Kreta 2022, niet enkel orchideeën

Fotoalbum ‘Kreta 2022, niet enkel orchideeën’ weergeven

Kreta kent een lange geschiedenis. Omstreeks 3000 v. Chr., op de grens tussen het neolithicum of de jonge steentijd en de bronstijd, ontwikkelde zich op het eiland een goed georganiseerde samenleving. Er waren grote paleisachtige nederzettingen met gebouwen met meerdere verdiepingen, die vooral een vorstelijke en administratieve functie hadden en die versierd waren met kleurrijke fresco’s van o.a. bloemen, levensgroot afgebeelde mensen, stieren en dolfijnen.

Men vervaardigde er prachtige juwelen van goud, bewerkte koper en brons en gebruikte mooi versierd aardewerk. Men deed aan landbouw en hield runderen, schapen, varkens en geiten en de bijen werden gedomesticeerd. Ze verbouwden tarwe, gerst, wikke en kikkererwten; alsook druiven, vijgen en olijven. Ze geloofden in het bestaan van meerdere goden of godinnen, die ze vereerden. De doden werden in foetus houding in kisten begraven. Vrouwen waren gelijk aan mannen en namen deel aan religieuze ceremonies, sport, jacht, theater en dans. Ze hadden schepen en vele handelscontacten met overzeese gebieden. De naam: de “Minoïsche beschaving” of “Minoïsche cultuur”.

Tot ca. 1900 was er heel weinig bekend van deze cultuur. Het schrift bestond in hun tijd nog niet en de door henzelf aangebrachte tekens op kleitabletten, vergelijkbaar met Egyptische hiërogliefen, het Liniair A, dat men als ‘schrift’ zou kunnen zien, is nu nog steeds niet ontcijferd.
In 1878 startte Arthur Evans met grootschalige opgravingen bij Knossos, waarbij hij sommige delen liet restaureren. Daarnaast heeft hij de benaming Minoïsche cultuur (“cultuur van Minos”) bedacht. Hij was er vast van overtuigd dat Knossos ‘het’ paleis van Minos was.

Door de ontdekkingen van Arthur Evans in Knossos, ging men ook op andere plekken graven en werden er nog nederzettingen, luxueuze huizen en begraafplaatsen blootgelegd; onder andere in Malia, Phaistos, Zakros, Agia Triada, …
Net als wij, zijn de leden van SEMO zijn niet enkel geïnteresseerd in natuur. Ook de cultuur en geschiedenis van een regio krijgt veel aandacht.

Omdat Phaistos in het excursiegebied ligt, wordt onder grote belangstelling een bezoek gebracht aan de opgravingsite. Deze ligt op een heuvel vanwaar men een prachtig uitzicht heeft over de vruchtbare Messará vlakte.


In de verhalen zou Phaistos de residentie zijn van de mythologische figuur Radamanthys een zoon van Zeus en de broer van Minos, die vanuit Knossos regeerde.
Phaistos zou voor het eerst rond het jaar 2000 voor Chr. gebouwd zijn. Daarna is het nog twee keer wederopgebouwd na natuurrampen. Het opgegraven en best bewaarde gebied dat we vandaag zien, behoort tot het zogenaamde “tweede paleis”, gebouwd in ongeveer 1600 v. Chr. en waarschijnlijk verwoest door een tsunami in 1400 v. Chr.

Het architectonische ontwerp van Phaistos is identiek aan dat van Knossos, maar de helft kleiner. In het westen is er een groot plein. Meteen rechts daarvan ziet men banken die bij het theater horen. Via de brede trap komt men bij de voorraadkamers met pithoi, of voorraadvaten waarin olijfolie en wijn werden bewaard. Ook zijn hier de ondergrondse buizen te zien die men gebruikte voor water en sanitaire voorzieningen. Rechts naar beneden komt men uit op het grote binnenhof. Het is het symbolisch hart van het paleis. Hier werden waarschijnlijk stierenspelen gehouden en de goden vereerd. Aan de westkant van het plein bevindt zich een gereconstrueerde deuropening die uitkomt op een smalle gang. Via deze gang komt men bij de koninklijke vertrekken, die door een afdak beschut worden en omgeven zijn door hekken.

In tegenstelling tot het rijk versierde Knossos heeft men in Phaistos geen fresco’s op de muren aangetroffen. De restanten zijn ook nauwelijks gerestaureerd, waardoor het vaak moeilijk is om voor te stellen wat ze precies zijn, zeker omdat het complex in oorsprong meerdere verdiepingen had.

Tussen 2200 en 1500 v. Chr. beleefde de Minoïsche tijd haar hoogtepunt. De welvaart was te danken aan de handel met andere steden in Griekenland, het Middellandse-Zeegebied, Egypte en Syrië. Ook de vruchtbare grond van Kreta die olie, graan en wijn leverde zorgde voor grote welvaart. Echter in 1628 jaar v Chr. ontplofte de vulkaan op het eiland Thera (nu Santorini). Niet alleen veroorzaakte de uitbarsting een grote vloedgolf waardoor de kustgebieden onder water kwamen te staan, ook de meeste schepen in de havens rond het eiland zonken, waardoor de overzeese handel stil viel. Daarnaast kwamen bij de vulkaanuitbarsting gassen vrij, zoals zwavel. Door de regens van as en zwaveldioxide werd de landbouw zeer zwaar getroffen. Gedurende lange tijd mislukten de oogsten in het Egeïsche gebied. In de loop van 50 jaar, volgend op de uitbarsting is de Minoïsche samenleving verzwakt en zo langzaam verdwenen.

Om een goede indruk te krijgen van de hoogstaande cultuur hebben we op onze laatste dag in Kreta een bezoek gebracht aan het archeologisch museum van Heraklion. Op de begane grond van het museum zijn de voorwerpen die men bij de opgravingen heeft aangetroffen in chronologische volgorde tentoongesteld en op de bovenverdieping zijn fragmenten van de originele fresco’s van het paleis van Knossos tentoongesteld.

Enkele van de topstukken zijn:

De schijf van Phaistos. De schijf met een diameter van ongeveer 16 centimeter is aan beide zijden bedekt met een spiraal van gestempelde symbolen met 241 tekens, bestaande uit 45 verschillende tekens. Tot op heden is niemand erin geslaagd de tekens te ontcijferen.

De fresco van Stierspringen uit Knossos. Dit fresco werd aangetroffen in het paleis in Knossos. Het is een van de weinige overgebleven afbeeldingen van het springen over stieren. Het toont drie individuen, twee vrouwen één aan de voorkant, één aan de achterkant, en een mannelijke jongen die over de stier springt. Rond de Middellandse zee bestaat het nog steeds als een sportieve discipline, waarbij iemand een acrobatische sprong maakt over een aanvallende stier.

Slangengodin. Dit 3500 jaar oude beeldje is gemaakt van faience en stelt een vrouw voor met blote borsten die in elk hand een slang houdt.

Arthur Evans noemde dit beeldje een “Slangengodin”, sindsdien is er discussie of het een priesteres of een godheid voorstelt.
De betekenis van de slangen is niet bekend, mogelijk staat de slang voor de vernieuwing van het leven, omdat ze regelmatig de huid afwerpt. Op de tiara van het beeldje lijkt een panter te staan, een van de symbolen van een aardgodin.
Dit en andere beeldjes tonen ook de mode van de Minoïsche vrouwen. De jurk bestaat uit een strak lijfje dat de borsten bloot laat, een lange rok met volants en een schort gemaakt van een materiaal met geborduurde of geweven decoratie.

Stierenkoprhyton. Er is ook een rhyton in de vorm van een prachtige zwarte stierenkop met gouden hoorns te zien.
In de stierenkoppen werd stierenbloed gegoten. Het bloed dat daardoor door de ‘neusgaten’ uit de kop stroomde, was een symbool. Hiermee gaven de Minoërs het bloed terug aan de aarde, zodat die zijn vruchtbaarheid niet verloor.

Typisch langs de wegen in Kreta (eigenlijk in gans Griekenland) zijn de wegkapelletjes of Ikonostasie . Ze verschillen zowel in formaat als materiaal, van eerder simpele exemplaren tot complete miniatuur kerkjes.  Soms staan ze er als verwijzing naar de nabij gelegen kerk, maar veel vaker zijn ze geplaatst door een familie omdat er een ongeluk gebeurd is. Als het met dodelijke afloop was, dan zal er een icoon in staan van de heilige waar de persoon naar vernoemd is en bovenop een kruis. Was het een ongeluk met goede afloop, dan staat er een icoon in van Agios Georgios, de beschermheilige van de weggebruiker. Staan er veel kapelletjes langs een weg, dan kan je maar beter extra voorzichtig zijn, want dan zijn hier in het verleden al heel wat ongevallen gebeurd.

Het beroemdste strand van Zuid-Kreta is zonder twijfel dat van Préveli. Dit kleine strand ligt aan het einde van de indrukwekkende Kourtaliotikos kloof. Net voor de rivier, de Megalopotamos, in de zee uitmondt is er een brede lagune met op de oevers palmbomen. Zo’n palmenstrand is eerder uitzonderlijk op Kreta, je treft het enkel hier en in Vai (aan de noordoostkust) aan. Het uitzicht vanaf de rotsachtige kliffen waar het pad naar beneden vertrekt is schitterend. Maar als je de 500 trappen naar beneden loopt, moet je ook weer omhoog. Een inspanning die kan tellen!

Boven, een stukje verwijderd van de kliffen, staat het bekende Preveliklooster. Dit is het nieuwe klooster uit 1853. Het is gebouwd rond een bron en volledig ommuurd. Centraal staat de rijkelijk versierde kerk en daarrond verschillende gebouwen, zoals een bibliotheek, de werkplaatsen en de monnikencellen.
Bij een Venetiaanse boogbrug over de rivier enkele kilometers terug zijn er nog restanten van het oude klooster uit de 16de eeuw te zien.
In het verleden speelden de kloosters een belangrijke rol in het verzet tegen de Ottomaanse heersers. Daarna, tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerden de monniken van Preveli, samen met de bewoners schuilplaatsen voor de geallieerde soldaten.

Nog aan de zuidkust ligt de badplaats Matala. In de noordelijke krijtrotsen zijn er tientallen gaten, die deze plaats een karakteristiek gezicht geven. Gedurende de periode dat Kreta tot het Romeinse Rijk behoorde werden deze holen gebruikt als grafkamers. Recenter, in de flower-power periode van de zestiger jaren werd Matala een bekende trekpleister voor hippies, die in de grotten verbleven.

Tot enkele jaren geleden werd Matala gepromoot als archeologische site, maar omdat het commercieel interessanter is heeft men er de hippie sfeer weer opgepakt!

Fotoalbum ‘Kreta 2022, niet enkel orchideeën’ weergeven

In Kreta met SEMO 2022, hybriden, …

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de hybriden’ weergeven

Dat insecten zich wel eens vergissen bewijzen de vele kruisingen tussen orchideeën. Zij worden door orchideeënliefhebbers gezocht en gefotografeerd alsof het erg zeldzame postzegels betreft. Een hybride op naam brengen is altijd een beetje een gok. Wij namen telkens nota’s in het terrein en hopen zo niet al te veel fouten te maken bij de naamgeving.

Wij zagen de volgende hybriden:

Anacamptis boryi x papilionacea subsp. Heroica
Anacamptis boryi x laxiflora
Ophrys bombyliflora x tenthredinifera
Ophrys cretensis x cretica subsp. ariadnae
Ophrys cretica subsp. ariadnae x spruneri
Ophrys cretensis x spruneri
Ophrys doerfleri x spruneri?
Ophrys fuciflora subsp. episcopalis x heldreichii
Ophrys heldreichii x tenthredinifera
Ophrys spruneri x ?

Klik op de kleine foto voor een grotere weergave

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de hybriden’ weergeven

In Kreta met SEMO 2022, de andere orchideeën

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de andere orchideeën’ weergeven

Orchideeën hebben bloemen die er ietwat vreemd uitzien. Een van de 6 bloemdekbladen is groter en afwijkend van vorm, dit is de lip. Deze vormt als het ware een landingsplatform voor insecten. Zo kunnen ze gemakkelijk het centrum bereiken en zorgen voor de bestuiving.

De zaden van orchideeën zijn kleiner en lichter dan van andere planten. Door de wind kunnen ze over grote afstanden meegevoerd worden. Ze zouden zich dus op een relatief eenvoudige manier kunnen verspreiden. Maar orchideeën stellen hoge eisen aan hun groeiplaats. Om te kunnen kiemen moeten de zaden, die geen reservevoedsel hebben, beroep doen op een specifieke bodemschimmel. Ook daarna blijft deze schimmel belangrijk voor vele soorten. Er zonder zouden ze niet in staat zijn om alle noodzakelijke voedingsstoffen uit de grond te halen. Bodemschimmels zijn dan weer erg gevoelig voor veranderingen zoals verzuring, bemesting en bestrijdingsmiddelen, te veel of te weinig water, te veel of te weinig zon, enz. Deze factoren hebben ervoor gezorgd dat vele soorten orchideeën de laatste decennia in aantal flink achteruitgegaan zijn. Natuurlijk hebben ook de intensivering van de landbouw en veeteelt een erg nefaste invloed op de orchideeën rijkdom. Ontzettend veel biotopen worden ‘verwoest’ en overbegraasd. Helaas moesten wij dat tijdens deze reis weer meerdere keren aan den lijve ondervinden.
De gebieden waar orchideeën aangetroffen worden zijn steeds echte pareltjes, niet alleen voor andere planten, maar ook voor insecten e.d.
Bovendien zijn orchideeën erg fotogeniek. Hoewel het steeds een uitdaging blijft om er een mooi prentje van te maken.
Buiten de reeds vermelde ophrysen zagen wij nog de volgende soorten orchideeën:


Dactylorhiza romana
Serapias bergonii
Serapias orientalis subsp. orientalis
Serapias lingua
Anacamptis pyramidalis subsp. pyramidalis
Anacamptis laxiflora
Anacamptis boryi
Anacamptis papilionacea subsp. heroica
Anacamptis papilionacea subsp. alibertis
Anacamptis collina
Anacamptis coriophora subsp. fragrans
Orchis quadripunctata
Orchis anatolica
Orchis sitiaca
Orchis provincialis (rozet)
Orchis pauciflora
Orchis anthropophora
Orchis simia
Orchis italica
Neotinea tridentata subsp. angelica?
Neotinea lactea
Neotinea maculata
Himantoglossum robertianum

Klik op de kleine foto voor een grotere weergave

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de andere orchideeën’ weergeven

In Kreta met SEMO 2022, de ophrysen

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de ophrysen’ weergeven

Van al de in het wild voorkomende orchideeën vormen de Spiegelorchissen (Ophrys) wel de meest spectaculaire groep. Door hun vorm, geur, beharing en liptekening bootsen zij een vrouwtje van een of andere soort bij of insect na om zo een mannetje te lokken. Het mannetje denkt dat het een vrouwelijke soortgenoot is en begint met haar te paren. Tijdens deze pseudocopulatie hechten zich stuifmeelkorrels aan het mannetjes-insect. Bij een bezoek aan het volgende ‘vrouwtje’ brengt hij zo stuifmeel over op de stempel van deze bloem.Het lokken van de bestuiver gebeurt dus niet met honing of door middel van een honingmerk, maar door hun vorm, geur, beharing en liptekening. Deze nabootsing is zo specifiek dat elke ophrys soort meestal slechts 1 soort insect als bestuiver heeft.

Het op naam brengen van orchideeën wordt elk jaar moeilijker. Ze maken maar soorten/taxa bij. Er zijn tal van redenen om een nieuw taxon te beschrijven. Soms zijn de verschillen amper waar te nemen. In het veld kunnen wij onmogelijk vast stellen welke feromonen (opwindende geurstoffen) een plant verspreidt om zo een bestuiver te lokken. Soms worden soortbeschrijvingen zo ruim geïnterpreteerd dat het niet meer klopt met de oorspronkelijke beschrijving van de soort.

Wij volgen de taxonomie van ALIBERTIS (2015). Het boek “The Self-sown Orchids of Greece. Mystis Editions, Iraklio. 627 p.van Alibertis (2015)” houdt rekening met (bijna) alle opsplitsingen die de laatste jaren gebeurd zijn door Pierre Delforge, Karel Kreutz, Pierre Devillers, Hannes Paulus en andere ‘specialisten’.

Wij vonden o.a. de volgende Ophrys taxa:

Ophrys bombyliflora
Ophrys tenthredinifera subsp. dictynnae
Ophrys tenthredinifera subsp. leochroma
Ophrys lutea subsp. sicula
Ophrys lutea subsp. phryganae
Ophrys fusca subsp. cinereophila
Ophrys fusca subsp. creberrima
Ophrys fusca subsp. creticola
Ophrys iricolor
Ophrys omegaifera
Ophrys omegaifera subsp. basilissa
Ophrys omegaifera subsp. fleischmannii
Ophrys heldreichii
Ophrys fuciflora subsp. episcopalis
Ophrys fuciflora subsp. taloniensis
Ophrys cretica subsp. ariadnae
Ophrys cretica subsp. cretica
Ophrys doerfleri
Ophrys gortynia
Ophrys spruneri
Ophrys spruneri subsp. grigoriana
Ophrys cretensis
Ophrys grammica subsp. knossia

Klik op de kleine foto voor een grotere weergave, en doorblader dan zo het ganse album.

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022, de ophrysen’ weergeven

In Kreta met SEMO 2022!

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022’ weergeven

De Studiegroep Europese en Mediterrane Orchideeën vzw, afgekort S.E.M.O., vierde in 2021 zijn 30-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd er een jubileum excursie naar Kreta aangekondigd. Helaas, corona strooide roet in het eten, waardoor de reis moest uitgesteld worden tot het voorjaar van 2022. Als trouw lid van deze orchideeënwerkgroep wilden wij deze jubileumexcursie uiteraard niet missen. Meer zelfs, zoals bij de vorige jubileumexcursie in 2016, naar het ‘Parco Nazionale del Gargano’, hebben wij ook deze keer maar al te graag meegewerkt aan de voorbereiding en aan de excursieleiding ter plaatse.

Hier kan je meer te weten komen over S.E.M.O.: https://www.semo.vlaanderen/

De vijfjaarlijkse S.E.M.O.-jubileumexcursie, een meerdaagse reis naar een toplocatie in het buitenland, is altijd de max. We verblijven dan samen in een hotel en verplaatsen ons met busjes. Dat is niet alleen praktisch, maar natuurlijk ook super gezellig. Zo waren we al op jubileumreis in de Aveyron, de Vanoise en de Brenne in Frankrijk en de Gargano in Italië.
Deze keer dus Kreta. Samen met andere bestuursleden stelden Bart en Walter een zeer aantrekkelijk programma op waarvoor 27 leden zich inschreven.
Tijdens de voorbereiding van deze reis stelden we tot onze eigen verrassing vast dat onze meest favoriete plek om het voorjaar te beleven het eiland Kreta is! Hoezo? Het is namelijk al voor de zevende keer dat we er begin april op vakantie gaan.

Bij Kreta hebben veel mensen een beeld van massatoerisme met bars, discotheken, pretparken en overvolle stranden. Zeker tijdens de zomermaanden en vooral aan de noordkust van het eiland bij de steden: Chersonissos, Malia, Rethymnon en Agios Nikolaos klopt dat beeld. Wie zich echter wil onderdompelen in de rijke cultuur of de eeuwenoude geschiedenis vindt dit in overvloed elders. We denken hierbij onder andere aan de talrijke archeologische opgravingen en het schitterend archeologisch museum in Heraklion.

Maar zeker voor natuurliefhebbers is Kreta een fantastische bestemming. Zij komen vooral aan de zuidkust en in de bergen, die 80 % van de oppervlakte innemen, uitgebreid aan hun trekken. Het landschap is er woest en wijds en de fauna en flora zijn zeer soortenrijk.

Het Griekse eiland Kreta is, in grootte, het vijfde eiland in de Middellandse Zee en het meest zuidelijke van Europa. Het is een langwerpig eiland met een lengte van 260 km en een breedte die varieert tussen 12 tot 60 km. De afstand tot het vasteland van Griekenland bedraagt ongeveer 100 km en tot de kust van Libië zo’n 300 km. In de ijstijden was Kreta verbonden met Klein Azië, Turkije en de Peloponnesos. Het zeewaterpeil lag toen tweehonderd meter lager dan tegenwoordig. Zo verspreidde zich een erg diverse flora en fauna. Later, na stijging van de zeespiegel, konden meerdere inheemse planten uitgroeien tot unieke of endemische soorten, zoals onder andere, de Kretenzer tulp (Tulipa cretica), de Kretenzer pijpbloem (Aristolochia cretica), hopmarjolijn (Origanum dictamnus), de Kretenzer ossetong (Anchusa cretica), de Kretenzer aronskelk (Arum creticum), …

Kreta is erg bergachtig met 3 bergketens welke min of meer een natuurlijke barrière vormen tussen het noordelijk en zuidelijk deel van het eiland: de Lefka Ori of Witte Bergen in het westen, het Ida gebergte in het centrum en het Dikti gebergte in het oosten. De hoogste toppen, in het Ida gebergte, zelfs tot boven 2500m, zijn tot laat in het voorjaar met sneeuw bedekt. Dat levert, op heldere dagen, prachtige panorama’s op.


Kreta, of eigenlijk Kriti, betekent in het Grieks krijt. De bergen bestaan dan ook voornamelijk uit kalksteen met veel krijt. Door regen- en grondwater lost de kalk op en ontstaan er scheuren en breuken die steeds groter worden. Op die manier zijn er heel veel kloven, ravijnen en meer dan 3000 grotten ontstaan.
Voor ons is de zuidkant van het eiland een ideale lente bestemming met zacht, zonnig weer en met een prima mix van natuur en cultuur. Naast erg leuke dorpen zoals Spili, Matala en Agia Galini vindt je er een woest en wijds berglandschap; hoogvlaktes; kloven en grotten; valleien met olijfbomen; mooie strandjes in afgelegen baaien en bovendien een soortenrijke flora waaronder vele soorten orchideeën. Vandaar de jubileumreis natuurlijk!

Omdat we als gepensioneerden toch alle tijd hebben –en ook heel veel goesting–, zijn we al een week voor de groep aangekomen. Ook na de S.E.M.O.-reis blijven we nog een week extra. De eerste dagen logeren we ook nu in hotel Minos in Agia Galini, met uitzicht over de baai van Messaré, waar we door Marilena en haar familie in de watten worden gelegd. Agia Galini is een klein, misschien wel hét charmantste dorp in de regio, dat rond een vissershaventje, tegen enkele heuvels is aangebouwd. Eind maart is het hier nog erg rustig. Her en der is men begonnen met cafés en winkeltjes een opfrisbeurt te geven door een laagje witte kalkverf aan te brengen op de muren en een laagje blauw op ramen en luiken. (Dit zou het kwaad buiten houden!). Aan het plein bij de haven is men gestart met het opbouwen van terrassen en strandbars.

Walter had op voorhand de excursie-gebieden geselecteerd en een 6-daags programma opgesteld. Wij hebben de eerste 3 dagen van ons verblijf vooral besteed aan het inspecteren van deze sites en aan het checken hoe wij best kunnen rijden. Zo konden we ook zien hoe ver het bloeiseizoen gevorderd is (alles is erg laat, maar dat komt wel goed!) en of het de moeite loont om een site te bezoeken of niet. Enkele keren moesten we jammer genoeg vaststellen dat een terrein recent geploegd werd, men er ‘Roundup/glyfosaat’ gespoten had of dat er gras werd ingezaaid. Ook zochten we uit of de wegen goed berijdbaar zijn. Na de aardverschuivingen door de vele regen en sneeuw van afgelopen wintermaanden waren een aantal wegen in erg slechte staat.

Het is echter geen straf om eind maart, begin april op Kreta rond te rijden! Het landschap is erg divers en mede door de grote hoogteverschillen op relatief korte afstand is er een enorme variatie in begroeiing. De winterregens zijn net voorbij en het groeiseizoen begint met een explosie aan bloemen. Dagelijks zie je de natuur veranderen en ontluiken er nieuwe soorten zoals anemonen, irissen, narcissen, krokussen, cyclamen, gladiolen en tulpen, zelfs banale ‘onkruiden’ kleuren plots velden wit, geel of roze. Ook staan de amandelbomen in bloei en verschijnen de eerste bloesems aan kersenbomen, meidoorns en zoveel meer. Daarnaast zijn al er heel wat vogels te horen en te zien. Ook is het hét moment om trekvogels waar te nemen die hier halfweg tussen Afrika en Europa een tussenstop maken.

Bij dat rondrijden passeren we ook door heel wat traditionele dorpen. Op veel plaatsen lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Helaas; vele huizen staan leeg daar de jongeren naar elders getrokken zijn. De overgebleven, vaak oudere bewoners werken hoofdzakelijk in de landbouw, en dan vooral gericht op eigen gebruik of voor een coöperatie: een kleine akker, enkele schapen en geiten die men in de wegberm laat grazen, wat kleinvee, een groentetuin, enkele bijenkasten, een boomgaard met fruitbomen, een kleine wijngaard; alles erg kleinschalig. En natuurlijk olijfgaarden! Al eeuwenlang beheersen ze het uitzicht van het eiland, uitgestrekte plantages op de vlakke percelen aan de kust en op aangelegde terrassen in het binnenland. Voor een goede opbrengst heeft een olijfboom heel veel zonlicht nodig en moet het regenwater zo snel mogelijk afgevoerd worden. Daarom wordt alle andere begroeiing in de buurt van en vooral onder de bomen weggehaald. Vooral als dat gebeurd door middel van herbiciden is dat nefast voor de biodiversiteit in het algemeen en voor de orchideeën in het bijzonder.

Waar men wel met grote machines en met moderne technieken aan landbouw doet, is langs de (zuid)kust. Jaar na jaar neemt de groente- en fruitteelt in kassen van doorschijnend plastic toe. Niet echt fraai in het landschap maar helaas noodzakelijk voor de voedselvoorziening. De belangrijkste producten zijn komkommers en tomaten, aubergines, uien, paprika en sperziebonen, alsook kiwi’s, meloenen, bananen en avocado’s.

Ooit was Kreta rijk aan bossen van onder andere cipressen, eiken en esdoorns. Daar is nog maar weinig van over. De huidige kale toestand in de bergen is voornamelijk te wijten aan vele jaren van houtkap. Het hout werd gebruikt voor de bouw van schepen en woningen of gewoon als brandhout. Grote stukken werden ook platgebrand en zo omgevormd tot landbouwland. Daarnaast is er de overbegrazing door schapen en vooral geiten. Hierdoor kon de erosie ongehinderd toeslaan wat leidde tot bodems met slechts een dunne laag verweringsmateriaal waarin nauwelijks nog een boom kan groeien.

Op de lager gelegen arme en rotsachtige kalksteen groeit phrygana: de oostelijke mediterrane vorm van garigue. De dominerende planten in deze begroeiing zijn lage kussenvormige, stekelige en bolvormige struiken, zoals Sarcopoterium Spinosum. Daartussen groeien grassen en andere planten die men tot de typische phrygana soorten rekent. Ze zijn goed aangepast om wind, hoge temperaturen en droogte te trotseren en vanwege de vele doornen in de buurt wordt deze begroeiing gemeden door de geiten en de schapen. De combinatie van een kalkhoudende bodem en extensieve begrazing zorgt dikwijls voor een uitzonderlijke orchideeënrijkdom.

We zijn al bij dag 4 van ons verblijf en verhuizen naar het oosten, naar Ierapetra, de enige grotere stad aan de zuidkust. Hier sluiten we ons aan bij Bart en co, een groep van 8 vrienden die enkele dagen vroeger naar Kreta kwamen om enkele sites in het oosten van het eiland te bezoeken.

Op zaterdag verhuizen wij samen naar hotel Alexander in Gerakari. Een bergdorp aan de zuidkant van het Ida gebergte en gekend als het centrum van de kersenteelt. Dit wordt onze uitvalsbasis om een week lang op orchideeën-excursies te gaan.

In de volgende berichten zullen wij het o.a. hebben over de orchideeën die we hebben waargenomen.

Fotoalbum ‘In Kreta met SEMO 2022’ weergeven

Hier lees je onze blog-berichten van de jubileumexcursie van 2016:

Het ‘Parco Nazionale del Gargano’
Il Gargano 2, de ophrysen
Il Gargano 3, de andere orchideeën
Il Gargano 4, hybriden, …
De Gargano 5, niet enkel orchideeën

Tirimbina Rainforest Center en een laatste stop in Cinchona

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Tirimbina en Cinchona’ weergeven

Voor de laatste twee dagen van ons verblijf in Costa Rica hebben we gekozen voor de Tirimbina Rainforest Lodge, die nauwelijks 15 km van de Ara Ambigua lodge in Sarapiquí ligt. Ongeveer het zelfde ecosysteem, maar in een totaal andere omgeving.

262m lang en 22 meters hoog

Tirimbina is niet alleen een lodge met een eigen regenwoudreservaat, maar het heeft ook een onderzoekscentrum in verband met biodiversiteit en schimmelziekten bij de teelt van cacao. Met de opbrengsten van de rondleidingen, voornamelijk ‘chocolade tours’, ondersteunen ze de onderzoeksprojecten binnen het reservaat, alsook milieu-educatieve programma’s voor lokale basisschoolleerlingen.

Naast de kamer die men ons toewijst hangt een plaatje waarop staat dat de bekende bioloog David Attenborough hier is komen filmen en toen hier geslapen heeft. Leuk om te weten, maar in onze kamer kan de deur naar het terras niet op slot! Niet echt veilig met al ons materiaal. Helaas; men heeft geen kamer van hetzelfde type meer beschikbaar, enkel nog eentje die iets kleiner is. (zelf zouden we het niet gemerkt hebben). In ruil voor het ongemak, wordt ons de ‘vroeg morgen vogelexcursie’ aangeboden. Pura Vida!

Alle kamers hebben direct toegang tot de tuin. Hier heeft men bewust geen voederplekken gecreëerd, de dieren moeten hun voedsel zelf zoeken. Toeristen die hun reis afstemmen op het bezoeken van locaties met feeders zal je hier dus niet aantreffen.

Sinds eind 2019 is in Costa Rica een wet van kracht die het voederen van dieren verbiedt. Prima voor bijvoorbeeld apen en krokodillen, maar bij strikte toepassing van de wet zouden ook zou alle feeders voor vogels moeten verdwijnen. Op dit moment is men bezig de wet te verfijnen om daarbij aan bepaalde instanties of personen (zoals Cope) toch toestemming te geven om de dieren te blijven voederen, op voorwaarde dat het met respect voor de natuur gebeurt.

Direct buiten de kamer loopt er een pad naar een van Costa Rica’s langste hangbruggen. Ze is 262 meter lang en hangt 22 meter boven de Sarapiquí-rivier. Daardoor verbindt ze de lodge met het meer dan 600 hectare grote tropisch regenwoud. Zelfs voor mensen zonder hoogtevrees is de hevig wiebelende brug een hele belevenis.

Aan de overkant komt men in een heerlijke jungle met in totaal 9 km aan wandelpaden. In een hoek van het reservaat, in de buurt van de rivier, ligt een traditionele cacaoplantage. Bij cacaobomen zitten de minuscule zachtroze bloempjes en daarna de vrucht direct op de stam en op dikke takken. De bomen dragen het hele jaar door vruchten. De rijpe vruchten zijn erg in trek bij onder andere apen en agouti’s. In de buurt van de receptie heeft men twee ‘leslokalen’ waar men presentaties geeft waarbij de bezoekers de verschillende stadia in het maken van chocolade leren kennen. Al eeuwen wordt er in deze regio cacao verbouwd. Tot in 1978 de schimmelziekte Monilia opdook die de wortels aantast en die een giftige stof in de cacaobonen achterlaat. Daardoor moest 80 % van de cacaobomen gerooid worden.

In het regenwoudreservaat zijn nog twee hangbruggen. De langste is 110 meter en loopt over een 35 m diepe ravijn. Daardoor loopt men als het ware direct naast de vogels die in het bladerdak leven. Het is een heel interessante plek. We zagen er de Buffons ara (Ara ambiguus, die we gisteren te vergeefs aan de Ara ambigua lodge zochten) overvliegen. Ook zien we er een breedsnavelmomot en een kleine bonte buizerd, een vogel uit de familie van de havikachtigen.

Maar ook hier, net als de vorige dagen moeten we rekening houden met regenbuien. Regen en regenwoud, het gaat écht samen. De vroeg morgenwandeling op dag één gaat niet door. Als het water met bakken uit de lucht valt laat geen enkele vogel zich zien. Gelukkig hebben we nog een reserve dag. Tussen de buien door is het ons toch gelukt alle paden in hun regenwoudreservaat te bewandelen. Via een tweede hangbrug komt men in het minst verkende deel van het regenwoud. Hier staat een 70 m hoge kapokboom. Zo’n reusachtige bomen zijn vrij zeldzaam geworden. In het verleden werden ze vaak gekapt voor het hout. Vroeger werd het zaadpluis dat bestaat uit zachte vezels gebruikt als vulmateriaal voor kussens.

Op dag 2, tevens onze laatste dag in Costa Rica staan we om 6 uur klaar voor de geleide vogelwandeling. Er vallen nog wat regendruppels. De eerste vogel die we zien is een prachtige Massena’s trogon.

Een hele leuke waarneming was deze van een groep kuifsjakohoenders. Het zijn schuwe vogels die zich verraden door een krassende roep. Op de kop staat er een kuif en aan de kin hangt een rode lel. Ze leven in groep aan de rand van het regenwoud en verplaatsen zich al lopend over de takken van de bomen op zoek naar zaden, bessen of zachte blaadjes. Als ze zo tot boven in de boom gewandeld zijn zweven ze in zeilvlucht naar een volgende boom. Een prachtig schouwspel hoor! Vroeger werden ze bejaagd, net als de leguanen. Op het lijstje dat we naderhand doorgestuurd kregen staan 53 soorten aangevinkt. Wij onthouden vooral de witkraagmanakin, met zijn oranje pootjes,… Ter hoogte van de hangbrug zien we ook nog een drievingerige luiaard die de zon opzoekt.

Onze reis zit er bijna op, we moeten enkel nog naar de luchthaven rijden. Omdat wij nog een halve dag hebben nemen wij de weg door de bergen. Tijdens deze 100 km lange bochtige tocht passeren we de constant actieve Poás vulkaan. We hebben nog een laatste stop voorzien bij Cafe Colibri in Cinchona, een eenvoudig eetcafé met heerlijke lokale gerechten en uitgebaat door een vogelminnende familie en met geweldige vogelspotmogelijkheden.

Op 8 januari 2009 vond in dit dorp een aardbeving plaats met een kracht van 6.1; waarbij 34 dodelijke slachtoffers vielen en alle huizen zwaar beschadigd werden. Ook het café werd volledig verwoest door de daaropvolgende aardverschuivingen. Er werd een nieuw dorp met 91 woningen, Nuevo Cinchona, een paar kilometer verderop gebouwd, maar de eigenaren van het café kozen ervoor om hun populaire eetgelegenheid her op te bouwen op dezelfde steile helling als voorheen. De bomen in de buurt hebben nog niet hun oude hoogte, maar het merendeel van de vogels is teruggekeerd.

Wat een leuke plek! Het uitzicht op de omgeving is fantastisch met in de achtergrond een van de vele watervallen in de buurt. Op de voerderplanken en in de struiken zien we enkele voor ons nieuwe soorten zoals de zilverkeeltangare, de briltangare en de vuurkraagtangare. Ook zitten er twee soorten baardvogels: de tandsnavelbaardvogel en de roodkopbaardvogel. Baardvogels leven tussen het groene gebladerte van het regenwoud. Het zijn voornamelijk vruchteneters met een vrij forse snavel. Natuurlijk zien we er ook colibries waaronder de roodstaartmazilia, de violette sabelvleugel, de groenkruinbriljantkolibrie en de o zo mooie groene draadkolibrie.

Het is duidelijk: dit is een goede plek om afscheid te nemen van Costa Rica, maar tevens ook een plek om al beginnen te dromen van een terugkeer naar dit fantastisch land!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Tirimbina en Cinchona’ weergeven

De Ara Ambigua lodge en op stap met Cope

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Puerto Viejo & Cope’ weergeven

We verlaten de Laguna del Lagarto lodge en stoppen nog even in Boco Tapada dorp. Er wordt uit volle borst gezongen in het schooltje. Op de foto lijkt het eerder op een gevangenis. Trouwens in Costa Rica zijn alle scholen zo zwaar beveiligd met hoge hekken: traditie! Ook zien we overal groepjes leerlingen buiten zitten. Zou dit zijn omwille van Covid19 zijn? Of is dat ook traditie?

Wij rijden naar de oever van de río San Carlos. Door de regen van de afgelopen dagen is de rivier een kolkende bruine stroom. Het valt op dat zowel hier als vorige week in Caño Negro, de wegen in het dorp in prima staat én geasfalteerd zijn, dit terwijl de belangrijke toegangswegen slechts hobbelige grindpistes zijn. Dit blijkt een bewuste keuze te zijn; op vraag van de bewoners. Niet dat men gekant is tegen toerisme, maar men wil het graag kleinschalig en leefbaar houden, voor zichzelf en voor de wilde dieren. De afgelegen regio wordt anders té aantrekkelijk bij aanbieders van niet zo milieubewuste recreatie. Bovendien wordt op comfortabele wegen veel te hard gereden waardoor het aantal verkeersslachtoffers toeneemt zowel bij mens als dier. En de locals; zij rijden met brommers, waarmee ze de putten en plassen gemakkelijk kunnen ontwijken

Ook de volgende twee logies liggen beide in het noordoosten van Costa Rica, maar nu minder afgelegen, in de dichtbevolkte buurt van de stad Puerto Viejo de Sarapiquí.

De eerste is de Ara Ambigua Lodge. De naam verwijst naar de Buffons ara (Great Green Macaw, Ara ambiguus) die hier voorkomt. In Costa Rica komen slechts een 50-tal koppels meer voor van deze grote overwegend groene papegaaien. De grootste boosdoener is ontbossing, en in het bijzonder het kappen van de wilde amandelbomen, hun favoriete voedsel. Normaal, dus zonder de hevige regen, zijn deze vogels vaak ’s morgens en in de vooravond te zien bij de lodge, in de omgeving van het zwembad waar enkele wilde amandelbomen staan. Jammer maar de ara’s hebben zich niet laten zien!

Het zijn ook niet zomaar buien, de vorige dagen én nachten is er heel veel water gevallen. Daardoor zijn de rivieren Puerto Viejo alsook de Sarapiquí in de laagste delen buiten hun oevers getreden. Dat ondervinden wij aan den lijve als we naar het ‘Selva Verde Biological Station’ willen gaan voor een geleide wandeling. We geraken er niet; de toegangsweg is volledig ondergelopen. Aan de Ara Ambugua lodge wandelen we onder onze paraplu toch nog even rond in de tuin met heel wat mooie gemberplanten en heliconias. Meer dan even rondkijken aan de kleine lagune en aan het vijvertje bij het restaurant is niet mogelijk. Gewoon een rustdag nemen en hopen dat het weer morgen beter wordt.

Ook dag twee van ons verblijft start met felle regen. Nu ligt Sarapiquí in de buurt van de noordelijke uitlopers van het Braulio Carrillo National Park, het grootste aaneengesloten bergregenwoudgebied van Costa Rica. In veel reisverslagen wordt verwezen naar een verlaten vlindertuin, Reserva El Tapir, als zijnde een absolute topplek voor enkele bijzondere kolibrie-soorten. Als we al een rondrit maken, dan kunnen we ook gaan kijken of er iets te zien is. Regen en mistwolken hangen laag over de bossen en zorgen voor een indrukwekkende sfeer. De tuin vinden is geen probleem, maar het terrein is duidelijk niet meer toegankelijk. Er staat een afsluiting met 5 rijen prikkeldraad.

We rijden terug richting Sarapiquí, even voorbij de brug over de río Sucio wordt het regenwoud vervangen door enorme banaan-monoculturen. Sucio betekent vuil, maar dat is het water niet, wel is het soms gelig gekleurd door de opgeloste zwavel uit het vulkaangesteente.

Gelukkig klaart het op en kunnen we gaan wandelen in Horquetas de Sarapiquí, gelegen aan de rand van het Braulio Carrillo National Park. Op het einde van het langgerekte dorp loopt de weg over twee gammele hangbruggen: eerst over de río Puerto Viejo dan over de río San Rafael. Het is een echt landbouwgebied, met wat maïsvelden en uitgestrekte weilanden en boomgaarden. Een beetje golvend, heel mooi, heel ontspannend.

Dat we hier in de buurt enkele dagen verblijven is ook omdat hier een uiterst deskundige natuurliefhebber, natuuronderzoeker, fotograaf én kunstenaar woont: Donde Cope. 2 jaar geleden waren wij hier ook. Toen ontbrak ons de tijd, maar nu hebben wij hiervoor ruim tijd vrijgehouden. Maanden geleden hebben we al contact met hem opgenomen en afgesproken om samen in het regenwoud te gaan wandelen.

De zon schijnt als we rond 7 uur ’s morgens aankomen en verwelkomd worden door José en zijn echtgenote. Rondom zijn huis in La Unión de Guápiles heeft José Alberto “Cope” Perez een schitterende tuin met naast enkele grote bomen en diverse struiken een kleine aangelegde vijver; kortom een miniatuurregenwoud waar de vogels uit de nabijgelegen regenwoudgebieden komen foerageren. Fotografen uit de hele wereld komen naar hier omdat het mogelijk is “perfecte foto’s” te maken van heel wat vogels. Voor het afdak, waaronder de fotografen kunnen schuilen voor zowel de zon als de regen, heeft hij zowel fruit, vooral bananen, alsook suikerwaterverdelers opgehangen waar heel wat vogels op af komen.

Het verbaast ons dat hij zo royaal is bij het ophangen van ganse trossen bananen. “Dat is noodzakelijk”, zo vertelt hij ons. Bezoekers of niet, de dieren moeten regelmatig te eten krijgen zodat ze zich hier tonen. De aanschaf van al dat onbehandelde fruit en zaden, de liters suikerwater (2 liter per dag en één liter ’s nachts = voor de vleermuizen) kosten hem tot 300 dollar per maand. Zeker in de pandemie periode niet eenvoudig, zo zonder inkomen.

Maar het aantal en de soortenrijkdom zijn enorm. Zo zijn enkele halsband-arassari’s trouwe bezoekers van de tuin. Deze mooie kleine toekan is een echte fruiteter die in kleine groepjes leeft. Ook de kleurrijke zwarsnaveltoekan komt regelmatig langs. Heel wat kleurrijke vogeltjes uit de tangaren familie zijn er ook, alsook de blauwe en de groene suikervogel, …. Tussen de waterplanten in het vijvertje wandelt een cayennebosral sierlijk rond. Ook de Hoffmannspecht en de epauletspreeuw laten zich zien en een hele groep luidruchtig kwetterende toviparkieten, die naast bananen eten ook graag verkoeling zoeken in het vijvertje. De Waglers Oropendola, is duidelijk kleiner dan de Montezuma Oropendola, die we eerder zagen. Zijn Engelse naam ‘chestnut headed’, die verwijst naar de kastanje kleur van zijn kop is prima gekozen.

Enkele kolibries uit nabije regenwouden profiteren van het suikerwater, zoals de witnekkolibrie, de roodstaartamazilia, en de langstaart heremietkolibrie.

Ook toont hij ons enkele hagedisjes die vrij in de bomen leven en een glaskikker. Hier geen plastieken dozen, maar gewoon een biotoop in balans.

Die tuin is wel erg leuk, maar nog liever gaan we wandelen in het oerwoud. Dat hij slechts een beetje Engels spreekt is ook totaal geen probleem. Na twee jaar Spaanse les kunnen we ons vlot behelpen.

We rijden naar de andere kant van de drukke doorgangsweg die naar de Caraïbische kust leidt. Het grootste deel van het gebied is ontbost, slechts hier en daar, vaak langs een beek, is er nog een restant van het oorspronkelijke regenwoud aan te treffen. Hier ligt een klein bos dat José op en top kent. Al na enkele meters toont hij ons een piepklein ca. 2 cm groot aardbeikikkertjes of een ‘blue jeans poison dart frog’. Schattige beestjes, maar toch raak je ze beter niet aan want ze hebben een erg giftige huid. José gaat dan ook onmiddellijk zijn handen wassen in de beek.

In het bos staan enkele heliconia’s. Aan de onderkant van een van de bladen slapen enkele Hondurese witte vleermuizen. Een witte vacht met gele oortjes en pootjes en een plat snuitje, gewoon schattig! José heeft het nodige materiaal mee zodat Felix enkele foto’s kan maken. Hij loopt voorop, controleert een paar plekken en komt uit bij de rustplek van een briluil, die verdoken tussen het gebladerte wacht op de duisternis. Hoog in de bomen hangt (niet echt goed te zien) een drievingerige luiaard. Gelukkig laten een kielsnavelmotmot en iets verder een rosse motmot, die veel groter is, zich wel goed zien. Ook toont hij ons een ‘white-throated round-eared bat (Lophostoma silvicolum)’ die in een oud termietennest woont.

Het leuke is dat we niet echt vaste paden volgen en kris kras door het bos lopen en onderweg blijven stilstaan bij alles wat we tegenkomen. Dát kan alleen bij een top gids!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Puerto Viejo & Cope’ weergeven

Boco Tapada & Laguna del Lagarto Lodge

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Boca Tapada’ weergeven

We keren terug naar het uiterste Noorden van Costa Rica, bijna tot tegen de grens met Nicaragua. Daar ligt bij het dorpje Boco Tapada de gekende Laguna del Lagarto Lodge, een van de beste plekken voor vogelobservatie en fotografie in Costa Rica.

Tot halverwege de 20ste eeuw was dit gebied vrijwel onbewoond, waardoor het laagland regenwoud lang intact bleef. Daarna moedigde de regering de ontwikkeling van landbouwbedrijven aan. Sinds eind jaren ’70 wordt er op grote schaal ananas gekweekt door de multinational Del Monte. Als lid van de bromeliafamilie is de ananas een geval apart. In tegenstelling tot de meeste andere soorten die op bomen of rotsen groeien, groeit de ananas in volle grond. Het constante, warme vochtige klimaat is ideaal voor dit gewas. Door het tijdstip van aanplanting over het hele jaar te spreiden kan men elke week van het jaar rijpe vruchten oogsten. Deze ananassen, vol van smaak en extra zoet, vertrekken per vliegtuig naar delicatessezaken in Canada, de VS en Europa, of ze verdwijnen in conservenblikken.

Aan de Caribische kant van Cordillera Central is er geen weg naar Nicaragua. De grens wordt gevormd door de río San Carlos en verderop door de río San Juan die een belangrijke biologische corridor vormen. Het gebied is nauwelijks ontsloten en de Laguna del Lagarto Lodge, bij Boca Tapada aan de oever van de río San Carlos is enkel te bereiken via een 40 km lange hobbelige baan. Het is een eenvoudig verblijf, maar met een uitzonderlijke fauna en flora, midden in het regenwoud. De Duitse eigenaar, die oorspronkelijk van plan was hier een landbouwbedrijf te vestigen, besloot in 1974 het 100 hectare grote primair regenwoud te behouden en het uit te breiden door 170 hectare secundair bos aan te planten. Sinds 1981 ontvangt men hier gasten in harmonie met de natuur en in samenwerking met de lokale bevolking.

De lodge ligt op een heuveltje, met aan de voet twee lagunes. Daardoor heeft men een schitterend uitzicht op de omgeving zowel vanaf het terras bij de houten huisjes als bij het openlucht restaurant. Voor vogelfotografen uit de hele wereld is dit dé place-to-be. Niet alleen zijn er hier heel veel dieren, vooral vogels; ze zijn ook uitstekend te fotograferen. Zo zijn er meerdere observatieplatforms voor toekans, oropendola’s, tangaren, parkieten, papegaaien en vele andere grote en kleine vruchteneters. Dagelijks plaatst men vers fruit en bemoste takken zodat de prefecte foto kan gemaakt worden.

Ook is er een speciale fotohut voor het fotograferen van de koningsgier (Sarcoramphus papa). Trouwens, slimme jongens die gieren. Ze zitten bijna de ganse hoog in een boom van waaruit ze zicht hebben op de toegangsweg naar de lodge. Als een brommertje richting fotohut rijdt weten ze dat er eten op komst is en dat het ‘showtime’ is.

Natuurlijk beginnen we ons bezoek bij de observatieplatforms. Op korte tijd zien we heel wat prachtige vogels zoals zwartsnaveltoekans, zwavelborsttoekans, halsband-arassari’s, de zwartborsttroepiaal, de olijfrugorganist, suikervogels, tanagers, en zoveel meer opduiken. Ze komen allemaal mee-eten van een verse tros bananen die op ooghoogte voor het platform hangt.

Vooral de toekans zijn leuk om te observeren. Deze kleurrijke vogels zijn verwant met de spechten. Dat is te zien aan hun poten waarvan twee tenen naar voren en twee naar achteren zijn gericht. Ze zijn zo’n 50 cm groot en hebben korte vleugels en een vrij lange staart. Ze zijn erg lenig en kunnen zich in alle richtingen op en rond de takken bewegen. Maar het meest opvallend is hun grote snavel die niet echt handig lijkt bij het eten. Eerst moeten ze met de punt van de snavel een stukje banaan pakken, dat moeten ze dan omhoog gooien, weer opvangen en dan pas kunnen ze het inslikken. Dat lukt vrij vaak maar soms grijpen ze er net naast en dan valt het stukje fruit op de grond. Geen erg want daar zitten tal van kleine vogeltjes, alsook witsnuitneusberen al te wachten. Volgens recent onderzoek zou de snavel van de toekan fungeren als een soort koelinstallatie waarmee ze hun lichaamstemperatuur kunnen regelen.

Zoals op zo vele plaatsen zit ook hier de grote kiskadie, een vrij algemene, mooie gele insectenetende vogel, die iets roept in de trant van ‘kiskadie’. Maar niet in alle talen hoort men hetzelfde: in Suriname hoort men dat als ‘grietjebie’, in Brazilië wordt dat ‘bem-te-vi’ en in Spaanstalige landen is het ‘bien-te-veo’, wat zoveel betekent als ‘goed je te zien’!

Ook voor de niet fanatieke vogelaars is hier genoeg te zien en te doen. De lodge heeft zo’n 10 km gemarkeerde wandelpaden door het regenwoud. Volgens kenners is het laaglandregenwoud het ‘echte’ regenwoud: er groeien de hoogste bomen en de soortenrijkdom is er het grootst. Je mag er vrij gaan wandelen op voorwaarde dat je je vertrek en aankomst meldt en dat je rubber laarzen aantrekt en een stok meeneemt. Beide zijn écht wel nodig. Het is een avontuurlijke wandeling doordat je over omgevallen bomen moet klauteren en door beekjes moet waden. De bodem bestaat uit rode vochtige kleverige klei, waarin je bij elke stap bijna tot aan je enkels zakt. De humuslaag is erg dun; insecten, bacteriën en schimmels breken het organische afval zeer snel af. Door de stok te gebruiken kan je jezelf recht houden op het gladde glibberige pad en kom je niet in de verleiding om je vast te pakken aan een of andere tak. Dat is namelijk erg gevaarlijk omdat er zich slangen of bijtende insecten op schuil kunnen houden. Ook kan je beter geen planten aanraken omdat ze soms hevige huidirritatie kunnen veroorzaken. Daarnaast zijn de bewegingen en de trillingen van de stok een signaal voor de slangen om … snel weg te kruipen.

Dat het regent, is geen probleem, in het bos merk je daar nauwelijks iets van. En kletsnat wordt je sowieso: is het niet van de regen dan door het zweten bij 30°C en bijna 100 % luchtvochtigheid. Een groepje Tico’s is met kettingzagen druk in de weer om een omgewaaide woudreus te verzagen. Ze gaan met het hout een nieuw brug maken een beetje verder op ons pad.

Bij het wandelen door het regenwoud valt natuurlijk de opbouw in etages erg op. De bovenste verdieping, die enkel aan de rand van het woud goed te zien is, bestaat uit bomen die 50 m en meer hoog zijn en die zowaar boven het woud uitsteken. Ze zijn vaak eeuwenoud. De kruinen van deze woudreuzen kunnen een doorsnede van wel dertig meter hebben. Deze bomen profiteren het meest van de regen, de wind en het zonlicht. Het microklimaat dat er heerst is duidelijk verschillend met dit op de grond. Rond de kruinen van de hoogste bomen heerst er een bar klimaat: de zon schijnt ongehinderd op de bladeren, de regen verdwijnt snel in de onderliggende begroeiing en het waait er vaak stevig. De vogels, reptielen, amfibieën, slangen, vleermuizen en insecten die hier boven leven komen zelden naar beneden. Er leven daar zeker nog soorten die nog niet gekend zijn, begrijpelijk want het is voor onderzoekers nauwelijks mogelijk om daar boven te geraken.

Wat lager bevindt zich de kroonlaag met middelmatig hoge bomen van zo’n 30 m. Deze heeft zo’n dicht bladerdak dat daaronder een soort broeikas is met een enorme luchtvochtigheidsgraad. De verscheidenheid aan soorten is enorm, waarbij elke boom ook nog eens gastheer is voor wel honderd kleinere planten als mossen, varens, klimplanten, orchideeën en bromelia’s. Vaak zijn de kronen met elkaar verbonden door lianen en andere klimplanten. Het is dan ook in de kruinen van die bomen dat de meeste grotere dieren leven zoals apen en luiaards, maar ook de boomslangen en de zonaanbidders zoals o.a.de leguanen die boven op de kroonlaag gaan liggen.

In het regenwoud is het er erg donker, meestal te donker om behoorlijk te kunnen fotograferen. Slechts 5 tot 10 % van het zonlicht geraakt tot beneden, waardoor er op de bodem maar weinig groeit: enkel wat mossen en varens die zich aangepast hebben en heel veel paddenstoelen. Jonge bomen en struiken houden op met groeien als ze ongeveer 3 m hoog zijn, ze moeten dan wachten tot er ooit een grote boom omvalt om dan een groeispurt te starten. Tussen de rottende bladeren en mossen kruipen heel wat insecten en amfibieën

De hele nacht heeft het geregend en de voorspellingen voor vandaag beloven niet veel goeds. Gelukkig laten zich de vele vogels bij de het terras niet afschrikken door de regen. Alleen, op de foto’s is de regen te zien als kleine streepjes. Maar wat zijn ze mooi en kleurrijk! Zoals de zeldzame blauwe pippit, de helder rode zomertangare, de roodrugtangare, de geelkeelorganist, de Baltimoretroepiaal, …

Onder de paraplu’s wandelen we even door de tuin tot aan de lagune. We kunnen er gelukkig schuilen bij een bruggetje met overkapping. Er wandelen meerdere bruine hokko’s rond, een vrij grote hoenderachtige vogel die aan de rand van het regenwoud leeft. Het mannetje is zwart en heeft op de kop een kuif met zwarte gekrulde veren. Het vrouwtje is bruin van kleur. Het liefst eten ze fruit en kleine insecten van op de grond. Nestelen daarentegen doen ze in de bomen.

Zou een tochtje met de kano in de lagune, tussen de kaaimannen lukken? Kunnen we tussen de waterplanten gaan peddelen aan de rand van het groene oerwoud? Helaas, na 20 minuten moeten we terugkeren, dit heeft geen zin, we zijn totaal doorweekt. We doen nog één poging: de wandeling naar de birdtrail? Helaas dit pad is niet te belopen, het is een grote diepe moddersleuf. Wel staan langs de kant van de weg nog wat mooie planten, waaronder de psychotria elata, een vuurrode bloem die lijkt op een stel lippen en die ook bekend is onder de naam ‘hot lips’.

Weer heeft het de hele nacht geregend, niet alleen hier, maar volgens info via het internet in de hele regio met aardverschuivingen en overstromingen tot gevolg.

Na het ontbijt en het gebruikelijk fotomoment bij de feeders, rijden we ca. 2 km terug richting dorp, naar het huis van Aldolfo, de manager van de lodge. Rondom het huisje staan er heel wat bomen en struiken en er zijn 2 plekken gecreëerd om vogels te fotograferen. Eén voor het fotograferen van kolibries. Het is echter erg donker onder het afdak, niet echt ideaal dus.

De andere kant is voor ‘allerlei’ vogels. Hier worden volop bananen in de uitgeholde bamboestengels gelegd, waarop eerst de gekleurde kleine tot middelgrote vogeltjes uit de familie van tangaren op afkomen. Een tiental minuten later worden ze afgelost door de luidruchtige toviparkieten die nu komen smullen. Die worden op hun beurt verjaagd door de grote oropendola’s. De vogels zijn uitgehongerd; na dik 20 minuten zijn de bananen leeggegeten. Tijd voor een nieuwe lading bananen en de vogels die in dezelfde volgorde weer komen eten. Ook twee soorten spechten: de zwartwangspecht en de kastanjespecht vliegen hier rond, ook zij smullen van het verse fruit, in hun geval van een opengesneden kokosnoot.
Onder het afdak zijn de assistenten druk in de weer, om met de kikkers en slangen die men in dozen bewaard, opstellingen te maken voor twee fotografen. Neen, dit is niets voor ons; dieren in gevangenschap is niet ons ding.

Tegen 2 uur klaart het eindelijk op. Het moment om in de tuin, enkele kolibries zoals de goudstaartsaffierkolibrie (te proberen) en de orchideeën te gaan fotograferen. We nemen we de sleutel mee van het boothuis voor een tocht met de kano op een grotere lagune, die verder in het bos zou liggen. Deze lagune is in oorsprong een afgesneden meander van de rivier. Het is een heel eind lopen en de toegang is niet erg duidelijk, want er is niet echt een pad. Als we eindelijk het boothuis vinden bij de grote lagune blijkt er slechts één gammele roeispaan te zijn. Wat jammer, dat houden we tegoed voor een volgende keer!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Boca Tapada’ weergeven

Wandelen in de omgeving van de Volcán Arenal

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Volcán Arenal NP’ weergeven

Na enkele dagen in het schitterende wetland van Caño Negro is onze volgende bestemming terug zuidelijker gelegen: we gaan naar de omgeving van de El Arenal vulkaan.

Costa Rica ligt in een van de seismisch meest actieve gebieden ter wereld. De bergrug die van noordwest naar zuidoost door het land loopt maakt deel uit van de Centraal-Amerikaanse vulkanische boog met zowel tientallen actieve, als honderden slapende en uitgedoofde vulkanen. Op dit moment zijn er in Costa Rica 4 vulkanen actief (Irazu, Poas, Rincon de la Vieja en de Turrialba), de andere 12 zijn in rusttoestand.

Tot en met het najaar van 2010 was de El Arenal een van de meest actieve vulkanen op aarde. Bezoekers konden ’s avonds genieten van het zicht op de enorme hete, rode lavastromen, rondvliegende brokstukken en as die werden uitgestoten. Dat is nu niet meer het geval, want sinds 2010 is hij ‘slapend’: de magmakamer is leeg. Hoewel men een volgende uitbarsting pas verwacht binnen 1 000 jaar, wordt de situatie in het oog gehouden door vulkanologen.

Deze perfect kegelvormige vulkaan die al van ver te zien is ligt midden in een groot natuurpark. Kenners beweren dat dit een van de mooiste vulkanen op aarde is. Maar hij is lang niet altijd zichtbaar. Door zijn hoogte van 1670 meter blijven er vaak wolken tegen de vulkaan hangen, waar dan weer regen uit valt. Tot 29 juli 1968 was men ervan overtuigd dat El Arenal een dode vulkaan was. De bewoners van de streek zelf zagen El Arenal zelfs niet als vulkaan, maar als een gewone berg. Dit misverstand werd pijnlijk duidelijk toen na 3000 jaren rust de vulkaan ontplofte, zonder enige waarschuwing vooraf. Meerdere dorpjes in de omgeving werden verwoest en bedolven onder stenen, as en lava. Daarbij vielen er 87 slachtoffers.

Ook vanuit de Arenal Observatory Lodge, waar we de drie volgende nachten zullen verblijven, was het spektakel elke nacht te zien. De lodge, gelegen boven op een heuvel, werd in 1987 gebouwd. Oorspronkelijk als werkplek voor geologen van verschillende universiteiten werd ze in 1991 omgebouwd tot luxe hotel met kamers die uitzicht hebben op de vulkaan.

Door zijn rustige, afgelegen ligging (naast het Parque Nacional Volcán Arenal) en op de ideale hoogte van rond de 700 m komen zowel de dieren van de laaglanden als van de hooglanden hier voor. De vogelobservatie is ronduit spectaculair en veel makkelijker dan in het regenwoud. Op het uitgestrekte domein dat zowel bos, weilanden als tuinen omvat zijn er goed onderhouden wandelpaden, meerdere uitkijkpunten, en een 28 meter hoge uitkijktoren. Daarnaast heb je ook nog hangende bruggen, enkele kikkervijvers en zelfs een nieuw museum in verband met de vulkaan.

Van op het terras van het restaurant heb je een prachtig uitzicht, niet alleen op de vulkaan maar ook op de Laguna de Arenal. Ook kan je van op ooghoogte en vanop slechts enkele meters heel wat fraais waarnemen bij het fruit dat ze daar dagelijks ophangen. Naast de vele soorten tangaren zien wij hier ook halsband-asassari’s en meerdere Montezumaoropendolas. Deze laatste zijn tamelijk grote zangvogels met felgele staarveren. Het mannetje zingt een luid, gorgelend lied terwijl hij voorover buigt, de staart aanspant, de vleugels spreidt en zich als een pendel rond zijn tak laat vallen. Oropendola betekent dan ook gouden pendelaar.

Montezumaoropendolas leven in kolonies waarbij enkel de meest dominante mannetjes de gelegenheid hebben om te paren, ze zijn dus polygaam. Zowel het bouwen van het nest als het uitbroeden van de eieren laten ze over aan de vrouwtjes. Dit terwijl de mannetjes de nesten bewaken. Een gemiddelde kolonie bestaat uit ongeveer 30 nesten die hoog in een boom hangen. Ze zijn geweven van droge bladeren, takken en twijgen.

Op het gazon onder de feeders zie je vaak witsnuitneusberen en hoenders zoals de bruine hokko (Crax rubra) en het kuifsjakohoen (Penelope purpurascens). Zij komen voor de restjes banaan en papaja die op de grond vallen.

Iets achter de feeders, aan de bosrand, staan enkele struiken die op dit moment besjes dragen. Dit is de plek waar we enkele meer zeldzame en spectaculair gekleurde tangaren zien die besjes komen plukken (waaronder smaragdtangare purpermasker-tangare, citroen-tangare). Wel wat ver voor mooie foto’s maar ze zijn toch goed herkenbaar. Graag wijzen wij er nog eens op dat, als je op een foto klikt, deze uitvergroot wordt. Met de knop ‘klik om terug te gaan’, linksboven in je browser ga je terug naar het bericht.

Rond de lodge heeft men een prachtige tuin aangelegd. Naast de fraaie planten zijn er ook heel veel kleinere vogels te bewonderen zoals verschillende kolibriesoorten en de drie soorten suikervogel: de groene suikervogel, de blauwe suikervogel en de geelpootsuikervogel. Deze felgekleurde kleine vogeltjes hebben een lange, gebogen snavel. Wat dat betreft lijken ze wel op kolibries, maar daar zijn ze geen familie van. Ook hier kan je er heel wat soorten tangaren zien. Tangaren is een vogelfamilie met ongeveer 240 soorten, voornamelijk felgekleurde fruit etende vogels. In het verleden werden deze kleurrijke zangvogeltjes gevangen en verkocht aan vogelverzamelaars over de hele wereld. Gelukkig is deze praktijk nu gestopt.

Midden in de tuin staat “The Nest”, de uitkijktoren. Eens boven heb je een panoramisch uitzicht van 360° op de Arenal-vulkaan, het Arenal-meer, Cerro Chato (een slapende vulkaan) en het Tilarán-gebergte. Normaal is dit ook een prima plek om op ooghoogte vogels te zien die leven tussen de boomtoppen. Helaas in tegenstelling tot 2 jaar geleden zijn er nu geen vogels te zien. De bomen rondom de toren dragen op dit moment dan ook geen vruchten of zaden. Hoewel het lijkt alsof er in de tropen geen seizoen zijn, kennen ook hier de bomen periodes van groei, bloei en zaadvorming, afgewisseld met rustperioden. Dat gebeurt niet zoals in de gematigde gebieden met jaarlijks terugkerende vaste seizoenen en vaste tijdstippen, maar over een langere periode, soms zelfs enkele jaren.

In de tuin staan dus heel wat mooie planten, waaronder enkele grondorchideeën, gemberplanten alsook heel wat planten uit de familie van de Heliconias. Het zijn planten met een erg decoratieve bloeiwijze die soms hangend is dan weer rechtopstaand. De kleine, onopvallende bloemen groeien tussen de fel gekleurde schutbladeren. De planten zijn een belangrijke voedselbron voor heel wat vogels waaronder kolibries die zich voeden met de nectar van de bloemen. Bovendien vormen zich kleine waterreservoirs tussen de schutbladeren. Deze kleine poeltjes zijn (net als bij de bromelia’s) belangrijk voor de eerste levensstadia van veel organismen, zoals spinnen, muggen, insectenlarven en kikkers.

De volgende twee dagen gaan we al wandelend de zeer uitgebreide en afwisselende biodiversiteit ontdekken. Al twee weken hebben we nauwelijks last gehad van de regen, de buien vielen meestal ’s nachts. Maar vanaf nu kunnen we niet meer buiten komen zonder paraplu. Niet dat het altijd regent, regelmatig valt er een zeer stevige bui, afgewisseld met brede opklaringen.

De wandelpaden beginnen allemaal na het oversteken van de hangbrug. Een van hen loopt langs de tuin en door secundair regenwoud. Dit bos wordt secundair genoemd, omdat het oorspronkelijke primaire bos in het verleden ernstig verstoord werd door de uitbarsting van de vulkaan en meer recentelijk door stormschade. Het is de bedoeling in de toekomst niet meer in te grijpen zodat het zich kan herstellen. Een proces dat 40 jaar tot enkele eeuwen kan duren.

De wandeling gaat naar een mooie waterval en daarna verder naar de boerderij die zich op het domein bevindt. In de buurt van de stallen zien we leuke kleurrijke vogeltjes zoals de, de roodsnavelveldduif, het Noordelijk bont dikbekje en de grote Cubavink. De tropische koningstiran is een zangvogeltje dat vaak vrij lang roerloos zit te wachten tot een insect voorbij komt vliegen, om dan vliegensvlug toe te happen. Rond de boerderij zijn er uitgestrekte weilanden met paarden en koeien.

Toch heeft slechts een klein deel van de begroeiing plaats moeten maken voor de veehouderij. Achter de boerderij liggen nog steeds uitgestrekte en min of meer ongerepte bossen. De diverse bomen zijn vaak honderden jaren oud. Door het dichte bladerdek geraakt er maar weinig direct zonlicht tot op de grond. Daardoor is de groei van de vegetatie op de bosbodem beperkt en zijn er relatief weinig laag groeiende struiken en bomen. Dit zorgt ervoor dat het vrij gemakkelijk is om door het bos  te lopen. Enkel op plekken waar het bladerdak uitgedund is kan het zonlicht de grond bereiken, op die plekken ontstaat dan een jungle met klimplanten en kleine bomen.

Het unieke gevoel dat we ervaren tijdens het wandelen door dit soort tropisch regenwoud valt moeilijk te beschrijven. Het is de combinatie van de geluiden, het spotten van bijzonder vogels en dieren, de muur van groene bomen en van kleurrijke bloemen, de geur, de warmte, de luchtvochtigheid, de soms moeilijk te belopen paden, de spanning voor het onbekende, het gevaar…alles samen: subliem!

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Volcán Arenal NP’ weergeven

Per boot Caño Negro verkennen (2/2)

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Caño negro’ weergeven

Na het diner worden we opgewacht door Pablo, onze gids voor de nachtwandeling. Naast een grote lamp heeft hij ook een machete bij. ‘Voor het geval we een jaguar tegenkomen’ lacht hij. Nu, die kans is uiterst klein, want tot nu toe zijn we nog geen enkele gids tegengekomen die dit dier gezien heeft, tenzij op de beelden van een wildcamera.

Vlak tegenover de ingang van het hotel is er een kleine privé-jungle waar we inwandelen. Wat een kabaal! We belanden midden in een luid kwakend kikkerkoor! Overal hoor je ze roepen. Op het pad staat een grijze vieroogbuidelrat (Philander opossum), die wegvlucht als we in de buurt komen. Al snel vindt Pablo in het kreupelhout een kleine bleke kikker en een bruine kikker. Hoe verder we gaan, hoe natter het wordt. Gelukkig zijn onze laarzen hoog genoeg om door de plassen en de modder te schuifelen. De machete komt goed van pas om het pad vrij te maken. Nu schijnt zijn lamp op een kikkertje met een lichtblauwe buik en een zacht groene rug met bruinrode stipjes.

De meeste kikkertjes hebben kleefschijfjes aan hun tenen en vingers. Het zijn ‘bladkikkertjes’ die zich vast kunnen klampen aan de onderkant van de bladeren. Sommige soorten hebben een doorzichtig lijf waardoor de organen te zien zijn en je het hart ziet kloppen, dit noemt men dan glaskikkers. Buiten enkele beroemde soorten is het determineren, zelfs naderhand op foto, zo goed als onmogelijk; dit is specialistenwerk!

In een flits vliegen enkele vleermuizen langs ons door, blijkbaar hebben we ze gewekt uit hun slaap. We passeren een poel waar we weer enkele kikkertjes zien zitten. Wat verder roert Pablo met zijn machete in wat bladafval en zien wij 3 piepkleine rode kikkertjes met blauwe pootjes. Het zijn aardbeikikkers (Oophaga pumilio; blue jeans frog), uit de familie van de pijlgifkikkers. Ze hebben hun naam danken aan het giftige slijm op hun huid dat door sommige indianenstammen gebruikt wordt. Ze wrijven hun pijlpunt over de rug van de kikker, waarna deze in een blaaspijp wordt afgeschoten.

Slechts een paar meter verder zit een roodoogmaki. Het is een van de bekendste kikkers van Costa Rica, zijn foto staat op heel veel boekomslagen. Het is een echt nachtdier dat tijdens de dag slaapt, vaak aan de onderzijde van een blad. Nu is hij wakker en zien we goed de rode ogen. Met zijn lange kleverige tong vangt hij vliegen, motten en krekels. Er zwemt iets in het water, met een snelle greep heeft Pablo een jonge brilkaaiman vast. Hoe leuk is het om al deze dieren te zien in hun natuurlijk habitat!

Het zijn niet alleen de geluiden die speciaal zijn in het donker, ook de geuren. Zoals van onder andere de oreganostruiken, de wilde koriander en de cananga bomen. Enkel ’s nachts geven hun bloemen een heerlijke geur af. Van de bloemen van de cananga boom wordt de ylang-ylangolie gemaakt, welke gebruikt wordt in verschillende parfums. Chanel nr 5 bestaat voor 10 % uit ylang-ylangolie.

Dinsdag 23/11/2021. We zijn weer paraat om kwart na 5 om de afgebroken tocht van gisteren voort te zetten. We varen stroomafwaarts richting de grens van Nicaragua. Ook nu zien we weer heel veel vogels: kaalkopooievaars in de vlucht, groene Ibissen, aalscholvers, Mexicaanse tijgerroerdompen, grote zilverreigers, de groene ijsvogel, de Amazoneijsvogel … en ook leguanen, basilisken, enkele schildpadden, kaaimannen en apen.

Een grote groep, zeker 30, zwarthand-slingerapen verplaatsen zich snel en met heel veel kabaal hoog in de bomen. Met hun lange ledematen en hun grote krachtige grijpstaart slingeren ze zich van boom tot boom, waarbij ze soms gigantische sprongen maken, en soms ook een eind naar beneden vallen. Soms maken de volwassen dieren een levende brug door zich met de staart vast te grijpen aan een boom en met de poten aan een ander, waardoor de jongen dan over hen heen kunnen lopen. Het liefst eten ze fruit, aangevuld met bloemen en bladeren. In de namiddag horen we datzelfde kabaal in de tuin vlak aan onze bungalow. Een vrouwtje zwarthandslingeraap met jong zit in een cacaoboom een vrucht te eten. Het jong heeft ze even van haar rug laten kruipen. Behendig haalt ze de bonen uit de vrucht, eet ze op en gooit de schil weg. Het jong kruipt terug op haar rug en weg zijn ze.

Telkens als je denkt dat het niet meer beter kan worden, is er weer iets bijzonders te zien zoals de prachtige zwartkop trogon met zijn grijs-blauwe oogring en zwartwit geblokte staart of onze volgende soort ijsvogel; de groene dwergijsvogel. Alle ijsvogels hebben een grote kop en een lange, scherpe, puntige snavel. Hun verenkleed heeft mooie heldere kleuren; vaak groen en blauw met oranje en witte tinten. Razendsnel duiken ze in het water om kleine visjes te vangen.We varen een kleine lagune binnen met wel 10 kaaimannen die op het slik liggen. Met hun mond open zien ze er vriendelijk uit, het lijkt wel een brede glimlach. Dat ze hun mond openhouden is vooral om af te koelen. Daardoor kunnen ze uren in de zon blijven liggen zonder het risico te lopen oververhit te raken.

Ook vandaag zit onze voormiddag boottocht erop. Dus is het weer tijd om te gaan ontbijten, wat te wandelen in de omgeving, rond te kijken in de tuin, te lunchen, in het zwembad plonsen en terug keren voor de tweede uitstap.

Alhoewel Alonso voorstelt om terug te keren naar waar wij deze ochtend waren en te zoeken naar de agamireiger (Agamia agami, zowat de heilige graal voor alle vogelaars die hier komen) verkiezen wij om terug stroomopwaarts te varen zoals gisterenmorgen. Het landschap aan de grote lagune heeft een diepe indruk op ons nagelaten: zó mooi!

Alonso wil ons zoveel mogelijk vogels en dieren tonen en manoeuvreert het bootje behendig links en rechts richting de oever om ons weer iets nieuws te tonen zoals Chileense kieviten of de slakkenwouw.

Op kleine bootjes en aan de oever van de rivier oefenen sommige lokale bewoners een van hun belangrijkste bezigheden uit, namelijk vissen.

In de verte zien we drie rode lepelaars (Platalea ajaja) staan. Traag varen we in hun richting om ze niet op te jagen. Het brede uiteinde van de lepelsnavel is heel gevoelig. Daardoor kan de lepelaar er heel goed insecten, kreeftachtigen en kleine visjes mee uit het water ‘lepelen’. Ze komen hier en in het noorden van Zuid-Amerika voor. De roze rode kleur van de veren ontstaat door een kleurstof uit de schaaldieren die ze eten. We blijven kijken tot het begint te schemeren en varen dan terug naar de steiger. Super!

Om naar onze volgende bestemming Volcán Arenal te rijden, nemen we de weg in oostelijke richting naar Los Chiles. Ook deze weg door het vlakke land is een echt paradijs. Uitgestrekte graslanden met soms een bomenrij en tussendoor een breed afwateringskanaal. We stoppen meermaals om naar het landschap te kijken, maar ook voor een koppeltje noordelijke kuifcaracaras, twee jabiroes, een rode lepelaar, een sloot vol reigers en kaalkopooievaars,….

Fotoalbum ‘Costa Rica 2021 – Caño negro’ weergeven