs de kust te wandelen. Maar overal is het druk.

groen-zwarte pijlgifkikker (Dendrobates auratus)

Terug in ons hotel zoeken wij wat verkoeling in en bij het zwembad. Tja eigenlijk moet je in Costa Rica geen vermoeiende wandelingen maken om leuke dingen te zien. Vlak naast ons, in het gras en op de paden zitten leuke groen-zwarte pijlgifkikkers. In de vooravond en in de ochtend laten ze zich goed zien en springen ze in alle richtingen rond . Ze danken hun naam aan het feit dat indianen het giftige huidslijm van deze kikkers op de pijlen smeerden waarmee ze op apen joegen. Niet dat het gif zo sterk is dat het een mens kan doden, maar ze kunnen wel een behoorlijke irriterende reactie opwekken. Afblijven, is de boodschap!

Dit is het einde van onze blog over deze schitterende reis. Tijdens onze terugreis naar San José stonden wij 3 uren stil naar aanleiding van een verkeersongeval, de rest van die dag las je in onze vorige post. En over onze laatste halve dag in San José vertelden wij helemaal in het begin.

Wij vinden deze reis in ieder geval voor herhaling vatbaar.
Hopelijk heeft u wat mee kunnen genieten!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Cahuita

Omgeving Sarapiquí

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Omgeving Sarapiquí

Het einde van onze reis nadert. Hoewel …we gaan nog voor drie dagen naar de Caraïbische kust, zo’n 240 km vanuit Van Boco Tapada. Tijdens het eerste stuk van de route hebben we een korte vertraging wegens wegwerkzaamheden. Maar geen probleem, want we hebben vandaag een tussenstop voorzien. Bij het plannen en het reserveren van de hotels wilden we graag 2 dagen in de Selva Verde Lodge, een klassieker onder de birding lodges, doorbrengen. We kregen helaas als antwoord dat alles volzet was. Een fout van hen zo blijkt. Want als we stoppen bij de receptie vertelt men ons dat er kamers beschikbaar zijn. Jammer, maar als tegemoetkoming mogen we wel vrij het domein bezoeken.

Waglers oropendola (Psarocolius wagleri)

Deze lodge ligt tussen de noordelijke hoofdweg en de río Sarapiquí, een zijrivier van río de San Juan. In de omgeving van de rivieren bestond de oorspronkelijke vegetatie vooral uit laagland regenwoud met een grote verscheidenheid aan planten, dieren en insecten. In het verleden zijn echter grote delen daarvan verdwenen en in de plaats zijn er nu zeer veel plantages met koffie, suikerriet, maniok, bananen en cacaobomen.

Heliconia sp.

De rivier is erg gevoelig voor overstromingen en de gebouwen, zoals het restaurant en de kamers van de lodge, zijn op palen gebouwd. We gaan eerst naar de hangbrug over de Sarapiquí rivier. Aan de overkant ligt het regenwoudreservaat dat bij de lodge hoort. Tot voor kort mocht je daar vrij gaan wandelen, maar sinds er een Amerikaan verdwaalde (die pas ’s nachts werd terug gevonden), is het hek op slot. Enkel onder begeleiding mag je en nog in.

Heliconia sp.

We kijken dan maar rond in de botanische tuin en langs de rivier. De bodem is hier en daar nog bedekt met een laagje modder dat is achtergebleven na een recente overstroming. Maar de natuur herstelt hier snel en we zien al jonge begroeiing opduiken. Daarnaast staan er heel veel typische planten die vaak in tropische tuinen worden aangeplant. Zoals heel wat soorten heliconia’s, planten met een grote, decoratieve bloeiwijze. Tussen de felgekleurde schutbladeren groeien de onopvallende kleine, witte, rode, oranje, gele of roze bloempjes. Er zijn soorten met rechtopstaande en soorten met hangende bloeiwijzen. De bloempjes worden bestoven door vleermuizen en vooral door kolibries die tegelijk van de nectar genieten. In de schutbladen van de rechtopstaande bloeiwijzen kan water blijven staan. Deze kuipjes zijn erg in trek als broedplek bij sommige soorten kikkers en bij muggen.

roze banaan

Er staat ook een exotische bananensoort, de uit India afkomstige, roze dwergbanaan. Vroeger werden bananen bij de familie van de heliconia’s gerekend, nu hoort ze taxonomisch tot het geslacht Musa. Deze soort heeft opvallende roze bloemen, gevolgd door kleine harige roze bananen, die zoet en eetbaar zouden zijn. Hoewel, er zitten heel veel kleine harde zwarte zaden in, die de tanden kunnen beschadigen. We proberen het niet en houden het gewoon bij een gele banaan, waarvan gezegd wordt dat ze de goede werking van het zenuwstelsel ondersteunt en de bloeddruk op peil houdt.

Kroonbasilisk (Basiliscus plumifrons)

kroonbasilisk (Basiliscus plumifrons)

Aan het zwembad laat een kroonbasilisk zich van dichtbij bewonderen. Hij is familie van de helmbasilisk en de gestreepte basilisk die we beide al eerder op onze reis zagen, maar deze is groen met licht-blauwige stippen en heeft zowel een kam op de kop als op de rug. Die kam dient voornamelijk om concurrenten te imponeren. Basilisken worden ook wel Jezus Christushagedissen genoemd; dit omdat ze in staat zijn om op hun achterpoten over water te lopen. Ze komen uitsluitend voor in Midden- en Zuid-Amerika.

Norops limifrons op Etlingera elatior

Midden-Amerikaanse agoeti (Dasyprocta punctata)

In de vroege namiddag gaan we wandelen in het deel van de Selva Verde Lodge dat aan de andere kant van de weg ligt. Tegen de helling ligt een kleine restant van het oorspronkelijke regenwoud. Leuk dat we vandaag een aantal typische planten, die we gisteren uitgebreid leerden kennen terugzien. Ook zonder gids stellen we vast dat in het verleden hier bomen weggehaald zijn: gekapt of omgevallen bij een storm. Daardoor valt er meer licht binnen en nemen snelgroeiende lianen onmiddellijk de beschikbare ruimte in. Een van die lianen wordt ‘monkeys ladder’ genoemd; ze is zo bochtig dat je er met wat fantasie treden in ziet. Samen met de andere lianen zorgen ze ervoor dat we nauwelijks vooruitkomen op de paden, we moeten er ons tussendoor wringen. Tja, wij zijn dan ook geen oerwoudhelden zoals Tarzan en Jane die aan lianen door het oerwoud konden slingeren. Net als we willen doorgaan kruist een agoeti ons pad. De Midden-Amerikaanse agoeti die ook wel goudhaas wordt genoemd, leeft op de grond en is actief gedurende de dag. Vaak zijn ze te zien in de buurt van apen welke ze volgen om zo de vruchten die de apen laten vallen te kunnen opeten.

roodoogmakikikker (Agalychnis callidryas)

Ook de Ara Ambugua lodge heeft een mooie tuin en een zwembad waar we in de late namiddag verkoeling zoeken. Bij het restaurant is er een vijvertje waar meerdere kikkers, waaronder de roodoogmaki, zitten te roepen. Na het avondeten doen we ons best om ze te zien, dat lukt ook, maar ze fotograferen zonder flits valt, dat valt niet mee. ’s Anderdaags bij het ontbijt zien we hier een cayennebosral.
Na het ontbijt en een korte wandeling door de tuin rijden we verder.

Río Puerto Viejo

groefsnavelani (Crotophaga sulcirostris)

Onderweg hebben we een stop in Horquetas bij Frog’s Heaven. Hier hebben Jenny en Michel een fotosessie geboekt om kikkers en slangen te fotograferen. Wij gaan ondertussen wandelen in de buurt van de río Puerto Viejo. De weg loopt hier over twee gammele hangbruggen (ook voor auto’s). Bij de tweede, over de río San Rafael worden we toegeroepen door een jong koppel dat verkoeling zoekt in het water onder de brug. Dat wil zeggen: ze gaan met hun kleren aan het water in, en laten zich daarna gewoon opdrogen aan de kant. Waar we vandaan komen? Europa! bélgica! Wauw, uit het land van Hazard, Lukaku, De Bruyne en Courtois! Hij is door het dolle heen. Wij zijn het vergeten, maar hij weet het nog goed: vorig jaar speelden onze ‘diablos’ tegen Costa Rica en wonnen glansrijk met 4-0. In dit voetbalgekke land zijn er televisiezenders die de klok rond alle grote competities uitzenden en voetballers zijn hier echte goden. In zijn enthousiasme nodigt hij ons uit om bij hen en zijn ouders te komen logeren. Dat was ons even te voren ook al aangeboden door de winkelier waar we de auto parkeerden. Pura Vida!

roodkopgier (Cathartes aura)

We lopen door een mooi golvend gebied met vooral weilanden. Van regenwoud is hier geen spoor meer. Na een uurtje keren we om. Op een draad zit een groefsnavelani, en zoals op veel plaatsen vliegen ook hier roodkopgieren. Opvallend is hun rode kop met een korte, ivoorkleurige snavel met daaraan een forse, haakvormige punt. Ook kan men zijdelings dwars door de neusgaten kijken. Het neustussenschot ontbreekt. Of dit de reden is dat deze gier zijn voedsel, rottende kadavers, van op grote afstand kan ruiken, heeft men nog niet kunnen achterhalen.
Maar nu is het tijd om Jenny en Michel terug op te pikken, want het is nog 150 km tot onze laatste stop in Cahuita aan de Caraïbische kust.

kroonbosnimf (Thalurania colombica)

Tijdens de voorlaatste dag, als wij op weg zijn van Cahuita naar San José passeren wij opnieuw hier in de buurt. We stoppen dan bij de Cope, vogelexpert, fotograaf én kunstenaar. Hij heeft de tuin bij zijn huis ingericht voor het fotograferen van vogels. Naast enkele grote bomen en diverse struiken is er ook een kleine poel. Hij is royaal bij het ophangen van trossen bananen en er zijn meerdere suikerwater verdelers opgesteld. Niet te verwonderen dat deze plek erg in trek is bij tal van vogels. Enkele opvallende nieuwe soorten zijn de westelijke langstaartheremietkolibrie, de kroonbosnimf, de Waglers oropendola en een rosse duif.

briluil (Pulsatrix perspicillata)

Ook kent Cope de rustplekken van enkele nacht-actieve vogels. Hij heeft weinig tijd vandaag maar toch wil hij ons een familie briluilen tonen. Zo rijden we samen met hem naar een bosgebied. Kriskras door het bos lopen we achter hem aan tot bij een familie briluilen: pa, ma en het jong naast elkaar diep verscholen tussen de bladeren. Wat leuk!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Omgeving Sarapiquí

Boco Tapada & Laguna del Lagarto Lodge

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Boco Tapada & Laguna del Lagarto Lodge

De volgende regio die we willen verkennen ligt in het Noorden van Costa Rica tegen de grens met Nicaragua. De beboste uitgestrekte ‘llanuras’ of laagvlaktes worden doorsneden door vele rivieren. Het klimaat in deze laaglanden wordt beïnvloed door de wind uit de Caraïben. Daardoor is het hier het hele jaar door warm, gemiddeld 26°C, en zeer vochtig. Er valt vier keer de hoeveelheid neerslag van bij ons in België.

ananas (Ananas comosus)

Tot halverwege de 20ste eeuw bleef dit gebied vrijwel onbewoond, waardoor het laagland regenwoud lang intact bleef. Daarna moedigde de regering de ontwikkeling van landbouwbedrijven aan. Sinds eind jaren ’70 wordt er op grote schaal ananas gekweekt door Del Monte. Als lid van de bromeliafamilie is de ananas een geval apart. In tegenstelling tot de meeste andere soorten die op bomen of rotsen groeien, groeit de ananas in volle grond. Het constante, warme vochtige klimaat is ideaal voor de productie. Door het tijdstip van aanplanting over het hele jaar te spreiden kan men elke week van het jaar rijpe vruchten oogsten. Deze ananassen, vol van smaak en extra zoet, vertrekken per vliegtuig naar delicatessezaken in Canada, de USA en Europa.

ananas (Ananas comosus)

Aan de Caribische kant van Costa Rica is er geen weg naar Nicaragua. De grens wordt er gevormd door de río San Carlos en verderop door de río San Juan die een belangrijke biologische corridor vormen. Het gebied is nauwelijks ontsloten en de Laguna de Lagarto Lodge, bij Boca Tapada aan de oever van de río San Carlos is enkel te bereiken via een 50 km lange hobbelige baan. Het is een eenvoudig verblijf, maar met een uitzonderlijke fauna en flora, midden in het regenwoud. De Duitse eigenaar, die oorspronkelijk van plan was hier een landbouwbedrijf te vestigen, besloot in 1974 het aanwezige primair regenwoud te behouden en te beschermen en er een hotel te bouwen in harmonie met de natuur en in samenwerking met de lokale bevolking.

Laguna del Lagarto Lodge

koningsgier (Sarcoramphus papa)

De lodge ligt op een heuveltje, met aan de voet twee lagunes. Daardoor heeft men een schitterend uitzicht op de omgeving zowel vanaf het terras bij de houten huisjes als bij het restaurant. Voor vogelfotografen uit de hele wereld is dit dé place-to-be. Niet alleen zijn er hier heel veel dieren, vooral vogels; ze zijn ook uitstekend te fotograferen. Zo is er een speciale fotohut voor het fotograferen van de koningsgier, en meerdere observatieplatforms voor toekans, oropendola’s, tangaren, parkieten, papegaaien en vele andere grote en kleine vruchteneters. Bijna dagelijks plaatst men vers fruit en bemoste takken zodat de prefecte foto kan gemaakt worden.

halsband-arassari (Pteroglossus torquatus)

zwartsnaveltoekan (Ramphastos ambiguus)

Natuurlijk beginnen we ons bezoek ook bij de observatieplatforms. Op korte tijd zien we heel wat prachtige vogels zoals de zwartborsttroepiaal, blauwe suikervogels, de olijfrugorganist zwartsnaveltoekans, zwavelborsttoekans, halsband-arassari’s en zoveel meer opduiken. Vooral de toekans zijn leuk om te observeren. Deze kleurrijke vogels zijn verwant met de spechten. Dat is te zien aan hun poten waarvan twee tenen naar voren en twee naar achteren zijn gericht. Ze zijn zo’n 50 cm groot en hebben korte vleugels en een vrij lange staart. Ze zijn erg lenig en kunnen zich in alle richtingen op en rond de takken bewegen. Maar het meest opvallende is hun grote snavel die niet echt handig lijkt bij het eten. Eerst moeten ze met de punt van de snavel een stukje fruit pakken, dat moeten ze dan omhoog gooien, weer opvangen en dan pas kunnen ze het inslikken. Dat lukt vrij vaak maar soms grijpen ze net naast en valt het stukje fruit op de grond. Geen erg want daar zitten witsnuitneusberen al te wachten. Volgens recent onderzoek fungeert de snavel van de toekan als een soort van koelingsinstallatie waarmee ze hun lichaamstemperatuur kunnen regelen.

zwavelborsttoekan (Ramphastos sulfuratus)

grote kiskadie (Pitangus sulphuratus)

Ook vliegt hier de grote kiskadie, een vrij algemene, mooie gele insectenetende vogel, die iets roept in de trant van ‘kiskadie’. Maar niet in alle talen hoort men hetzelfde: in Suriname hoort men dat als ‘grietjebie’, in Brazilië wordt dat ‘bem-te-vi’ en in Spaanstalige landen is het ‘bien-te-veo’, wat zoveel betekent als ‘goed je te zien’!

halsband-arassari (Pteroglossus torquatus)

Bij de lodge horen ook zo’n 10 km wandelpaden door het regenwoud. Je mag er vrij gaan wandelen, op voorwaarde dat je rubber laarzen aantrekt en een stok meeneemt. Beide zijn echt wel nodig. De bodem bestaat uit een soort rode vochtige klei, waarin je bij elke stap bijna tot aan je enkels zakt. Door de stok te gebruiken kan je jezelf recht houden op het gladde glibberige pad en kom je niet in de verleiding om je vast te pakken aan een of andere tak. Dat is namelijk gevaarlijk omdat er zich slangen of bijtende insecten op schuil kunnen houden. Als snel halen we de gids in die met 3 dames op pad is. We sluiten ons bij hen aan. De gids, een local die opgeleid werd in San José, is zeer vakbekwaam. Hij vertelt ons dat het laaglandregenwoud het ‘echte’ regenwoud is, maar ook het meest bedreigd is door de houtkap en de oprukkende landbouw. In tegenstelling tot bossen in gematigde gebieden, is in het regenwoud de vruchtbare humuslaag erg dun. Insecten, bacteriën en schimmels breken het organische afval zeer snel af zodat de voedingsstoffen direct weer door de bomen en planten worden opgenomen. Als de begroeiing wordt gekapt spoelt de dunne humuslaag snel weg en blijft er vrij snel een onvruchtbare bodem over.

Baltimoretroepiaal (Icterus galbula)

bisschopstangare (Thraupis episcopus)

Ook maakt hij ons attent op de verschillende etages in het bos. Wat natuurlijk onmiddellijk opvalt is dat het erg donker is. Slechts 5 tot 10 % van het zonlicht geraakt tot beneden, waardoor er op de bodem maar weinig groeit: enkel wat mossen en varens die zich aangepast hebben en heel veel paddenstoelen. Jonge bomen en struiken houden op met groeien als ze ongeveer 3 m hoog zijn, ze moeten dan wachten tot er ooit een grote boom omvalt om dan een groeispurt te starten. De hoge bomen worden tot 30 meter, de verscheidenheid aan soorten is enorm, daarbij is elke boom ook nog eens gastheer voor wel honderd kleinere planten als mossen, varens, klimplanten, orchideeën en bromelia’s. Vaak zijn de kronen met elkaar verbonden door lianen en andere klimplanten. Het is dan ook in de kruinen van die bomen dat de meeste dieren leven. Zoals slingerapen, die hun staart als vijfde hand gebruiken om zich vast te grijpen aan de takken. Of leguanen die als zonaanbidders boven op de kroonlaag gaan liggen en er ook hun voedsel in de vorm van bladeren, knoppen en bloemen vinden. Ook leven boven onze hoofden tientallen soorten boomslangen die zich heel snel voortbewegen en waarbij sommigen, als ze zich plat, maken van boom naar boom kunnen ‘vliegen’. Kenmerkend voor de vogelsoorten die hier leven is dat ze vaak korte vleugels hebben zodat zij met gemak door de dichte begroeiing kunnen vliegen.

roodoorpapegaai (Pyrilia haematotis)

olijfrugorganist (Euphonia gouldi)

geelkeelorganist (Euphonia hirundinacea)

Het is natuurlijk jammer dat we dat niet kunnen zien. De allerhoogste bomen kunnen wel tot 70 m hoog worden. Op die hoogte zijn de klimatologische omstandigheden heel erg verschillend van die vanop de bodem. Daarboven is er een soort van woestijnklimaat met veel zon en een relatief lage luchtvochtigheid door de stevige wind die er waait. Als aanpassing daaraan hebben de meeste bomen kleine leerachtige bladeren. Ook moeten die woudreuzen ervoor zorgden dat ze stevig verankerd zijn in de zompige bodem, zo werken de plankwortels als steunberen bij het overeind houden van de boom. Net als we de boomkruinen staan te bewonderen slaakt één van de twee jonge dames die voorop lopen een ferme gil. We zien nog net een fer-de-lance-slang wegsluipen. Behoorlijk groot, maar toch heel wat kleiner dan deze die wij enkele dagen geleden in het NP Carara zagen. De gids is er even niet goed van. Vooreerst wegens de erg giftige slang maar ook omdat de twee vrouwen voorop liepen. Dat mag absoluut niet. Het is de bedoeling dat de gids steeds voorop loopt. Hij weet te vertellen dat een slachtoffer van een slangenbeet zo snel mogelijk naar het ziekenhuis in San José moet gebracht worden. Daarbij telt elke minuut. Als er vervoer ter plekke is kunnen de gevolgen nog meevallen, maar als men diep in het bos is, of er eerst een ziekenwagen moet komen en er geen helikopter te beschikking is, kan de afloop fataal zijn.

aardbeikikker (Oophaga pumilio)

Tussen de bladeren op de grond zien we op meerdere plekken aardbeikikkertjes zitten. Piepklein zijn ze, max 2à3 cm lang. Ze behoren tot de pijlgifkikkers; een groep van kleine fel gekleurde kikkers met een erg giftige huid. Deze hier wordt ook wel ‘blue jeans poison dart frog’ genoemd vanwege het rode bovenlijf en de donkerblauwe onderkant. Pijlgifkikkers zijn befaamd voor hun broedzorg. Zo legt een vrouwtje slechts 5 tot 10 eitjes op een vochtige plek. Deze eitjes worden door beide ouders goed bewaakt en vochtig gehouden. Eens het kikkervisjes zijn worden ze elk naar een eigen poeltje of een met regenwater gevulde kelk van een bromelia gebracht. Daar legt het vrouwtje dan regelmatig onbevruchte eitjes die als voedsel dienen. Schattige beestjes, maar toch raak je raakt ze beter niet aan want ze hebben een erg giftige huid.

brilkaaiman (Caiman crocodilus)

Na het avondeten worden we aangesproken door Henri, sinds jaar en dag nachtwachter op het domein. Hij nodigt de gasten uit om, stipt om half 8, met hem mee te lopen naar de lagune om snoepjes, in dit geval stukjes kip, uit te delen aan de kaaimannen. Terwijl hij met zijn lamp over de lagune schijnt zien we hun ogen blinken in het water. Als hij ze roept komen de anders zo schuwe beesten aangezwommen: Agresivo, Eva, ‘mama Hässlich’ en ‘Fräulein kleine dikke’. Ze komen gewoon uit het water en gaan op de baan liggen om een stukje kip op te halen. Het is natuurlijk een show, maar toch ook indrukwekkend als zo’n beest op een meter van je af komt liggen.

Kastanjespecht (Celeus castaneus)

Dag twee begint met …regen. Na het ontbijt brengen we een bezoek aan Adolfo’s tuin. Rondom het huis staan er heel wat bomen en struiken waartussen feeders staan die zeer veel kleinere vruchten etende vogels aantrekken. Men heeft ook een speciale opstelling om kolibries te fotograferen, leuk, maar ons fotomateriaal is daar niet echt geschikt voor; door het sombere weer is er veel te weinig licht.
In afwachting dat het wat opklaart toont men ons enkele bakken met slangen die in de omgeving gevangen zijn, zoals de fer-de-lance-slang, een Midden-Amerikaanse koraalslang, een gele en een groene wimpergroefkopadder. In de top 10 van de meest dodelijke dieren van Costa Rica staan deze op plaats 1, 2 en 3; dus voor de krokodil, poema en jaguar. Op verzoek en mits betaling worden opstellingen gemaakt om deze dieren te fotograferen Voor ons mogen ze rustig in de bakken blijven zitten.

witnekkolibrie (Florisuga mellivora)

roodrugtangare (Ramphocelus passerinii)

Als het wat opklaart onderneemt Felix toch enkele pogingen om vogels te fotograferen, de resultaten zijn te zien in het fotoalbum.
Prachtig en zo dichtbij komen heel wat vertegenwoordigers van de familie van tangaren of tanagers zoals ze in het Engels genoemd worden voor. Het zijn kleine tot middelgrote vogels die erg mooi gekleurd zijn. We zien onder andere de roodrugtangare, de palmtangare, de bisschopstangare, en de purpermaskertangare. Ook komen er twee soorten spechten, de zwartwangspecht en de kastanjespecht smullen van het verse fruit, in hun geval van een opengesneden kokosnoot.
Na twee uur besluiten we terug te rijden naar de lodge om met een kano te gaan varen op de lagune. Rustig peddelen we aan de rand van het groene oerwoud. We glijden langs een Mexicaanse tijgerroerdomp en een groene reiger. Ook vliegt er de Amerikaanse Reuzenijsvogel. Wat een stilte!

Mexicaanse tijgerroerdomp (Tigrisoma mexicanum)

Al voor twee uur staat onze gids klaar om enkel met ons twee het oerwoud in te trekken. Hij loopt vandaag een ander parcours dan gisteren. Onderweg vertelt hij over de verschillende soorten bomen en stuiken en waarvoor ze gebruikt worden. Bladeren tegen tandpijn, schors als middel tegen brandwonden, lianen als natuurlijke antimuggenmiddel. De mensen uit de buurt gaan hier niet naar de apotheek als ze ziek zijn maar naar het bos. Een kwart van alle huidige geneesmiddelen bevat plantaardige stoffen en ongeveer de helft hiervan is van oorsprong afkomstig uit het regenwoud. Ook hier in het bos zijn onderzoekers van verschillende universiteiten regelmatig te gast.

Hotlips

We bekijken ook enkele algemene soorten van de struiklaag zoals aronskelken en de tot de familie van de banaan behorende heleconia’s en wilde gembers. Erg leuk is ook de psychotria elata, een vuurrode bloem die lijkt op een stel lippen en die ook bekend is onder de naam ‘hot lips’. Tijdens deze wandeling hebben wij een zeer mooie waarneming van een koppel koningsspechten en van een groepje ‘grote amazone’ papegaaien. Maar eerst stopten wij bij de baltsplek (het lek) van de geelbroekmanakin. Helaas is het niet het seizoen en komt deze vogel zijn ‘moonwalk’ niet tonen.

bladsnijdermier (Acromyrmex coronatus)

Net als op andere plekken in het regenwoud lopen er ganse kolonnes mieren met stukjes blad. Het zijn parasolmieren en behoren tot de groep van de bladsnijdersmieren. Ze knippen met hun kaken stukjes blad af en dragen deze dan als een soort van parasol naar hun ondergrondse nest. Op die manier kunnen ze in korte tijd een boom volledig ontbladeren. In het nest worden de bladeren door kleinere werkstermieren fijngekauwd tot bladermoes waarop de koningin een schimmelcultuur aanbrengt. De sporen van de schimmel wordt geoogst en dient als voedsel voor de mierenlarven en de mieren die uitsluitend in de mierenhoop verblijven.
We zouden nog uren kunnen door wandelen, maar helaas het wordt al donker en ja hoor …het begint te regenen.

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Boco Tapada & Laguna del Lagarto Lodge

Parque Nacional Volcán Arenal

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Volcán Arenal

In vogelvlucht bedraagt de afstand tussen Santa Elena bij Monteverde en de voet van de Arenal vulkaan slechts 40 km. Met de auto is dat 125 km, of zo’n 3,5 uur; dit omdat we helemaal rond de Laguna de Arenal moeten rijden. Dit stuwmeer is ontstaan nadat men in 1973 een 88 m lange en 58 m hoge dam heeft gebouwd, daar waar de Río Arenal door een steile kloof naar beneden stroomde. Het is het grootste meer van Costa Rica met een lengte van 32 km bij een maximale breedte van 5 km en bedient de grootste hydro-elektrische centrale van het land. Vanaf Santa Elena hobbelen wij 50 km over een onverharde weg vol met putten en plassen. We rijden door een prachtig groen berglandschap. Vanaf Tilarán, waar men een groot windmolenpark met meer dan 100 molens heeft gebouwd, is de weg, met duizend en één bochten, in prima staat. Over het water waait constant een stevige wind vanuit de Caraïbische Zee, waardoor het meer ook erg geliefd is bij windsurfers.

Laguna de Arenal

De volgende dagen gaan we logeren in de buurt van de Arenal vulkaan. Midden in een groot natuurpark ligt deze perfect kegelvormige vulkaan .Kenners beweren dat dit een van de mooiste vulkanen op aarde is. Maar hij is lang niet altijd zichtbaar. Door zijn hoogte van 1670 meter blijven er vaak wolken tegen de vulkaan hangen, waar dan weer regen uit valt. Tot 29 juli 1968 was men ervan overtuigd dat El Arenal een dode vulkaan was. De bewoners van de streek zelf zagen El Arenal zelfs niet als vulkaan, maar als een gewone berg. Dit misverstand werd pijnlijk duidelijk toen na 3000 jaren rust de vulkaan ontplofte, zonder enige waarschuwing vooraf. Meerdere dorpjes in de omgeving werden verwoest en bedolven onder stenen, as en lava. Daarbij vielen er 87 slachtoffers.

Volcan Arenal

Tot en met het najaar van 2010 waren ’s avonds geregeld hete, rode lavastromen en rondvliegende brokstukken te zien. Dat is nu niet meer het geval want sindsdien is hij ‘slapend’. Wel wordt de situatie nauwlettend in het oog gehouden door vulkanologen.

Geelpootsuikervogel (Cyanerpes lucidus)

blauwe suikervogel M (Cyanerpes cyaneus)

groene suikervogel M (Chlorophanes spiza)

Ook vanuit de Arenal Observatory Lodge, waar we de twee volgende nachten zullen verblijven, was het spektakel elke nacht te zien. De lodge, oorspronkelijk in 1987 gebouwd als werkplek voor geologen van verschillende universiteiten, werd in 1991 omgebouwd tot luxe hotel met kamers die uitzicht hebben op de vulkaan. Door de afgelegen ligging vlak naast het Parque Nacional Volcán Arenal en op de ideale hoogte van rond de 700 m komen zowel de dieren van de laaglanden als van de hooglanden hier voor. De vogelobservatie is ronduit spectaculair en veel makkelijker dan in het regenwoud. Op het uitgestrekte domein dat zowel bos als tuinen omvat zijn er 11 km uitgezette wandelpaden, meerdere uitkijkpunten, en een 28 meter hoge uitkijktoren. Daarnaast heb je ook nog hangende bruggen, een kikkervijver en zelfs een klein museum in verband met de vulkaan.

rooddijpitpit V (Dacnis venusta)

Van op het terras van het restaurant heb je een prachtig uitzicht, niet alleen op de vulkaan maar ook op de Laguna de Arenal. Ook kan je van op ooghoogte en vanop slechts enkele meters heel wat fraais waarnemen bij het fruit dat ze daar dagelijks ophangen. Naast de vele soorten tangaren zien wij hier ook halsband-asassari’s en meerdere Montezuma oropendolas. Deze laatste zijn tamelijk grote zangvogels met felgele staarveren. De staartveren zijn net als bij andere oropendolas felgeel gekleurd. Het mannetje zingt een luid, gorgelend lied terwijl hij voorover buigt, de staart aanspant, de vleugels spreidt en zich als een pendel rond zijn tak laat vallen. Oropendola betekent dan ook gouden pendelaar.

Montezumaoropendola (Psarocolius montezuma)

Op het gazon onder de feeder zijn vaak heel andere soorten te zien die zich te goed willen doen aan de restjes banaan en papaja die op de grond vallen. Ook komen daar graag witsnuitneusberen en hoenders zoals de bruine hokko (Crax rubra) en het kuifsjakohoen (Penelope purpurascens) op af.

Onze verkenning van de tuin moeten we in twee keer doen. Onze eerste poging strandt al na 200 m door een stevige regenbui. Gelukkig kunnen we schuilen in het kleine museum ivm de vulkaan. Men heeft er naast de onderzoeksresultaten van de wetenschappers ook ooggetuigenverslagen, foto’s en krantenknipsels van de uitbarstingen. Ook kan men hier de huidige seismische activiteit van de vulkaan volgen.
Later op de middag lukt het ons wel om door tuin te wandelen. Naast de fraaie planten zijn er ook heel veel kleinere vogels te bewonderen zoals verschillende kolibriesoorten en de drie soorten suikervogel: de groene suikervogel, de blauwe suikervogel en de geelpootsuikervogel. Deze felgekleurde kleine vogeltjes hebben een lange, gebogen snavel. Wat dat betreft lijken ze wel op kolibries, maar daar zijn ze geen familie van.

roodoogmakikikker (Agalychnis callidryas)

In een van de beken die door het park lopen heeft men een kikkervijver aangelegd. Daar zien we tussen het gebladerte een roodoogmakikikker zitten. Daar het een nachtactief dier is slaapt hij overdag. Tijdens zijn slaap heeft hij een membraanachtig ooglid over het oog en is de rode kleur niet te zien. Het is een van de bekendste kikkers, zo fotogeniek dat je bijna geen boek van Costa Rica kan vinden of deze kikker staat op de omslag.

Als we na het avondeten terug gaan kijken zijn ze actief, en kunnen we hun bont kleurpatroon met hun grote felrode ogen en oranje tenen, zien. De kikker is vooral groen van kleur met in min of meerdere mate blauwe flanken met geel witte strepen. De intensiteit van de groene kleur is afhankelijk van de temperatuur en van zijn gemoedstoestand. Van onder de paraplu nemen wij enkele foto’s met onze smartphone.

Jenny Verjaart

Er is er eentje jarig, hoera, en het is Jenny!
Na de felicitaties en het ontbijt gaan we om half negen mee met de geleide ochtendwandeling voor de gasten van de lodge. Eerst maken we een ommetje langs het badhuis van het zwembad. Daar heeft een van de tuinmannen tegen de muur een wimpergroefkopadder (Bothriechis schlegelii) gezien. De groefkopadders hebben een groef schuin onder ieder neusgat. Met dit zesde zintuig, een beeldvormende orgaan, werkend met infrarood licht, kunnen ze hun prooien zelfs in volstrekte duisternis gemakkelijk ‘zien’. De Nederlandse naam is dan weer een verwijzing naar de twee puntige schubben boven beide ogen die als wimpers naar voor steken. We schatten dit exemplaar op 50 cm. Om de gasten gerust te stellen vertelt de gids dat deze slang een passieve jager is en dat ze uren en zelfs dagen roerloos wacht tot een prooi binnen bereik komt. Echt gerust zijn we niet, want na de wandeling lezen we dat er jaarlijks tientallen meldingen zijn van sterfgevallen naar aanleiding van een beet van deze slang.

wimpergroefkopadder (Bothriechis schlegelii)

Eerst wandelen we door een deel van de tuin dat we al van gisteren kennen. Ook nu zien we bij de vijver een roodoogmakikikker. Daarna gaat de wandeling verder door vooral secundair regenwoud.
Dit bos wordt secundair genoemd, omdat het oorspronkelijke bos in het verleden ernstig verstoord werd door de uitbarsting van de vulkaan en meer recentelijk door stormschade. Het is de bedoeling in de toekomst niet meer in te grijpen zodat het zich kan herstellen. Een proces dat 40 jaar tot enkele eeuwen kan duren. Onderweg zien we een slapende luiaard, een mantelbrulaap en komen we nog een familie witsnuitneusberen tegen. Ook zien wij enkele uitzonderlijke vogels; zoals o.a. een roodstaartglansvogel, een westelijke witbefmanakin, een zwartsnaveltoekan en een breedvleugelbuizerd.
Daarna lopen we over een glibberig pad naar de Danta waterval. Verder wandelen we over een hangbrug naar de boerderij die bij de lodge hoort. Verrassing, er staat een tractor met rijtuig klaar. Met dit luxe voertuig worden wij terug naar ons vertrekpunt gebracht.

Mistico Arenal Hanging Bridges

Mistico Arenal Hanging Bridges

Voor de namiddag hebben we een geleide wandeling in het Mistico Arenal Hanging Bridges Park geboekt. Daarvoor moeten we terug rijden naar het meer, over de dam en dan nog enkel kilometers het bos in. Hier heeft men een botanische tuin aangelegd en daarnaast heeft men in het regenwoud een 12 tal hangende bruggen geplaatst. Bij enkele ervan heeft men het gevoel door de boomkruinen te wandelen. De wandeling start in de tuin, op de plek waar vroeger een boerderij was. Daarna gaat het verder het dichte, schaduwrijke bos in. In dit geval is een gids wel handig. Zo zagen we onder andere 2 slangen, 2 soorten uilen, 3 soorten vleermuizen, kikkers, enkele brulapen en veel vogels. Wat opvalt zijn het grote aantal boomvarens die hier staan. Volgens de gids een overblijfsel van de tijd van de dinosauriërs.
Ook hangen hier de bomen vol met mossen, orchideeën en zien we heel veel bromelia’s. Wij kennen de bromelia’s vooral als kamerplant, maar hier groeien ze op bomen. Ze zijn goed te herkennen aan de vaak stugge, wasachtige bladeren die in kransvorm staan. Binnen die krans verzamelt zich water met daarin bladafval en kleine insecten. Deze worden door enzymen omgezet in mineralen en vormen zo de voeding voor de plant. Bij soorten waarbij de enzymen ontbreken wordt het hart van de plant bewoond door eencellige diertjes, insectenlaven, wormen en soms jonge salamanders en kikkers.

Mistico Arenal Hanging Bridges

Waren we nog vertrokken met dichte nevel, ondertussen is het opgeklaard en zien we bij het einde van de wandeling zelfs de vulkaan in de verte. Een leuke wandeling en nu terug naar de lodge, want Jenny trakteert voor haar verjaardag! Gezondheid!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Volcán Arenal

Monteverde in de mist

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Monteverde in de mist

De omgeving van Monteverde, waar we de volgende 2 dagen verblijven, is een unieke plek in het hart van Costa Rica en wereldberoemd omwille van zijn nevelwouden.
Door de ligging, op de kam van de Coridellera de Tilarán, ook wel de Continental Divide genoemd, botsen zowel de warme opstijgen lucht uit de Caribische kant, als die vanuit de Pasifische kant tegen de bergflanken. De lucht koelt af, en het vocht dat ze meevoeren condenseert. Zo ontstaan dikke, laaghangende wolken die de beide kanten van de top in een quasi eeuwige nevel hullen. Hard regenen doet het bijna nooit, motregen valt er des te meer, daardoor hebben nevelwouden het hele jaar door bijna 100 procent luchtvochtigheid.

Lessons motmot (Momotus lessonii)

Midden in dit prachtig gebied ligt het dorpje Santa Elena, een heel klein bergstadje, waar drie wegen samenkomen, en waardoor het prima gelegen is om de omgeving te verkennen. Het dorp werd in 1951 gesticht door een groep van 11 Quaker-families uit Alabama, die de dienstplicht in Amerika wilden ontlopen. Net daarvoor had Costa Rica zijn leger afgeschaft, en tevens moedigde de regering buitenlanders aan om het land te komen ontwikkelen. Ze kozen dit vrij afgelegen gebied voornamelijk omwille van de vruchtbare en betrekkelijk goedkope grond. De families, die in de V.S. leefden van de melkveehouderij en de bijhorende zuivel, deden hier hetzelfde. Naast de succesvolle Monteverde Cheese Factory richtten ze ook de Cloud Forest School op. Tegenwoordig is het een tweetalige school (Spaans/Engels) ten dienste van de lokale gemeenschap – zowel Quakers als lokale Costa Ricanen – ,van kleuter- tot middelbare school. De gemeenschap, die zich altijd al heeft ingezet voor de natuur, nam ook de vooruitziende beslissing om een groot gebied te beschermen.

smaragd-arassari (Aulacorhynchus prasinus)

Nu bestaat het nevelwoud van Monteverde uit 3 reservaten. Het Monteverde Cloud Forest Reserve (Reserva biológica Bosque Nuboso Monteverde) is het meest bekend en werd gesticht door een groep wetenschappers. Het Santa Elena Cloud Forest Reserve (Reserva Bosque Nuboso Santa Elena), wordt beheerd door de gemeenschap van Santa Elena. De opbrengsten worden gebruikt voor natuurbehoud en onderwijs. Het derde, het Children’s Eternal Rain Forest (Bosque Eternos de los Niños – ‘het eeuwige bos van kinderen’) is nog in volle ontwikkeling, en is een uniek project. Het initiatief ging uit van een groep Zweedse schoolkinderen, die wereldwijd geld inzamelden om een deel van het regenwoud aan te kopen en te beschermen. Verworven met donaties van kinderen uit 44 landen is het momenteel het grootste privé-reservaat in Costa Rica.

bruine gaai J (Psilorhinus morio)

We verblijven hier in de comfortabele Cala lodge, even buiten het centrum en omgeven door een mooie tuin. Bij aankomst gaan we onmiddellijk kijken bij de feeders aan het terras. Het is een op- en afvliegen van allerlei vogels die komen smullen van het fruit dat uitgestald ligt. De meerderheid van de vogels in Monteverde zijn vruchteneters. Het zijn spectaculair gekleurde vogels, die hier veel gemakkelijker te zien zijn dan tussen de dichte begroeiing in het woud. Zo zagen we er van dichtbij o.a. de Lesson’s motmot, de smaragd-arassari, jonge bruine gaaien, een eekhoornkoekoek, meerdere soorten tangaren, ….

Monteverde Orchid Garden

Monteverde Orchid Garden

Monteverde Orchid Garden

De Monteverde-regio staat ook bekend als het gebied met het grootste aantal orchideeënsoorten ter wereld. In de namiddag gaan we naar de Monteverde Orchid garden. Orchideeën vormen een grote plantenfamilie met ongeveer 25 000 soorten. Ze groeien over bijna de hele wereld maar verreweg het grootste aantal soorten komt in de tropische en subtropische gebieden voor. Voor Costa Rica schat men het aantal op ca. 1400. De Europese soorten zijn allemaal terrestrische soorten, die zoals de meeste planten met hun wortels of wortelknollen in de grond groeien. Slechts enkele van de in Costa Rica voorkomende soorten groeien in de aarde, het merendeel zijn epifyten. Ze groeien in de tropische gebieden hoog in de bomen, daarbij onttrekken ze geen voedsel aan de bomen en zijn het dus zeker geen parasieten zoals soms wordt beweerd. De wortels hangen vrij in de lucht en zijn blootgesteld aan regen en wind. Ze krijgen hun voedsel via mos en varens die op de schors of op de verteerde bladeren groeien. In de Orchid garden zijn er ruim 400 soorten te zien uit de verschillende ecosystemen die Coste Rica rijk is. Ze staan niet allemaal in bloei, maar toch een hele boel. Bij het binnenkomen in tuin krijg je onmiddellijk een loep om de details te kunnen bewonderen of om de kleine micro soorten te kunnen zien, zoals de Platystele jungermanniodes. Deze heeft bloemen met een diameter van slechts 2.1mm en is hiermee ’s werelds kleinste orchidee. Onmiddellijk wordt dan ook het idee dat orchideeën mooie grote opvallende bloemen hebben bijgesteld. Vele tropische soorten hebben kleine, slechts enkele mm grote bloempjes.

Monteverde Orchid Garden

We hebben in de morgenuren een geleide wandeling gereserveerd in het Santa Elena Cloud Forest Reserve. Vanuit het dorp moeten een 5-tal km noordoostwaarts, via een steile onverharde weg. Dat is een bewuste keuze van de parkleiding, men wil geen betere weg voorzien om het aantal toeristen toch min of meer in te perken. Onder een regenponcho gaan we op stap.

Het lijkt wel een sprookjes bos. Onze gidse vertelt dat door de horizontale regen (wat een leuke naam voor de mist en motregen) er een humuslaag van wel 6 cm op de stammen en takken van de bomen zit.

Santa Elena Cloud Forest Reserve

kaalpootschreeuwuil (Megascops clarkia)

Ook vertelt ze over de zeer hoge biodiversiteit in het nevelwoud en de snelle veranderingen in het klimaat, die stillaan problematisch worden. Zo stelt men stelt vast dat de neerslag jaar na jaar vermindert terwijl de temperatuur stijgt. Daardoor stijgt ook de hoogte waarop de nevels zich vormen, wat dan weer een invloed heeft op de bomen, planten en de dierenpopulaties. Zo gaan onderzoekers er vanuit dat de gouden pad, een pad die alleen in Monteverde voor kwam en sinds 1989 uitgestorven is, een slachtoffer is van de klimaatverandering.
Dank zij haar zagen we in de de boomkruinen onder andere een kaalpootschreeuwuil, waarvan we een foto hebben die door de gidse gemaakt werd. Verder nog halsbandzanger, meniezanger, purperkeeljuweelkolibrie, glansvlektangare, grijsrugdwerglijster, bergdwerglijster, grijze boswinterkoning, geelbuiktiran en de breedvleugelbuizerd. Allemaal ‘specialekes’. Helaas geen foto’s, want de nevel verdoezelt alle details en kleuren.

De quetzal die hier ook voorkomt zagen we echter niet. Buiten het broedseizoen vertoeven ze in lager gelegen plaatsen aan beide zijden van de Continental Divide. Wel toonde de gids een nestholte met daarop een camera gericht. Tijdens het broedseizoen van april tot juni volgt men hun doen en laten om extra kennis te verwerven.

violette sabelvleugel (Campylopterus hemileucurus)

purperkeeljuweelkolibrie (Lampornis calolaemus)

Het grootste verschil met het regenwoud is dat in een nevelwoud de bomen een stuk kleiner zijn, de bomen in de bovenlaag zijn slechts rond 25 m hoog, terwijl dat in het regenwoud gemakkelijk het dubbele kan zijn. Er staan veel verschillende soorten bomen, allemaal behangen met korstmossen, mossen, bromelia’s en orchideeën. De zeer hoge luchtvochtigheid is immers ideaal voor de groei van epifyten.
Na een stevige klim kom je uit in de buurt van de kam. Door de stevige wind worden de bomen hier minder hoog. Theoretisch kan je hier vanaf de uitkijktoren, die men er recent geplaatst heeft, beide oceanen zien. Helaas reikt het zicht vandaag slechts enkele meters ver.

blauwstaartamazilia (Amazilia cyanura)

We rijden nog naar de ingang van Monteverde Cloud Forest Reserve. Daar heeft men bij het terras van een souvenirwinkel en bijhorend cafetaria suikerwaterverdelers opgehangen. Ze werken als magneten op de kolibries die af en aan vliegen en helemaal niet schuw zijn. Je kan hier werkelijk blijven kijken. We zagen o.a. de violette sabelvleugel, purperkeeljuweelkolibrie, groenkruinbriljantkolibrie, kleine violetoorkolibrie, blauwstaartamazilia en suikerdiefjes. In het nevelwoud zijn heel wat planten voor de bestuiving afhankelijk van de kolibries.

De namiddag sluiten we af met een wandeling door de tuin van het hotel. Heerlijk!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Monteverde in de mist

Rincón de la Vieja

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Rincón de la Vieja’ weergeven

Onze volgende bestemming is het nationale park van Rincón de la Vieja, dat rondom de gelijknamige vulkaan ligt. Deze heeft twee toppen: de Rincón de la Vieja zelf, die drie kraters en een lagune heeft en de Santa Maria. Vanuit de Von Seebach krater stijgen stoomwolken op, die aangeven dat de vulkaan nog steeds actief is. Tot enkele jaren geleden liep er een wandelpad naar die krater, maar dat is nu afgesloten wegens té gevaarlijk. De laatste grote uitbarsting vond plaats in 1966 en de laatste kleinere uitbarsting van de Rincón de la Vieja-vulkaan zelf was in 2017. Op de flanken ontspringen maar liefst 30 riviertjes en beken. Het beschermen van de watervoorraad, onmisbaar voor de landbouw, was de belangrijkste reden om het park te stichten. In 1999 werd het toegevoegd aan de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

geothermische activiteit

Door de boottocht van deze morgen en het bezoek aan de vissershaven van Tárcoles is het al middag als we doorrijden. We rijden nu weer op de Carretera Interamerica, verder naar het noorden. Een beetje saai, want 200 km rechtdoor. Net als overal in Costa Rica mag je ook hier niet sneller rijden dan 80 km/u. Op het te snel rijden en het inhalen bij een doorlopende witte lijn staan strenge boetes van $ 300 of meer. En toch zagen we nog betrapte chauffeurs bij de verkeerspolitie langs de kant van de weg staan.

We rijden nu door de provincie Guanacaste. Toen Centraal-Amerika nog onder gezag van Spanje viel, was dit een deel van Nicaragua. In Liberia, de provinciehoofdstad, lassen we een pauze in. In de toeristische gidsen staat de stad en de omgeving beschreven als dé plek om kennis te maken met folklore, kleurrijke optochten met paarden, rodeo’s en stierengevechten. Dat zal zo wel zijn, maar op een doordeweekse dag is daar niets van te merken. Voor de komst van Columbus was dit de streek van uitgestrekte droge bladverliezende bossen. Deze werden door de Spaanse kolonisten gekapt om plaats te ruimen voor weilanden. Op de grote boerderijen, hacienda’s, werken de sabanero’s of de cowboys van Costa Rica. Zij houden zich voornamelijk bezig met het kweken van runderen voor de Amerikaanse markt.
De volgende twee nachten verblijven we in een kleine sfeervolle Casa Rural op de rand van het nationale park. Ook hier hebben ze weer een mooie tuin met veel vogels en vlinders. We zien hier onze eerste zwavelborsttoekan en een wenkbrauwmotmot. In een vruchtdragende boom zitten een 10-tal papegaaien: witvoorhoofdamazones. Als we na het ontbijt vertrekken voor een wandeling schijnt de zon, zoals meestal in de vroege morgenuren. Regenbuien vallen meestal tegen 11 uur, om 14 uur en bij zonsondergang. Ze duren niet lang en binnen de kortste tijd is alles weer opgedroogd.

Siproeta epaphus

De weg naar het nationale park loopt over het privaat terrein van een Tico. Deze slimme gast heeft een slagboom geplaatst en hij vraagt 700 colones per persoon om te passeren. Tja, dat is nu eens grond van goudwaarde! Hij gebruikt de inkomsten zeker niet om de weg te onderhouden, want die zit vol met gaten en diepe kuilen.
Vlak voor de ingang ligt een geothermische energiecentrale. Men gebruikt de aardwarmte om stoom te produceren die dan wordt omgezet in elektriciteit. Costa Rica wil als eerste land ter wereld klimaatneutraal worden. Een van de prioriteiten in het Costa Ricaanse milieubeleid is minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Vooral geothermische- en windenergie zijn erg belangrijk om dat doel te bereiken.

ekstergaai (Calocitta Formosa)

Op de parking bij het Las Pailas Ranger Station wordt onze aandacht opgeëist door een groepje ekstergaaien (Calocitta Formosa). Bij het betalen van de inkom wordt je naam en paspoortnummer genoteerd, handig bij een eventuele evacuatie. Men is duidelijk niet gerust in de vulkanische activiteit.

vulkanische modderpoel

Men kan hier kiezen uit twee routes door het park: Sendero Las Pailas en Sendero Catarata la Cangreja. We doen eerst de Pailas (of kokend hete modderpoelen) route. In het begin net achter de ingang loopt de wandeling door een droog hellingbos. Dat verandert snel in een tropisch woud met beekjes en watervallen en gaat daarna over naar een savanneachtig grasland met weidse uitzichten. Heel veel afwisseling op zeer korte tijd. Toch is deze wandeling beroemd vanwege de vulkanische modderpoelen, zwavelbronnen en fumarolen of stoomkraters die ontstaan door onderaardse opwarming van regenwater. Op verschillende plaatsen komt de naar zwavel stinkende stoom uit de grond, die de omliggende rotsen geel en rood kleurt. Het geheel heeft iets surrealistisch. Je staat midden in de jungle op een open plek, waarbij je op een vulkaan uitkijkt terwijl er aan alle kanten stoom opstijgt die tot boven de boomtoppen rijkt. Tegelijk ruikt je zwavel en hoort het geschreeuw van een grote groep brulapen.

Morpho menelaus

Tijdens de hele wandeling fladderen er veel vlinders rond, vooral in de buurt van de watervallen. Het valt ons op dat van de meeste vlinders de vleugels heel fel ‘versleten’ zijn. Een van de meest opvallende is prachtige handgrote morpho-vlinder. Die is flitsend blauw, maar als hij gaat zitten klapt hij onmiddellijk zijn vleugels dicht. Dan is het maar een ‘saai’ bruin beestje, dat je nauwelijks ziet zitten. Die schutkleur, samen met de grote oogvlekken beschermt de vlinder tegen roofdieren. Hoe we ook ons best doen het blijft ontzettend moeilijk om ze te fotograferen. Of ze zitten met hun vleugels dicht, of ze willen niet gaan zitten of er zit net een tak of een blad voor.
Midden in het gebied zien wij plots een grote groep witschouderkapucijnapen. Het zijn er zeker meer dan twintig. Ze tellen is moeilijk want ze zijn heel beweeglijk. De meeste zijn druk bezig met het zoeken van sappige vruchten in de bomen. Maar ze maken ook ruzie en zitten achter elkaar aan.

zwarthandslingeraap (Ateles geoffroyi)

Een eindje verder wordt onze aandacht weer getrokken door enkele apen. Nu staan wij naar een groepje zwarthandslingerapen (Ateles geoffroyi) te kijken. Deze soort hadden wij nog niet gezien. Eentje ervan laat zich mooi fotograferen. En inderdaad het zijn slingerapen. Ze bewegen zich heel anders voort en maken hierbij uiterst handig gebruik van hun lange armen en staart.

boa constrictor (Boa constrictor)

Ook hier komen we oog in oog te staan met een slang, het is een flinke boa constrictor. Deze soort is niet giftig, het is een wurgslang. Ze kruipt traag over het pad en heeft een heel dik gezwollen buik. Ze lijkt op weg te zijn naar een hoop dood hout in de bocht van het pad. Zo’n boa kan niet horen maar voelt wel trillingen; ook zien ze zeer slecht, maar in de onderlip hebben ze beeldvormende organen voor infraroodstraling, waardoor ze de warmte van hun prooien kunnen ‘zien’. Roerloos wachten ze tot een prooi langskomt, die ze dan grijpen en wurgen door er zich omheen te draaien. Daarna slikken ze de prooi in zijn geheel in. Na zo’n maaltijd trekken ze zich enkele dagen terug voor de vertering.

witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus)

Na de middagpauze willen we de tweede wandeling, de Sendero Catarata la Cangreja, naar de waterval van Cangreja, doen. Helaas is het volgens de parkwachters al te laat om te vertrekken, want tot aan de waterval is het 5 kilometer en dan moeten we ook nog eens terug. We mogen wel nog vertrekken maar moeten beloven na een uur stappen om te keren, want om 16 uur sluit het park. Tijdens deze wandeling heb je echt het gevoel om in de ongerepte natuur te zijn. Zo een wandeling in de jungle is moeilijk te beschrijven. Er is de muur van planten, die ervoor zorgt dat het lijkt alsof je in de schemering loopt ook al is het midden op de dag. Door de zompige, rotsachtige ondergrond met de vele wortels waar je over moet klauteren moet je goed opletten waar je stapt. Ook de warmte en de hoge luchtvochtigheid zorgen voor een bepaald gevoel. Maar wat ons vooral opviel was de totale stilte. Een aanrader! En braaf als we zijn, waren we op tijd terug

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Rincón de la Vieja’ weergeven

Parque Nacional Carara en Tárcoles

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Carara en Tárcoles’ weergeven

Ook de volgende dagen blijven we dicht bij de kust, aan de kant van de Pacifische Oceaan, maar wel 120 km noordelijker, in de buurt van het Carara Nationaal Park. We rijden eerst terug naar de hoofdbaan in het centrum van Quepos. In de jaren 30 van de vorige eeuw was dit stadje met zijn haven, hét centrum van de bananenindustrie. Midden vorige eeuw werden echter de bananenplanten aangetast door de verwoestende panamaziekte, een onbehandelbare schimmel die de planten via de wortel vergiftigt en doet afsterven. Hier heeft men toen alle plantages gerooid en vervangen door oliepalmen. De volledige bananen productie is nu geconcentreerd aan de oostkant van Costa Rica. Daar cultiveert men nu de Cavendish banaan, een andere variëteit dan destijds hier.

Mexicaanse tijgerroerdomp (Tigrisoma mexicanum)

Langs de kust ten noorden van Quepos liggen mooie stranden die van elkaar gescheiden worden door rivierdelta’s. Deze kuststrook is erg populair bij overwinterende Canadezen en bij surfers. Verschillende topsurfers hebben zich hier gevestigd en baten surfscholen uit. De stad Jacó is daardoor stillaan uitgegroeid tot een van de populairste badplaatsen in Costa Rica.
Dicht bij de kust vliegen grote vogels. We stoppen en zien verschillende Amerikaanse fregatvogels. De mannetjes hebben in de paartijd een roodgekleurde keelzak die ze kunnen opblazen. Hoewel ze altijd in de omgeving van water vertoeven zal men ze nooit op het water zien landen, zien zwemmen of duiken. Dat kunnen ze niet omdat hun verenkleed niet waterafstotend is. Wel blijven ze urenlang net boven het water zweven om vooral (vliegende) vissen en insecten te vangen. Als we de kustbaan oversteken komen we op het strand uit bij een grote kolonie bruine pelikanen. Dit zijn wel goede duikers en zwemmers. Zij gebruiken hun grote keelzak als visnet.

spitssnuitkrokodil (Crocodylus acutus)

Bij het dorp Tárcoles steekt de carretera 34 de Tárcoles rivier over. De brug staat in elke toeristische gids aangegeven als dé plek om krokodillen te zien. Hoewel krokodillen langs de hele Pacifische kust voorkomen liggen onder en bij de brug tientallen exemplaren te zonnen. Om ze goed te zien moet je over een smalle stoep tot midden op de brug lopen en dat terwijl het zware vrachtverkeer langs je dendert. Het zijn spitssnuitkrokodillen (American Crocodiles). De mannetjes kunnen gemakkelijk 5 tot 6 meter worden, ze liggen graag op de grens tussen zoet en zout water. Ze voeden zich met vis, grotere zoogdieren, vogels, kikkers en schildpadden. Vroeger werden ze hier gevoederd door de uitbaters van bij de brug gelegen winkeltjes en restaurants. Dat is nu bij wet verboden.

groene leguaan (Iguana iguana)

Vanaf de brug heb je ook mooi zicht op de omgeving. Prominent aanwezig is een groene leguaan die op een boomstam ligt te zonnen. Groene leguanen kunnen tot 2 meter lang worden. Enkel de jonge dieren zijn groen, daarna kunnen ze in kleur variëren van grijs-, olijf- tot donkerbruin. In de paartijd worden de mannetjes fel oranje.
De Río Tárcoles vormt de noordelijke grens van het Nationale Park van Carara. Dit kleine park ligt op de overgang tussen het droge noordelijke en het vochtige zuidelijke ecosysteem. Een uitzonderlijk biotoop want de dieren en planten van beide systemen komen hier voor. Net voordat de rivier in de oceaan uitmondt, stroomt hij door een uitgestrekt wetland en door een mangrovebos, waardoor de omgeving erg vogelrijk is.

geelkruinkwak (Nyctanassa violacea)

Vanuit het dorp Tárcoles kan men tochten maken op de rivier, vooral om krokodillen ze zien. Wij boeken 2 bird watching tours bij Jungle Crocodile safari. Onze eerste boottrip later op de middag hebben we al na een half uur moeten afbreken. Eerst viel het nog mee en zagen we een Amerikaanse kleine zilverreiger en de geekruinkwak nog mooi staan. Daarna viel het water met bakken uit de lucht en viel er echt niets meer te zien of te fotograferen. In ruil voor de uitgeregende excursie biedt de gids aan zowel morgenvroeg als de dag erna met ons uit te varen.
Na regen komt zonneschijn, en dat is hier niet anders. We kunnen nog even voor zonsondergang gaan kijken in de buurt van de monding van de Tárcoles. Hier ligt een strook modderig slib waarop veel de vogels zitten, vooral sternen en meeuwen. Op de oever ligt ook heel wat plastiek en rommel aangespoeld, niet echt fraai. De gids vertelde ons dat de dorpsbewoners twee keer per jaar alle rommel opruimen.
Zoals afgesproken zijn we om 5:45 uur bij de aanlegsteiger. Zo vroeg, om de vogels bij zonsopgang te kunnen zien, maar ook omdat dit tijdstip gunstig is in verband met het getijde op de rivier.

Amerikaanse slangenhalsvogel (Anhinga anhinga)

helmbasilisk (Basiliscus basiliscus)

We varen eerst stroomopwaarts. Langs de oever zien we een Amerikaanse steltkluut en een Amerikaanse blauwe reiger. Verderop zit een helmbasilisk. Ze zijn te herkennen aan hun slank, zijdelings afgeplat lichaam, lange poten een relatief lange staart. De mannetjes hebben een opvallende kam op de kop (helm) en op de rug. Een basilisk is in staat om op zijn achterste poten over het water te rennen, vandaar dat ze ook Jezus Christushagedissen worden genoemd. We kunnen ons lijstje met reigers verder aanvullen met nog enkel soorten zoals de witbuikreiger, de koereiger en de erg mooie kleine blauwe reiger. Een erg fotogenieke vogel die op een tak midden in de rivier zit te zonnen is de Amerikaanse slangenhalsvogel. De zilvergrijze veren op de vleugels blinken in de zon. Zijn naam heeft deze vogel te danken aan zijn extreem lange, dunne nek. Op de zandbanken en de oevers liggen de spitssnuitkrokodillen te zonnen. Zo van dichtbij zijn ze nog indrukwekkender dan vanaf de brug.

Amerikaanse fregatvogel (Fregata magnificens)

We varen stroomafwaarts terug en gaan richting de mangrove. Dit uiterst kwetsbaar ecosysteem, dat nauwelijks toegankelijk is, is een belangrijk broedgebied voor heel veel vogels zoals aalscholvers, pelikanen, ijsvogels en fregatvogels, maar ook voor vissen en allerlei andere dieren zoals slangen, hagedissen, en tal van zeedieren. Tussen de bomen of onder de lange wortels in het water, hebben ze hier de kans om veilig op te groeien. Onze bootsman en tevens (zeer goede) gids is erg behendig. Hij slaagt er telkens in om de dieren heel dicht te benaderen zodat ze op de best mogelijke manier gefotografeerd kunnen worden. Zo krijgen we hier onder andere 4 soorten ijsvogel te zien: de Amerikaanse reuzenijsvogel, de groene ijsvogel, de groene dwergijsvogel en de Amazone ijsvogel. Ook zien we hier de schuitbekreiger. Duidelijk herkenbaar aan de brede, afgeplatte snavel die lijkt op een omgekeerde boot. Daar hij nachtactief is zit hij gedurende de dag roerloos in een boom.

schuitbekreiger (Cochlearius cochlearius)

De Tárcoles rivier is ook erg goed voor roofvogels, logisch want het aanbod aan voedsel is hier enorm. Dichtbij de monding zien we weer andere vogels zoals: fregatvogels, bruine pelikanen, witte ibissen, kaalkopooievaars, een Mexicaanse tijgerroerdomp en een geelkopcaracara.
Na de boottocht gaan we wandelen in het Carara Nationaal Park. In de boeken wordt het biotoop beschreven als primair regenwoud. Dat wil zeggen dat het onaangetast is door de mens. In vergelijking met het NP Manuel Antonio is het hier veel natter, met een dichtere begroeiing en meer muggen en andere insecten. Er zijn in dit park twee ingangen; een noordelijke en een zuidelijke. Bij de zuidelijke moet je tickets kopen, bij de noordelijke, het Laguna Meandrica-pad is er enkel ticketcontrole. In de maanden september en oktober is dit pad gesloten vanwege overstromingen door de veelvuldige regen.

geelkruinkwak (Nyctanassa violacea)

Vandaag, 10 november is het pad open. We volgen het tot aan het einde, daarna keren we op onze stappen terug. Hoewel in dit park heel veel dieren leven is het omwille van de vele boomlagen moeilijk om ze waar te nemen. De hoogste bomen kunnen gemakkelijk 60 m en meer worden en het is net in hun kruinen dat de meeste dieren leven. In de ondergroei komen vooral boomsoorten voor die aangepast zijn aan het schaarse zonlicht. Opvallend is dat er op de bodem nauwelijks begroeiing is. Wel zien we op dood hout allerlei beestjes rondkruipen en overal groeien prachtige paddenstoelen. Er vliegen ook veel vlinders. Op een iets open plek zien we een zwartsnaveltoekan.

Bothrops asper

Als we terug richting uitgang wandelen kruist net daar waar Felix zijn voet wil zetten een grote slang het pad. Het dier heeft de dikte van een onderarm is wel 2 m lang. Wij wijken achteruit en even denken we zelfs dat het er twee zijn. Als wij wat bekomen zijn maken we snel een paar foto’s, zodat we kunnen achterhalen wat hier rondkruipt. Het is een prachtig beest! We zien een brede driehoekige kop met een iets naar boven gekromde spitse neuspunt en grote ogen met verticale pupil. Een soort adder…dus!

Bothrops asper

Aan de uitgang laten we de foto’s zien aan de man van de ticketcontrole. Die schrikt, want dit is overduidelijk een zeer agressieve en uiterst giftige terciopelo = Fer-de-lance (Bothrops asper). De Franse naam, die ook in het Engels gebruikt wordt wijst erop dat het dier als een speerpunt kan uithalen om te bijten. Zelfs na een behandeling met een goed werkend anti-serum kan de schade enorm zijn en kunnen ganse lichaamsdelen afsterven. Het is dan ook de slang met de meeste menselijke slachtoffers op het Amerikaanse continent; ook al omdat één vrouwtje per worp wel zestig tot honderd levende slangetjes kan baren, die onmiddellijk giftig zijn. Bij een beet van zo’n slang is elke minuut kostbaar en moet het slachtoffer met spoed naar een ziekenhuis in de hoofdstad gebracht worden. Als dat niet binnen de twee uur lukt is de kans op een fatale afloop erg groot.

kaalkopooievaar (Mycteria americana)

Het is 5 uur in de ochtend en nog donker als we aan de Cerro lodge vertrekken voor de tweede boottocht. Jammer, want de omgeving van de lodge moet ook zeer interessant zijn. Vandaag kiest de bootsman ervoor om eerst naar de mangrove te varen en daarna stroomopwaarts. Als vogelliefhebber wordt je absoluut vertroeteld in Costa Rica, want als we ons lijst je verder aan vullen komen we bij 45 soorten tijdens de twee tochten. Dat kan tellen!

geelvleugelara (Ara macao)

bruine pelikaan (Pelecanus occidentalis)

Tárcoles

Voor we doorrijden naar onze volgende bestemming rijden wij nog even naar de vissershaven van Tárcoles. Tussen de vissersbootjes lopen bruine pelikanen en zwarte gieren. Wij komen echter voor de Scarlet Macaws of geelvleugelara’s die hier aan het strand de vruchten van de amandelbomen (árbol de almendro) komen eten. Deze prachtige, grote papegaai heeft een rood lijf en staart, een felgele bovenvleugel met blauwe met iets groene veren. De vorige dagen hadden we al meerdere koppeltjes luid krijsend horen overvliegen of veraf zien zitten bij de krokodillenbrug. Maar zo dicht bij dat is pas leuk. In Costa Rica komen geelvleugelara’s bijna uitsluitend voor in en rond het Carara Nationaal Park. In het verleden werden ze vaak gevangen voor de handel. ’s Nacht verblijven ze in de mangrovebossen en tijdens de dag vliegen ze uit om zich te voeden. Je kan wel blijven kijken naar deze superkleurrijke en intelligente vogels. Ze zijn hyperactief: vliegen rond, komen heel dicht bij en zijn continu met elkaar aan het spelen en aan het vechten: een perfecte show!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Carara en Tárcoles’ weergeven

Parque Nacional Manuel Antonio

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Manuel Antonio’ weergeven

Vanaf de Paraiso Quetzal Lodge rijden we verder over de Carretera Interamericana naar het zuiden. Al na enkele kilometers verandert het landschap volledig; de hoge bomen verdwijnen plots. Tussen de nevelflarden door zien we enkel nog een begroeiing van stuiken. We rijden nu door een heel speciaal ecosysteem: het ‘páramo pluvial subalpino’. Een landschap dat enkel voorkomt in hoog gelegen gebieden in de tropen, tussen ongeveer 3500 m en 5000 m. Men vindt het vooral terug in het Andesgebergte, maar ook hier in Costa Rica op de Cordillera de Talamanca, de centrale bergketen. Dus, net waar we nu zijn, in de buurt van de Cerro de la Muerte en de Cerro Chirripó. Er is daarnaast nog één kleine zone in de buurt van de Irazú vulkaan.

Páramo ecosysteem


Deze plek, Cerro de la Muerte of heuvel des doods, heeft zijn naam gekregen ter nagedachtenis van hen die in het verleden, voor de aanleg van de Carretera Interamericana, hier zijn omgekomen. Het waren veelal slecht voorbereide reizigers die verdwaalden in de nevel en stierven door de nachtelijke vrieskou.

Páramo ecosysteem

Bij km paal 89, loopt een weg naar een hogerop gelegen antennepark. In de zeldzame momenten, zonder nevel, moet het uitzicht hier schitterend zijn. De begroeiing bestaat uit lage struiken, boomvarens, kleine vetplanten, grassen, wolfsklauwen, mossen en korstmossen, maar ook mooie grotere planten. Door de koude, in combinatie met de nevel en de wind, is het niet echt aangenaam. Ook laten de dieren zich niet zien. Nu hadden we wel niet verwacht om hier oog in oog te staan met een poema of een jaguar, maar wel om wat vogeltjes te zien. Waarschijnlijk zijn ze nog niet wakker, want enkele van die soorten hebben zich aangepast aan het koude klimaat door dagelijks in een soort ‘nachtelijke winterslaap’ te gaan.

Niet getreurd, er is nog zoveel te zien! Hoe verder we naar beneden rijden hoe meer het opwarmt en hoe meer jassen en truien we kunnen uittrekken. We komen van 5°C en gaan naar 30°C.!

Noordelijke kuifcaracara (Caracara cheriway)

We zijn onderweg naar het Parque National Manuel Antonio in de buurt van het stadje Quepos aan Stille (Pacifische) oceaan. Voor we er zijn, strekken we nog even de benen langs een willekeurige veldweg. Daar zit midden op de baan een Noordelijke kuifcaracara (Caracara cheriway). Het is een ongeveer 50 cm grote wit-zwarte vogel met een grijs-gele snavel en oranje-gele poten. Hij is weinig schuw, maar toch onderbreekt hij zijn zandbad en vliegt een eindje verder. Caracara’s staan erom bekend dat ze erg brutaal zijn en graag de prooi van andere roofvogels afpakken. Wat eten betreft zijn ze sowieso niet echt kieskeurig, dat kan aas zijn, maar ook allerlei soorten vruchten.

zwarte gier (Coragyps atratus)

Nog zo’n vogel die een echte alleseter is, is de zwarte gier die in de buurt van ons hotel bij het nationale park op de weg en langs het strand rondloopt. We zien ze eigenlijk overal. Anders dan de kuifcaracara, leven zij in groep. Ook hun eten is voornamelijk aas, denk maar aan verkeersslachtoffers die ze opruimen, maar ook fruit, eieren, kleine dieren en menselijk afval. Meermaals zagen we groepen gieren sleuren met vuilzakken die ze dan openschuren en uitpluizen op zoek naar etensresten.

Parque Nacional Manuel Antonio

NP Manuel Antonio

Het Manuel Antonio National Park is met 7 km² het kleinste van Costa Rica maar tevens ook het populairste. Dit komt door zijn weelderige jungle, de overvloed aan dieren en de prachtige stranden. Het is dan ook schitterend gelegen. Vanuit het stadje Quepos loopt een smalle kronkelweg tussen de bossen over een steile bergkam om dan uit te komen bij een mooi strand met heel wat hotels. Daarachter ligt het park op een schiereiland met twee prachtige witte zandstranden: Playa Espadilla Sur en Playa Manuel Antonio. Heel veel Tico’s, maar ook toeristen, komen hier voor het strand.
Het park is een van de beste plaatsen voor natuurobservatie. De vele dieren als apen, luiaards en wasberen maar ook leguanen, hagedissen en allerhande vogels zijn hier weinig schuw en laten zich meestal goed zien. In het hoogseizoen, van december tot april, beperkt men het aantal bezoekers tot 800 per dag.

Net als in andere nationale parken moet je hier een toegangskaartje kopen. Het geld dient om de parken te onderhouden en om ze verder uit te breiden. Men hanteert steeds twee prijzen: de toeristen betalen hier $ 16,00, de locals $ 2,50 of omgerekend 1500 Colones. (De naam colon is een verwijzing naar de Spaanse naam van Christoffel Columbus; hij noemde het kustgebied waar hij tijdens zijn 4de reis aan land kwam ‘Costa Rica’)

helmbasilisk (Basiliscus basiliscus)

Bij de ingang van het park moet je niet enkel je toegangskaartje tonen, maar ook de inhoud van tassen en rugzakken. Zijn ze op zoek naar drugs of verboden wapens? Maar neen, men wil vermijden dat plastiek en voedsel dat ongezond is voor de dieren zoals snoep, chips en pinda’s naar binnen gebracht wordt. Apen en neusberen zijn hier zo sluw, soms zelfs agressief, dat ze heel dichtbij komen om te bedelen of eten te stelen. Op het strand maken ze zelfs onbewaakte tassen open om ze leeg te roven.

Parque Nacional Manuel Antonio

Vanaf de ingang loop je onmiddellijk op een gloednieuw planken-pad, de Mangrove Boardwalk. ‘Mangrove’ dat enkel voorkomt in de tropen, is zowel de naam van het (bos/moeras) gebied, als van de bomen en struiken die er voorkomen. De (aangepaste) soorten groeien in een zoute bodem die bij vloed overspoeld wordt door de zee en waarbij slib wordt aangevoerd, dat dan bij eb weer wegspoelt. Vele soorten hebben dan ook extra steun-, adem- of luchtwortels, waartussen allerlei dieren leven.

witzwarte grondleguaan (Ctenosaura similis)

We zien hier een witzwarte grondleguaan (Ctenosaura similis), terwijl we verwachten dat hij onder een tak zou wegkruipen laat hij zich mooi bewonderen. Later zien we er nog verschillende gewoon langs het pad, of op het strand liggen. Na 100 m splitst het pad: rechts gaat het verder door de mangroven naar het strand, links naar het pad met de naam ‘perezoso’ wat luiaard betekend. Hier lopen ook de gidsen met hun groepjes. Het duurt niet lang voor we een 3-tenige luiaard zien hangen in de toppen van een cecropia boom. Deze boom is familie van onze brandnetel en zijn bladeren zijn zijn lievelingseten.

drievingerige luiaard (Bradypus variegatus)

Er zijn twee geslachten luiaards: eentje met twee en eentje met drie klauwen aan de voorpoten. Dit is een drievingerige luiaard (Bradypus variegatus), door zijn rond gezicht met stompe neus en zwart oogmasker ziet hij erg schattig uit.

drievingerige luiaard (Bradypus variegatus)

Luiaards brengen de meeste tijd van hun leven hoog in de bomen door. Daar hangen ze met hun haakvormige vinger- en teenklauwen aan een tak of liggen ze min of meer opgerold te rusten. De Nederlandse naam is misschien niet zo goed gekozen, want echt lui zijn ze niet, maar wel ontzettend traag. De taaie, leerachtige bladeren verteren moeilijk en leveren maar weinig energie op. Ze leven echt in slow motion. ’s Morgens warmen ze zich graag op en dan kan je ze spotten op een zonrijke plek zoals hier langs het pad.
De pels heeft dikwijls een groene schijn. Dit zijn de algen die tussen de haren groeien. Ze zorgen niet alleen voor een schutkleur, ze bevatten ook essentiële voedingsstoffen die luiaards opeten als elkaars vacht verzorgen. In die vacht leven ook motten die de algengroei in toom houden.
Luiaards klauteren één, soms twee keer per week naar beneden om hun behoefte te doen. Ze maken dan een kuiltje onder aan de boom waarin ze de keuteltjes leggen. Dat geeft niet alleen een beetje mest aan de boom, maar is ook het voedsel voor de larven van de motten. Maar waarom komt hij daarvoor dan naar beneden? Er is een theorie die stelt dat deze motten dan heel snel hun eitjes leggen en terugkeren naar hun gastheer voordat deze terug in zijn boom kruipt.

mantelbrulaap (Alouatta palliata)

vale reuzennachtzwaluw (Nyctibius grandis)

Even verder horen we een groep mantelbrulapen. Ze zijn ongeveer even groot als de luiaards, zo’n 50 cm. Ze bewegen zich snel tussen de takken van de bomen. Het is niet gemakkelijk om ze te observeren, laat staan een goede foto te maken. Langs dit pad is nog veel meer te zien, enkele mooie vogels, slapende vleermuizen, basilisken, heel veel paddenstoelen en een luiaard die naar beneden kruipt.

Als topwaarneming krijgen we één van de best gecamoufleerde vogels ter wereld te zien. Een gids, op terugweg naar de uitgang, biedt ons aan de vale reuzennachtzwaluw (Nyctibius grandis) te tonen. Als je hem niet weet zitten kan hem onmogelijk zien zo goed is hij gecamoufleerd. Overdag zit hij urenlang volledig stil op een tak die ongeveer zijn kleur heeft. ’s Nachts vangen ze met hun grote bek insecten en kleine vleermuizen vanaf een vaste uitkijkpost.

witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus)

Bij de souvenirshop kan je twee kanten uit lopen. We volgen eerst links de Mirador Trail, die naar twee uitzichtpunten gaat. Niet een echte lange wandeling, maar met 300 trappen best pittig, zeker daar het rond 30°C is met een hoge luchtvochtigheid. Langs dit pad staan er enkele zitbanken, waarop de bezoekers al eens willen gaan rusten en iets eten. Het is dan ook op een van deze plekken dat witschouderkapucijnapen (Cebus capucinus) naar ons toe komen. Ze leven in groep en zijn erg behendig om eten af te pakken. Zo konden we zien dat een aapje luid krijsend en erg agressief op een vrouw afkwam. Ze schrok zo hard dat ze haar broodje liet vallen, dat onmiddellijk door een andere aap werd weggegrist.
Het zicht vanaf de miradores viel wat tegen, door de hoge bomen en de regen was het zicht beperkt. Dan maar weer terug voor de Punta Cardinal trail. Punta Catedral was ooit een eiland, maar is nu door een zanderige strook of landbrug met het vaste land verbonden, een Tombolo. Slechts weinig toeristen bewandelen dit pad dat door het oerwoud loopt en de contouren van het eiland volgt. Ook hier zijn er onderweg verschillende uitzichtpunten die hoog uitkijken in verschillende richtingen over de Grote Oceaan. We zagen meerdere fregatvogels en bruine pelikanen voorbij zweven.

manzanillaboom (Hippomane mancinella)

Pacifische Oceaan

We konden natuurlijk dit park niet verlaten zonder naar het strand te gaan. Overal staan er waarschuwingsborden die wijzen op de aanwezigheid van de erg giftige manzanillaboom (Hippomane mancinella). Mocht je niets vermoedend onder zo’n boom gaan zitten, zou je in de problemen kunnen geraken. Niet alleen de gele appelachtige vruchten zijn erg giftig, maar ook het sap. Bij aanraking kan dat ernstige irritatie veroorzaken.
Dan gaan we maar in de schaduw van een andere boom rusten. Ondanks de hoge golven kon Felix er niet aan weerstaan om even in de oceaan te duiken. Heerlijk afkoelen na alweer een erg mooie dag.

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Parque Nacional Manuel Antonio’ weergeven

Op zoek naar de quetzal

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Op zoek naar de quetzal’ weergeven

We zijn onderweg naar de Paraiso quetzal Lodge, een van die logies die midden in de natuur liggen. Deze, zoals de naam al zegt, bevindt zich in het leefgebied van de quetzal (wordt uitgesproken als “ketsal”). Deze mythische vogel (Pharomachrus mocinno),heet in het Engels ‘Resplendent quetzal’ of ‘luisterrijke, glansrijke quetzal’.

quetzal V (Pharomachrus mocinno)

Hij behoort tot de familie van de trogons, en is volgens velen de mooiste vogel ter wereld. Quetzals zijn tot 40 centimeter groot. Ze hebben een metaalglanzende groene kop, rug en vleugels, een helderrode borst en witte veren onderaan de lange staart. In de paringstijd groeien, enkel bij de mannetjes, vier staartdekveren verder tot ze zo’n 60 cm lang zijn. Ze zijn dan vaak zo lang dat ze niet meer mee in de nestholte kunnen. Bij de wijfjes zijn de kleuren overigens wel wat minder uitbundig. In de oude culturen van de Inca’s en Maya’s genoot deze vogel hoog aanzien als symbool van vrijheid. Dit omdat de quetzal onmogelijk in gevangenschap kan gehouden worden. Hij overleeft dit nooit. In die culturen werd het doden van een quetzal bestraft met de dood!

Lawrence’ kolibrie (Eugenes spectabilis)

Vanaf de Carretera Interamericana loopt een onverharde weg steil naar beneden. Deze komt uit bij het hoofdgebouw van de lodge. In de mooie hellende tuin liggen overal vrijstaande houten huisjes. Het terras, bij het restaurant, is ingericht voor het waarnemen en fotograferen van kolibries. Deze komen af- en aanvliegen op de feeders die gevuld zijn met suikerwater. We zagen onder andere: Irazukolibrie (Panterpe insignis), Lawrence’ kolibrie (Eugenes spectabilis), kleine violetoorkolibrie (Colibri cyanotus) en de vulkaankolibrie (Selasphorus flammula).

vulkaankolibrie (Selasphorus flammula)

We zijn hier op 2650m hoogte, het is 13°C en er valt lichte motregen die overgaat in een flinke bui. Daardoor voelt het echt koud aan. In het huisje met een prachtig zicht op de het dal, tellen we op ons bed vijf dekens, daarnaast twee elektrische vuurtjes en 2 warmwaterkruiken. Het is duidelijk, het kan hier flink afkoelen. De enkele beglazing en de dunne houten muren zullen de koude niet buiten houden. Als het terug opklaart is het helaas ook al bijna donker. Bij het avondeten maken we kennis met onze gids voor morgen: Oscar. Bij zonsopgang zal hij met ons naar een plek gaan waar we de quetzal vermoedelijk te zien zullen krijgen!

Kwart voor zes staan we bij de receptie en, na een slok koffie en een droge koek, vertrekken we. In het broedseizoen, tussen maart en juni, is het niet zo moeilijk om de quetzal te spotten. De gidsen brengen je dan tot bij een boom met een nest. Dat is meestal een door een specht verlaten holte. Het vrouwtje legt er 2 tot 4 lichtblauw gekleurde eieren in. Daar beide ouders afwisselend instaan voor het broeden en het opvoeden van de jongen moet men enkel wat geduld hebben.

Wachten op de quetzal

wilde avocado (Persea caerulea)

De rest van het jaar is het minder simpel. Quetzals eten, naast bramen en kleine insecten, het liefst de vruchten van de aguacatillo of wilde advocado, een plant uit de laurier familie. Naargelang het seizoen zoeken de vogels vruchtdragende bomen op, hoger of lager op de helling en soms aan de Pacifische dan weer aan de Caraïbische kant van de bergketen. De Paraiso Quetzal Lodge en hun gidsen werken samen met de boeren uit de buurt die tegen vergoeding zorg dragen voor de wilde advocado bomen die op hun terrein staan. Ook verwittigen zij de gidsen waar en wanneer quetzals gezien werden. De laatste weken foerageren ze vooral aan de Caraïbische kant. Over de hoofdweg moeten we een 8 tal km terug naar het noorden rijden, daarna nemen we een zijweg naar beneden. Door en achter een stal om loopt een pad de helling op. Er staat een soort afdak, van waar men een goed zicht heeft op een aguacatillo boom en enkele speciaal geplaatste takken. We staan er niet alleen, ook een groep Amerikaanse fotografen wacht op de perfecte foto.

zwartkapfeetiran (Empidonax atriceps)

roodstaartboomeekhoorn (Sciurus granatensis)

Het duurt even voor er van over de helling een eerste vogel komt aanvliegen. In deze tijd van het jaar kunnen de vogels zowat overal bewegingsloos op een tak zitten. Tussen het groene gebladerte zijn ze bijna niet te zien. De eerste is een jong mannetje (hij heeft nog niet die prachtige veren, maar wel al een gele snavel). Hij duikt meteen de boom in en gaat zitten. Even later vliegt hij op, grijpt een vrucht met zijn snavel en keert terug naar zijn tak. Dan slikt hij de vrucht in zijn geheel in. Na een kwartiertje is het vruchtvlees verteerd en wordt de pit uitgespuugd. Helaas levert dat niet de allermooiste foto´s op, want de vogel zit achter heel wat takken en bladeren. Ook een wijfje dat daarna komt eten is nauwelijks te zien. Normaal rijdt men tegen 10 uur terug naar de lodge voor het ontbijt. Nu besluiten de gidsen om spijs en drank te laten brengen. Ons wachten wordt echter niet beloond. Gelukkig verschijnen enkele andere vogels zoals langstaartzijdevliegenvangers (Ptiliogonys caudatus) en een mannetje leigrijze berghoningkruiper (Diglossa plumbea). Ook komt een roodstaartboomeekhoorn (Sciurus granatensis) smaakvol een vrucht opeten op een paaltje in de buurt.

Quetzal hoeve, de boer en onze gids Oscar

Tegen 12 uur geeft de groep Amerikanen het voorlopig op. Onze gids probeert nog, mocht er een vogel in de buurt zijn, hem te lokken met geluid. Maar te vergeefs. Ook wij rijden terug naar de lodge. De gids belooft ons dat, als er later op de middag nog vogels gespot worden door de boer, ook wij een telefoontje zullen krijgen en dan terug keren.

kleine violetoorkolibrie (Colibri cyanotus)

Aan de lodge hebben we tijd om weer naar de kolibries te gaan kijken. De mannetjes hebben prachtige kleuren vaak metaalachtig blauwgroen, met glanzend rode, blauwe of smaragdgroene keel, terwijl de vrouwtjes minder opvallend gekleurd zijn. Ook wisselt de kleur sterk naargelang de lichtinval. Met hun snavel en hun tong zuigen ze stuifmeel en nectar, hier dus het suikerwater, op. Ook de snavelvorm en lengte is per soort erg verschillend. Elke soort kolibrie is aangewezen op specifieke bloemen. Om die nectar op te zuigen slaan kolibries heel snel met hun vleugels, zo kunnen ze stil hangen boven de bloemen maar ook achteruit en loodrecht naar boven of beneden vliegen. Gewoon spectaculair! Gelukkig maar dat ze tussendoor even moeten rusten op een takje en ze gefotografeerd kunnen worden.
We hebben ook de tijd om door de tuin te wandelen en voor een gemarkeerde wandeling door het oerwoud. Een schitterend pad slingert tussen de bomen, die variëren in grootte van enkele meters tot wel 30 m hoog, allemaal behangen met mossen, varens en epifyten. Ook de ondergroei is gewoon schitterend. Helaas bijna geen foto’s, want zoveel pracht en schoonheid is helaas niet vast te leggen. Het is veelal te donker en voor een landschapsfoto staat alles te dichtbij.

quetzal V (Pharomachrus mocinno)

Net als we op het verste en tevens laagste punt van de wandeling zijn, krijgen we telefoon dat er een quetzal mannetje in de buurt van ‘de boom’ gezien is. We lopen zo snel als wij kunnen terug naar de auto, hetgeen door de ijle lucht best wel zwaar is. Als we een half uur later terug bij de boom zijn, zien we bijna onmiddellijk een iriserend groene streep door de lucht flitsen, daar is hij! Hij duikt tussen het gebladerte, maar even later vliegt het quetzal mannetje ook weer weg!! Helaas maar een flits.

quetzal V (Pharomachrus mocinno)

Maar niet getreurd. Even later komt een wijfje op de hiervoor voorziene tak zitten. En deze neemt haar tijd en laat zich in volle glorie tijdens het nuttigen van haar maaltijd bewonderen. Missie geslaagd!
Helaas dus geen foto van een volwassen mannetje.

Grays lijster (Turdus grayi)

De bevolking van Guatemala verkoos de quetzal tot hun nationale vogel. De Costa Ricanen verkozen de Grays lijster (Turdus grayi), een weinig opvallende klei-kleurige lijster. Je zou denken waarom niet een wat meer spectaculaire vogel, er zijn er genoeg in dit land. Maar nee er is gekozen voor de vogel die het mooiste kan zingen.

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Op zoek naar de quetzal’ weergeven

Pura Vida!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Pura Vida!’ weergeven

Afgelopen winter zijn we lessen Spaans beginnen volgen!
Toen onze juf, net voor het zomerverlof, vertelde dat ze in november op reis ging en we dus een maand lesvrij zouden zijn, dachten we: wat leuk voor haar, maar ook voor ons! Want dan kunnen wij er ook op uit. Waar naartoe? Niet dat we echt een bucket list hebben, maar mochten we er een hebben, dan zou een rondreis door Costa Rica er zeker en vast opstaan. Onze beslissing was dan ook snel genomen, zeker omdat er nog enkele pluspunten waren zoals o.a. een rechtstreekse vlucht vanuit Madrid naar de hoofdstad San José. Ook is november een prima tijdstip voor een rondreis in Costa Rica. Het regenseizoen aan de kant van de Pacifische Oceaan is dan zowat ten einde en aan de Caraïbische kant moet het nog beginnen. Ook lopen de temperaturen in november nergens echt hoog op. En niet te vergeten, men spreekt er Spaans, zodat we de taal kunnen blijven oefenen.

groene leguaan (Iguana iguana)

In de reisgidsen wordt Costa Rica geprezen als het welvarendste land van Midden-Amerika. Het is politiek stabiel en heeft sinds 1948 geen leger meer. Het geld dat daarbij vrij kwam werd geïnvesteerd in het onderwijs en leefmilieu. Tevens werd het land daardoor aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Het beschikt over een goede infrastructuur en voldoende comfortabele hotels. Ideaal dus om er aangenaam en relaxed te kunnen reizen. Dat heeft natuurlijk ook heel veel te maken met “Pura Vida” of als je het letterlijk vertaalt: het zuivere en simpele leven. Het is niet alleen een uitdrukking die gebruikt wordt als begroeting, bij het afscheid of zomaar tussendoor; maar het typeert ook de levensstijl van de Tico’s, zoals de inwoners van Costa Rica zich zelf noemen. Pura vida of wees tevreden, hou het simpel, heb geen stress en focus je op de goede dingen in het leven.

Ecosystemen Costa Rica

Bij natuurliefhebbers is Costa Rica erg in trek vanwege zijn zeer rijke natuur met actieve vulkanen, mangrovebossen, nevelwouden, regenwouden, prachtige tropische palmstranden en koraalriffen. In totaal maar liefst 12 verschillende ecosystemen! De constante regenval, want regenseizoen of niet, het regent er elke dag, de warme temperaturen en de hoge luchtvochtigheid zorgen ervoor dat bomen en planten snel groeien en zo de perfecte leefomgeving vormen voor heel veel zoogdieren, amfibieën, reptielen, insecten en vogels. Een voorbeeld: er komen 915 soorten vogels voor. Dat is bijna dubbel zoveel als in heel Europa! Of meer vlindersoorten dan in heel Afrika! Costa Rica staat dan ook hoog op de lijst met de meest biodiverse landen ter wereld. Als klein landje, 1,7 keer de grootte van België, achtervolgt het grote landen als Brazilië, de Verenigde Staten en Peru.

eekhoornkoekoek (Piaya cayana)

Dit heeft veel te maken met de ligging, op zo’n 10 graden boven de evenaar, op de landengte tussen Noord- en Zuid-Amerika met als buurlanden: Nicaragua in het noorden en Panama in het zuiden. Het heeft twee lange kuststroken; één aan de Caribische zee en de andere aan de Stille (Pacifische) Oceaan met daartussen lange bergketens van vulkanische oorsprong. De hoogste top van het land; de Cerro Chirripó is ruim 3800 m hoog. Ook opmerkelijk is dat 33 % van de oppervlakte, op de een of ander manier een beschermd natuurgebied is: of als nationaal park of als reservaat.

monarchvlinder (Danaus plexippus)

Bij het plannen van onze rondreis was het de bedoeling zoveel mogelijk verschillende ecosystemen te bezoeken. Onvermijdelijk moesten we keuzes maken, want alles bezoeken op 3 weken tijd is onmogelijk. Uit boeken en verslagen hadden we weet van enkele uitstekende ecolodges, waar we zeker wilde logeren. Niet alleen zijn ze prachtig gelegen midden in de natuur, maar ze hebben ook speciale faciliteiten voor fotografen. Want dit keer reizen we niet alleen, maar in gezelschap van 2 fervente natuurliefhebbers, tevens gepassioneerde en gedreven fotografen: Jenny en Michel. Hun liefde voor de natuur is zó groot dat ze België achter zich gelaten hebben en nu permanent in Extremadura wonen. Na heel wat puzzelen en schuiven met data kwamen we uit bij 9 logies, waarvan 5 in ecolodges in 8 verschillende ecosystemen.

roodnek-winterkoning (Campylorhynchus rufinucha)

Zoals de meeste Costa Rica bezoekers beginnen ook wij onze rondreis in San José, de hoofdstad. Deze ligt midden in het land op de centrale hoogvlakte ,op zo’n hoogte van 1000 m. Na een 11 uur (of 5 speelfilms) durende vlucht over een afstand van 8 500 km landen we rond middernacht. Gelukkig is het dan nog maar 16 uur plaatselijke tijd.
De douaneformaliteiten verlopen vlot en een shuttlebusje zet ons af bij het autoverhuurbedrijf. Het model dat we geboekt hadden (en waarvan wij de kofferruimte uitgetest hadden), zit helaas niet meer in hun gamma, en de kofferruimte van de voorziene auto is te klein! Een probleem? Maar neen, Pura Vida!, en een auto met een grote kofferruimte is zo geregeld.

Hoffmanns specht (Melanerpes hoffmannii)

Nu moeten we enkel nog naar ons hotel in Heredia, een voorstad van San José rijden. Rijden? Nu ja, het lijkt eerder op wurmen en wringen door het drukke, chaotische verkeer. 10 % van de 5 miljoen Tico’s wonen in en rond de hoofdstad. Vanwege de werkgelegenheid, maar ook vanwege het aangename milde klimaat. Het hele jaar door, met nauwelijks schommelingen tussen dag en nacht, ligt de temperatuur hier tussen de 20°C en 25°C. Bij het rijden in de avondspits moet je niet alleen opletten voor de vele auto’s, fietsers en voetgangers die plots op de weg lopen, maar ook rekening houden met de slingerende brommers en de gigantisch grote Amerikaanse trucks. Ook gaat om kwart na 5 het licht letterlijk uit: bijna zonder schemering; het is in 10 minuten pikkedonker. Na een uur, 20 minuten langer dan voorzien, zijn we aan hotel Bougainvillea, gekend vanwege zijn erg mooie grote tuin. We kunnen er niet aan weerstaan, om voor het slapengaan, er nog even in te gaan rondkijken. Vooral bij de kleine vijvers, horen we wel geluiden en zien we wat bewegen, maar aan het herkennen van die geluiden moeten we nog werken.

Tuin Hotel Bougainvillea

Op onze eerste dag in Costa Rica zijn we al vroeg op: om half 6 wordt het licht en wetende dat het vroeg donker is, is uitslapen geen optie. Pas nu kunnen we zien hoe mooi de tuin is met een grote verscheidenheid aan bomen en tropische planten van hier, maar ook van uit andere werelddelen. Ook zien we de eerste heliconias, gemberplanten, bromelia’s en orchideeën. Er vliegen al enkele vlinders en we zien de eerste vogels, waaronder: roodnek-winterkoning, grote kiskadie, tropische koningstiran, Hoffmanns specht, …. Sommige zullen we nog vaak terug zien. Het kost moeite om deze mooie tuin achter te laten maar we troosten ons met het idee dat we de laatste dag van onze rondrit hier nog een ganse voormiddag kunnen doorbrengen.

bromelia sp.

Na het ontbijt kunnen we van start! Rijden in de hoofdstad, is en blijft een uitdaging. Er is zo goed als geen bewegwijzering. Daarom moeten we zo snel mogelijk een prepaid SIM-kaart kopen van de lokale provider Kölbi (heeft het grootste bereik). We rijden richting zuiden, naar Cartago, de oudste stad van het land en de oorspronkelijke hoofdstad. Helaas zijn er geen interessante bezienswaardigheden. De historische of koloniale gebouwen werden, net als in de rest van Costa Rica, verwoest door verschillende aardbevingen. Wel zijn er vele moderne gebouwen en handig op dit moment, ook shopping centers. Want 3 telefoonwinkels later hebben we onze SIM-kaart.

orchid sp.

Van bij ons vertrek uit San José rijden we over de Carretera Interamericana, die na Cartago door het Talamanca gebergte loopt. Deze belangrijke weg, een deel van de Pan American Highway, werd in de jaren 50 aangelegd en loopt doorheen het hele Amerikaanse continent van Alaska tot Vuurland. Hoewel beschreven als snelweg is hij veelal een tweebaansweg, zonder bermen of verlichting. Proberen om de zware Amerikaanse trucks in het halen is niet alleen gevaarlijk op de kronkelende wegen, maar lost ook weinig op. Na enkele honderden meters doorrijden, hang je weer achter een volgende traag rijdende ‘King of the road’. Dat geeft ons de tijd om naar het landschap te kijken. Want we rijden door een wel heel specifiek soort tropisch bos: nl het nevelwoud. Nevelwouden zijn terug te vinden in de tropen op een hoogte tussen 1500 en 3000 meter. Ze zijn constant omgeven door wolken die op mist lijken. Die wolken ontstaan als warme vochtige lucht uit lager gelegen gebieden stijgt. Het vocht condenseert dan tot fijne druppeltjes: de nevel. In de loop van de namiddag is de lucht zo verzadigd dat er een regenbui valt, waarna het voor even opklaart. De bomen in het nevelwoud staan redelijk ver uit elkaar, waardoor het zonlicht de grond goed kan bereiken. De ondergroei is hierdoor dicht en moeilijk doordringbaar. Door hun hoge vochtigheidsgraad zijn de stammen en de takken van de bomen behangen met dikke pakketten mossen, varens, orchideeën en bromelia’s.

groene leguaan (Iguana iguana)

P.S. Tijdens de ochtend van de laatste dag van onze rondrit hebben wij nog fantastische waarnemingen in de tuin van hotel Bougainvillea o.a. groene leguaan en eekhoornkoekoek. De foto’s van deze laatste dag hebben wij gemakshalve ook bij dit bericht geplaatst

Fotoalbum ‘Costa Rica 2019 – Pura Vida!’ weergeven